Op de VN-topconferentie over milieu en ontwikkeling dreigen afspraken gemaakt te worden die vooral het transnationale bedrijfsleven goed zullen doen. Een overzicht van de stand van zaken en van bronnen om te volgen wat zich daar afspeelt.

Over een paar dagen zullen zo’n 60.000 afgevaardigden in Johannesburg neerstrijken om daar aan de Wereldtop voor Duurzame Ontwikkeling (WSDD) te gaan zitten. De topconferentie wordt Rio + 10 genoemd, omdat tien jaar geleden in Rio de Janeiro de voorganger plaatsvond, alwaar een pretentieus plan overeengekomen werd om drastische maatregelen te nemen die zowel de voortrazende milieuvernietiging als de massale armoede een halt toe zou moeten roepen. Tien jaar later blijkt er schrikbarend weinig van de afspraken van Rio terecht te zijn gekomen. Deskundigen waarschuwen nu dat als het tegenzit Johannesburg niet alleen zal betekenen dat er (te) weinig rechtgetrokken wordt, maar dat de bakens verder verzet zullen worden in een neo-liberale richting die ons alleen maar verder van de noodzakelijke oplossingen zal brengen.

Hierbij een overzicht van een aantal waardevolle onderzoeken, voorzetten en websites van deskundige organisaties.

THIRD WORLD NETWORK

Tijdens de Wereldconferentie over Duurzame Ontwikkeling (WSSD) van 26 augustus tot 4 september in Johannesburg, Zuid-Afrika, zullen regeringsdelegaties zich buigen over het opstellen van een actieplan voor het uitvoeren van de beloftes die ze eerder ondertekenden op de Earth Summit in Rio in 1992.
Celine Tan van het Third World Network (TWN) heeft een helder overzicht geschreven van de inhoudelijke voorbereidingen die er tot nu toe geweest zijn. De rijke staten houden vast aan de afspraken gemaakt in Doha en Monterrey en lijken niet bereid om drastische maatregelen te nemen om zowel de voortrazende milieuvernietiging als de massale armoede een halt toe te roepen. Tan wijst daarbij op de dringende noodzaak voor organisaties die zich bezighouden met internationale handel, financiële kwesties en schuldenproblematiek om zich op Johannesburg te storten. Veel van deze organisaties zouden Johannesburg ten onrechte links hebben laten liggen, omdat ze meenden dat de top vooral een taak voor de milieu-organisaties zou zijn. Hier volgt een ingekorte vertaling van haar artikel.

Waarom handels- en ontwikkelingsgroepen zich zouden moeten bemoeien met de WSSD

door Celine Tan (TWN)
juli 2002 (http://www.twnside.org.sg/title/wssd1.htm)

1. Inleiding

De afgelopen zes maanden zijn er voorbereidingen geweest in New York en recent in Bali, Indonesië, om een concept implementatie-programma af te ronden dat duurzaam ontwikkelingsbeleid mogelijk moet maken. Een programma als basis voor een actieplan dat de sociale en economische behoeftes van de bevolking serieus neemt en in balans brengt met ecologische duurzaamheid en bescherming van het milieu.
Gedurende het grootste deel van het voorbereidende proces is er een duidelijke afwezigheid geweest van organisaties die werkzaam zijn op het gebied van schulden, handel en financiën en groepen die internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank en het IMF volgen. Begrijpelijk, want veel organisaties hebben misschien niet de noodzaak ingezien om kosten te maken voor het volgen van een proces waarvan ze dachten dat het gericht was op een terrein dat buiten hun taakgebied lag. De algemene vooronderstelling is dat de discussies over de WSSD gericht zijn op ‘bruine’ milieuterreinen en de traditionele ‘groene’ thema's als ontbossing, biodiversiteit en behoud van bedreigde diersoorten. Zoals het er nu uitziet, zal Johannesburg echter minder gaan over technieken voor milieubescherming en het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en meer over mechanismes op het gebied van handel en financiering die deze doelen bevorderen of juist in de weg staan.

De onderhandelingen in Bali zijn vastgelopen, met name door de houding van de door de VS aangevoerde Juscanz-groep (Japan, VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland). Deze weigerde zich vast te leggen op cruciale paragrafen die het verband beschreven tussen globalisering en duurzame ontwikkeling en op zinnen waarin de rijke staten zich onomwonden verplichten tot het nemen van concrete actie op het gebied van schulden, financiële contributie en eerlijke handel. De EU die zich in dit strijdperk graag afficheert als grensrechter tussen beide partijen ondermijnt echter evengoed de belangen van de arme staten door het vasthouden aan de eigen belangen.

Het is van groot belang dat organisaties op het gebied van handel en financiën het WSSD-proces gaan volgen en zich hardmaken voor een betere invulling van het Concept Plan voor Actie. Johannesburg zal een gelegenheid zijn om de concessies recht te zetten die in maart dit jaar gemaakt zijn op de VN-top Financiering voor Ontwikkeling in Monterrey (Mexico) en op de ministeriële conferentie van de WTO in Doha, vorig jaar november. Het Plan van Actie van de WSSD mag dan niet het bindende karakter hebben van een WTO-verdrag of van een multilateraal Milieu Verdrag (MEA), maar het zal wel ondertekend worden door regeringsleiders en door de VN en zal het een uitdrukking zijn van de politieke wil en toewijding van de kant van alle lidstaten van de VN.
Ook organisaties die zich bezig houden met de Bretton Woods-instellingen zouden de ontwikkelingen in Johannesburg nauwlettend moeten volgen. Want de nadruk die gelegd wordt op op de markt gebaseerde, door de private sector gefinancierde uitkomsten van de conferentie weerspiegelt de neoliberale beleidsvoorschriften die opgelegd worden door programma's van Wereldbank en IMF. De nadruk die gelegd wordt op deelname door de private sector in het leveren van diensten in de vijf prioriteitsterreinen van het Plan voor Actie - water, energie, gezondheidszorg, landbouw en biodiversiteit (WEHAB) - zal bijvoorbeeld meer geloofwaardigheid verlenen aan de Wereldbank Private Sector Ontwikkelings Strategie en haar rol vergroten in het financieren van projecten op deze gebieden.

De verschuiving naar private-publieke partnerschappen in zowel de Type I (verplicht) (noot 1) als Type II (vrijwillig) afspraken van de WSSD weerspiegelt de onwil van rijke staten om hun verplichtingen ten aanzien van duurzame ontwikkeling in het Zuiden na te komen. De beleidskeuzes van arme staten om een duurzame ontwikkeling te bereiken worden verder ingeperkt doordat het opstarten mogelijk gemaakt wordt van programma’s van de Wereldbank als leidende instelling van de Global Environmental Facility (GEF).

Johannesburg is een test van de politieke wil van noordelijke staten om zowel het gewicht te erkennen van hun huidige en historische bijdrages in het uitputten van de natuurlijke hulpbronnen, als het nemen van een eerste verantwoordelijkheid voor de kosten van het herstellen van de balans van het ecosysteem op aarde. Deze verantwoordelijkheid zal niet alleen een omvangrijke financiële bijdrage inhouden om arme staten te helpen om de herstelkosten op te brengen voor duurzame ontwikkeling. Maar ook een verplichting tot het hervormen van de huidige on-duurzame patronen van productie en consumptie en het omvormen van het wereldwijde economische systeem dat de basis vormt van de huidige ecologische vernietiging en menselijke ellende...

2. Duurzame ontwikkeling stagneert

De eindtekst van de Bali-voorbereidingen en de verslagen van de gevoerde onderhandelingen laten zien dat de rijke staten niet bereid zijn om zich positief op te stellen en mee te werken aan constructieve voorstellen van zuidelijke staten. Het conflict gaat met name over sectie IV (Duurzame Ontwikkeling in een Globaliserende Wereld) en sectie IX (Middelen voor Toepassing). Voorstellen van de G77 en China om de tekortkomingen aan te pakken in de internationale financiële architectuur en het wereldhandelssysteem, werden met name tegengewerkt door de door de VS geleide Juscanz groep (Japan, US, Canada, Australië en Nieuw Zeeland). Deze tekortkomingen, met een toegenomen schuldenlast door afgenomen exportmogelijkheden, toegenomen kapitaalexport en onrechtvaardige multilaterale handelsafspraken, mogen volgens de G77 niet losgekoppeld worden van de inzet om het ecologische verval op te lossen waarmee de wereldbevolking kampt. De Juscanz daarentegen wilde verwijzingen naar schulden, handel en financiën zo vaag mogelijk houden. Noorwegen, dat zijn steun uitsprak aan een aantal van de G77-voorstellen over de schuldenkwestie en concrete ontwikkelingshulp, werd achter de schermen door de VS onder druk gezet om deze positie te matigen.

De EU probeerde tot een compromis met de G77 te komen. Maar het voorstel dat ze op de laatste zittingsdag presenteerde kan echter niet versluieren dat de verschillen tussen Jucanz en de EU niet echt groot zijn. Hoewel de EU zich na de Bali-bijeenkomst probeerde te afficheren als scheidsrechter blijft ze vasthouden aan de afspraken van Doha, die destructieve gevolgen hebben voor arme staten. Referenties in het Bali document over het nakomen van WTO-termijnen en zinspelingen op data voor het afronden van WTO-onderhandelingen zijn een ontkenning van getoonde weerstand van arme staten. Ze hebben bezwaar tegen verwijzingen naar onderhandelingen over de zogenaamde nieuwe onderwerpen (noot 2) en tegen het strakke WTO-werkprogramma dat hen in problemen brengt.
Ook zijn tegen hun wil in het concept Plan voor Actie verwijzingen opgenomen naar Handelsgerelateerde Eigendomsrechten (TRIPs) die ingaan tegen de belangen van arme staten en ook een duurzame ontwikkeling tegenwerken. De G77 heeft zich hiertegen sterk verzet en stelt voor om in Johannesburg bewoording aan te nemen die een zekere flexibiliteit gerandeert in de toepassing van de TRIPs-bepalingen die van belang zijn om de bestrijding van bepaalde ziekten mogelijk en betaalbaar te maken.

3. Bedrijfsinvloed op de WSSD

Een serieuze zorg tijdens de voorbereidingen was de grote invloed van transnationale ondernemingen in de vormgeving van de uitkomsten van de WSSD. Via lobbygroepen als de Business Action for Sustainable Development (BASD) beïnvloeden transnationale ondernemingen het beleid van regeringen van rijke staten. Op deze wijze torpederen ze elke poging om een formeel kader vast te stellen voor het reguleren van hun
activiteiten. Daarenboven presenteren ze zich als krachtige partners voor het uitvoeren van duurzame ontwikkelingsprogramma's, vooral op gebied van de belangrijke terreinen van water, energie, gezondheid, landbouw en biodiversiteit. Het concept Plan voor Implementatie is rijkelijk voorzien van zeer liberale bewoordingen die de verdiensten van ‘public-private partnerships’ bewieroken en er wordt opgeroepen tot toepassing ervan in de WSSD programma's.

Het door regeringen onderschrijven van een rol voor particuliere initiatieven is een legitimering van de marktgerichte structurele aanpassingsprogramma's van het IMF en de giften- en leenprogramma's van de Wereldbank. De Wereldbank is steeds prominent aanwezig geweest tijdens de voorbereidingen van de WSSD en het is opvallend dat de bank nu bijna klaar is met het afronden van haar Private Sector Development Strategy en haar Rural Development Strategy. Beide zijn gericht op afname van de rol van de staat in de nationale economie en het scheppen van voorwaarden voor privatisering van het stelsel voor basisvoorzieningen en in de landbouwontwikkeling door de particuliere sector.

De duurzame ontwikkelingsagenda dreigt gekaapt te worden door bedrijfsbelangen en er is duidelijk behoefte aan het kritisch volgen van de uitkomsten van deze - al gevormde of nog te vormen - informele partnerschappen. Privatisering van water, energie en gezondheidsvoorziening en de onvermijdelijke instelling van tarieven voor het gebruik ervan, zullen de toegankelijkheid verminderen voor met name arme consumenten. De verwikkeling van bedrijven in de landbouwsector leidt tot bevordering van grote landbouwconcerns en verdrijving van grote aantallen kleine boer(inn)en. Tegelijkertijd zal de door de VS gepushte genetisch gemanipuleerde gewassen leiden tot milieu- en gezondheidsproblemen.
Deze Type II of informele partnerschappen zullen waarschijnlijk door de rijke staten worden gebruikt als vervanging van hun formele (Type I) verplichtingen die gericht moeten zijn op verbetering van milieu en ontwikkeling. Het is niet ondenkbaar dat deze partnerschappen ook meer gericht zijn op winstmaken in plaats van nastreven van algemene belangen. Daarnaast wordt verwacht dat de uitstroom van buitenlandse valuta zal toenemen door het doorsluizen van de winstgelden naar in buitenland gevestigde moederbedrijven en door toenemende import.

Verder zijn er aanwijzingen dat de rijke staten in het officiële actieprogramma geen multilaterale financiële maatregelen willen opnemen, maar juist op bilateraal niveau - en buiten de WSSD om - willen komen tot afspraken over ontwikkelingsgelden, zodat ze aanvullende voorwaarden kunnen stellen. Ontwikkelingshulp kan dan worden gebonden aan eisen op het gebied van economische hervormingen, het bevorderen van particuliere investeringen en het opzetten van infrastructuur ten dienste van transnationale ondernemingen.
Als tegengif tegen de dominerende rol van bedrijven doet een aantal NGO's een krachtige oproep om bedrijven buiten VN-beleidsvorming te houden en bindende gedragsregels voor bedrijven in te stellen (resp. 'corporate free UN' en 'corporate accountability'). Zelfs als dit voorstel het niet haalt in Johannesburg geeft dat de NGO's een richtsnoer voor de lange termijn voor hun strategie ten aanzien van regeringen.

4. Noord-Zuid scheiding treedt weer op de voorgrond

Arme staten vochten in Rio de Janeiro (1992) hard om erkenning te krijgen voor de historische schuld die de rijke staten bij hen hebben wegens de erfenis van kolonisatie en het onttrekken van de rijkdommen die een snelle industrialisatie in het noorden mogelijk maakte.
De uitstroom van hulpbronnen van zuid naar noord in de vorm van afbetaling van (rente over) schulden- en ontwikkelingsgelden, ruilvoetverlies, levering van goedkope grondstoffen en betaling van royalties, bewerkstelligde een omgekeerde stroom. In de vorm van ontwikkelingshulp, markttoegang, schuldenverlichting en de overdracht van technologie.
Tien jaar nadien levert het zuiden nog steeds een gevecht tegen de stroom in, en de rivier stroom nu nog harder. In plaats van het toepassen van Agenda 21 en doen van stappen vooruit, geeft het WSSD-voorbereidingsproces aan dat een aantal staten, de VS voorop, het proces juist wil omkeren. Zo probeerde de VS de in Rio aangegane verplichtingen af te zwakken en zelfs ongedaan te maken, waaronder het nakomen van de twee belangrijkste principes van 'Rio': het principe van ‘gemeenschappelijke en gedifferentieerde verantwoordelijkheden' en het 'voorzorgsprincipe'. Dit verzwaart de last op de schouders van arme staten en zou wel eens de doodsklok kunnen luiden voor duurzame ontwikkeling.

Net zoals tijdens de WTO-onderhandelingen in Doha en Seattle, gebruikten de rijke staten de bulldozer-taktiek om hun belangen er door te drukken. Tegen het eind van de Bali-conferentie werden de G77-staten als groep en zelfs individueel gedwongen om achter gesloten deuren te 'onderhandelen' met VS, EU en Japan. Noorwegen werd al in een eerder stadium nadrukkelijk te kennen gegeven zijn steun voor de voorstellen van de G77 in te trekken of te matigen.

De pogingen van de rijke staten om het beheer over internationale handel en financiën te onttrekken aan de VN en in handen te leggen van de Bretton Woods Instellingen en de WTO, alsmede de pogingen om de verantwoordelijkheid voor duurzame ontwikkeling over te dragen aan particuliere ondernemingen door middel van 'public-private partnerships', zal de capaciteit van zuidelijke staten om te bepalen hoe ze zich willen ontwikkelen verder ondermijnen.

Het is nu de hoogste tijd voor ontwikkelingsgroepen en organisaties op het gebied van handel en financiën om zich actief te bemoeien met deze top. De uitkomsten ervan zullen het werk van alle maatschappelijke groepen beïnvloeden. Maatschappelijke groepen moeten op elk niveau bezig gaan met het kritisch volgen van het proces en opkomen voor een allesomvattend plan voor actie gericht op een eerlijke en rechtvaardige verdeling van de hulpbronnen op de wereld en het beschermen van haar ecologie.

(Vertaling/bewerking: Kees Hudig en Rob Bleijerveld)

Noten:
(1) In Johannesburg liggen drie soorten overeenkomsten op tafel: het Plan van Actie (een *Type 1 akkoord* met partnerschappen tussen overheden, bedrijven en niet-gouvernementele organisaties met een verplichtend karakter), de Politieke Verklaring en de Consultaties over Partnerschappen (een *Type II -akkoord* met partnerschappen met een vrijwillig karakter).
(2) Dat zijn investeringen, concurrentiebeleid, transparantie in overheidsaanbestedingen en handelsfacilitatie.


WHAT TO DO ABOUT THE US

Een illustratief verslag van de gebeurtenissen bij de laatste voorbereidende bijeenkomst in Bali is verder te lezen in een verslag van Eric Mann, die namens een Amerikaanse openbare vervoersorganisatie in Bali aanwezig was. ‘What are we going to do about the US?’ is te lezen op de website van Foreign Policy in Focus


CORPWATCH
Een andere organisatie die Johannesburg op de voet volgt is het Amerikaanse Corpwatch (website: http://www.corpwatch.org) dat zich vooral richt op de onaanvaardbare invloed van het bedrijfsleven op de VN-top. In het stuk 10 Years After Rio: An Introduction To Johannesburg? wordt uit de doeken gedaan hoe het bedrijfsleven sinds Rio steeds meer grip en invloed op invulling van het beleid op het gebied van duurzame ontwikkeling heeft gekregen. Met als resultaat dat vooral het tegenovergestelde gebeurde en de agenda steeds meer ten voordele van grote bedrijven ingevuld werd. Corpwatch heeft ook deelgenomen aan het opzetten van een speciale website (http://www.earthsummit.biz) dat vooral dat aspect op de hak neemt. De VN wordt overgenomen door het bedrijfsleven.

PORTO ALEGRE

Ter voorbereiding van de derde conferentie van Porto Alegre begin 2003 is er alvast een website opgestart. De sub-site Other Eyes biedt ook een aantal goede beschouwingen van het WSSD-proces. Het internettijdschrift Tierramerica publiceerde daar het stuk Rio +10 In Turbulent Waters waarin gewaarschuwd wordt voor de gevolgen van het mislukken van de top in Johannesburg als gevolg van “de schaamteloze hypocrisie van de rijke landen”.

PRONK

Een van de meest omstreden beslissingen rondom Johannesburg is geweest dat gekozen is voor twee soorten afspraken, verplichte (type 1) en vrijwillige (type 2). Dit is bedacht om uit de impasse te geraken en een slotverklaring te produceren waar de rijke landen hun handtekening toch onder willen zetten doordat ze onder een deel van de verplichtingen uit kunnen komen omdat ze in de categorie ‘vrijwillig’ terechtkomen. Een van de weinige sleutelfiguren die daarover uitspraken gedaan heeft, is Jan Pronk geweest, die in een interview aan de BBC dat helaas niet meer online te verkrijgen is, verklaarde dat “cynici zeker kunnen stellen dat dit iets is waardoor regeringen die niet zo enthousiast zijn, een verdrag kunnen sluiten dat nauwelijks ergens over gaat (..) het is een riskante strategie. Maar je moet nu eenmaal risico’s nemen.” Een verslag van persbureau Reuters van de voorbereidende vergadering van de EU-ministers van milieu in Denemarken in juli, is te vinden bij planetark Volgens dat verslag keert de EU zich gedeeltelijk tegen het beleid van de VS en wil men vooral resultaat in Johannesburg om mee thuis te komen. De EU-regeringen zouden bezorgd zijn over de gevolgen van een mislukking van de top.

ZUID-AFRIKA

Over die situatie in Zuid-Afrika, waar de top plaats zal vinden, verscheen zojuist een bijtende analyse in het Britse actieweekblad Schnews nr 368 van 16 augustus. De ANC-regering in Zuid-Afrika heeft zich door de Wereldbank en het IMF een stringent privatiseringsprogramma op laten leggen van alle nutsvoorzieningen. Maar de lokale bevolking verzet zich met hand en tand tegen de gevolgen van privatisering van water, elektriciteit en telefoon. Zie hier. Dezelfde organisaties die het verzet tegen de privatisering organiseren, zullen het voortouw nemen in protesten tijdens de WSSD-top.


NEDERLAND

Door het aan het ministerie van Buitenlandse Zaken verbonden NCDO is in Nederland is een platform gevormd dat voor input vanuit maatschappelijke organisaties zou moeten zorgen voor de Nederlandse delegatie in Johannesburg. Zie de website. Veel info vanuit NGO- en overheidsperspectief. Maar ook links ondermeer naar een documentaire van Inzet-medewerkster Dennett waarin mensen uit ontwikkelingslanden hun mening geven over de World Summit in Johannesburg en over de zuidelijke visie op duurzame ontwikkeling.
De binnenkort vertrekkende Nederlandse delegatie krijgt op dinsdag 20 augustus om 13 uur een afscheidswoordje mee van Balkenende en 2 staatsecretarissen (Binnenhof, Den Haag).

Milieudefensie organiseert op 31 augustus een manifestatie op de Dam in Amsterdam. Er wordt een symbolische brug gebouwd tussen Jo’burg en A’dam die behangen wordt met persoonlijke wensen en klachten van de deelnemers. Het motto ‘Handel kent geen grenzen, de hoogste tijd voor bindende afspraken over duurzame ontwikkeling’. Aanvang 13 uur. (oproep/website:)

Op diezelfde dag organiseert Aseed een bonte parade met akties die om 12.30 uur start vanaf de Nieuwmarkt en zal eindigen bij het Dam-protest. Aseed vertrouwt er niet op dat de politici de bedrijven aan zullen pakken die zich milieuvriendelijk of ontwikkelingsvriendelijk voordoen (‘groen- of blauwwassen’). Maar gaat zelf de straat op om de commercie en haar logo’s ontmaskeren. Op hun website ook info over alle andere akties op 31 augustus (Europa, rest van de wereld en met name in Zuid-Afrika) en uitgebreide info over de opkomende sociale beweging in Zuid-Afrika.

Het onvolprezen Corporate Europe Observatory heeft een website vol informatie over de invloed die het bedrijfsleven op Johannesburg heeft:
In de nieuwste uitgave van het tijdschrift Corporate Europe Observer staat Johannesburg centraal en is een uitvoerig artikel te lezen over de Public-Private Pantomime

JOBURG MEDIA, onafhankelijke media van en naar Johannesburg

Er is door een aantal groepen een media-structuur opgezet om een open nieuwsuitwisseling tot stand te brengen over de gebeurtenissen in Johannesburg en in het WSSD-conferentiecentrum. Het doel is onafhankelijk, copyrightvrij nieuws en verslagen wereldwijd aan te bieden ook in gebieden waar geen internetverbinding is. Geregistreerde deelnemers kunnen zelf hun tekst, beeld, audio en video inbrengen in de databank (mediapool) waarna het vrij ter beschikking staat van iedere geïnteresseerde. De newsportal-groep zal de gebeurtenissen op de voet volgen en websitebezoekers via links in staat stellen nieuwsfeiten, analyses en verklaringen van journalisten, NGO's, aktiegroepen en officiële organisaties te vinden. Tevens vind je er een link naar de website van het Diversity Radio-team, waar live en opgenomen radioprogramma's te vinden zijn die ook vrij te downloaden zijn. Binnenkort werkzaam: http://joburgmedia.net Meer info: "Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken."

Indymedia-Zuid-Afrika was twee dagen uit de lucht om de boel op orde te brengen voor berichtgeving over de VN-top en is nu weer vol in bedrijf: Indymedia

DE V.N.

De officiële website van de WSSD-top, tenslotte, is:http://www.johannesburgsummit.org/index.html


(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Rob Bleijerveld en Kees Hudig.)