In Rutte en Merkel: de markt als medicijn brachten we verslag uit van de vergadering van de Europese leiders op 26 maart om maatregelen te treffen ter bestrijding van het coronavirus in Europa. De vergadering bracht alleen grote onenigheid tot uiting, met enerzijds de zeer getroffen landen (Italië, Spanje) gesteund door Frankrijk en een aantal andere landen die de uitgifte van ‘coronabonds’ verdedigden, en anderzijds de zeer felle tegenstand van Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Finland. Coronabonds (staatsobligaties) zouden vermijden dat zeer getroffen landen, die daardoor ook economisch sterk getroffen worden, heel hoge intresten moeten betalen op de staatsleningen die ze in de huidige omstandigheden in versneld tempo moeten aangaan.

 

(Door Herman Michiel (8 april 2020) oorpsronkelijk verschenen op Ander Europa)

Coronabonds zouden erop neerkomen dat bijvoorbeeld Italië of Spanje geen hogere intrest moet betalen op zijn staatsleningen bij de banken dan Duitsland. Maar de Nederlandse, Duitse en andere begrotingsfundamentalisten zien daarin het risico dat zij zouden gaan instaan voor de schulden van anderen, die zich budgettair maar beter hadden moeten voorbereiden op woelige tijden.

Twee weken betijen…

De Europese top van 26 maart bereikte dus geen akkoord, en alsof het virus zou wachten op de beslissingen van de eurocraten verwezen ze naar de ministers van financiën van de eurozone (de ‘eurogroep’) die ergens in april voor een oplossing moesten zorgen. Die bijeenkomst werd dan uiteindelijk gepland voor 7 april, maar in de aanloop ervan werd al duidelijk dat de begrotingsfundamentalisten, aangevoerd door Rutte-Hoekstra, voet bij stuk zouden houden. Zij verwezen naar het mechanisme dat tijdens de financiële crisis werd bekokstoofd, het zogenoemde Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM).

Europees geld, ja, maar op voorwaarde dat men neoliberale hervormingen doorvoert, werknemers laat opdraaien voor de crisis, privatiseert en liberaliseert. Dit is de zogenoemde ‘conditionaliteit’ van het ESM. Italiës premier Conte van zijn kant herhaalde dat het van deze conditionaliteit niet wil weten. De Portugese minister van financiën Centeno, die de opvolger is van Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep, maakte zich sterk dat er deze keer geen privatiseringen en arbeidsmarkthervormingen zullen geëist worden, en ook de SPD-ministers Scholz en Maas in de regering Merkel schreven dat er geen ‘onnodige‘ voorwaarden moeten gesteld worden. Deze sussende woorden getuigen alleszins van de zenuwachtigheid bij de Europese leidende kringen, maar niets wijst erop dat hier van een kentering sprake zou zijn.

Het gekonkelfoes bleek ook nog op 6 april toen de Europese kopstukken (Commissievoorzitter von der Leyen, ECB voorzitter Lagarde, Raadsvoorzitter Michel en Eurogroepvoorzitter Centeno) een videoconferentie hielden ter voorbereiding van 7 april, maar met uitsluiting van de voorzitter van het Europees parlement David Sassoli. Dit gebeurde naar verluidt op gezag van Merkel en Rutte, die in de Italiaan Sassoli een te hevige voorstander van coronabonds zien…

… en nog geen overeenstemming

Men kan het nauwelijks geloven, maar ook de videoconferentie van de eurogroep die 16 uur duurde eindigde deze morgen (8 april) zonder akkoord. Zoals verwacht bleven ‘coronabonds’ taboe, maar ook de hoop op meer inschikkelijkheid (minder ‘conditionaliteit’) voor het aanwenden van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) bleef op Nederlands verzet stuiten, dat daarbij gesteund werd door Duitsland, Oostenrijk en Finland. Zelfs Klaus Regling, de budgettair-orthodoxe CEO van het ESM, zou zich gematigd opgesteld hebben wat voorwaarden betreft, maar Nederland bleef aandringen op het Griekse medicijn: elke lening uit het ESM moet begeleid worden door een Memorandum of Understanding (MoU) waarin het betrokken land zich engageert tot ‘groei-versterkende maatregelen’ eens de pandemie achter de rug is. De geest van Dijsselbloem blijft in Den Haag rondhangen.

Op donderdag 9 april volgt er een nieuwe teleconferentie van de eurogroep.

Scheve architectuur

Het ging niettegenstaande alles toch ook nog over andere – al bij al zeer onvoldoende  – plannen om de komende recessie te bestrijden. Zo zou de Europese Investeringsbank 200 miljard goedkoop geld kunnen uitlenen aan bedrijven; de Commissie zou 25 miljard ophalen bij de lidstaten als garantie voor een lening van 100 miljard op de kapitaalmarkt waaruit lidstaten dan kunnen lenen als ondersteuning van de escalerende werkloosheidsvergoedingen (het zgn. SURE-plan). Niet alleen zijn deze bedragen belachelijk klein in verhouding tot de EU-economie (BBP 2019: 14.000 miljard €) en de verwachte diepte van de recessie (‘dieper dan bij de financiële crisis’, voorspelt de Europese Commissie, en toen daalde het BBP met 4,3%) maar de Europese aanpak zal de lidstaten voor vele jaren in diepe schulden steken.

En dat is niet onvermijdelijk, tenminste als de scheve architectuur van de euro rechtgezet zou worden. Zelfs een liberale – maar ideologisch niet totaal verblinde – econoom als Paul De Grauwe wijst de Europese Centrale Bank aan als de voor de hand liggende bron om de lidstaten van de nodige middelen te voorzien, zodat hun schuldgraad niet toeneemt (*1). Dat is weliswaar tegen het Verdrag van Lissabon, zegt De Grauwe, maar hij voegt er fijntjes aan toe: “Ik vertrouw erop dat juristen van de EU, met hun ongebreidelde inventiviteit, zeker een uitweg zouden vinden uit deze beperking. Uiteindelijk hangt de toekomst van de eurozone ervan af.”

Voetnoot

(*) Zie bv. zijn recent artikel ECB needs to finance coronavirus budget deficits,  Zijn sociaaldemocratische collega en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz zou hem hier zeker in bijtreden, maar blijkbaar denken de Europese sociaaldemocraten  nog steeds dat de euro een grote overwinning is van de Europese solidariteit.