Landbouwsubsidies zijn bedoeld om de wereldmarkt te verzieken. De Afrikaanse suikerboer kan niet concurreren tegen zijn Europese collega. Dat Eurocommissaris Fischer Boel de suikersubsidies wil afschaffen, lijkt een goed begin. Lijkt. Want de Afrikaanse markt wordt straks niet meer verziekt door Europa, maar door Brazilië. Desastreus voor Europa én Brazilië, de Afrikaanse boer schiet er niks mee op.

Op het binnenhof protesteerden boeren en fabrieksarbeiders gezamenlijk tegen het afschaffen van de suikersteun en het liberaliseren van de suikermarkt. De gevolgen zijn immers desastreus. Met de steun hield Europa een sector in stand, waar niet alleen boeren, maar ook fabrikanten, toeleveranciers en werknemers van profiteerden. De hele sector dreigt nu te verdwijnen, Nederland krijgt er dan in een klap 11.500 werklozen bij.

Europese landbouwsubsidies liggen al jaren onder vuur. Begrijpelijk, want het betekent oneerlijke concurrentie op de wereldmarkt. Die valse concurrentie is echter zelden een politiek onderwerp. Binnen Brussel of Den Haag maakt bijna niemand zich hier druk om. Toch zette de Britse premier Tony Blair de Europese Unie op scherp met zijn uithaal tegen de landbouwsteun. Waarom kwam zijn uitspraak zo hard aan in Europa? Niet omdat hij wees op het onrecht dat de landbouwsubsidies impliceert, maar omdat de Britse korting op de EU-bijdrage op het spel stond. Het voorval is typerend. Ook in de politiek draait alles om handel. En in oorlog en handel is alles geoorloofd. De meest onbeschofte manier van handeldrijven komt van de westerse mogendheden. Amerika, Japan en Europa misbruiken het geld van hun inwoners om doelbewust de wereldmarkt voor landbouwproducten te verzieken. Goed voorbeeld zijn de suikersubsidies. Europese belastingbetalers leggen jaarlijks één tot anderhalf miljard euro bij elkaar om zes miljoen ton suiker op de wereldmarkt te dumpen. Het doel van deze politiek is het creëren van een overschot op de wereldmarkt, zodat de prijzen, geheel volgens de wetten van de markt, zullen dalen.

Gaat het om landbouwsubsidies, dan slaat het grote publiek maar al te graag aan het vingerwijzen. Liefst richting de boer, die strijkt immers hun belastinggeld op. Maar ze vergeten dat ze zelf profiteren van de lage prijzen in de winkel. Ook de politiek komt zelden verder dan dit kortetermijngekissebis. Daarmee verdoezelen ze waar het om draait: de wereldmarktprijzen laag houden ten gunste van grootverbruikers als Coca Cola. Voor de Europese boer zijn deze lage prijzen geen probleem, hij wordt immers gecompenseerd uit de Brusselse subsidiepot. Het zijn de suikerboeren in Mozambique en Mali die niet kunnen produceren voor de lage wereldmarktprijzen. Vanwege het Europese landbouwbeleid kunnen zij hun suiker niet kwijt op de lokale markt waar goedkope, gesubsidieerde suiker uit Europa hun product verdringt.

Maar er gloort hoop: EU-landbouwcommissaris Marianne Fischer Boel verlaagt de minimumprijs voor suiker met 39 procent. De aanleiding is echter niet de onrechtvaardigheid op de wereldmarkt waar kleine Afrikaanse boeren de dupe van zijn, maar een aanklacht van onder andere Brazilië bij de WTO.Handel is het achterliggende motief. Niet de rechtvaardige behandeling van suikerboeren in de Derde Wereld. Op zich zou het motief niet uit moeten maken, ware het niet dat de huidige hervorming van de suikersubsidies nog desastreuzer uitpakt dan de oorspronkelijke suikersteun.Want de prijzen op de wereldmarkt zullen heus niet stijgen. Het produceren van één ton witte suiker kost in Europa 673 euro. De productie van een ton rietsuiker in tropische gebieden kost slechts 286 euro. Coca Cola profiteert voortaan dubbel. De overschotten op de wereldmarkt blijven in stand, de suiker wordt, zonder Europese subsidies, zelfs nog goedkoper.

Het drama voor de Europese suikersector zou nog te billijken zijn wanneer de Malinese en Mozambikaanse suikerboeren een rechtvaardiger positie krijgen. Maar wanneer het gaat om efficiënt suiker produceren, dan leggen zij het af tegen de reusachtige Braziliaanse suikerplantages. Brazilië heeft de laatste jaren 22 nieuwe suikerfabrieken gebouwd en kan daarmee voorzien in zestig procent van de wereldbehoefte aan suiker. De landbouw ontwikkelt er zich in sneltreinvaart. Brazilië is het land van de agromultinationals en de monoculturen. Vrijwel alle grond is in handen van drie bedrijven. Om de werkgelegenheid die dit oplevert hoeven we ook al niet te juichen. Vorige week kwam het bericht uit Brazilië dat politieagenten en ambtenaren 1.200 arbeiders hebben bevrijd die als moderne slaven werkten op een suikerrietplantage in de staat Mato Grosso. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) schat dat er in Brazilië tussen 25.000 en 40.000 mensen in slavernijachtige omstandigheden werken. Plantagearbeiders worden uitgebuit op grond die van kleine boeren afhandig is gemaakt. Amper een maand geleden trokken bijna 13.000 Braziliaanse landloze boeren uit protest enkele honderden kilometers te voet naar de hoofdstad. Ongeveer tegelijkertijd werd bekend dat Brazilië in een jaar tijd meer dan 26.000 vierkante kilometer aan oerwoud heeft gekapt. Een stuk oerwoud zo groot als België werd voor eeuwig vernietigd.

De advocaten van de Braziliaanse multinationals lijken hun gelijk te krijgen bij de WTO: Het Europese suikerbeleid is oneerlijk en dient te worden afgebouwd. Deze handelspolitiek heeft dramatische gevolgen voor nog een derde partij. Behalve de Europese suikersector en de Braziliaanse oerwouden en kleine boeren, dreigen ook de voormalige koloniën in Afrika, de Cariben en de Pacific hun suikersector te verliezen. Voor hen dreigt een inkomensverlies van 400 miljoen euro, de EU compenseert dit met 40 miljoen. In Nederland dreigen ruim 11.000 werknemers hun baan te verliezen, in de ACP-landen zijn dat er ruim 700.000.

Natuurlijk: Europese landbouwsubsidies verzieken de wereldmarkt en moeten verdwijnen. Maar op deze manier behandelt dokter Fischer Boel een griepje met een chemokuur. De afbraak van dit oneerlijke systeem heeft immers rampzalige gevolgen. Beter was het de benadeelden als uitgangspunt te nemen bij het afbreken van de Europese landbouwsteun: de kleine boer in de Derde Wereld. Maar die heeft geen macht, in tegenstelling tot de grote multinationale handelaren van onze wereld. Zijn markt wordt straks niet meer verziekt door Europa, maar door Brazilië.




(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Marc van der Sterren.)