Achtergronden over de conferentie van de Wereldhandelsorganisatie WTO, aanstaande september in Cancún, Mexico.

Dit stuk verschijnt in het nieuwste nummer van Latijns-Amerika tijdschrift La Chispa

Nieuwe ronde van de WTO

In september zal het Mexicaanse toeristenoord Cancún wereldwijd in het centrum van de belangstelling staan. Het globaliseringscircus zal daar dan halt houden, in de vorm van een topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Het belooft een moeizame bijeenkomst te worden. Dat komt niet alleen door de aanwezigheid van tegenstanders, die tegelijk hun eigen conferentie organiseren. Tussen de hoofdrolspelers de Verenigde Staten en de Europese Unie bestaan grote meningsverschillen en de Latijns-Amerikaanse landen hebben sterke reserves tegen verdere liberalisering.

Cancún is in Nederland vooral bekend als landingsplaats van goedkope vakantiechartervliegtuigen naar Mexico. Met dat doel is de plek in de jaren zestig in ‘ontwikkeling’ gebracht. Tot die tijd was het een onbetekenend vissersplaatsje op het uiterste puntje van het schiereiland Yucatán. Het gebied grossiert in witte palmenstranden en koraalriffen. In hoog tempo is het volgebouwd met hotels en een internationaal vliegveld dat als enige doel heeft de aanvoer van toeristen mogelijk te maken. De dichtsbijzijdste stad van enige afmeting, Mérida, ligt 200 kilometer westelijk. In zuidelijke richting voert een kustweg langs nog meer hotels en resorts. Waar die ophouden loopt de weg door nagenoeg onbewoond oerwoud verder naar de grens met Belize. Kortom, een ideale plek voor een moderne topconferentie: genoeg chique hotels voor alle conferentiegangers en alleen goed bereikbaar per vliegtuig. De paar toegangswegen zijn makkelijk af te sluiten. Organisaties die zich willen verzetten tegen verdergaande liberalisering van de wereldhandel, maken zich desondanks gereed om naar de top op te trekken. Het conferentieoord zelf, dat op een schiereilandje in de hotelzone ligt, zal daarom zwaar beveiligd worden en de directe omgeving zal tot no-go-zone voor demonstranten worden verklaard. De Zapatistas in Chiapas - de deelstaat die hemelsbreed maar een paar honderd kilometer westelijker ligt-, vakbonden, boerenorganisaties en allerlei andere maatschappelijke groepen uit Mexico en andere landen van het continent, hebben een netwerk gevormd dat uiteenlopende vormen van protest en tegeninformatie organiseert. Tussen 9 en 14 september zullen zij zeker van zich doen spreken.

Globalisering

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) wordt door globaliseringsactivisten gezien als een van de voornaamste motoren achter de neoliberale globalisering. De derde ministeriële top van de WTO in november 1999 leidde tot de vermaarde protesten in Seattle die wel gezien worden als de geboorte van de moderne globaliseringsbeweging. Officieel heeft de WTO als taak om te zorgen voor goede regulering van de wereldhandel. Maar in werkelijkheid, menen de vele critici, is het de organisatie slechts te doen om zoveel mogelijk wereldwijde vrijhandel. Vooral multinationals en de rijke landen zouden daarvan profiteren, ten koste van rechten en regelgeving op terreinen als arbeid en milieu.

De WTO is in 1995 opgericht, als voortzetting van het GATT (Algemeen Akkoord over Handel en Tarieven) dat vlak na de Tweede Wereldoorlog ontstond. De hoofdzetel bevindt zich in Genéve. Op dit moment zijn 145 landen lid van de WTO. Na een aarzelend begin met relatief onproductieve ministeriële conferenties in Singapore (1996) en Genève (1998), zetten de Europese Unie en de Verenigde Staten in 1999 zwaar in voor de top van Seattle, die ze al tot Millennium Top hadden gedoopt. Kort daarvoor was een ander project in het kader van mondiale liberalisering – het MAI-akkoord - op de klippen gelopen. De bedoeling van het MAI-akkoord dat binnen de OESO, de club van 29 rijkste landen, werd opgesteld, was om investeerders (lees: multinationals) ongekende rechten te geven. Hetzelfde doel overheerst de WTO-agenda. De top van Seattle, waar de rijke landen hadden gehoopt op drastische afspraken over vrijhandel, liep echter vast. Zo’n 50 duizend demonstranten, onder wie veel vakbondsleden en milieuactivisten, zorgden voor een effectieve blokkade van het conferentiecentrum. Veel delegaties van armere landen bleken niet bereid om de voorstellen van de rijke landen klakkeloos over te nemen.

Dat lukte wel twee jaar later, net na de terroristische aanslagen van Al Qa’ida, in Doha, de hoofdstad van het oliestaatje Qatar. Ver weg van de druk van maatschappelijke organisaties werd daar voor het eerst een omvangrijk pakket aan afspraken doorgezet dat voorziet in vergaande liberalisering van de handel op vele gebieden. Het akkoord van Doha kreeg de naam van ‘ontwikkelingsronde’. Hiermee kwam de pretentie tot uiting dat de afspraken ook voor minder rijke landen tot voorspoed en economische groei zouden leiden. Een van de besluiten van Doha was om ook de handel in diensten wereldwijd zoveel mogelijk te liberaliseren, het zogenaamde GATS-akkoord.

Onenigheid troef

De daadwerkelijke uitvoering van de afspraken van Doha blijkt echter een stuk stroever te verlopen. Tegenstellingen tussen de verschillende economische blokken steken voortdurend de kop op. De top van Cancún is belangrijk omdat dáár de onderhandelingen weer vlot getrokken zouden moeten worden, maar ook omdat een verdere uitbreiding van de WTO op de agenda staat. In een poging het proces weer op koers te krijgen, zijn binnen de WTO in de aanloop naar Cancún een aantal vooronderhandelingen georganiseerd. Zo werd in Tokio vooral gepraat over de verdere liberalisering van de landbouw, wat het Harbinson-voorstel opleverde. De VS en de EU verschillen echter sterk van mening over dit voorstel, terwijl veel ontwikkelingslanden vrezen dat het voorstel hun landbouw de nek om zal draaien.
Andere heikele punten zijn het TRIPS-akkoord (over patenten) en de uitbreiding van de WTO met afspraken over investeringen, overheidsaanbestedingen, competitievoorwaarden en handelsbevordering. Ook afspraken over genetisch gemanipuleerde landbouwproducten liggen gevoelig. Nederland stuurt, zoals alle lidstaten van de WTO, een eigen delegatie naar de conferentie. De onderhandelingen worden echter hoofdzakelijk via de EU-vertegenwoordiging gevoerd. De Nederlandse opstelling wijkt overigens nauwelijks af van die van de andere rijke landen. Ondanks de tradititionele mooie woorden over ontwikkelingshulp prevaleert bij het economische beleid het belang van de eigen handel en gaat het er vooral om zoveel mogelijk markten open te breken.

Vrijhandel in diskrediet

Dat de WTO-top nu net in Latijns-Amerika plaatsvindt, zal een toevallige samenloop van omstandigheden zijn. Juist op dit continent is de liberaliseringsthematiek immers in snel tempo in diskrediet geraakt. Vooral het privatiseren van (publieke) diensten wordt in steeds meer landen door vakbonden en basisorganisaties met hand en tand bestreden. In verschillende landen zijn daardoor geplande – of zelfs al uitgevoerde – privatiseringen van overheidsbedrijven teruggedraaid. Dat gebeurde niet alleen met het inmiddels wereldwijd bekende waterbedrijf in de Boliviaanse stad Cochabamba. Ook in Argentinië (water, elektriciteit), Colombia (elektriciteit en telefonie), Peru (elektriciteit) en El Salvador (gezondheid) werd privatisering tegengehouden. In Mexico durft de neoliberale president Fox de liberalisering van de energiesector evenmin door te voeren.. Dat komt vooral door de dreigende vorming van de continentale vrijhandelszone ALCA. (zie LA Chispa 292)

Hoewel protesten in Latijns-Amerika tot dusver vooral tegen de ALCA gericht waren, en niet zozeer tegen de WTO, zal het effect van die volksprotesten in Cancún toch merkbaar zijn. Regeringen zullen de druk van hun bevolking voelen. Bovendien is de problematiek van de ALCA en van de WTO nauw met elkaar verweven. Zo verklaarde de Amerikaanse handelsminister Robert Zoellick op de ALCA-topconferentie vorig jaar oktober in Quito, dat de afronding van het ALCA-proces alleen mogelijk was als er binnen de WTO goede afspraken kwamen over landbouw. Belangrijk is ook dat de politieke monocultuur in Latijns-Amerika doorbroken lijkt te zijn. Enkele jaren geleden waren er hoofdzakelijk neoliberale regeringen aan de macht. Nu is het spectrum een stuk breder. Door de overwinning van Luis Ignacio da Silva (Lula) en diens Arbeiderspartij (PT) in Brazilië is zelfs de grootste economische macht in Zuid-Amerika in progressieve handen geraakt.
Maatschappelijke organisaties in Brazilië wisten kort voor Lula’s overwinning zo’n tien miljoen handtekeningen te vergaren tijdens een informeel referendum tegen deelname aan ALCA. Ook al heeft Lula zich nooit onomwonden tegen het vrijhandelsverdrag verklaard, hij heeft zich wel kritisch uitgelaten over de inhoud ervan. Bovendien wenst hij prioriteit te geven aan een opwaardering van de Mercosur, het regionale vrijhandelsverdrag tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.

Bundeling en scheuring

Meer regeringen zijn niet langer bereid de drastische vrijhandelskoers klakkeloos te volgen, zoals Gutiérrez in Ecuador en Chávez in Venezuela. In Peru kwam president Alejandro Toledo zwaar in de problemen toen hij, ondanks zijn verkiezingsbeloftes om niet te privatiseren, in juni 2002 de elektriciteitsbedrijven in Arequipa en Pasco probeerde te verkopen aan het Belgische concern Tractebel. Het leverde hem een ware volksopstand op en de les om voortaan voorzichtig te manoevreren op dit gebied. In El Salvador namen vorig jaar zo’n 60 duizend mensen deel aan een demonstratie en voerden artsen en gezondheidswerkers maandenlang fel acties tegen privatisering van het gezondheidsstelsel. De nieuwe president van Argentinië, Kirchner, heeft zich niet duidelijk uitgesproken over zijn beleidsplannen op het gebied van internationale economische kwesties. Maar hij zal zich zeker een stuk linkser opstellen dan zijn voorganger en partijgenoot Menem, die hij frontaal aanviel vanwege zijn privatiseringsbeleid in de jaren negentig. Argentinië geldt sinds de economische ineenstorting in december 2001 als een voorbeeld van wat er gebeurt als je teveel naar de wensen van Wereldbank en IMF luistert en teveel privatiseert. Argentinië is echter tegelijkertijd, net als Uruguay, traditioneel een grote exporteur van landbouwproducten. Grote agrarische producenten hebben belang bij verdere liberalisering van de wereldmarkt. Ziedaar de verschillende krachten die aan Kirchner trekken als zijn delegatie in Cancún rondloopt.

Niet alleen vakbonden verzetten zich tegen vrijhandelsplannen. In sommige landen is er ook een duidelijke invloed merkbaar van opkomende maatschappelijke organisaties op andere gebieden, met name milieu. Groepen als Redes in Uruguay en Acción Ecológica in Ecuador werken nauw samen met vakbonden en organisaties uit andere sectoren, die vroeger vaak tegen elkaar uitgespeeld werden. Ook bij campagnes tegen grote infrastructurele ontwikkelingsplannen zoals het Plan Pueblo Panama in Midden-Amerika of Hidrovia in Zuid-Amerika zijn dergelijke samenwerkingsverbanden, die zo kenmerkend zijn voor de globaliseringsbeweging, in actie gekomen. Uit diezelfde achtergrond komt in september het verzet tegen de WTO-vergadering.
Verschillende onderwerpen die op de WTO-agenda staan, trekken overigens verschillende kloven dwars door Latijns-Amerika. Zo is de Argentijnse landbouw via Amerikaanse zaadbedrijven sterk doordrongen van genetisch gemanipuleerde gewassen, terwijl andere landen, zoals Brazilië, zich op dat gebied kritisch opstellen. Brazilië is op zijn beurt een sterk voorstander van aanpassing van het TRIPS-akkoord. Het land wil dat de restricties op het produceren van goedkope varianten op dure medicijnen, zoals ter bestrijding van aids, worden opgeheven. Brazilië produceert deze medicijnen al.

Mexico als leerschool

Gastheer Mexico is een verhaal appart. President Vicente Fox, die in 2000 de zeventigjarige heerschappij van de PRI doorbrak is een pure neoliberale ondernemer. Hij was directeur van de Latijns-Amerikaanse vestiging van Coca Cola voordat hij de politiek inging. Zijn economisch beleid is grotendeels gericht op het veroveren van een plek op de wereldmarkt en het openstellen van de grenzen voor buitenlandse investeerders. Als geen ander land heeft Mexico kunnen leren wat moderne vrijhandel betekent, sinds het in 1994 samen met de VS en Canada de vrijhandelszone NAFTA vormt. Dat dit project niet alleen rozengeur en manenschijn voortbrengt, is inmiddels wel duidelijk (zie LA Chispa 293). Radicale bewegingen als de Zapatistas zijn mede groot geworden door de sentimenten tegen NAFTA. Maar ook de traditionale PRI-aanhang op het platteland in andere delen van het land roert zich danig. Vooral de kleine boeren hebben harde klappen te verduren gekregen door het vrijhandelsakkoord en de daarmee gepaard gaande toevloed van goedkope Noord-Amerikaanse landbouwproducten. Honderdduizenden gezinnen hebben hun akkers verlaten en zijn naar de steden getrokken op zoek naar werk.
Fox aarzelt tot nu toe om zijn beloftes over privatisering van de olie-industrie waar te maken. De machtige olievakbonden kunnen het land flink ontregelen als hij die tegen zich in het harnas jaagt. Buitenlandse investeerders zouden volgens sommige analisten uit Fox’ aarzelende beleid opmaken dat hij een politiek onbetrouwbare partner is, waardoor investeringen achterblijven op de verwachtingen.

Limousines

Uit een rapport dat de WTO vorig jaar over Mexico opstelde, bleek dat het land op voorbeeldige wijze de akkoorden van Doha uitvoerde. Daarnaast stelde het rapport echter een aantal problemen vast in de Mexicaanse economie -de grote staatsschuld, de stagnerende export, de dominante positie van de VS als grootse handelspartner- die nu juist voortkomen uit de brave naleving van de akkoorden. Het meest opmerkelijke is de conclusie dat de door de liberalisering voortgebrachte economische groei geen weerslag heeft gekregen in een efficiënt binnenlands ontwikkelingsbeleid dat de arme bevolking ten goede is gekomen. Ondanks de groeicijfers is de sociale en economische kloof tussen arm en rijk in Mexico alleen maar toegenomen. Terwijl de WTO economische groei altijd als panacee voorhoudt aan de buitenwacht, blijkt dat in Mexico in ieder geval niet gewerkt te hebben. Wie wil zien wat er niet klopt aan het onvoorwaardelijk geloof in ‘vrijhandel’ hoeft in september slechts te kijken naar de realiteit in het gastland van de WTO-topconferentie. Daarvoor zouden de conferentiegangers wel hun veilige veelsterrenambiance moeten verlaten. Het officiële programma voorziet daar echter niet in: vanuit het vliegtuig gaat het per airconditioned limousine linea recta naar de airconditioned hotels en conferentiezalen. Tenzij het deze keer een paar demonstrerende bewoners lukt om de karavaan tot stilstand te krijgen.

Uitgebreide informatie en links naar allerhande initiatieven en organisaties is te vinden op: http://espora.org/cancun03/



(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Kees Hudig.)