Irak brandt. Men kan dat zien als een gevolg van de onbekendheid van de Amerikanen met het terrein -Fallouja lijkt weinig op een stad uit Texas en nog minder op Marseille of Toulon, dat in 1944 werd bevrijd- of van de arrogantie van een grootmacht. Kijken we echter wat beter, dan zien we dat die pech het directe gevolg is van het plan oorlog tegen het terrorisme dat door George W. Bush op de dag na 11 september gelanceerd werd.


Dit stuk verscheen in le Monde diplomatique van september 2004 en is geschreven door Alain Gresh. Copyright berust bij LMD. Vertaling door Tijn van Beurden

In dat gedachtekader wordt elk incident in Irak logisch geordend: de aanvallen in de soennitische driehoek kunnen slechts uitingen zijn van nostalgie naar het regime van Saddam Hussein of van de aan Al-Qaida gelieerde internationale terroristen zijn; het verzet van Moqtada Al-Sadr, het gevolg van de Iraanse invloed, een van de leden van de as van het Kwaad; alle gewapende actie, het bewijs dat ze de westerse waarden haten. Zoals een Amerikaanse korporaal in Irak zo naïef verklaart: we moeten de slechten doden (1 ). Maar hoe meer slechten de Verenigde Staten doden, des te meer komen er tevoorschijn uit elke tot ruïne gebombardeerde woning en uit elk systematisch doorzocht dorp.

Men kan het Irakese drama ook anders en veel eenvoudiger duiden. De Irakezen zijn tevreden dat ze zijn verlost van een afschuwelijke dictatuur en dat de sancties die dertien jaar duurden en het land leegzogen, beëindigd zijn. De Irakezen willen eenvoudigweg beter, vrijer en onafhankelijker leven. Geen enkele van de beloftes over wederopbouw is nagekomen: de elektriciteit blijft dikwijls afgesloten; de onveiligheid duurt voort; de misère neemt toe.

De Amerikaanse troepen hebben de genadeslag toegebracht aan een staat die al verzwakt was tengevolge van de vele embargos, door de ministeries te laten branden en het leger te ontbinden volgens het model dat ze in 1945 toepasten inJapan. Verder willen de Irakezen niet leven onder het juk van een bezetter die het naar hun overtuiging slechts gemunt heeft op olie en strategische belangen. De tijd van de kolonisatie ligt achter ons. De opstand in de jaren twintig tegen de Britse bezetter wordt al tientallen jaren herdacht en is op dezelfde onwisbare wijze in het geheugen gegrift als de Resistance of de Bevrijding van Frankrijk.

Dat verlangen naar onafhankelijkheid delen de Irakezen met andere volkeren en er is geen enkele behoefte om hun psychologie of hun ziel te doorgronden, of de Koran en de Islam op een ingewikkelde manier te verklaren om dit te begrijpen. Het gedrag van de Irakezen is volkomen rationeel en de enige oplossing is een snelle terugtrekking van de Amerikaanse troepen en de terugkeer naar volledige onafhankelijkheid.

De manier waarop de leiders van een grootmacht een onverwachtse gebeurtenis in een regio van de wereld begrijpen, bepaalt hun strategische en diplomatieke keuzes: welke voordelen zijn te behalen? Wat zullen hun vijanden doen? Wie zijn hun bondgenoten? Gedurende meerdere decennia heeft de koude oorlog als model gediend om de ontwikkelingen in de wereld uit te leggen. Als er iets veranderde in een verafgelegen streek vroegen de strategen, de onderzoekers en de journalisten van de twee kampen zich af: is dit goed voor de USSR?
Goed voor de USA? Men kan de gevolgen van die zwart/wit visie waarnemen tijdens twee conflicten in de periode 1970-1980 en wel in Nicaragua en Afghanistan.

In juli 1979 veroveren de sandinisten de macht in Nicaragua, na een lange gewapende strijd die een einde maakte aan de dictatuur van de Somoza familie. Ze beginnen aan een programma van stoutmoedige sociale hervormingen, vooral op agrarisch gebied. De fundamentele grondrechten worden gerespecteerd en de oppositie-partijen toegelaten. Zo ontstaat een mogelijkheid om het land te verlossen van de armoede en de onderontwikkeling. Maar de Amerikaanse overheid ziet dat anders. Voor haar is die nederlaag van een van haar bondgenoten een indringing van het communisme en de USSR in haar Centraal-Amerikaanse achtertuin.

De CIA bewapent dus voormalige somozistische gardes. Vanuit Honduras beginnen deze vrijheidsstrijders een felle oorlog, waarbij ze niet aarzelen om terrorisme tegen het bewind toe te passen, terwijl Washington probeert de publieke opinie en zijn bondgenoten te mobiliseren tegen het totalitaire gevaar in Midden-Amerika. Havana en in mindere mate Moskou intensiveren hun hulp aan de sandinisten. Nicaragua is voortaan gevangen in de val van de Oost / West confrontatie. De aanhoudende druk van de economische sancties leiden uiteindelijk tot de nederlaag van de sandinisten in de verkiezingen van 25 februari 1990. Van de ene op de andere dag laat Washington Nicaragua in de steek. Het land zakt weg in de ellende, maar het zal nooit communistisch zijn.

De zaak Afghanistan is nog veel symbolischer. In april 1978 wordt het regime, hoewel een bondgenoot van de USSR, omvergeworpen door een communistische staatsgreep. De nieuwe macht begint op een brutale wijze radicale hervormingen in dit conservatieve land en stoot op een sterke oppositie, vooral op het platteland. Washington begint de moudjahidins te bewapenen. In december 1979 valt het sovjet leger Afghanistan binnen en verandert de koers van het land. Een typisch koloniale onderneming die door de internationale gemeenschap wordt veroordeeld. Maar de Verenigde Staten en het westen willen er het bewijs in zien van de Sovjet hegemonie, de bevestiging van het eeuwenoude doel van het Kremlin zich naar de warme zeeën te bewegen, naar de Golf. De nieuwe regering van Reagan krijgt zo de gelegenheid het rode leger te laten afslachten, zelfs ten koste van een verbond met de duivel. Met hulp van de geheime diensten van Pakistan en Saoedi-Arabië gaat ze de meest extremistische fundamentalisten bewapenen ten nadele van de gematigde oppositie. Ze gaat zich verzetten tegen alle door de Verenigde Naties ondersteunde pogingen om de zaak politiek en diplomatiek te regelen en verlengt zo bewust het conflict. ( 2 ) Men kent het resultaat. De Sovjets besluiten zich uit Afghanistan terug te trekken, maar vanaf het moment van hun overwinning interesseren de Verenigde Staten zich niet meer voor het land en de radicale islamitische netwerken die ze hebben opgebouwd met hulp van een zekere Oussama Ben Laden. Na de overgave zinkt Afghanistan eerst weg in een burgeroorlog voordat het in 1996 in handen valt van de talibans.

We weten dat niet een groot expansie plan de basis vormde voor de sovjet beslissing om te interveniëren in Afghanistan. Het besluit van een verdeeld politbureau werd genomen uit bezorgdheid om voor alles te voorkomen dat een grensland, traditioneel een bondgenoot, in handen zou vallen van islamitische extremisten. Ook weten we dat ondanks haar schijnbare militaire macht de USSR niet in staat was de wereld te bedreigen en nog minder haar te domineren. Toch werd in het westen zonder onderbreking het schrikbeeld van de sovjet dreiging opgevoerd om de publieke opinie te mobiliseren. In 1983, twee jaar voor het aan de macht komen van Michael Gorbatsjov kondigde Jean-François Revel, scherpzinnig als altijd, het einde van de democratieën aan, vanwege de onmacht om te strijden tegen de verschrikkelijkste van de externe vijanden, het communisme, dat in zijn huidige gedaante het perfecte model van het totalitarisme is (3). Dit perfecte model, had nog maar enkele jaren te leven.

Natuurlijk het Oost-West model was duidelijk. De Verenigde Staten en de USSR verdedigden hun belangen als grootmacht, maar het politieke leven van elk land liet zich niet tot een schaakbord herleiden waarop het Witte Huis en het Kremlin tegen elkaar uit kwamen: de eerste ondersteunde zonder wroeging de Latijns-Amerikaanse dictaturen en het Indonesië van Suharto, de tweede intervenieerde in Hongarije (1956) en in Tsjecho-Slowakije (1968).
Dat simplisme leidde telkens tot een onderwaardering van de nationale omstandigheden en ook van andere uitdagingen die op de mensheid afkwamen: de achteruitgang van het milieu, de chronische armoede en de uitbreiding van nieuwe ziektes, in het bijzonder aids. De wereld is ten slotte uit de koude oorlog gekomen, de Verenigde Staten hebben gewonnen en de uitdagingen blijven. De oorzaken van de instabiliteit blijven ook.

Een nieuwe vijand

Het einde van de Sovjet Unie liet niet alleen de militairen en de Amerikaanse inlichtingendiensten (en verder ook grotendeels de westerse) verweesd achter -
verstoken van een vijand die hun bestaan en hun onbeperkt budget rechtvaardigde- maar ook al de strategische onderzoekscentra die het voortdurend gemunt hadden op het strategisch overwicht van Moskou en die een sovjet invasie in het westen in het vooruitzicht hadden gesteld. Waardoor zou het rijk van het kwaad vervangen kunnen worden?

De theorie van het einde van de geschiedenis van de Amerikaanse wetenschapper Francis Fukuyuma, die het goede nieuws rondbazuinde de definitieve overwinning van het westerse liberalisme, voortbestemd om zich over de hele planeet uit te breiden- wordt in het begin van de jaren negentig niet overal gewaardeerd. Een deel van conservatief rechts, dat ook tegen ontspanning met de USSR en tegen alle overeenkomsten met Michael Gorbatsjov was, zocht echter een nieuwe strategische vijand. Ze verkondigden dat de Verenigde Staten, hoewel zonder rivaal, voortaan bedreigd werd door duistere krachten, veel sterker dan het communisme: het terrorisme, de schurkenstaten, de massavernietigingswapens. Tegelijkertijd vestigden steeds meer denkers en journalisten de aandacht op de toenemende macht van een nieuwe tegenstander, de islam,die over een sterke ideologie en een potentiële basis van meer dan een miljard mensen beschikte.

In 1993 populariseert de Amerikaan Samuel Huntington The Clash of Civilizations (4) .
Mijn hypothese is, schreef de Amerikaanse professor dat in de nieuwe wereld de conflicten niet hoofdzakelijk een ideologische of economische oorzaak zullen hebben. De hoofdoorzaken van de verdeeldheid van de mensheid en de belangrijkste conflictbronnen zullen cultureel van aard zijn. De natiestaten zullen de hoofrol blijven spelen in de internationale zaken, maar door de belangrijkste mondiale politieke conflicten zullen de naties en groepen behorend bij de verschillende culturen met elkaar in botsing komen. De botsing der beschavingen zal de wereldpolitiek beheersen.

Maar wij waren nog in het domein van de speculatie, de elite was het over geen van die doctrines onderling eens. 11-September was nodig om steun te krijgen voor de gedachte dat het westen opnieuw in een wereldoorlog was verwikkeld, die de koude oorlog en de tweede wereldoorlog opvolgde. Getraumatiseerd door de aanvallen op het World Trade Center en het Pentagon steunde de Amerikaanse publieke opinie de oorlog tegen het terrorisme een oorlog waarin wie niet met ons is, tegen ons is.
Wie is die nieuwe vijand die het communisme en het nazisme vervangt? Is dat het terrorisme? Dat is geen ideologie, maar alleen een actie methode, en men kan moeilijk begrijpen wat de onafhankelijkheidsstrijders van Corsica, die van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) en van de sekte AUM verenigt. Is het Al-Qaida? Maar de strijd tegen die gevaarlijke organisatie behoort tot de politie diensten en vergt geen oorlogsmobilisatie. Zijn het de schurkenstaten?
Het is onterecht om Noord Korea en Iran in dezelfde as van het kwaad\" te plaatsen en het is ook moeilijk de regionale dreiging van deze Staten te vergelijken met die van de Sovjet Unie kort geleden.

De schok tussen twee beschavingen, tussen de islam en het westen, tekent zich elke dag een beetje beter af door de gekozen doelen en de ideologische campagnes. Met uitzondering van Noord Korea en Cuba, zijn de door de Verenigde Staten beoogde landen- Irak, Iran, Syrië, Soedan- allemaal mohammedaans; de onvoorwaardelijke hulp van Washington aan de regering van Ariel Sharon bevestigt die ingenomen positie. Bush maakt bekend dat de beschaving in oorlog is met de barbaren. De wereld is verdeeld in twee kampen, antwoordt Oussama Ben Laden, een onder het vaandel van het kruis, zoals het hoofd van de ongelovigen Bush heeft gezegd, en het andere onder het vaandel van de islam.

Als die theorie juist is, dan is geen enkel compromis mogelijk, omdat ze ons haten, niet om wat wij doen, maar omdat ze onze ideeën over vrijheid en democratie verwerpen; het is dus zinloos om voorrang te geven aan oplossingen van dit of dat onrecht dat de moslim wereld treft. Verder voert dat concept naar een oorlogsstrategie. Het herleidt iedere confrontatie tot een schok der beschavingen, een eeuwig conflict, zonder oplossing: de strijd der Palestijnen, een terroristische aanslag op Java, het verzet in Irak, een antisemitisch voorval op een middelbare school in Parijs, een opstand in een voorstad, worden beschouwd als elementen van een algemeen offensief van de moslims. Wij zijn op alle fronten, inclusief het thuisfront, verwikkeld in een wereldoorlog.

Generaal William G. Jerry Boykin een oudgediende van de Delta eenheid (antiterroristische interventie-eenheid van het Amerikaanse leger) is in juni 2003 op defensie benoemd tot assistent onderminister voor inlichtingen in de Verenigde Staten. Hij is een evangelisch christen, die in Oregon verklaarde dat de radicale moslims de Verenigde Staten haten omdat wij een christelijke natie zijn, omdat onze fundamenten en wortels joods-christelijk zijn. En de vijand is een persoon die satan heet (5). Bij een andere gelegenheid maakt hij bekend: Wij, het leger van God, in het huis van God, in het koninkrijk van God, zijn verheven tot een dergelijke missie en naar aanleiding van de oorlog in Somalië over de militaire moslim leiders, ik wist dat mijn God groter was dan die van hun, ik wist dat mijn God een ware God is en die van hun een afgod (6). Na die onthullingen heeft de generaal er zich met enkele excuses van afgemaakt, heeft zijn baan behouden en zijn talenten kunnen gebruiken door het op Guantanamo toegepaste gevangenissysteem naar Irak te exporteren, met de bekende gevolgen op het gebied van martelingen (7). De minister van defensie Donald Rumsfeld verdedigde het eerst, maar Mevrouw Condoleezza Rice, de nationale veiligheidsadviseur preciseerde dat dit geen oorlog is tussen godsdiensten. Men kan dat moeilijk geloven als men de getuigenissen leest van de gevangenen in Irak, die gedwongen werden hun godsdienst af te zweren en varkensvlees te eten (8).

Allemaal Wilden

In de media verbergt men de islamfobie niet, zelfs al wordt die soms bekritiseerd. Ann Coulter is een van de populairste commentatoren van rechts Amerika, en haar boeken zijn bestsellers; zij wordt regelmatig uitgenodigd door de grote netwerken van de televisie en radio, van Good Morning America tot The OReilly Factor. Volgens haar, hebben de moslims gerekend vanaf nu binnen tien jaar de macht gegrepen in Frankrijk. Ze legt uit:Toen wij het communisme bevochten, okay, ze hadden massamoordenaars en de kampen, maar ze waren blank en gezond van geest. Nu zijn we in oorlog tegen echte wilden. En zij preciseert: Sinds twintig jaar ondergaan we de aanvallen van de wilde en fanatieke moslims. Het is niet Al-Qaida dat onze mensen gijzelde in Iran. Het is niet Al-Qaida dat een bom heeft geplaatst in een discotheek in West-Berlijn, waardoor Ronald Reagan Libië bombardeerde. Maar Libië is niet islamitisch. U kunt dat argument gebruiken, maar ik blijf moslims zien die mensen doden (9).

Wij moeten ons bewust zijn van de superioriteit van onze beschaving zo verheugde zich de Italiaanse premier Silvio Berlusconi op 26 september 2001, (..) een waarden systeem dat aan alle landen die het hebben overgenomen een hoge welvaart heeft gebracht en het respect voor de mensenrechten en de religieuze waarden garandeert. De minister-president meende dat door hun superioriteit de westerse waarden nieuwe volkeren hebben veroverd, hij preciseerde dat zulks al gebeurd is met de communistische wereld en een deel van de islamitische wereld, waarvan een deel veertienhonderd jaar is achtergebleven (10).

Jean-François Revel, feliciteert zich in zijn boek de Amerikaanse Obsessie met het feit dat W. Bush en verschillende Europese leiders zich na 11 september in moskeeën hebben getoond, om te voorkomen dat vooral in de Verenigde Staten de Amerikaanse Arabieren het doelwit zouden worden van onwaardige represailles. En hij bevestigt:Die democratische scrupule strekt Amerikanen en Europeanen tot eer, maar mag ze niet blind maken voor de haat tegen het westen van de meerderheid van de moslims die onder ons leven (11). Het wordt in alle duidelijkheid geschreven: de meerderheid van de moslims. We weten niet of de filosoof ze uit het land wil zetten.

Die verklaringen onmoeten instemming in de publieke opinie. De koude oorlog mobiliseerde weinig in de jaren tachtig en was vooral een kwestie van de generale staven; het communisme had al een groot deel van zijn aantrekkingskracht verloren, en het rode schrikbeeld verwekte geen grote heksenjachten meer. De oorlog tegen het terrorisme voedt andere denkbeelden: een deel van de westerse en moslim opinie is bereid te geloven dat de huidige conflicten feitelijk een botsing der beschavingen zijn. De scheidingen zullen dus niet meer lopen tussen machtig en zwak, tussen rijk en arm, tussen welgesteld en misdeeld, maar tussen ze en wij. Ieder westers land zou moeten afzien van het afgezaagde concept van de klassenstrijd om zich te scharen achter het vaandel van de strijd tegen de Ander. Men zou zich zo begeven in een duizendjarige oorlog waarvan het enige resultaat versterking van de bestaande wanorde zou zijn.

noten
(1) Geciteerd in GIs in Iraq are asking: Why are we here? International Herald Tribune,Paris,12 augustus 2004.
(2) Lees Diego Cordovez, Selig S. Harrison, Out of Afghanistan. The inside story of the Soviet Withdrawal, Oxford University Press, Oxford, 1995.
(3) Jean-François Revel, Comment les démocraties finissent, Grasset, Paris,1983. Revel (1924) is een extreem conservatieve Franse filosoof (vert.)
(4) Samuel Huntington, The Clash of Civilizations, Foreign Affairs, New York, vol. 72, n. 3, 1993.
(5) Los Angeles Times, 16 oktober 2003.
(6) ibidem
(7) Lees Sidney Blumenthal,The religious warrior of Abu Ghraib, The Guardian, Londen, 20 mei 2004.
(8) Lees New images amplfy abuse at Iraq prison. Reuters, 21 mei 2004.
(9) The Independent, Londen, 16 augustus 2004.
(10) Le Monde, 28 september 2001.
(11) Jean-François Revel, LObsession anti-américaine, Plon, Paris, 2002, p. 129.



(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Alain Gresh, LMD.)