“Groepsimmuniteit” begon als volksgezondheidsbegrip. Nu is het een recept voor neo-liberaal geweld. Een interview met Angela Mitropoulos.

(Dit artikel van Max Haiven verscheen op 21 oktober 2020 onder de titel ““Herd Immunity” Was Originally About Vaccination. Now It Is Neoliberal Violence.” op de website Truthout. Nederlandse vertaling door Thijs Vissia bij Doorbraak. Foto door H Shaw op Unsplash)

De afgelopen weken hebben rechtse regeringen, met name de regering van Trump, openlijk het zeer problematische begrip “groepsimmuniteit” omarmd. Die manoeuvres worden nu versterkt door het verschijnen van een mysterieus “minderheidsrapport” – naar verluidt afkomstig van dissidente volksgezondheidsdeskundigen – onder de titel “The Great Barrington Declaration”. Maar de waarde van dit document wordt in twijfel getrokken, omdat veel van de namen van ondertekenaars gebaseerd lijken op grappen. Angela Mitropoulos is een politieke theoreticus en academicus gevestigd in Sydney, Australië, en is de auteur van “Pandemonium: Proliferating Borders of Capital and the Pandemic Swerve” (2020) en “Contract and Contagion” (2012). In dit interview met cultuurtheoreticus Max Haiven (redacteur van de VAGABONDS-boekenserie waarin “Pandemonium” verscheen) bespreekt Mitropoulos de ontstaansachtergrond en de politieke inhoud van het argument van groepsimmuniteit (ook wel “kudde-immuniteit” genoemd, vert.).

Max Haiven: Ten eerste, wat is er op dit moment precies gaande? En ten tweede, kun je voor ons de argumenten schetsen die je in je zojuist verschenen boek “Pandemonium” hebt opgesteld over het ontstaan en de politiek van dit pleidooi voor groepsimmuniteit?

Angela Mitropoulos: Wat er gaande is, is allereerst een opzettelijke verstoring van de signalen, een poging om de wateren te vertroebelen op het gebied van onze concepten en beleid rond leven en dood. Dus dat is op zichzelf al leerzaam. Er bestaat geen geloofwaardig concept van “groepsimmuniteit” bij gebrek aan een vaccin: de term was uitsluitend bedoeld als aanduiding voor het meestal zeer hoge drempelpercentage van een bevolking die een vaccin gehad moest hebben om de dreiging van een ziekte op betrouwbare wijze uit te schakelen. Dit nieuwe idee is daarentegen een zeer recente uitvinding, en heel gevaarlijk, vooral wanneer het ingezet wordt voor politieke doeleinden om een virus vrij te laten circuleren zonder dat er een vaccin voor bestaat.

Wat we nu kunnen zien, is een georkestreerde mediacampagne voor overheden om een beleid te voeren dat neerkomt op het bevorderen van de verspreiding van het virus. Een dergelijk beleid zou op zichzelf al onethisch zijn. Maar daarnaast zou het extreem-rechts de gelegenheid bieden om de sterfgevallen die er te verwachten zijn als gevolg van deze eugenetische aanpak, van een nieuwe oorzaak te voorzien, alsof ze het resultaat zijn van een natuurramp. We weten ook nu al dat het virus buitenproportionele en bovengemiddeld dodelijke gevolgen zal hebben juist voor geracialiseerde en gemarginaliseerde groepen mensen die extreem-rechts graag geëlimineerd zou zien. Ongeacht of de rechterzijde zulke sterf- en ziektegevallen nou voorstelt als het gevolg van de “onzichtbare hand” van de markt of als de wil van God, is het in elk geval de bedoeling om ze te omschrijven als onvermijdelijk en als niet-te-berouwen.

De zogenaamde “Great Barrington Declaration” is vermoedelijk bedoeld om te proberen om het verzet tegen dit soort benaderingen te doorbreken met een pompeuze gezaghebbende toon, die de plaats in moet nemen van concreet aantoonbaar bewijs. De oorsprong van de “Declaration” ligt in het American Institute for Economic Research, een rechtse ‘denktank’, en publicaties zoals Spiked, die erop gericht zijn om uiterst rechtse posities te verpakken in linkse frases en zo opnieuw in omloop te brengen. Dat zijn groepen die financieel en organisatorisch verbonden zijn met de Koch-broers – de twee miljardairs die in de loop van de afgelopen decennia een aantal van de meest beruchte uiterst rechtse initiatieven gefinancierd hebben.

Het belangrijkste doel van de “Declaration” is, bot uitgedrukt, het “ruimen van de kudde”, ofwel, het door de dood laten zuiveren van de bevolking. De insteek daarvan is vermoedelijk om te zorgen dat werkers productiever worden en in de toekomst minder een last zullen vormen voor de gezondheidszorg en overige voorzieningen. Daarnaast zijn er allerlei loze beweringen te horen over het beschermen van de kwetsbaren, hoewel die term zacht gezegd dubbelzinnig is. Hun notie van kwetsbaarheid gaat voorbij aan alle manieren waarop systemen van uitbuiting en ongelijkheid dat soort kwetsbaarheden zelf voortbrengen: de bronnen van die kwetsbaarheid zijn te vinden in schulden, geprivatiseerde gezondheidszorg en armoede.

Tegelijkertijd berust de “Declaration” op een andere aartsconservatieve veronderstelling: het (witte) middenklasse kerngezin, waarvan in epidemiologische, economische en ramingen rond zorgcapaciteit veelal aangenomen wordt dat het de norm is. Maar alle geloofwaardige epidemiologen weten best dat veel zwarte en andere niet-witte families in de VS uit intergenerationele huishoudens bestaan, en het is dan ook voorspelbaar dat het bij hen veel hogere risico’s op blootstelling, ernstige gevallen en sterfte oplevert als het virus de vrije loop krijgt.

In “Pandemonium” zet ik uiteen hoe dit verwrongen idee van groepsimmuniteit ontstaan is op het kruispunt tussen neo-liberalisme en fascisme, in een proces dat bijna een eeuw beslaat. Het is belangrijk om daar heel helder over te zijn: er bestaat niet zoiets als een “natuurlijke” weg naar groepsimmuniteit. Bij gebrek aan een vaccin is het nastreven van groepsimmuniteit echt een vreselijk idee. Het concept “mensen laten sterven” in naam van de markt veronderstelt het neo-liberale idee van een “natuurlijke economische orde”. Het vaak onuitgesproken doel om uit de pandemie te komen met een “sterkere en productievere werkende klasse” wordt verder gepolijst met de fascistische verering van de übermensch, de productieve arbeid en de opoffering als het lot van de arbeidersklasse in een zogenaamde “vrije” maatschappij (of “arbeid maakt vrij”, dat zoals bekend gegraveerd stond boven de ingangspoort van Auschwitz).

Zoals ik al zei, werd het oorspronkelijke concept van groepsimmuniteit ontwikkeld om vast te kunnen stellen welk percentage van een bevolking er gevaccineerd moest worden om bij de hele bevolking immuniteit voor een ziekte te creëren. Maar al in januari besloten delen van de Britse regering ertoe om het concept van “groepsimmuniteit” los te koppelen van die verbinding met een inentingsprogramma. Er was veel verzet tegen omdat het onmiddellijke en voorspelbare resultaat van die aanpak een opmerkelijk hoog aantal sterfgevallen was. In de Verenigde Staten, die in tegenstelling tot het nationale en openbare model van het Verenigd Koninkrijk een particulier en gefederaliseerd gezondheidszorgmodel hebben, is het op eugenetische groepsimmuniteit geïnspireerde beleid vermengd met andere benaderingen. Maar in beide gevallen heeft het geleid tot honderdduizenden voorspelbare en te voorkomen sterfgevallen.

Waar komt dat soort van ‘common-sense’-enthousiasme voor het idee van groepsimmuniteit vandaan?

Aan het eind van 2020 zijn we allemaal uitgeput. We willen allemaal dolgraag een exit-strategie zien, en groepsimmuniteit biedt een deur, een uitweg. Veel mensen klinkt het wel goed in de oren, maar als we dan bij de details komen, wordt het weer wat te ingewikkeld, en we zijn allemaal moe. Hoe graag ik ook zou willen dat er een deur zou verschijnen, voorlopig weten we wat er wél werkt: maskers, handen wassen, fysieke afstand nemen, nauwkeurig contacten bijhouden en ze laten traceren door zorginstellingen (in plaats van de politie).

En we moeten ook niet vergeten dat er veel ziekten zijn waarvoor we nooit enige vorm van groepsimmuniteit hebben ontwikkeld. In die gevallen waren successen het resultaat van veranderingen in de manier waarop we dingen doen, zoals handen wassen, en niet van het faciliteren van de verspreiding van de ziekte in de hoop dat die niet ons eigen leven kost of dat van mensen om wie we geven.

En hier moeten we, denk ik, een reeks echt moeilijke vragen onder ogen zien. We moeten bijvoorbeeld aandacht besteden aan racisme, zoals het uitgedrukt wordt in sterftecijfers. We moeten serieuze aandacht geven aan de economische gevolgen, zowel persoonlijk als collectief, van wat er gebeurt als mensen sterven. Dat betekent een confrontatie met wat ieder van ons werkelijk gelooft dat de levens van mensen waard zijn, en of, laten we zeggen, black lives matter, of zwarte levens er toe doen. We worden geconfronteerd met de waarde van het leven; niet het vermeende leven waar zogenaamde ‘pro-life’-activisten het over hebben, maar daadwerkelijke levende personen.

Terwijl de groepsimmuniteitsbenadering vrij consequent wordt vertolkt door rechtse denkrichtingen, staat “Pandemonium” ook kritisch tegenover liberale en zelfs enkele linkse benaderingen van de pandemie, vooral wanneer die verstrengeld zijn met oproepen om de grenzen te versterken of zich vooral te richten op het lot van de “nationale economie”. Kan je vandaag, drie maanden na de publicatie van het boek, kort uitleggen hoe je dat politieke spectrum ziet? En welke vooruitzichten hebben we om met een beter antwoord te komen?

Die geschifte “Declaration” en andere soortgelijke uiterst rechtse benaderingen bloeien op en winnen aan kracht naarmate het discours over de aanpak van de pandemie meer gefixeerd raakt op het aan de politie onderwerpen van groepen die als bedreigingen worden gezien, in plaats van ons te richten op er wat concreet nodig is: het onderbreken van de overdracht van het virus. Ook liberalen maken zich schuldig aan de fixatie op de lockdowns, quarantaine en uitgaansverboden die ik in “Pandemonium” uitgebreid bekritiseer. Maar ik leid de geschiedenis van de groepsimmuniteit ook terug naar zijn neo-liberale en fascistische oorsprongen, via de geschiedenis van bevolkingstheorie.

Het beleid van quarantaine (het opsluiten van hele bevolkingen) en het verwrongen idee van groepsimmuniteit delen het idee dat de verantwoordelijkheid om grotendeels onbekende risico’s te berekenen, en daarmee om te gaan, moet worden neergelegd bij zelfregulerende huishoudens en individuen. In beide gevallen maken deze benaderingen het mogelijk om de sterfgevallen die er het gevolg van zijn, te benoemen in de neo-liberale taal van “persoonlijke verantwoordelijkheid” en de morele economie van mislukking en zonde. Ik ben er zelf nooit vanuit gegaan dat het neo-liberalisme betekent dat grenzen of autoritair bestuur afwezig zijn, of dat “globalisering” iets anders inhield dan een geglobaliseerd soort geopolitiek nationalisme.

Dat gezegd hebbend, denk ik dat er immense gevaren verbonden zijn aan deze pandemie, en aan de dominante reacties daarop. Maar tegelijkertijd zitten we nog midden in één van de grootste, aanhoudende bewegingen daartegen die we in ons leven hebben kunnen meemaken. Door juist op dit moment hardop te stellen dat Black Lives Matter, wordt het mogelijk om de verbanden zichtbaar te maken tussen actief politiegeweld en het zogenaamd neutrale geweld van dit type gezondheidsbeleid, dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk geleid heeft tot veel hogere sterftecijfers onder zwarte en andere geracialiseerde groepen mensen. In die bewegingen en perspectieven is zeker moed te vinden om een nieuwe wereld op te bouwen.

Max Haiven