Tegen alle verwachtingen in, is het financieringskapitaal sterker uit de financiële crisis tevoorschijn gekomen, door regulering te voorkomen en de schuld aan overheidsuitgaven te geven. Maar het gaat waarschijnlijk om een pyrrusoverwinning, omdat een nieuwe crisis dreigt, waarin de wereldbevolking gebruik kan maken van overwinningen zoals de hervormingen in IJsland en uiteindelijk opnieuw de controle over het geld kan veroveren.

(Oorspronkelijke Engelse versie geschreven door Walden Bello gepubliceerd op website TNI, vertaling Tijn van Beurden/globalinfo)
 
Bijna acht jaar na het uitbreken van de wereldwijde financiële crisis is het duidelijk geworden dat degenen die er voor verantwoordelijk waren er niet alleen in geslaagd zijn volledig vrijuit te gaan, het lukte hen ook de regeringen zo ver te krijgen om de kosten van de crisis en het herstel af te wentelen op de slachtoffers.
Het financieringskapitaal slaagde er in om in de VS en andere landen de algemene woede en de reguleringspogingen van de regeringen te neutraliseren. Ook lukte het om de staatsmacht in te zetten teneinde democratische opstanden te onderdrukken, zoals in Griekenland. Het financieringskapitaal was de afgelopen jaren de belangrijkste factor die de liberale democratie in diskrediet bracht. In de confrontatie tussen democratie en kapitaal, is er maar één geval    waarin de democratie heeft gezegevierd: IJsland.

De aanval op Wall Street

Toen veel Wall Street firma’s in de herfst van 2008 dreigden om te vallen vonden velen dat de banken hun verdiende loon maar moesten incasseren: de bankiers in het gevang en draconische regelgeving invoeren. Men keurde de omvangrijke $ 700 miljard kostende redding van de grootste banken door de Bush-regering, op grond van de ‘to big to fail’ doctrine, sterk af. In dat verband werd er op gewezen dat de redding was opgezet door Wall Street mensen in Washington die onder leiding stonden van de Minister van Financiën Hank Paulson, die eerder CEO was bij Goldman Sachs, de belangrijkste investeringsbank.  
De verwachtingen waren hooggespannen toen Barack Obama op het hoogtepunt van de crisis president werd en de democraten het Huis van Afgevaardigden en de Senaat gingen controleren,  bankhervormingen kwamen binnen handbereik. De nieuwe president voelde de sfeer in het land goed aan toen hij Wall Street waarschuwde dat alleen zijn regering hen nog tegen ‘de hooivorken’ kon beschermen.(1*)
De steun in de VS voor fundamentele financiële hervormingen ging vergezeld van een internationale roep voor strengere bankenregulering.

Tijdens de G-20 bijeenkomst in Pittsburgh van november 2009, die plaatsvond op het hoogtepunt van de financiële crisis, stonden twee maatregelen bovenaan de door de deelnemers goedgekeurde hervormingsagenda. De eerste ging om het handhaven van krachtige economische stimuleringsprogramma’s. De andere betrof een effectieve regulering van de financiële sector. Het communiqué van de G-20 leiders formuleerde het als volgt: ‘omdat roekeloos gedrag en een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel tot de crisis leidden, zullen we niet toestaan dat het gebruikelijke bankieren wordt hervat’.(2*)  

Defensieve oorlogvoering

Het financieringskapitaal en haar bondgenoten waren in staat beide aanvallen te pareren en middels een tegenoffensief de burgers te laten betalen voor de economische puinhoop.
De eerste verdediging werd gevormd door hun opzet om de regering de banken te laten redden van de financiële puinhoop die ze zelf hadden veroorzaakt. De banken weigerden botweg te voldoen aan de eis van Washington voor een collectieve onderlinge redding met hun eigen middelen. Daarna beargumenteerden hun advocaten in Washington dat ze ‘too big to fail’ waren, d.w.z. dat als een van hen zou omvallen, het hele mondiale financiële systeem zou ineenstorten.    

Gebruikmakend van de massale ineenstorting  van de aandelenkoersen, die werd veroorzaakt door de ondergang van Lehman Brothers, waren de vertegenwoordigers van het financieringskapitaal in staat om de liberalen en de uiterste rechtervleugel van het Congres te chanteren en zo goedkeuring te krijgen voor het Troubled Asset Relief Program (TARP). Nationalisering van de banken zou een alternatief hebben gevormd waarmee volgens Nobelprijs winnaar Joseph Stiglitz het Amerikaanse volk niet zou zijn beroofd, (3*) het werd afgedaan met de opmerking dat het niet met ‘Amerikaanse’ waarden strookte.

De net beginnende regering van Obama beloofde substantiële hervormingen, maar via anti-reguleringscampagnes, waarmee ze tientallen jaren ervaring hadden in het Congres, waren de banken in staat om in 2009 en 2010 de Dodd–Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act te ontdoen van drie sleutelelementen die noodzakelijk werden geacht voor echte hervorming: banken kleiner maken; scheiding van commerciële en investeringsbanken;  een verbod op de meeste derivaten; en een effectieve regulering van het zogenaamde schaduwbankensysteem die de crisis had veroorzaakt.

Volgens Jonathan Kirshner, van de Cornell universiteit, werden de reguleringshervormingen en bepalingen zoals de Volcker-regel, die bedoeld waren om riskante investeringen van investeringsbanken te beperken, afgezwakt of ontkracht door een waterval van uitzonderingen, vrijstellingen, kwalificaties en vage formuleringen, de effectiviteit van wat overbleef was volkomen afhankelijk van de wat twijfelachtige ‘goede wil’ van de toezichthouders. (4*)    

Doorslaggevend bij het bereiken van dat voor de banken gunstige resultaat was wat Cornelia Woll  de ‘structurele macht’ van het financieringskapitaal noemde. Een aspect van die macht was de $ 344 miljoen die aan lobbyen bij het Amerikaanse Congres werden besteed in de eerste negen maanden van 2009, toen de wetgevers de financiële hervormingen behandelden. (5*)  Zo ontving senator Chris Dodd, de voorzitter van het Senaatscommissie inzake banken, 2,8 miljoen dollar van Wall Street in 2007-2008. 

Even invloedrijk als de krachtige lobby van Wall Street in het Congres waren waarschijnlijk de leden van de Obama’s regering die welwillend tegenover de bankiers stonden, met name de Minister van Financiën Tim Geithner en Larry Summers, het hoofd van de Council of Economic Advisors, beiden hadden sterke banden met Robert Rubin, die achtereenvolgens de volgende functies bekleedde: medevoorzitter van Goldman Sachs, Minister van Financiën in de regering van Bill Clinton en voorzitter en senior adviseur bij Citigroup.     

Rubin is, voor wat betreft de afgelopen twintig jaar, meer dan wie ook het symbool van de Wall Street-Washington groep die verantwoordelijk was voor de afschaffing van de New Deal controles op kapitaalstromen en de weg bereidde voor de ineenstorting van 2008. In een tijdsbestek van bijna twintig jaar consolideerde Wall Street zijn controle over het Amerikaanse Ministerie van Financiën en werden de benoemingen op hoge posten van personen die bij Goldman Sachs (de agressiefste investeringsbank van Wall Street) hadden gewerkt het  zichtbaarste toonbeeld van de structurele macht van het financieringskapitaal. Rubin en  Hank Paulson, Minister van Financiën bij George W. Bush, waren echter slechts de meest in het oog lopende symbolen van de enorme invloed van Goldman Sachs op de politiek in Washington.
Terwijl traditionele fraudeurs zoals Bernie Madoff  werden vervolgd en gevangengezet,  bleven de leiders van de grootste financiële instellingen, die onmetelijk grotere schade hadden veroorzaakt, buiten schot. De grootste straf die de CEO’s van die financiële instellingen kregen was dat ze een paar miljoen dollar van hun torenhoge ontslagvergoeding moesten afstaan.  a ​small, ​noticeable ​part of a ​problem, the ​total ​size of which is really much ​greater: a ​small, ​noticeable ​part of a ​problem, the ​total ​size of which is really much ​greater:

Wijzigen van het discours

Door gebruik te maken van haar structurele macht verzette het financieringskapitaal zich niet alleen succesvol tegen her-regulering, het was ook in staat om haar ideologische macht aan te wenden, of preciezer gezegd, haar verdediging te koppelen aan de dominante neoliberale ideologie. Wall Street was in staat het discours over de oorzaken van de financiële crisis te wijzigen door de schuld volledig naar de staat toe te schuiven.   

Europa is daarvan het beste voorbeeld. Net als in de VS werd de financiële crisis in Europa veroorzaakt door een aanbod gedreven crisis, omdat de grote Europese banken hoge winsten wilden behalen met hypotheken, speculatie met financiële derivaten en hoogrenderende overheidsobligaties. Ook sommige regeringen, zoals de Griekse, gedroegen zich tot op zekere hoogte onverantwoordelijk, maar de ultra-competitieve financiële actoren, die op zoek waren naar winsten, waren de voornaamste oorzaak van de kapitaalstromen.

Martin Sandbu beschrijft e.e.a. in zijn uitstekende analyse van de Europese schuldencrisis als volgt. Vanaf het einde van de jaren negentig, verstrekten banken en andere financiële instellingen uit de hele wereld, dus niet alleen in de Eurozone, steeds meer leningen, waartegen regeringen weinig ondernamen. Die mondiale kredietluchtbel is de belangrijkste factor bij de totstandkoming van de gelijkschakeling van de leningskosten, in en buiten de Eurozone. De financiële markten beoordeelden de leningen aan Athene even veilig als die aan Berlijn, dat kwam doordat de financiële actoren gevangen raakten in een jacht op rendement waardoor ze blind werden voor de risico’s. (6*)         

In het Griekse geval waren bij het begin van de crisis ongeveer 70 % van de 290 miljard euro schulden van dat land in handen van Duitse en Franse particuliere banken. Duitse banken die grote kopers van de giftige subprime-activa van Amerikaanse financiële instellingen waren, kochten even enthousiast Griekse staatsobligaties.

De Franse banken verhoogden volgens de Bank of International Settlements, zelfs toen de financiële crisis uitbrak, hun leningen aan Griekenland met 23 %, aan Spanje met 11 % en aan Portugal met 26 %. In hun streven naar meer en meer winsten leenden de Europese banken $ 2.500 miljard uit aan overheden, banken en projectontwikkelaars in Ierland, Griekenland, Portugal en Spanje.

Er wordt gesproken van ‘misleiding’ van de banken omdat die gedacht zouden hebben dat hun leningen veilig waren, aangezien die landen net als Europa’s sterkste economie Duitsland, in de Eurozone zaten, waarin voor de leden zeer strenge monetaire regels golden. Waarschijnlijk was het omgekeerde het geval, het lidmaatschap van de Eurozone verschafte aan de banken de broodnodige rechtvaardiging om zo het enorme surplus aan activa te benutten die ongebruikt bij de banken in hun kluizen lagen.

Toen het financieringskapitaal er van werd beschuldigd de wereld in een financiële crisis te hebben gestort werd in de nasleep van de implosie van 2008 wanhopig gezocht naar mogelijkheden het discours te wijzigen. Die gelegenheid deed zich voor bij twee ontwikkelingen in 2009 en 2010. Een was de aankondiging van Dubai eind 2009, dat het niet langer de schulden kon aflossen die waren aangegaan voor de opbouw van haar ultramoderne luxe oase voor de mondiale elite in de Perzische Golf. Analist James Rickards merkte in dat verband op dat Dubai’s schuldenpositie besmettelijk was en zich naar Europa en vooral  Griekenland aan het verspreiden was. (7*)

De andere gebeurtenis, net na het Dubai debacle, was de ontdekking dat Griekenland via complexe financiële constructies, die door de Wall Street firma Goldman Sachs in 2001 waren bedacht, geknoeid had met haar begrotingstekort en schuldenpositie, om te voldoen aan de strikte Eurozone regels. De schuld van Griekenland bedroeg in 2007, dus vóór de financiële crisis, 290 miljard euro, wat overeenkwam met 107% van het bruto binnenlands product (BBP). Toch waren de banken niet echt bezorgd, ze bleven geld aan het land lenen.

De verhouding schuld tot het BBP steeg tot 148% in 2010, waardoor het land aan de rand van een schuldencrisis kwam. De Europese autoriteiten, die de banken wilden beschermen,  hanteerden een methodiek tot stabilisatie van de Griekse financiële situatie  die er niet op gericht was de crediteuren voor hun onverantwoordelijke leningen te straffen, maar om de burgers op te zadelen met de kosten van de aanpassingen. Even belangrijk was dat het financieringskapitaal en Brussel de Griekse crisis gebruikten om via een evaluatie vast te stellen dat ook  de staatsschulden van Ierland, Spanje en Portugal moesten worden aangepakt, ofschoon de verhouding schuld tot het BBP van deze landen nogal laag was en, in het geval van Spanje en Ierland, lager dan die van Duitsland.   

Sinds de schuldencrises van de jaren tachtig hebben autoriteiten de regel opgelegd dat de staat verantwoordelijkheid is voor schulden aan internationale schuldeisers die niet kunnen worden terugbetaald door de particuliere sector. In zijn uitstekende boek schrijft Mark Blyth dienaangaande het volgende. Staatsschuldencrisissen zijn bijna altijd kredietluchtbellen die barsten. Ze ontwikkelen in de particuliere sector en eindigen in de publieke sector. Het verband is duidelijk. Bancaire luchtbellen en ineenstortingen veroorzaken periodieke staatschuldencrisissen. Dat de zaak wordt omgekeerd door te zeggen dat de staat de schuld is van de obligatiemarktcrisis zoals de Europese beleidsmakers herhaaldelijk gedaan hebben, om zo een bezuinigingsbeleid door te voeren dat niet werkt, roept de vraag op, waarom ze het blijven doen. (*8)

Waarom? Het antwoord op deze vraag is dat die operatie een sterk tegen-discours heeft bevorderd over de oorzaken van de financiële crisis, waarbij de banken slachtoffer werden en  de staten de schurken, een discours dat de banken in staat stelde om tegelijkertijd te ontsnappen aan maatregelen vanwege hun onverantwoordelijk gedrag en te ontkomen aan  beperkingen die staten aan de banken wilden opleggen.     

Het Griekse voorbeeld gebruikt in Amerika

Het gewijzigde discours, dat gericht was op de ‘losbandige staat’ in plaats van de ongereguleerde financiële sector als oorzaak van de financiële crisis, vond snel zijn weg naar de VS, waar het niet alleen werd gebruikt om de bancaire hervormingen te frustreren, maar ook om in 2010 de invoering van een effectief stimuleringsprogramma te voorkomen.

Gebruikmakend van het scenario dat de VS een soort Griekenland zouden worden, als de regering haar uitgaven niet zou beperken, slaagden de republikeinen er in om een Amerikaanse versie van de bezuinigingsprogramma’s die aan zuidelijk Europa werden opgelegd, ingevoerd te krijgen.   

Christina Romer, het hoofd van de raad van economische adviseurs van Obama, schatte dat het 1.800 miljard dollar zou kosten om de recessie te bedwingen. (9*) Obama keurde slechts minder dan de goed helft goed, namelijk $787 miljard, om zo de republikeinse oppositie te sussen, maar het voorkwam wel een snel herstel.

De kosten van de dwaasheden van Wall Street werden dus afgewenteld op de gewone Amerikaan, met een werkloosheid van bijna 10% van de beroepsbevolking in 2011, waarbij de jeugdwerkloosheid meer dan 20% bedroeg. Ofschoon het stimuleringsprogramma van Obama vrij zwak was, verhinderde het toch, in combinatie met het agressieve monetaire beleid van de Federal Reserve, dat de economische situatie verslechterde, maar het herstel van de jaren daarna was zeer fragiel. Doordat Wall Street het discours had gekaapt raakten delen van de bevolking er van overtuigd dat het fletse Keynesiaans beleid van Obama verantwoordelijk was voor de voortdurende stagnatie.

Waarom Wall Street won

De uiteindelijke overwinning van Wall Street blijkt uit de volgende statische gegevens: 95% van de inkomstengroei van 2009 tot 2012 ging naar de top 1%; het gemiddelde inkomen  daalde in de periode van 2000 t/m 2014 met 4.000 dollar; de concentratie van financiële activa groeide na 2009, de vier grootste banken bezitten activa die bijna overeenkomen met  50% van het BBP.
Maar regulering was geen item in de republikeinse verkiezingsdebatten, terwijl het bij de democraten slecht een bijkomend onderwerp was, ondanks de pogingen van kandidaat Bernie Sanders om er een centraal thema van te maken.  

Kortom, een terugblik op de ontwikkeling van de financiële crisis in de afgelopen acht jaar leert dat het financieringskapitaal er in geslaagd is, om de door burgers gesteunde plannen van de staat tot effectieve regulering, tegen te houden middels drie strategieën.  
De eerste was chantage. Wall Street en haar bondgenoten in de regering slaagden er in om het Congres te overtuigen dat ze ‘too big to fail’ waren, dat wil zeggen dat met de ondergang van een van hen het gehele mondiale financiële stelsel zou ineenstorten.

De tweede bestond uit het gebruiken van haar structurele macht, door middel van massaal gelobby bij het Congres en de mobilisatie van haar bondgenoten in de uitvoerende macht. Zo kon Wall Street voorkomen dat er in de Frank Dodd’s hervormingswetgeving  bepalingen kwamen die de gevaarlijkste speculatieve operaties effectief zouden controleren.
De derde methodiek die het financieringskapitaal hanteerde was het gebruik van de dominante neoliberale ideologie om het discours over de oorzaken van de crisis te verschuiven van hebzucht van de banken naar ‘fiscale onverantwoordelijkheid’ van de staat. De fiscale situatie waarin de VS verkeerden was volgens de banken en de neoliberalen hetzelfde als die van  Griekenland. De politieke instituten van één van de meest geavanceerde liberale democratieën ter wereld waren geen partij voor de structurele macht en de ideologische middelen van de financiële instellingen.

Cornelia Woll beschreef het als volgt: Voor de regering en het Congres, was de belangrijkste les van de crisis in 2008 en 2009, dat ze maar beperkte middelen hadden om de financiële sector, in verband met de overlevingskansen van de sector en de gehele economie, te dwingen tot noodzakelijke gedragsverbetering. (10*)

Het financieringskapitaal bezweert een volksopstand

Het voorbeeld van de VS liet zien hoe het financieringskapitaal er in slaagde om pogingen van de staat te blokkeren, die beoogden de volatiele, gevaarlijke en speculatieve activiteiten effectief te reguleren, dat alles ondanks de enorme publieke verontwaardiging. In Europa, liet het  financieringskapitaal haar lelijkste gezicht zien, daar slaagde ze er in om de collectieve staatskracht van 18 landen van de Eurozone onder leiding van Duitsland in te zetten om pogingen van het volk hun eigen economie te bepalen, te verpletteren.  
In tegenstelling tot de VS en GB met hun liberale markteconomieën, zijn de banden tussen de staat, de financiële sector en de industrie in Duitsland, Frankrijk en andere Europese economieën veel nauwer, de laatste landen worden daarom door politieke analisten aangeduid met de term ‘gecoördineerde markteconomieën’.(11*) Technocraten, bankiers en industriëlen hebben sterk met elkaar verweven belangen, terwijl de staat de belangen van de financiële sector voorop stelt.  

Het is dus niet verwonderlijk dat de Duitse regering de belangen van het Duitse financieringskapitaal verdedigde tijdens de strijd tussen Griekenland en haar schuldeisers.  Achter de trojka van de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Commissie (EC) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) die formeel met de Grieken onderhandelden, stond de macht van de Duitse staat, die zich voornamelijk bezig hield met de redding van de Duitse banken die miljarden euro's aan de Griekse regering en Griekse banken hadden uitgeleend.

Het conflict tussen Griekenland en zijn schuldeisers kwam in 2015 op zijn hoogtepunt,  toen de trojka via chantage probeerde af te dwingen dat Griekenland 86 miljard euro zou krijgen in ruil voor een aantal draconische maatregelen, waaronder sterkere verlagingen van lonen en pensioenen, meer ontslagen bij de overheid en forsere bezuinigingen op overheidsdiensten. De voorwaarden werden opgelegd aan een economie die al in depressie was gekomen: het BNP daalde met 25% tussen 2008 en 2015, een verlies van één miljoen banen tussen 2008 en 2013, de werkloosheid bedroeg 26% in 2015, met een jeugdwerkloosheid van 52%.
Zelfs het IMF vond dat de voorwaarden van de nieuwe reddingsoperatie de noodzakelijke stijging van de binnenlandse vraag voor een economisch herstel in de kiem zouden smoren.

In een IMF-analyse werd toegegeven dat het Fonds de omvang van de door de opgelegde bezuinigingen veroorzaakte schade sinds 2010, niet had voorzien. Een ander vertrouwelijk memo erkende dat Griekenland niet meer bezuinigingen nodig had, maar schuldenkwijtschelding. (12*) Het was verder duidelijk dat de reddingsoperatie van 86 miljard euro voor Griekenland van weinig nut zou zijn, aangezien volgens sommige schattingen ongeveer 90 %,  terug zou gaan naar de belangrijkste schuldeisers van het land (de ECB, het IMF en de Duitse en  Franse banken) als schuldaflossing of voor herkapitalisatie van Griekse banken. (13*) Zelfs President Obama noemde de eisen van de Eurozone onhoudbaar: ‘je kunt een land midden in een depressie niet  blijven uitpersen…op een gegeven moment moet er voor hen een groeistrategie zijn, zodat ze in staat zijn hun schulden af te betalen en de tekorten terug te dringen.’ (14*).

Gelet op die bittere vooruitzichten, was het niet verwonderlijk dat de onderhandelingen met de landen van de Eurozone met een Griekse opstand eindigden, toen premier Alexis Tsipras in juni 2015 een referendum uitschreef over de reddingsoperatie, waarin meer dan 60% van het Griekse volk de overeenkomst verwierp. Maar met minachting voor de democratische wil van de zwaar gehavende Grieken, waarschuwde de Duitse regering, handelend in de belangen van het Duitse en Europese financieringskapitaal, dat ze meer voorwaarden zou opleggen, waardoor Tsipras terug naar de onderhandelingstafel moest gaan. Tsipras, wetende dat terwijl de kiezers de overeenkomst verwierpen, ze het verlaten van de Euro, die voort zou vloeien uit de afwijzing van de eisen van de Eurolanden zone, niet zouden steunen, werd gedwongen tot een vernederende overgave. De tumultueuze verhouding tussen de autoriteiten van de Eurozone en de bevolking van Griekenland, weerspiegelde volgens een waarnemer de ‘vastberadenheid om beleid te isoleren van elke democratische beraadslaging.’(15*)

‘Het was op zijn best, een infantilisering van het Griekse volk door de politieke elite van Europa en Griekenland: de juiste keuze zou voor de burgers gemaakt worden, totdat ze volwassen genoeg waren om te beseffen dat er “geen alternatief” was. Deze houding, de dominantie van de technocratie over democratie en niet het primaat van de politiek over markten, domineerde de betrekkingen tussen Griekenland en de Eurozone.’ (16*)   

Dat de democratie het uiteindelijke slachtoffer werd van de botsing tussen de Eurozone en Griekenland, was ook de mening van Wolfgang Munchau,  columnist van de Financial Times: ‘Door Alexis Tsipras een vernederende nederlaag op te dringen, hebben de schuldeisers van Griekenland veel meer gedaan dan het bewerkstelligen van een regeringsverandering of het in gevaar brengen van de verhoudingen met de Eurozone. Ze hebben de Eurozone zoals wij die kennen afgebroken en het idee van een monetaire unie als een stap op weg naar een democratische politieke unie vernietigd. Daarbij vielen ze terug op de nationalistische Europese machtsstrijd van de 19e en vroege 20e eeuw. Ze degradeerden de Eurozone naar een giftig vast wisselkoersstelsel, met een gedeelde gemeenschappelijke munt, in het belang van Duitsland en bij elkaar gehouden door de dreiging van de absolute armoede voor degenen die de heersende orde uitdagen. Het beste wat nog gezegd kan worden over de onderhandelingen is de brutale  eerlijkheid van degenen die de geschetste veranderingen bewerkstelligden.’ (17*)    

Waarom de door Duitsland geleide Eurozone een Carthaagse vrede aan Griekenland oplegden  zal nog lang worden besproken, maar duidelijk is dat belangrijkste motieven waren: de Europese financiële elite te behoeden voor de gevolgen van hun onverantwoord beleid; handhaving van het ijzeren principe van volledige schuldterugbetaling en Griekenland te straffen om zo anderen, zoals de Spanjaarden, Ierse en Portugese, te verhinderen in opstand te komen tegen schuldslavernij.

Karl Otto Pöhl, voormalig hoofd van de Duitse Bundesbank, gaf enige tijd geleden toe, dat de draconische maatregelen in Griekenland beoogden om de Duitse, maar vooral de Franse banken te beschermen tegen schuldafschrijvingen.(18*)

De onderwerping van de Grieken is de laatste overwinning die het financieringskapitaal op haar conto kan schrijven sinds ze begon met de verschroeide-aarde tegenaanval op  krachten die haar wilden beperken en reguleren vanwege de veroorzaakte financiële crisis die uitbrak in 2008. Toch is die overwinning waarschijnlijk een zeer kostbare Pyrrusoverwinning, die dreigt te leiden tot een grotere ramp.   

Democratie en de financiële sector

In oktober 2015 werden in IJsland de hoofden van de grootste banken van het land naar de gevangenis gestuurd, samen met 23 van hun naaste medewerkers. De veroordeling was het hoogtepunt van een proces waarin IJsland een andere koers nam dan de VS en de rest van Europa. De banken werden niet gered, men liet ze omvallen in plaats van de formule, ‘too big to fail’, toe te passen.  Er werden wel reddingsoperaties toegepast, maar die moesten  gewone burgers redden in plaats van bankiers, het deel van hypothecaire schulden van woonhuizen, dat boven 110% van de actuele waarde van woonhuizen kwam werd kwijtgescholden. (19*) De economie van IJsland stortte niet in toen men toestond dat de grootste banken omvielen. De groei van de kleine economie overtrof die van de Europese landen in 2012. De werkloosheid werd gehalveerd ten opzichte van het hoogtepunt van de crisis. (20*)

Wat in IJsland gebeurde trok de aandacht, want het was in contrast met wat er elders plaatsvond.  
Dat het land in staat was om de financiële sector te temmen was mogelijk toe te schrijven aan verschillende factoren. Een ervan was de relatief geringe omvang van de democratie, een bevolking van slechts 329.000 mensen, waarvan de meesten in de hoofdstad Reykjavik woonden. Verder waren de gekozen ambtenaren in IJsland gevoelig voor directe druk van de kiezers, van wie velen massieve verliezen hadden geleden.
Een andere was dat de financiële sector pas vrij recent naar voren kwam als de belangrijkste motor van de economie, de financiële elite had nog niet de enorme structurele en ideologische macht die het financieringskapitaal in de VS, GB en de rest van Europa hadden verworven.

IJsland gebruikte de mogelijkheden van democratische controle van de banken. Maar het was de uitzondering op de regel. Elders ging het financieringskapitaal vrijuit. Dat is niet alleen onrechtvaardig en tragisch. Het is gevaarlijk.

Voorstanders voor democratische controle over de financiële sector moeten dringend het volk mobiliseren, aangezien zonder effectieve regelgeving de kansen op een andere grote financiële crisis buitengewoon groot zijn. De combinatie van door de bezuinigingspolitiek veroorzaakte recessie en stagnatie,  die een groot deel van Europa en de Verenigde Staten omvat en het ontbreken van financiële hervormingen is dodelijk.

De langdurige stagnatie en het vooruitzicht van deflatie hebben investeringen in de reële economie ontmoedigd. De financiële instellingen hebben dus des te meer reden om te doen wat zij deden vóór 2008, waardoor de huidige crisis ontstond: deelnemen aan intensieve speculatieve operaties met als doel superwinsten te maken uit het verschil tussen de opgeblazen prijzen voor activa en derivaten en hun werkelijke waarde, voordat weer een onvermijdelijke crash volgt.

Omdat de invoering van nieuwe regulering van de financiële sector is stopgezet, zullen er waarschijnlijk nieuwe bubbels ontstaan, zeker nu de derivatenhandel onverminderd doorgaat vanwege het gebrek aan effectieve regelgeving. De niet-transparante derivatenmarkt wordt nu geschat op een totaal van 707 biljoen dollar, dat is aanzienlijk hoger dan de 548 miljard dollar in 2008, volgens analist Jenny Walsh. ‘De markt is zo snel gegroeid en zo omvangrijk, dat de mondiale economie enorme schade kan oplopen, als zelfs al een klein percentage van de contracten mislukt. De omvang en potentiële invloed zijn moeilijk te doorgronden, laat staan te beoordelen." (21*)  

Arthur Levitt, de voormalige voorzitter van de  US Securities and Exchange Commissie   vertelde aan een schrijver dat geen van de hervormingen van na 2008 de kans op een financiële crises aanzienlijk verminderde. (22*) Voorstanders van democratische controle op de financiële sector hebben de urgente taak het volk te mobiliseren, aangezien zonder effectieve regelgeving de kansen op een andere grote financiële crisis buitengewoon groot zijn.

Nu de belangen van het financieringskapitaal de vrijwel ongecontroleerde drijvende kracht van de grote westerse democratieën zijn, is het niet de vraag of een andere zeepbel zal barsten, maar wanneer. De volgende vraag is dan, of de komende crisis eindelijk zal bereiken wat na de financiële crisis van 2008 niet lukte, het financieringskapitaal beperkingen opleggen? In zijn klassieke boek The Great Transformation sprak Karl Polanyi over de ‘dubbele beweging’, waarbij excessen van het kapitaal een tegenbeweging onder het volk opriepen, waardoor de staat werd gedwongen beperkingen op te leggen en te reguleren. (23*)  

Het feit dat de huidige institutionele regelingen van de liberale democratie een tegenbeweging oproept in de nasleep van de crisis van 2008, betekent waarschijnlijk dat de volgende crisis zou kunnen leiden tot niet minder dan een fundamentele institutionele her-configuratie van maatschappelijke verhouding tot het financieringskapitaal en het kapitaal zelf.

Noten:

(niet vertaald)

1. Quoted in Woll, Cornelia (2014).

The Power of Inaction . (p.101). Ithaca, NY: Cornell University Press.

2.“Full G-20 Communiqué,” 25 September 2009. Available at link

3. Quoted in Woll. C. (2014), p. 78.

4. Kirshner, Jonathan (2014). American Power after the Financial Crisis. (p. 171). Ithaca, NY: Cornell University Press.

5.Ibid., p. 102.

6.Sandbu, Martin (2015).

Europe’s Orphan: The Future of the Euro and the Politics of Debt (pp. 33-34). Princeton, NJ: Princeton University Press.

7. Rickards, James (2014).

The Death of Money . (p. 128). New York: Penguin Random House

8. Blyth, Mark (2013). Austerity: The History of a Dangerous Idea. (pp. 73-74). New York: Oxford University Press.

9.Stein, Sam (2012). The ‘Escape Artist’: Christina Romer Advised Obama to Push $1.8 Trillion Stimulus. Huffington Post, 14 February. Available at link

10. Woll, C. (2014). p. 102.

11. Hall Peter and Soskice, David (2001). Varieties of Capitalism. Oxford: Oxford University Press.

12.Reuters (2015). Secret IMF Document: Greece Needs Far More Debt Relief. 14 July.

Available at link

13. Resnikoff, Ned (2015). Who is Really Being Bailed Out in Greece. Al Jazeera, 1 July.

Available at link.

14. Quoted in Daniel Marans (2015). Why Obama is Leaving Greece to Fend for Itself against Germany. Huffington Post, 28 December. Available at link

15. Sandbu, p. 76.

16. Ibid.

17. Wolfgang Munchau (2015). Greece’s brutal creditors have demolished the Eurozone

project. Financial Times, 13 July. Available at link.

18. Der Spiegel (2010). Former Central Bank Head Karl Otto Pöhl: Bailout Plan Is All About

‘Rescuing Banks and Rich Greeks’. 18 May. Available at Spiegel

19. Pyke, Alan (2015). Iceland, Where Bankers Actually Go to Jail for Committing While-

Collar Crimes. ThinkProgress, 23 October. Available at link

20. Ibid.

21. Denning, Steve (2013). Banks and Derivatives: Why Another Financial Crisis is Inevitable.

Forbes, 8 January. Available at link

22. Partnoy, Frank and Eisinger, Jesse (2013). What’s Inside America’s Banks? Atlantic

Monthly , Jan-Feb. Available at link

23. Polanyi, Karl (2011) The Great Transformation. 2ndedn. Boston, MA: Beacon Press