Na lang en tot in de jaren 1990 militaire junta' s te hebben ondersteund, ging de VS over tot het aanpakken van Centraal- en Zuid Amerika met behulp van “vrijhandels”-verdragen, voordat ze weer overgingen tot samenwerking met extremisten. De recente verkiezing van Mauricio Macri in Argentinië en Jair Bolsonaro in Brazilië zijn grote terugslagen voor sociaal-economische en culturele vooruitgang.

Door  T.J. Coles ,bron: counterpunch, Bron foto: Presidencia de la Nación Argentina – CC BY 2.0 vertaling globalinfo.nl (dol op donateurs)

Ook de recente beslissing van de president van Ecuador Lenin Moreno om de Britse politie toestemming te geven om Julian Assange te arresteren door hem uit de Ecuadriaanse ambassade in Londen te laten halen, waar Assange asiel gegeven was, is een nieuwe aanwijzing dat het land zich schikt naar de belangen van de elite in de VS.

Niet te ver naar links

In het recente verleden heeft de VS geprobeerd om Latijns Amerika aan de haak te slaan van het “vrijhandels” paradigma. Vanuit oogpunt van het neoliberale project van de VS, kwam er een rampzalige ommekeer van gebeurtenissen op gang aan het einde van de jaren 1990 en begin 2000. Een aantal links(ige) regeringen kwam toen aan de macht in Midden en Zuid Amerika, een regio die traditioneel door de elites in de VS beschouwd werd als hun “achtertuin”. De regeringen omvatten: Hugo Chávez in Venezuela, Álvaro Colom in Guatemala, Leonel Fernández in de Dominicaanse Republiek, Mauricio Funes in El Salvador, Evo Morales in Bolivia, Daniel Ortega in Nicaragua, Lula da Silva in Brazilië, Luis Guillermo Solís in Costa Rica, en Manuel Zelaya in Honduras. Samen vormden deze vertegenwoordigers een tegenwicht voor tientallen jaren van economische en militaire dominantie door de VS.

Waarnemers in de VS beschouwden deze regeringen niet zo radicaal als “communisten” (rood) en bestempelden ze daarom als “paars”.  De beweging in de richting van een progressief links-van-het-midden werd “pink tide (paarse golf)” gedoopt. Zoals Europese regeringen na het ondertekenen van het Verdrag van Maastricht in 1992, “werkten de meeste leden van de [paarse golf] aan het bestrijden van problemen op het gebied van sociale welvaart binnen het algemene kader van de marktmechanismes,“ zoals de Latijns-Amerika-expert Craig Arceneaux het noemt. Hij schrijft ook dat “hoewel gevoelens van wanhoop over het neoliberalisme de politieke veranderingen hebben bevorderd, de vrije markt niet echt in gevaar is in Latijns Amerika”. Interessant is ook dat het pro-“vrije markt” Frazer Instituut Latijns Amerika 5.3 punten  gaf, van de 10, voor prestaties op het gebied van neoliberalisme in 1990, toen het door de VS gesteunde geweld er nog hard huishield, 6.5 in 2000 in de periode van het herstel, en 6.6 in 2008.

Latijns-Amerika specialist Katherine Isbester stelt dat “in de meeste Paarse Golf-landen de neoliberale structurering van hun politieke economie en de invoering van hun landen in het globaliseringsproces in het gedrang kwam. Isbester schrijft ook dat NAFTA, CAFTA en de Wereld HandelsOrganisatie het effect hebben van het “insluiten van neoliberalisme, [zodat] de ruimte voor vergaande hervormingen op het gebied van de organisatie van de economie beperkt blijft”.

Maar dit moet begrepen worden binnen de context van waar we momenteel zijn, politiek gesproken. Het feit dat de VS en diens bondgenoten zo ver naar rechts zijn verschoven, economisch gezien, betekent dat zij hun “achtertuin” als te ver naar links vinden bewegen. Pogingen van de VS om een “vrijhandels”blok  op te dringen, kwamen in de vorm van een door de VS geleid Vrijhandelspact tussen de Dominicaanse Republiek en Midden-Amerika CAFTA). Maar CAFTA kon niet voorkomen dat er grootschalige sociale investeringen werden gedaan, zoals Lula’s  Bolsa Família, dat tientallen miljoenen uit de armoede verhief, voor het eerst in de gruwelijke geschiedenis van de  regio.

Honduras

privplanetDe gebeurtenissen in Honduras voorspelden een terugkeer naar het niet-zo-verre verleden. President Zelaya ondermijnde CAFTA door een minimumloon te garanderen, nauwer samen te werken met het Bolivariaanse alternatief voor het Amerikaanse continent (ALBA) en op te roepen tot een nationale grondwetgevende vergadering. Zelaya werd omvergeworpen in een door de VS gesteunde militaire staatsgreep in 2009. Regionale specialisten José Briceño-Ruiz en Isidro Morales schrijven dat de coup "de relatie tussen Honduras en de Bolivariaanse as heeft afgesneden." De nieuwe leider, Porfirio Lobo, "intensiveerde en versnelde pogingen om de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst af te sluiten met Canada," de neoliberale buur van Amerika die ook een multilaterale "vrijhandelsovereenkomst" met de Europese Unie heeft ondertekend, namelijk de uitgebreide economische en handelsovereenkomst (EU-CETA).

In haar boek, Hard Choices (2014), toonde de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, haar angst voor democratie door Honduras te kleineren, "met ongeveer 8 miljoen van de armste mensen in Latijns-Amerika. Haar geschiedenis wordt gekenmerkt door een schijnbaar eindeloze parade van onenigheid en rampen." Clinton laat de rol van de VS achterwege. Ze beschrijft Zelaya in racistische termen, als "een terugkeer naar de karikatuur van de Midden-Amerikaanse sterke man, met zijn witte cowboyhoed, donkere zwarte snor en voorliefde voor Hugo Chavez en Fidel Castro." Met het gebruik van de oude koloniale en vernederende taal schetste Clinton de vrees dat de VS er "geïsoleerd in onze eigen achtertuin" uit zou zien. De ellendige president Trump veroorzaakte een enorme ophef in de media  met zijn "shithole-landen"-verklaring. Dezelfde media zwegen over de uitspraken van Clinton.

Interessant is dat de volgende passage, waarin Clinton Amerikaanse betrokkenheid bij de post-coup toegeeft, uit de paperback-editie van Hard Choices werd geschrapt: "We hebben een strategie opgesteld om de orde in Honduras te herstellen en ervoor te zorgen dat er snel en legitiem vrije en eerlijke verkiezingen konden worden gehouden, wat Zelaya de argumenten uit handen zou nemen  en het Hondurese volk de kans zou geven om hun eigen toekomst te kiezen". Clinton zegt dat ze "op zoek ging naar een gerespecteerde oudere staatsman die als bemiddelaar kon optreden." Ze koos voor Óscar Arias van Costa Rica, die "gerespecteerd" was omdat hij Amerikaanse bevelen opvolgde, in tegenstelling tot de zogenaamde pro-Chávez Zelaya. In tegenstelling tot de rest van de naties in de regio, heeft Costa Rica "een van de hoogste inkomens per hoofd van de bevolking en de groenste economie in Midden-Amerika", zegt Clinton. Ze verzuimt te vermelden dat het ook het land in die regio is die het minst onderhevig is geweest aan Amerikaanse invasies en proxy-oorlogen.

Tegen het einde van januari 2017 waren minstens 123 Hondurese milieu- en landactivisten vermoord door bendes, politie en het leger. De Civic Council of Popular and Indigenous Organizations of Honduras (COPINH) is een organisatie die bestaat uit 200 etnische Lenca-gemeenschappen. COPINH werd geleid door Berta Cáceres, een van de leidende milieuactivisten van het land. Cáceres organiseerde protesten tegen de Agua Zarca-dam. De dam, die werd gefinancierd door Europese bedrijven (Voith Hydro en Siemens) dreigt de rivier de Gualcarque droog te leggen en de landbouwgemeenschappen te schaden. In 2013 openden soldaten in de buurt van de Hondurese onderneming die toezicht hield op de dam het vuur op vreedzame demonstranten en vermoordden ze een inheemse leider, Tomás García. Cáceres is in 2016 in haar huis vermoord.

Vluchtelingen en de uitzondering van Colombia

Trump is gruwelijk  en onmenselijk tegenover vluchtelingen en immigranten, maar Obama bleef daar niet ver bij achter. De New York Times kwam uit met de kop: "Obama's doodstraf voor jonge vluchtelingen" als verwijzing naar het gesloten-grensbeleid dat de meeste andere mainstream-media negeerden, totdat Trump het nog een tandje hoger zette. De krant meldde dat de Amerikaanse president Obama en de Mexicaanse president Peña Nieto hebben ingestemd met het onderscheppen van Midden-Amerikaanse vluchtelingen die proberen via Mexico de VS binnen te komen.

Verslaggever Nicholas Kristof, zegt: "In feite hebben we Mexico onder druk gezet en omgekocht om ons vuile werk te doen, mensen vast te houden en mensen te deporteren die bendes in Honduras, El Salvador en Guatemala ontvluchten." Kristof concludeert: "De Amerikaans-Mexicaanse samenwerking begon in 2014 na een golf van Centraal-Amerikanen die de VS binnenkwam, inclusief 50.000 onbegeleide kinderen. "
Dit viel samen met het einde van de Paarse Golf en de opkomst van de oude doodseskader- en drugsbende-beleid in veel landen. Toen journaliste Juan Gonzáles Clinton ondervroeg over haar betrokkenheid bij de staatsgreep en de toekomstplannen voor Honduras, antwoordde Clinton:

"Ik denk dat we meer moeten doen in de richting van een Colombiaans plan voor Midden-Amerika, want onthoud wat er in Colombia gaande was toen eerst mijn man, en daarna president Bush, Plan Colombia had, dat was om te proberen onze invloed aan te wenden om de regering aan te zetten tot acties tegen de [Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC)] en de guerrilla's, maar ook om de regering te helpen de opmars van de FARC en guerrilla's te stoppen, en nu zitten we midden in de vredesonderhandelingen. Het gebeurde niet van de ene op de andere dag; het duurde een aantal jaren. Maar ik wil een veel uitgebreidere benadering van Midden-Amerika zien, omdat het niet alleen om Honduras gaat. "

Dit is een verbazingwekkende verklaring, gezien wat Plan Colombia daadwerkelijk inhield, namelijk het opvoeren van Amerikaanse hulp en training voor het leger, dat op zijn beurt de moorddadige paramilitaire troepen traint. "Vredesbesprekingen" kwamen na jaren van geïntensiveerd contrarevolutionair geweld tegen burgers, waarvan driekwart de verantwoordelijkheid is van staatstroepen en hun gerelateerde bendes. Decennialang gebruikten Colombiaanse elites het leger en paramilitairen om landhervormers, studentenvakbonden, milieuactivisten en de linkse FARC te verpletteren.

Sinds de jaren tachtig hebben Britse speciale eenheden, samen met Amerikaanse militairen, het Colombiaanse leger bewapend en opgeleid. In 2001 onthulde het Britse parlement de werkelijke reikwijdte van Plan Colombia en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten: "In hun streven naar een militaire oplossing zien de Verenigde Staten bij Plan Colombia af van de  mensenrechtenvoorwaarden die gesteld zijn voor militaire steun aan het leger, voor de tweede keer als het plan wordt herzien ... feitelijk goedkeuring gevend aan meer slachtingen, verdrijvingen, moorden, marteling en verdwijningen van de ongewapende bevolking."

Conclusie

Deze en andere gebeurtenissen zetten de toon in Latijns-Amerika voor het opleggen van zogenaamde marktsystemen die Amerikaanse bedrijven ten goede komen door de sociale mobiliteit van tientallen miljoenen arme mensen te ondermijnen. Deze voorbeelden tonen aan dat mensen over de hele wereld waakzaam moeten zijn in het licht van de Amerikaanse ‘corporate’ mondialisering   en de ijzeren vuist van het militarisme die dat doorvoert. Elke kleine politieke vooruitgang in de richting van meer sociale en economische gelijkheid kan gemakkelijk weer worden ondermijnd in kwetsbare samenlevingen door een combinatie van openlijk geweld en het opleggen van 'vrijhandels'-overeenkomsten die economieën op financieel gewelddadige manieren vormen.

-----------------

Dit artikel is een stuk uit het recent verschenen boek Privatized Planet: “Free Trade” as a Weapon Against Democracy, Healthcare and the Environment (2019, New Internationalist).
Zie hier meer artikelen door T.J. Coles

Dr. T. J. Coles is directeur van het Plymouth Institute for Peace Research en auteur van verschillenden boeken waaronder  Voices for Peace (met Noam Chomsky en anderen) en het te verschijnen Fire and Fury: How the US Isolates North Korea, Encircles China and Risks Nuclear War in Asia (beide  Clairview Books).