Rond de crisis in de Oekraïne hangt een kille oorlogssfeer. Gesprekken tussen Russische en Amerikaanse diplomaten leiden tot niets, want beiden partijen weigeren te bewegen en leggen de schuld bij de ander. Over het algemeen wijzen westerse waarnemers naar Rusland als enige oorzaak van de spanningen.

(Door Martin Broek en Wendela de Vries, bron: Grenzeloos Extended English version: here)

De Amerikaanse hoogleraar geschiedenis Michael Kimmage merkt in Foreign Affairs op dat ‘de NAVO lijdt aan een ernstige ontwerpfout: ze reikt te diep in de ketel van Oost-Europese geopolitiek en is te groot, te ongedefinieerd en te provocerend voor haar eigen goed.’ Dit soort westerse zelfreflectie is zeldzaam.

Stap-voor-stap de NAVO in

In 2018 werd de Oekraïne toegevoegd aan het lijstje aspirant-NAVO-leden. En al jaren zijn de NAVO-landen de Oekraïense strijdkrachten aan het bewapenen. Vooral de Verenigde Staten heeft een fors wapenprogramma voor Kiev. Sinds 2014 leverde de VS militaire ondersteuning aan Oekraïne voor meer dan $ 5,4 miljard. Voor de doorvoer van Amerikaanse munitie naar Oekraïne wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de Rotterdamse haven. Ook NAVO-lid Canada is sterk betrokken bij de bewapeningsprogramma's, en ontwikkelt onder meer plannen om een munitiefabriek in de Oekraïne te bouwen. De EU heeft een structurele bewapeningsrelatie met Oekraïne en liet in het Associatieverdrag van 2014 vastleggen dat ‘Oekraïne en het Europees Defensieagentschap (EDA) nauwe contacten zullen leggen om de verbetering van de militaire capaciteit, met inbegrip van technologische kwesties, te bespreken.’

Oekraïne beschermen

De Oekraïne vraagt het westen op dit moment om extra wapens. Voor Europa is dit een testcase voor zijn wapenexportbeleid, dat bepaald dat geen wapens mogen worden geleverd aan crisisgebieden en landen in conflict. In criterium 3 van de EU Gemeenschappelijk Standpunt wapenexport staat dat: ‘De lidstaten een uitvoervergunning weigeren voor militaire technologie of uitrusting die gewapende conflicten zou uitlokken of verlengen of bestaande spanningen of conflicten in het land van eindbestemming zou verergeren.’ Dit criterium wordt door EU-landen regelmatig toegepast (en ook regelmatig geschonden) bij wapenexport naar landen in conflict. Maar niet vaak was Europa zo nauw betrokken. Geldt ook nu het EU wapenexportbeleid?

Een oorlog is zelden beter te rechtvaardigen dan in geval van zelfverdediging tegen een agressor. Men moet met sterke argumenten komen om wapens te weigeren aan het slachtoffer van agressie. Maar wat extra wapenleveranties gaan geen beslissende bijdrage leveren om het Oekraïense leger op gelijke voet met het Russische leger te brengen. Wapenleveringen hebben nu alleen symbolische waarde. Ze bemoedigen de Oekraïne, maar ze verkleinen de kans op een diplomatieke oplossing, en vergroten het risico op escalatie.

Diplomatiek Duitsland

De nieuwe Duitse regering heeft dit begrepen. In een interview met de Sächsische Zeitung zei de nieuwe Groene minister van Buitenlandse Zaken Anette Baerbock: ‘Ik denk niet dat het realistisch is om de militaire onevenwichtigheid met dergelijke leveranties te keren. De beste bescherming is dat er geen verdere agressie zal zijn.’ Bovendien ‘hebben wapenleveringen de neiging bij te dragen aan escalatie en zouden ons de mogelijkheid ontnemen om in dialoog te gaan en te bemiddelen met Rusland’, zei Stefan Meister van de Duitse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen. IJzervreters van de NAVO roepen Duitsland op 'zijn militaire verantwoordelijkheid te nemen', maar Duitsland neemt zijn veiligheidsverantwoordelijkheid. Beweren dat veiligheid alleen met militaire middelen bereikt kan worden is kortzichtig en gevaarlijk.

Ook de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Ann Linde zei recent dat het land geen wapens zal leveren aan Oekraïne vanwege wapenexportregels. Het Buitenlands- en Defensiebeleid van de nieuwe Nederlandse regering moet het doen zonder de diplomatieke sensitiviteit van Sigrid Kaag. Hoekstra en Ollengren stellen zich in lijn met de Amerikaanse stoerdoenerij, en het beleid van de vorige regering om geen wapens aan Oekraïne te leveren is teruggedraaid.

Het Europees overeengekomen wapenexportbeleid bevat overigens nog een criterium dat reden geeft om geen wapens aan Oekraïne te leveren. Criterium 7 van het EU Gemeenschappelijk Standpunt stelt dat van export moet worden afgezien als het risico groot is dat wapens worden ‘omgeleid binnen het kopende land of opnieuw worden geëxporteerd’. Oekraïne is berucht vanwege het feit dat zijn wapens in verkeerde handen belanden, en diefstal vindt plaats op industriële schaal. ‘Oekraïne is waarschijnlijk een van de grootste markten voor wapenhandel in Europa. Het is al lange tijd een belangrijke schakel in de wereldwijde wapenhandel, en deze rol is alleen maar geïntensiveerd sinds het begin van het conflict in Oost-Oekraïne', meldde de Organised Crime Index.

Spierballen

De druk op de Duitse coalitie om het beleid te veranderen is groot en komt gedeeltelijk ook van binnenuit. Waarom verkoopt Duitsland wel wapens aan Egypte en niet aan Kiev? vroeg Groene Europarlementariër Sergey Lagodinsky zich af. Blijkbaar heeft hij even gemist dat de Groenen ook oproepen om de verkoop aan Caïro te stoppen. Kiev gedraagt zich intussen als een straatvechter om het Duitse standpunt te ondergraven en geeft het land bijna de schuld van de acties van Poetin. De Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken, Dmytro Kuleba, riep zijn ‘Duitse partners op om te stoppen met het ondermijnen van de eenheid met dergelijke woorden en daden en Vladimir Poetin aan te moedigen een nieuwe aanval op Oekraïne te lanceren.’

Het Duitse standpunt is echter verstandiger, en meer in het belang van de vrede in Oekraïne. In plaats van het leveren van wapens is een heel scala aan beleidsmaatregelen mogelijk. Dit is niet het moment voor de grootste spierballen maar voor de grootste hersenen. Buitenlands beleid moet niet gaan over macht en prestige, maar over veiligheid van staten en mensen.

Martin Broek en Wendela de Vries zijn actief in Stop Wapenhandel