Een lieve Facebook vriendin van me was nogal ontdaan over mijn kwartetspel-blog. Ze vroeg me in een PB:

Zou het voor jou mogelijk zijn om te overwegen dat er niet één realiteit is?

Daar had ze meteen de kernvraag te pakken. Mijn korte antwoord: er zijn talloos veel realiteiten, want ieder wezen met zelfbewustzijn creëert zijn eigen realiteit, maar er is maar één objectieve realiteit. Met objectieve werkelijkheid bedoel ik datgene om ons heen dat niet verandert ook als we er niet in geloven, de dingen die zijn zoals ze zijn onafhankelijk van hoe wij er over denken.

(Door Jan van Eijck, overgenomen van zijn weblog foto Wan Mohd, CC2.0/Flickr)

Juist omdat er een objectieve werkelijkheid is kunnen we er geen van allen onderuit om te proberen onderscheid te maken tussen wat objectief waar is en wat niet. Aan die taak kunnen we ons niet onttrekken met het motto “Iedereen heeft recht op zijn eigen waarheid”, want als al die “eigen waarheden” evenveel waard zouden zijn dan is er in feite geen waarheid meer. Dan zijn alle alternatieve waarheden van Trump even waar als hun tegendeel.

Uit het gesprek dat ontstond werd duidelijk dat mijn Facebook vriendin mijn post onnodig polariserend vond, dat ze liever had gezien dat ik meer respect had getoond naar mensen die er anders over denken dan ik, en dat ze het onprettig vond dat ik schreef alsof ik de waarheid in pacht had. Waar kwam mijn stelligheid vandaan? Zou het niet kunnen zijn dat ik het mis had? Zou ik niet minstens bereid moeten zijn om die mogelijkheid te overwegen? Zou ik niet beter met die mensen uit de kwartetten in gesprek kunnen gaan dan te proberen ze te kijk te zetten?

Het is interessant dat mensen die zeggen dat ze iemand anders polariserend of respectloos of veroordelend vinden zelf daarmee ook een oordeel over die ander uitspreken. Want wat ze in feite willen zeggen is eigenlijk dat ze het met het oordeel van de ander niet eens zijn. Met hun oordeel over het oordeel van de ander doen ze alsof ze zich boven de partijen plaatsen, maar dat lijkt me schijn. Wie het met mijn oordeel over een bepaalde zaak hartgrondig eens is zal mij niet gauw betichten van polarisatie. Zo iemand zal me waarschijnlijk eerder complimenteren met mijn heldere kijk. Want zo werken die dingen. We oordelen allemaal, voortdurend. De oordelen waar ik het mee eens ben noem ik helder of getuigend van scherp inzicht. De oordelen waar ik het niet mee eens ben noem ik ondoordacht of onjuist of onnozel, of zelfs onzinnig. Nogmaals, dat doen we allemaal, voortdurend. En er lijkt me ook niet zoveel mee mis, zolang we maar bereid zijn om onze oordelen te blijven toetsen en zo nodig bij te stellen. Onze oordelen zijn altijd voorlopig. Soms maakt het uitspreken van een oordeel trouwens al dat onze perceptie over de zaak verandert. Wat mij betreft mag er dus eerder meer dan minder worden geoordeeld.

Jezelf uitspreken loont, vooral als je dat doet tegenover mensen die bereid zijn samen met jou de overwegingen en argumenten voor en tegen een oordeel te onderzoeken. Het is daarbij heilzaam om onszelf niet volledig te identificeren met onze denkbeelden. We oordelen en onderscheiden, dat is onvermijdelijk, maar we vallen niet samen met onze oordelen en onderscheidingen. Als jij en ik dat inzien hoeft het feit dat ik iets vind waar jij het niet mee eens bent voor jou geen bedreiging te zijn. En als ik een oordeel uitspreek dat door jou niet wordt gedeeld dan hoeft dat voor jou geen reden te zijn om mij te zien als polariserend of respectloos. In plaats daarvan kunnen we samen onderzoeken waar onze verschillen in oordeel vandaan komen, en wie weet kunnen we iets van elkaar leren.

Wat veel mensen verleerd zijn is de geregelde gedachtenwisseling op basis van argumenten, waarbij we het op respectvolle manier met elkaar oneens kunnen zijn. Op sociale media zie je dit het duidelijkst. Een scheldwoord krijgt daar de rol van een tegenargument. Je wilt een partijtje dammen en je doet je beste zet, maar in plaats van die te pareren met een tegenzet gooien ze het bord en de stenen naar je hoofd. Wat je bijvoorbeeld wel ziet is dat al jouw bronnen categorisch worden afgewezen: “Alles wat in De Volkskrant, in Trouw, in NRC-Handelblad staat is gelogen. Doe zelf je onderzoek!” Dit is het equivalent van de bal in het net slaan en beweren dat de spelregels niet deugen. Met zulke mensen kun je niet leuk tennissen.

Als iemand beweert dat mRNA vaccins ons DNA aantasten, met een verwijzing naar een filmpje op de website van De Blauwe Tijger, dan is een tegenzet bijvoorbeeld: “Je bron is onbetrouwbaar, en hier is een betere bron waar goed wordt uitgelegd hoe het zit met de werking van mRNA vaccins.” Als een influencer beweert dat zijn voedingssupplementen “het immuunsysteem boosten” en kunnen voorkomen dat we covid-19 krijgen, dan is een mogelijke tegenzet om te wijzen op het feit dat de oorspronkelijke bewoners van Amerika jagers-verzamelaars waren met ongetwijfeld een sterk immuunsysteem. Alles wat ze aten was onbespoten en toch gingen ze bij bosjes dood aan de pokken toen de Europeanen op het toneel verschenen. Helaas komt zo’n argument niet binnen bij mensen die hun handeltje bedreigd zien.

Zelf ben ik overigens een groot voorstander van gezond eten en goed in conditie blijven en zorgen voor een goed functionerend immuunsysteem. Ik neem bijvoorbeeld geregeld een winterduik in het openluchtzwembad op het Marineterrein in Amsterdam. Alleen heb ik niet de illusie dat je met winterzwemmen of met geregeld een vitamine D pil slikken het coronavirus te slim af bent.

Mensen die niet geleerd hebben het spel van de geregelde gedachtenwisseling te spelen kunnen in feite nauwelijks ooit iets nieuws leren, want als iemand hun muurvast staande overtuiging tegenspreekt voelen ze zich beledigd. De mensen die in mijn kwartetten figureren zitten steevast in deze categorie. Het zijn de mensen die het niet de moeite waard vinden om te argumenteren, of die dat nooit geleerd hebben, maar die in plaats daarvan het bord naar je hoofd gooien. Ze doen alsof ze het argumentatie-spel spelen, noemen zichzelf kritisch en waakzaam, maar ze weigeren zich aan de regels te houden. Ze slaan voortdurend hun ballen in het net, maar ze blijven op hoge toon beweren dat ze toch hebben gewonnen.

Mijn Facebook vriendin riep me op tot werkelijke wijsheid, tot een zoektocht die voor iedereen goed is, tot synergie van visies, tot een streven naar een genuanceerde oplossing. Dat streven snap ik, want wie wil dat allemaal niet? Maar laten we even kijken naar een paar kwartet-figuren uit mijn vorige post en de hamvraag stellen: wie polariseert er eigenlijk? Hoe word ik geacht te debatteren met mensen die zich niet wensen te houden aan de elementaire regels voor een zinnige gedachtenwisseling?

Als Lange Frans met Janet Ossebaard fantaseert over een aanslag op Mark Rutte, hoe word ik dan geacht te komen tot een synergie van visies? Als George van Houts en Tom de Ket zeggen dat de verwoesting van de Twin Towers op 9/11 een inside job was van de CIA, hoe moet ik dan de nuance zoeken? Als Elke de Klerk beweert dat het corona-vaccin in feite al in de corona-test zit, hoe kan ik dan nog met haar komen tot een zoektocht die voor iedereen goed is? Als Theo Schetters orakelt dat het corona-vaccin erger is dan de kwaal en Andrew Wakefield aanhaalt, wat heb ik dan van hem te leren? Als Peter Bierhof in zijn online-seminars uiteenzet hoe een kliek van bloeddrinkende pedofielen samenspant tegen president Trump die in feite een redder van de mensheid is, hoe moet ik dan met hem de nuance zoeken? Is het niet duidelijk dat al deze kwartet-mensen zich buiten de redelijke discussie plaatsen? Zou het niet kunnen dat het terecht is als er tegen deze dwaallichten wordt gewaarschuwd? Is het niet zo langzaamaan evident dat deze lieden onzin verspreiden en ons wantrouwen alleen maar aanwakkeren?

Alle argumenten zijn al gepasseerd, maar de kwartet-mensen houden hun oren dicht en zingen “la-lala-la-la”. Ze willen het niet horen. Er is al oneindig vaak uitgelegd dat Wakefield een fraudeur is die zijn bevoegdheid als arts is kwijtgeraakt en dat zijn artikel is ingetrokken, maar de antivax denkers blijven zich op hem beroepen. Het beste wat je in zo’n situatie kunt doen is de weg blijven wijzen naar correcte informatie, en waarschuwen tegen de verspreiders van desinformatie. Heus, in debat gaan heeft geen enkele zin. Dat weet ik intussen uit eigen ervaring. Als ik even mezelf mag citeren:

Enkele onthutsende ervaringen op social media hebben me geleerd dat al mijn pogingen om mensen die het vertrouwen in wetenschap en serieuze journalistiek zijn kwijtgeraakt op andere gedachten te brengen volstrekt hopeloos zijn. Achteraf had ik dat natuurlijk al veel eerder moeten snappen. Want waarom zou iemand die onze virologen, onze epidemiologen, onze IC artsen en verpleegkundigen, onze politici, en onze serieuze journalisten wantrouwt zich door mij iets laten uitleggen?

Kan ik het helpen dat ik pro wetenschap ben? Ik heb mijn hele leven aan universiteiten en onderzoeksinstellingen gewerkt. Maar dit feit maakt in kringen van wetenschapsontkenners uiteraard totaal geen indruk. Integendeel zelfs. “Ik vind het nogal uit de hoogte om met je opleiding te schermen en te doen of jij het dan beter weet!”

Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen perspectief op de werkelijkheid. We zijn misschien geneigd dat perspectief “onze waarheid” te noemen. Het is belangrijk om open te blijven staan voor al die verschillende persoonlijke perspectieven, omdat alleen die openheid leidt tot diepgaand contact met onze medemensen. Daar kunnen we het denk ik gemakkelijk over eens zijn.

Maar beweringen zoals “Het covid-vaccin is schadelijker dan covid-19”, of “Er is op grote schaal gefraudeerd bij de laatste presidentsverkiezingen in de VS”, of “Er is een kliek van bloeddrinkende pedofielen die samenspannen tegen president Trump” zijn ofwel waar ofwel onwaar. Als er niet een gedeelde realiteit voor ons allen is, dan houdt dat bijvoorbeeld in dat het onmogelijk is om uit te maken of “Er is op grote schaal geknoeid bij de verkiezingen in de VS” waar is of niet. En dan kun je dus ook niet zeggen dat het een Trumpiaanse leugen is. Immers, voor een Trumpiaan is het waar, en ieder heeft zijn eigen realiteit. Als er geen objectieve realiteit is, is er dus ook geen Trumpiaanse leugen.

Maar in feite is dit geen kwestie van “mijn realiteit” of “jouw realiteit”. Voor de voorbeelden die ik zojuist gaf geldt: het is zo of het is niet zo. Ik heb de waarheid heus niet in pacht, maar ik geloof dat er overweldigend bewijs is dat alle drie de voorbeeld-beweringen onwaar zijn. Als het niet zo is dat er op grote schaal gefraudeerd is bij de laatste presidentsverkiezingen in de VS, dan is het van groot belang om dat vast te stellen. Dit is in de Amerikaanse politieke chaos niet gelukt, en daardoor zijn er doden gevallen, en vallen er misschien in de komende dagen en jaren nog veel meer doden. Als het niet zo is dat het covid-19 vaccin schadelijker is dan de ziekte covid-19, dan is het van groot belang om dit vast te stellen want anders gaan mensen het vaccin weigeren en daardoor een onnodig risico lopen, wellicht met de dood tot gevolg. In dit soort gevallen is het dus van levensbelang dat we nagaan wat waar is en wat niet. Door de verkeerde conclusie te trekken zetten we mensenlevens op het spel. En mensen die ons wat betreft deze cruciale vragen op het verkeerde been zetten verdienen het om te kijk te worden gezet in een kwartet-spel.