Vandaag (31 oktober) is het drie jaar geleden dat de druk van de EU op Italië een einde maakte aan een van de meest succesvolle humanitaire missies, ‘Mare Nostrum’, een operatie voor het zoeken en redden van vluchtelingen die in een jaar tijd 130.000 vluchtelingen veilig aan land bracht op de Europese kusten. Ben Hayes en Frank Barat kijken terug op de drie jaar sinds er een einde kwam aan Operatie Mare Nostrum.

(Door Ben Hayes en Frank Barat | Transnational Institute oorpsronkelijk verschenen op euractiv.com, Nederlandse vertaling globalinfo.nl, foto: omslag blad van Medicins sans Frontieres)

Terwijl de doden zich opstapelde in het kielzog van dit besluit, waaronder 1200 slachtoffers op zee op zee vijf maanden later, sprongen non-gouvernementele organisaties (NGO’s) in het gat en begonnen hun eigen reddingsmissies in een wanhopige poging om levens te redden. Hun inspanningen maakten deel uit van een golf aan medeleven over heel Europa in dat jaar, toen mensen konvooien organiseerden naar opvangcentra, hartelijke ontvangst organiseerden op Duitse treinstations en langs snelwegen stonden om voedsel en water te geven aan degenen die de moeizame tocht uit oorlogsgebieden in Syrië en elders hadden ondernomen.

Terwijl Europese politici hun handen aftrokken van hun humanitaire verplichtingen, lieten de burgers wat zien van de Europese traditie van medeleven, solidariteit en verplichtingen aan de Conventies van Genève.

Bij zijn eerste regeringstoespraak prees de president van de Commissie van de EU Juncker zelfs de vrijwilligers als vertegenwoordigers van het soort “Europa waar ik in wil leven”. Maar slechts een paar jaar later ziet de Unie er heel anders uit, en Juncker zwijgt terwijl diezelfde activisten nu behandeld worden als criminelen in plaats van als helden.

Om maar een paar recente gevallen aan te halen, in februari 2017 werd een Franse herder, Cedric Herrou, uit de Roya Vallei, veroordeeld tot een voorwaardelijke straf van acht maanden en een boete van 3.000 Euro wegens het bieden van onderdak aan dakloze gezinnen. In Denemarken werd Lisbeth Zornig Andersen in 2016 veroordeeld tot een boete omdat ze haar huis had opengesteld voor gezinnen van vluchtelingen die nergens konden wonen. In februari 2017 werden aan de grens tussen Griekenland en Macedonië meer dan 60 vrijwilligers uit Duitsland, Zwitserland, Nederland, Oostenrijk, Spanje, het VK en de Tsjechische Republiek slachtoffer van een campagne van lastigvallen en intimidatie door gewapende politie, met inbegrip van dreiging tot arrestatie en willekeurige huiszoekingen. Deze zaken waren de top van een bijzonder onplezierige ijsberg die de Europese leiders zou moeten beschamen.

Het is belangrijk om te benadrukken dat deze zaken tegelijkertijd het product zijn van Europese wetgeving, als dat ze er mee in strijd zijn. De Richtlijn uit 2002 over het ‘faciliteren van illegale binnenkomst en huisvesting’, die gericht is op georganiseerde mensenhandelaren, bevat een niet-bindende humanitaire uitzondering die geacht wordt te verzekeren dat zulke activiteiten uitgezonderd worden van diens bereik. Vijftien jaar later zetten echter twee-derde van de lidstaten van de EU deze wet in maar niet de uitzondering, waarmee ze de weg vrijmaken voor de wijdverspreide criminalisering van solidariteit met vluchtelingen en activisme. Deze wetten worden aangevuld met een waaier aan administratieve procedures die operaties van NGO’s belemmeren of het spectrum voor hulp aan vluchtelingen verder inperken. Nederland eist van mensen dat ze ongedocumenteerde migranten aangeven. Cyprus verbiedt vluchtelingengroepen om samen te werken met sociale advocaten. Kroatië heeft onlangs besloten tot het criminaliseren van het schenken van voedsel aan ‘illegale’ migranten.

Deze aanval op verdedigers van mensenrechten en flagrante miskenning van de internationale humanitaire afspraken van de EU en verplichtingen op het gebied van mensenrechten is geen dwaling maar het resultaat van EU-beleid en -praktijk. De instelling van de EU voor bewaking van Grenzen en Kusten (Border and Coastguard Agency (ECBG, voorheen bekend als Frontex)) maakt zich schuldig aan het belasteren van de boten waarmee NGO’s vluchtelingen op zee redden door te suggereren dat ze zouden samenwerken met mensensmokkelaars, ondanks een onderzoek van de Italiaanse Senaat van April van dit jaar waaruit blijkt dat er geen enkel bewijs is voor dergelijke banden. Deze belasteringen waren de voorbode van een grotere aanval op die NGO’s die in de Middellandse Zee opereren, door een monsterverbond van staatsinstellingen en extreemrechtse activisten.

Missies om vluchtelingen te zoeken en te redden, die worden uitgevoerd door bekende organisaties als Medicins Sans Frontieres en Save the Children, evenals door nieuwe organisaties die ontstaan zijn als reactie op de humanitaire crisis, worden voortdurend doelwit. In Griekenland zijn drie Spaanse brandweermannen op zee gearresteerd die een reddingsoperatie uitvoerden voor de vereniging Proem-Aid op beschuldiging van mensensmokkel en zestig uur vastgehouden voor ze op borgtocht vrijgelaten werden. In Italië hebben agenten van de veiligheidsdienst geïnfiltreerd in NGO’s en zo verdekt meegevaren op reddingsschepen. Verschillende schepen zijn in het kader van juridisch onderzoek in beslag genomen. Gepaard met een ‘vrijwillige’ gedragscode die het vermogen van NGO’s om onafhankelijk te opereren zo’n beetje geheel beëindigd heeft, hebben deze acties het beoogde resultaat gehad dat reddingsmissies geheel zijn gestaakt.

Het gefabriceerde verhaal rond NGO’s en mensenhandel is ook overgenomen door populisten en fascisten, zoals de door crowdfunding gefinancierde 'Defend Europe'-boot die in juli werd gelanceerd met als doel de humanitaire NGO's actief te verstoren. Terwijl ze hun missie staakten vanwege verstoring door antifascisten, claimden ze succes door te beweren dat de Italiaanse en Libische regeringen het werk voor hen hadden gedaan: "Nog maar twee maanden geleden voeren veel NGO's voor de Libische kusten, als taxi's die klanten lagen te wachten. Vandaag de dag is er slechts één over. "Het ontketenen van deze krachten heeft geleid tot veel bredere aanvallen op Italiaanse NGO's die doen denken aan de demonisering van George Soros in Hongarije.

De criminalisering van vluchtelingensolidariteit is het laatste salvo in een EU-beleid dat lang is gebaseerd op het tegen elke prijs tegenhouden van vluchtelingen om de EU-landen te bereiken, of dat nu is door hen te laten verdrinken, hen op te sluiten in kampen in Turkije of brute Libische militieleden te betalen om hun vertrek te voorkomen. Het richten op activisten die zich tegen dit beleid verzetten en in hetzelfde soort Europa willen wonen als Jean-Claude Juncker, gaat over het verwijderen van getuigen van wat er gebeurt en andere Europese burgers ervan te overtuigen dat een menselijker beleid onmogelijk is. Dit uiteenvallen van Europa's waarden en principes heeft de Middellandse Zee in een massagraf veranderd in de naam van het creëren van een 'afschrikkende' werking.

Drie jaar geleden kwamen Europa’s burgers voor vluchtelingen op de bres toen de leiders daar in faalden - ze lieten het medeleven en de solidariteit zien waarop de EU is gebouwd. Het is nu tijd voor de Europese politici om dezelfde moed te tonen en een einde te maken aan het dubbelzinnige beleid dat alleen maar uitmondt in het vergroten van de ellende van mensen die tot de meest kwetsbare op aarde behoren.

--------------------

Het Transnational Institute zal dit onderwerp verder onderzoeken in een komend rapport over de criminalisatie van solidariteit met vluchtelingen.

Frank Barat is coördinator van het programma War and Pacification van Transnational Institute. He heeft verschillende boeken geredigeerd, waarvan de nieuwste is Freedom is a Constant Struggle met Angela Davis. Ben Hayes is een fellow van het Transnational Institute en een independent researcher.