ImageBezoekers van de sloppenwijken van Haïti, het armste land van het westelijk halfrond, kunnen op de markt iets ongewoons kopen. Het is een droge, gele, ronde koek, ongeveer zo groot als een gevulde koek. Het zijn modderkoeken, gemaakt van klei, zout, olie en water. Als je er een eet, kun je de honger een paar uur onderdrukken. In Haïti is de markt van modderkoeken booming business. Doordat de voedselprijzen enorm zijn gestegen en de lonen gelijk gebleven of omlaag gegaan zijn, kunnen de armen geen kant meer op.

  Haïti ondervindt de ergste gevolgen van de voedselcrisis die zich over de wereld verspreidt. Wereldwijd zijn de voedselprijzen gestegen met 55 % tussen juni 2007 en februari 2008. In maart van dit jaar steeg de prijs van rijst met 87% - en rijst levert een vijfde van alle calorieën op aarde. De prijzen van alle grondstoffen zijn enorm gestegen en blijven dat de komende tien jaar doen.

Er zijn een aantal redenen waarom de prijzen van voedsel zo hoog zijn.

Ten eerste hebben de voedselprijzen met de olieprijs te maken. Men gebruikt olie niet alleen voor brandstof voor transport. De meeste olie in de landbouwsector wordt gebruikt voor het maken van kunstmest. Duurdere olie betekent duurdere kunstmest en dus duurder voedsel.

Ten tweede is er de toename van biobrandstof. In 2006 subsidieerde de Amerikaanse overheid 12 miljard dollar om van maïs ethanol te maken. Ethanol wordt met benzine gemengd en zo verkocht als ‘flexibel fuel’ (hybride benzine). Boeren gingen door de subsidie meer maïs verbouwen dan tarwe. Het aanbod van tarwe kelderde en de tarweprijzen stegen. Ook de prijs van consumptiemaïs, die vooral in Mexico wordt verbouwd, ging sterk omhoog, mede door toedoen van speculeerders op de markt. Het basisvoedsel van Mexico, tortilla’s, werd duurder en dat leidde in Mexico-City vorig jaar tot de ‘tortillaopstanden’. President George W. Bush beweert dat de prijsverhoging van voedsel voor 4% verklaard wordt door de toename van biobrandstof. De wereldbank schat dat dat 75% is. De meeste analisten schatten dat biobrandstof voor 25% de prijsstijgingen veroorzaakt. Een kwart van de voedselcrisis wordt dus veroorzaakt doordat we denken dat het beter is om voedsel te verbranden dan het op te eten. De gekte van de biobrandstof wordt nog verergerd door het ongewone weer, zoals de al tien jaar durende droogte in Australië en de recente overstromingen in het graangebied van de VS. Daarnaast woedt er een grote graanziekte in Azië.

Daar komt bovenop dat speculatie en prijsafspraken van de voedselindustrieën de prijzen opdrijven. In Groot-Brittannië, Spanje en Zuid-Afrika zijn er onderzoeken gaande naar prijsopdrijvingen. Men onderzoekt of supermarktketens de crisis gebruikt hebben om consumenten meer te laten betalen. Het is niet zo dat er te weinig eten is. Integendeel. De wereldwijde voedselproductie is juist sterker gestegen dan de bevolkingstoename, en dat al sinds de jaren 60.

Het voorbeeld van Haïti maakt duidelijk wat het echte probleem is. In de haven van Labadee is meer dan genoeg voedsel aanwezig. Maar de meeste Haïtianen zijn gewoon te arm om het te kunnen betalen. In 2006, voor de voedselcrisis, waren er 850 miljoen mensen die – tenminste een deel van het jaar - honger hadden. Zeven van de tien ervan waren vrouwen. Tegenwoordig hebben een miljard mensen honger. Vooral meisjes en zwangere vrouwen lopen het risico van ondervoeding. Terwijl vrouwen maar 15% van de landbouwgronden bezitten, produceren ze driekwart van al het voedsel dat gegeten wordt in de ontwikkelingslanden. Het is een schrijnende situatie dat de slechtsbetaalden diegenen zijn die het meeste voedsel verbouwen.

Ook in Amerika zijn er berichten dat vrouwen uit de middenklasse maaltijden overslaan om zo hun kinderen eten te kunnen geven. De voedselcrisis slaat overal toe. Er zijn dingen die we kunnen doen om honger tegen te gaan. Voedselhulp van de VS echter heeft desastreuze gevolgen. Het beleid van de VS is dat het geschonken voedsel uit de VS zelf moet komen en dat het door schepen uit de VS moet worden getransporteerd. Dat gratis voedsel lijkt een zegen. Maar stel je eens voor dat je een kwijnend bestaan als boertje leidt in een regio die door honger wordt geteisterd. Je probeert je producten op de lokale markt te brengen. En dan komt er gratis Amerikaanse voedselhulp. Je wordt weggevaagd. Bij voedselhulp moeten donorlanden dus voedsel inkopen dat dicht bij de getroffen regio wordt verbouwd. Ook moeten we onze afhankelijkheid van olie verminderen bij het produceren van voedsel. Er zijn, van Nepal tot Nicaragua, spectaculaire voorbeelden van ecologische landbouw die geen kunstmest of pesticiden gebruikt. Deze methode heeft een opbrengst die zesmaal hoger is dan die van de gangbare landbouw. Uiteindelijk moeten we armoede bestrijden als we honger uit willen roeien. De beste manier om daarmee te beginnen is investeren in scholing voor jongere meisjes. De grootste ongelijkheid zouden we dan aanpakken en het is tevens de beste manier om de bevolkingsgroei af te remmen. Maar hongerbestrijding staat niet hoog op de agenda van ontwikkelingseconomen. Vrijhandel wel. Dat is de grootste tragedie. Er is geen gebrek aan voedsel – er is een gebrek aan politieke wil.

Raj Patel is onderzoeker en auteur van Buy This! Alles wat je niet wilt weten over eten, uitgeverij De Wereld.