ksuspandoekIs Europa zelf de ‘onzichtbare hand’ die ons dwingt naar een tijdperk van bezuinigingen, waardoor de welvaartsstaat wordt ontmanteld? Als we de woorden van de Britse journalist Claud Cockburn moeten geloven dat we ‘nooit iets moeten geloven tot het officieel wordt ontkend’, moeten we concluderen dat het zo is.

(Het origineel in het Engels op de website van KSU, de vertaling is van Tijn van Beurden/globalinfo)

De voorzitter van de Europese Raad vertelde afgevaardigden in Straatsburg onlangs, na kritiek op de Europese nadruk op bezuinigingen als antwoord op de economische crisis in de unie: ‘Sommige mensen vrezen dat deze aanpak gaat over de ontmanteling van de welvaartsstaat en de sociale bescherming. Maar dat is helemaal niet zo…Het gaat om het redden van de fundamentele aspecten van het Europese model.’ Niet alleen de EU-leiders geven een officiële ontkenning. Afgelopen februari ontkende de Nederlandse Minister van Financiën Jan Kees de Jager officieel dat Europa de lidstaten pensioenhervormingen wil dicteren.

Als Europa de welvaartsstaat niet wil ontmantelen, waarom wordt het dan keer op keer ontkend? De meest voor de hand liggende verklaring is dat velen waaronder de Nederlandse vakbond FNV, de officiële ontkenningen weerleggen, door te stellen dat Europa de lidstaten hervormingen wil dicteren. Zaken als pensioenen, lonen en arbeidsverhoudingen moeten in hun optiek aan de nationale regeringen en sociale partners worden overgelaten. Het Europees Verbond van Vakverenigingen verklaarde:

‘Economisch bestuur zoals dat momenteel door de Commissie wordt voorgesteld, bestaat uit niets anders dan bezuinigingen, bezuinigingen, bezuinigingen: loonsverlagingen, het verdwijnen van banen, ontslagbeschermingen afbouwen, het snijden in sociale voorzieningen en afbraak van publieke diensten. Werknemers krijgen zo de hoge kosten te dragen van de crisis.’

Het belangrijkste instrument voor die bezuinigingen zou wel eens het nieuwe Europese Pact kunnen worden dat nu wordt ontworpen. Voordat de EU onderhandelingen over dit nieuwe pact begonnen, waren we al gewaarschuwd door de Corporate Europe Observatory (CEO). Die analyseerden de voorstellen in hun rapport van januari met de titel: ‘Corporate EUtopia-hoe nieuwe economische governance maatregelen de democratie bedreigen.’.

“Een Europese versie van ‘shock doctrine’ staat op het punt te worden toegepast in de Europese Unie. In de nasleep van de euro-crisis interveniëren nieuwe EU-machten, in de arbeidsmarkten en de staatsbegrotingen, waaronder uitgaven voor sociale voorzieningen. Ze zullen de nationale economieën in een neoliberaal keurslijf dwingen. Daarom is het nu voor de voorstanders van een sociaal en democratisch Europa cruciaal om te voorkomen dat de Europese Unie verder afglijdt naar een Europa van de ondernemingen dat geen verantwoording meer aflegt.”

Het pact waarover nu gediscussieerd wordt, zou de weg kunnen effenen voor meer EU controle over de fiscale politiek van de lidstaten. Een eenvoudige optelsom volstaat al, de EU zou sancties kunnen opleggen aan lidstaten, als die te laag scoren op enkele economische criteria die zijn vastgesteld door Europese technocraten. Als een lidstaat volgens de optelsom, lijdt aan excessieve onevenwichtigheden, bijvoorbeeld te genereuze lonen of sociale uitkeringen, kan dat betekenen dat een land het risico loopt een begrotingstekort in de toekomst te hebben. De EU-Commissie mag dan vervolgens veranderingen eisen in de nationale loonpolitiek, arbeidsmarkt of andere macro-economische aangelegenheden. Als niet aan die eisen wordt voldaan kunnen lidstaten financieel worden gesanctioneerd, zelfs voordat een begrotingstekort optreedt.

We kunnen een tijd tegemoet zien waarin de EU de nationale fiscale politiek steeds meer controleert, als deel van een ‘stille revolutie’ (Barroso’s woorden) die de EU dichter bij een fiscale unie zou brengen. Het lijkt een logische stap na de overeenstemming over een monetaire unie, een douane unie en vele andere unie vormen, waaronder de Europese onderwijsruimte. De Europese samenwerking lijkt goed na eeuwen van Europese oorlogen. Maar de vraag is wat voor soort politiek daaraan ten grondslag zal liggen. En op het moment lijken democratische verantwoording en publieke invloed onbelangrijk te zijn op Europees niveau en bepalen de lobbygroepen van grote ondernemingen de agenda volgens Corporate Europe Observatory.

Maar het was waarschijnlijk wel te verwachten, dat de Europese Commissie op een dag tot de leden van de Eurozone zou zeggen: ‘U gedraagt zich niet volgens het stabiliteitspact, dat u zelf heeft ondertekend! Dat bedreigt de Euro. Als u ons meer macht geeft, zullen we het probleem oplossen.’

Het stabiliteitspact? Dat is niet meer dan een overeenkomst om het begrotingstekort onder 3% van het BBP te houden. Dat leek in het begin op een onschuldige politiek neutrale bepaling, maar het begint nu een hoofdthema te worden in de politieke arena, zoals meer dan een decennium geleden werd voorspeld. Al in 1997 voorzag een groep Nederlandse economen, dat het strenge stabiliteitspact van de Eurozone, in tijden van economische crisis, tot zware bezuinigingen op sociale uitgaven zou leiden, waarvan de armen het meeste te lijden zouden hebben. Sociale onrust zou het gevolg zijn. Verder zouden nationale economieën in gevaar komen omdat investeringen nodig zijn om uit een crisis te komen en niet bezuinigingen.

De vraag rijst wat er over is van de nationale fiscale autonomie in een Europese Monetaire Unie. Als we tegen de bezuinigingen protesteren bij onze nationale parlementen, is er dan een kans dat ze aan onze eisen tegemoet zullen komen? Het lijkt erop dat die kans kleiner wordt. De betekenis van de Europese Monetaire Unie werd in 2002 door Werner Bonefeld, een professor in de politieke wetenschappen, als volgt verklaard:

‘De betekenis van EMU … is dat nationale staten, op hun eigen initiatief, niet langer in staat zijn om bij klasse conflicten tot een vergelijk te komen, door kredietexpansie of muntdevaluatie. De EMU, schrijft de neoliberale marktpolitiek voor, door de creatie van supranationale institutionele instrumenten die expansionistische reacties op arbeidsconflicten in toom houdt.’

Veel staten lijken niet in staat om hun begrotingstekorten onder de 3% te houden, vooral in deze dure tijden van een economische crisis en reddingsoperaties van de financiële sector. Landen beginnen daardoor de zweep de EU en het stabiliteitspact te voelen. Vooral landen als Portugal, Ierland, Griekenland en Spanje die uiteindelijk afhankelijk kunnen worden van EU leningen om uit de crisis te raken. Die groep landen wordt dikwijls verweten hun begrotingen te manipuleren en krijgen vaak de denigrerende benaming ‘PIGS’, waarbij de mainstream media niet naar andere economische oorzaken kijken voor de begrotingstekorten, zoals Europese marktintegratie, verschillen in concurrentievermogen, speculatief kapitaal en de mondiale financiële crisis.

Griekenland voelde als eerste de EU zweep. Het accepteerde een broodnodige EU-IMF lening, nadat beleggers plotseling in april 2010 de Griekse obligatiemarkt verlieten (niemand begreep ooit waarom ze dat op bepaalde tijden in bepaalde plaatsen doen). In ruil daarvoor moest het instemmen met een aantal harde eisen, zoals loonsverlagingen, afbraak van sociale voorzieningen en privatisering van de economie. Volgens de EU-technocraten komt zo het Griekse begrotingstekort ooit onder de 3 procent. Dat tijdstip lijkt ver weg, omdat de Griekse economie nog steeds geen tekenen van herstel toont en de werkloosheid (vooral onder jongeren) dramatisch is toegenomen. Zoals te verwachten, is er veel sociale onrust.

Wat betreft de andere landen; Ierland accepteerde ook een controversiële redding en Portugal accepteert waarschijnlijk ook een EU-IMF lening, een aanbod dat ze niet kunnen weigeren. Spanje claimt dat het nog steeds kan overleven zonder die soort ‘hulp’. En natuurlijk is er de voortdurende angst dat naast de ‘PIGS’ meer Europese landen geconfronteerd worden met soortgelijke tekorten.

De huidige tijd is perfect voor de Europese Commissie om te testen hoever ze kunnen gaan. In deze onzekere tijden, worden EU staten in toenemende mate geconfronteerd met plotselinge aanvallen op hun fiscale balansen, omdat internationale beleggers hun obligatiemarkt verlaten en hun rente verhogen. Het lijkt eenvoudig voor de Commissie om aan de lidstaten elk plan te verkopen dat enig vertrouwen van de internationale kapitaalmarkten terug kan brengen.

De cruciale vraag is nu, hoeveel soevereiniteit willen de lidstaten opofferen voor het stabiliteitspact? Onze eigen Minister van Financiën Jan Kees de Jager lijkt zeer gelukkig met het pact dat wordt ontworpen. Als we dit eerder hadden gedaan, zouden problemen als die van Griekenland en Portugal zijn voorkomen beweerde de Jager.

ksu1meiMaar de strijd wordt nog gestreden. Er zijn tekenen dat de ‘sociale partners’ hun woede niet alleen op hun eigen nationale regering richten, maar in plaats daarvan ook in toenemende mate op Europa. De EUobserver meldt dat ‘volgens het Europese Verbond van Vakverenigingen op 16 maart in Boekarest ongeveer 50.000 werknemers de straat op gingen en op 9 april zullen de zes Hongaarse vakbonden demonstreren bij een meeting van de EU Ministers van Financiën. “Op 24 maart protesteerden ongeveer 20.000 vakbondsleden op een EU-top in Brussel tegen het opleggen van de zwaarste vorm van economische integratie in de EU geschiedenis. Namelijk de totstandkoming van ‘economische governance’ in de unie, waarbij strenge maatregelen worden opgelegd, waaronder loonbeperkingen, verhoging van pensioneringsleeftijden, bezuinigingen in de publieke sector en beperkingen van regeringsuitgaven.”

Het wordt zo vaak ontkend dat achterdocht gerechtvaardigd is. En als student, werknemer, werkloze en bezorgd burger moeten we wantrouwig worden. Als we zien dat de media er geen aandacht aan schenken, kunnen dit soort pacten wel eens eenvoudig door het parlement heenkomen, zonder enige discussie van belang, want geen enkel politicus zou reputatieschade oplopen, als er niemand aandacht aan schenkt. Daarbij moeten we ons realiseren hoe eenvoudig het Verdrag van Lissabon werd aangenomen in Nederland, terwijl de Europese Grondwet, die bijna hetzelfde was, werd verworpen.

Om te besluiten, ‘civil society’ moet wantrouwend worden en breed opgezette discussies over de toekomst van Europa aangaan en politici dwingen tegen de ontmanteling van de welvaartsstaat te stemmen. Anders zouden we op een dag kunnen ontwaken in een Europees land zonder sociale voorzieningen.