Platform DSE startte een aantal jaren geleden De Grote Transitie, met tien thema’s waaraan gewerkt moet worden om tot een duurzame en solidaire economie te komen. Die thema’s zijn nog steeds relevant (zie hier het overzicht), maar op het eerste thema, ongelijkheid, wordt de situatie, ook in Nederland, steeds slechter, zoals blijkt uit allerlei recente ontwikkelingen:

(Door Gerrit Stegehuis, Platform DSE foto Sascha Kohlmann, Flickr, CC2.0)

1. Het prijspeil was in januari 2022 volgens het CBS 6,4% hoger dan een jaar eerder. Dat kwam vooral door de gestegen energieprijzen. Die zijn door het kabinet wel gedeeltelijk gecompenseerd (ook voor de hoge inkomens), maar veroorzaken toch grote problemen voor mensen die voorheen net rond konden komen. En ook waar in nieuwe cao’s loonsverhogingen worden afgesproken, komen die niet in de buurt van het inflatiepercentage, dus zelfs dan treedt er koopkrachtverlies op.

2. De ongelijkheid rond wonen wordt groter. Wie ‘op tijd’ een huis heeft gekocht ziet zijn vermogen toenemen (in december waren huizenprijzen 20,4% hoger dan een jaar eerder), wie nu voor het eerst een huis wil kopen is bijna kansloos. Doordat er de afgelopen jaren veel te veel geld is gecreëerd voor private partijen, zijn beleggers met (te) veel geld wanhopig op zoek naar mogelijkheden om rendement te maken, en dat vinden ze o.a door het opkopen van huizen die ze vervolgens willen verhuren; de huur wordt dus zo hoog als maar enigszins kan.

3. Ondanks de enorme vermogensongelijkheid verlaagt het coalitieakkoord de belasting op vermogen, hoewel alle vier partijen in de coalitie een verhoging hadden beloofd. Dat hoeft niet te verbazen, want de econoom Wimar Bolhuis toonde in 2018 in het boek ‘Elke formatie faalt’ al aan dat regeerakkoorden, in vergelijking met de verkiezingsprogramma’s van de deelnemende partijen, altijd uitvallen in het voordeel van het bedrijfsleven, en in het nadeel van de ‘gewone burger’.

4. En daar komt nu bovenop dat de rechter heeft bepaald dat de vermogensrendementsheffing, die nu wordt gebruikt om belasting op vermogen te heffen, in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, en een grondslag om belasting op vermogen te heffen is er dus niet meer.

De samenleving onder druk

Kortom, de rijken worden rijker en de armen worden armer, maar ‘gelukkig’ voor de statistieken over inkomensongelijkheid telt toename van vermogen niet als inkomen. Er ontstaat een klasse die zelf wel kan betalen voor onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid, die veel invloed weet uit te oefenen op de politiek, en die er weinig belang bij heeft dat voor iedereen goede voorzieningen beschikbaar zijn. Daar tegenover ontstaat de klasse die Josse de Voogd en René Cuperus beschreven hebben als ‘Afgehaakt Nederland’. Wilkinson en Pickett hebben al jaren geleden laten zien hoe een grotere ongelijkheid leidt tot afnemend vertrouwen in andere mensen en instituten, tot een lagere geestelijke gezondheid en tot een toename van stress en kans op burn-out. En hoe kunnen we grote milieuproblemen rond klimaat, stikstof en verlies van biodiversiteit oplossen als een groot deel van de bevolking niet meedoet omdat ze wel andere problemen aan hun hoofd hebben, en niet het idee hebben dat ze ‘erbij horen’?

Er kan wat aan gedaan worden

Het is hoog tijd dus voor het nieuwe kabinet om ervoor te zorgen dat de samenleving niet verder uit elkaar valt, om te voorkomen dat nog meer mensen hun heil zoeken bij populistische partijen, en om de reële problemen van mensen met weinig geld en van mensen die door toedoen van de overheid in de problemen zijn geraakt (toeslagen, Groningen) op te lossen. Een aantal voorstellen die daarbij kunnen helpen:

1. Verhoog het minimumloon naar 14 euro per uur aan het eind van de kabinetsperiode zoals ook de FNV vraagt. De verhoging waar nu over wordt gesproken is veel te klein, mensen moeten kunnen rondkomen van wat ze verdienen. Laat alle uitkeringen mee stijgen met die verhoging, ze zijn de laatste decennia al voldoende achtergebleven. En doe vanuit een open houding serieuze experimenten met het basisinkomen.

2. Zorg voor meer bestaanszekerheid via meer vaste banen, en voor een bijstandswet die uitgaat van een sociaal mensbeeld, zoals ook bepleit in het recente manifest van o.a. de Landelijke Cliëntenraad en de FNV.

3. Zorg voor goede en goedkope of kosteloze basisvoorzieningen, zoals onderwijs, zorg, kinderopvang, wonen, openbaar vervoer, toegang tot internet. Het verlagen van bijvoorbeeld zorgpremies of eigen risico is vooral belangrijk voor mensen met een laag inkomen.

4. Schaf de verhuurdersheffing in zijn geheel af, en maak goede afspraken met wooncorporaties over maximale huren, bouw van sociale huurwoningen en verduurzaming van hun woningbestand. Breng in kaart waar lage inkomens gepaard gaan aan hoge energiekosten, en verduurzaam daar met voorrang, ook door royale regelingen voor woningeigenaren met een laag inkomen. Neem meer regie over de woningmarkt, en geef gemeenten de ruimte om de vrijheid op de woningmarkt in te perken ten gunste van de lagere inkomensgroepen en nieuwe intreders op de woonmarkt. Belast inkomsten uit verhuur.

5. Veel problemen komen op het bord van de gemeenten terecht; zorg dat ze voldoende financiële middelen hebben om de hun toebedeelde taken zoals de jeugdzorg naar behoren uit te voeren, en om essentiële voorzieningen als bibliotheken, muziekscholen en zwembaden in stand te houden.

6. Voer een progressieve belasting op het feitelijke vermogen in, in plaats van de afgeschoten vermogensrendementsheffing. Zelfs miljonairs rond het World Economic Forum zelf vragen erom. Voer een stevige belasting in op grote erfenissen. Voorkom het wegsluizen van geld uit of via Nederland.

7. Steun het initiatief om op Europees niveau te komen tot een Financial Transaction Tax, en blaas het nieuw leven in. Er wordt dan een minieme belasting geheven op financiële transacties. Dat beperkt enigszins het ‘maken van geld met geld’, en de opbrengsten kunnen (o.a.) gebruikt worden voor de financiering van de eerder genoemde punten.

8. Bereid een beleid voor gericht op een aanzienlijke verlaging van de Nederlandse voetafdruk. Want wereldwijd gezien is de ongelijkheid nog veel groter, met als actueel voorbeeld het jacht van Jeff Bezos tegenover kinderarbeid in de goudmijnen. Onze consumptie moet omlaag om ruimte te maken voor mensen elders en minder beslag te leggen op grondstoffen en op het resterende koolstofbudget. Maar ook dat moet beginnen bij de consumptie van de rijken, zoals het recente rapport van Oxfam weer liet zien.

Deze lijst is zeker nog aan te vullen, maar bij iedere maatregel moet het effect op ongelijkheid een belangrijke rol spelen. Zo moet bij vliegen natuurlijk belasting worden geheven op kerosine, en moet BTW op tickets worden betaald (net als bij andere transportvormen), maar daarnaast kan een ‘veelvliegerstaks’ geheven worden: naarmate je vaker vliegt in een jaar betaal je meer belasting op je vlucht. Voor wie één keer per jaar op vakantie gaat, blijven de extra kosten zo beperkt.

Een grote invloed op deze hele discussie zal de door ons gewenste publieke geldcreatie hebben, die in de plaats komt van de geldcreatie die nu in feite in handen is van de commerciële banken. De invoering ervan zal niet op korte termijn geregeld zijn, maar onze politici kunnen vast beginnen met de eerder genoemde punten, om te voorkomen dat een steeds groter deel van Nederland (noodgedwongen) afhaakt.