‘Fort Europa’. Ooit een spookbeeld in debatten over het migratiebeleid. Inmiddels harde werkelijkheid. Met man en macht wordt langs de grenzen van de Europese Unie getracht vluchtelingen en economische migranten (het onderscheid telt nauwelijks meer) buiten de poort te houden.

(Door Jos van Dijk, oorspronkelijk verschenen op Sargasso, foto: International Federation of Red Cross and Red Crescent Societies (cc))

Gisteren stond hier een artikel van Nora Stel die schreef: ‘Dubbelzinnige wetten, ondoorzichtige beleidskaders, vrijblijvende afspraken en vage mandaten vormen steeds meer de kern van het Europese vluchtelingenbeleid en worden bewust in stand gehouden om vluchtelingen te ontmoedigen.’ En wie geen andere opties heeft of zich niet laat ontmoedigen wordt illegaal uitgezet, door de Europese grensbewakingsorganisatie Frontex en, als je die weet te vermijden, door de Griekse politie. Of door Kroatische agenten. Of door Spaanse militairen.

De Britse krant The Guardian meldt dat het afgelopen jaar naar schatting 40.000 mensen zijn tegengehouden. Bij de illegale pushbacks kwamen tweeduizend mensen om het leven. De analyse van The Guardian is gebaseerd op rapporten van VN-agentschappen, gecombineerd met een database met incidenten verzameld door niet-gouvernementele organisaties. Volgens hulporganisaties is met het ontstaan van Covid-19 de regelmaat en wreedheid van pushback-praktijken toegenomen. De Kroaten schijnen het wreedst op te treden. Agenten beroven, misbruiken en slaan vluchtelingen. Ook verklaren vluchtelingen dat de politie een rood kruis op hun hoofd spoot, zogenaamd om hen “te genezen van corona”.

Wie is verantwoordelijk?

In de beeldvorming worden dergelijke praktijken nog steeds gekoppeld aan de lidstaten langs de buitengrenzen van de Europese Unie. Zo lezen we dat een geheime gevangenis aan de Turks-Griekse grens waar migranten worden opgesloten voordat ze de grens weer worden overgezet, zonder asiel te kunnen aanvragen, vorig jaar ‘het Griekse antwoord’ was op het open zetten van de grenzen door Turkije. In het verhaal, deze week in Trouw, van de Palestijnse Huda, die aan de Griekse politie wist te ontsnappen en nog wel asiel kon aanvragen, wordt Griekenland ook beschuldigd van illegale en inhumane praktijken. Maar hoe eerlijk is die veroordeling van landen aan de zuidgrens die ten behoeve van alle EU-lidstaten zijn opgezadeld met een inhumaan beleid? De Griekse autoriteiten, die uit Brussel flinke financiële steun hebben gekregen, wijzen alle beschuldigingen van de hand. Maar de bewijzen stapelen zich op. Toch blijft akelig stil in de landen die medeverantwoordelijk zijn voor dit migratiebeleid. Het lijkt er op dat de rijke noordelijke lidstaten, die de bewaking van de grenzen hebben afgekocht met een zak geld, er van uitgaan dat ze niet meer te hoeven te kijken hoe dat beleid wordt uitgevoerd. De EU op z’n smalst.

Grieks-Turkse controverses

Het is niet onmogelijk dat er bij het omstreden handelen van de Griekse autoriteiten aan de grens met buurland Turkije ook nationalistische sentimenten meespelen. De verhouding tussen beide landen is al sinds mensenheugenis gespannen. Griekenland liet deze week zijn anti-Turkse kant weer eens zien in de herdenking van de herdenking van de ‘Griekse genocide’. Turkse nationalisten verdreven aan het eind van de Eerste Wereldoorlog alle Griekse bewoners uit het voormalige Ottomaanse rijk. Er was sprake vanbloedbaden, gedwongen bekering tot de islam, gedwongen deportaties met dodenmarsen, verdrijvingen, standrechtelijke executies en de vernietiging van oosters-orthodoxe culturele, historische en religieuze monumenten’. Net als in het geval van de Armeense genocide is de herdenking van de uitdrijving van de Grieken uit Turkije uitermate pijnlijk voor het buurland. De erkenning van de ‘Griekse genocide’ (ook door Nederland) mag beschouwd worden als een klap in het gezicht van Erdogan. 

Regelmatig lezen Griekenland en Turkije elkaar de les. Zo klaagde Griekenland deze week over Turkse vissers in de buurt van Kreta en over Turkse militaire oefeningen in omstreden wateren. Cyprus is al bijna vijftig jaar een conflictgebied. Een oplossing voor het verdeelde eiland is verder weg dan ooit. Dat heeft ook te maken met omvangrijke olievelden die daar enkele jaren geleden zijn aangetroffen. Cyprus, Griekenland en Egypte hebben elkaar een nauwere militaire samenwerking toegezegd omdat de regionale dreigingen (lees het gevecht over de olie) toenemen. Ze zijn van plan meer landen uit te nodigen om deel te nemen aan gezamenlijke manoeuvres om sterke allianties op te bouwen. Het is te verwachten dat Israël daarvoor wel een uitnodiging zal krijgen. Het antwoord van Erdogan, die zelfs de paus te hulp riep tegen de bombardementen van Israël op Gaza, was een plan voor een nauwere samenwerking met de Palestijnen in Gaza.

De regio is een kruitvat. Juist vanwege deze spanningen aan de buitengrens van de EU zouden de lidstaten niet moeten wegkijken voor wat Griekenland, Turkije, Kroatië en andere landen aan de zuidgrens doen. En gegeven alle spanningen die er in de regio al zijn zonder de problemen met de handhaving van de buitengrens zou je toch mogen verwachten dat er voor dat gezamenlijke belang wat meer wordt geïnvesteerd in een echt deugdelijk en humaan migratiebeleid.