G20-leiders beseffen niet dat verdere liberalisering van financiële diensten de wereldeconomie juist instabieler maakt (Verschenen op de website van SOMO en in NRC-Handelsblad 24/09/09)
In Pittsburg zal de G20 vandaag en morgen niet alleen spreken over de aanpak van de financiële en economische crisis. Opnieuw zal de G-20 oproepen tot het afsluiten van een handelsakkoord binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Dat wordt gezien als een belangrijke impuls voor de huidige verzwakte wereldeconomie. Blijkbaar is het besef nog niet doorgedrongen dat bindende afspraken over financiële diensten binnen de WTO-onderhandelingen juist een doeltreffende aanpak van de financiële en economische crisis in de weg staan.

De toename van vrijhandel en wereldwijde concurrentie is het belangrijkste uitgangspunt van de WTO-onderhandelingen. Het GATS-akkoord van de WTO maakte de liberalisering van financiële diensten haast onomkeerbaar. Overheden stelden soepele regulering op om een zo aantrekkelijk mogelijk vestigingsklimaat voor financiële instellingen te creëren. De uitzonderlijk hoge winstmarges, extreme expansiedrift en de ontwikkeling van speculatieve en ondoorzichtige financiële producten hadden echter alarmbellen moeten laten rinkelen.

Landen die hun financiële diensten liberaliseren volgens de GATS-regels verplichten zich tot het afstand doen van allerlei beleidsopties. Maatregelen als het beperken van de omvang van commerciële financiële instellingen zijn verboden. Sommige landen maakten wel gebruik van de mogelijkheid om uitzonderingen op enkele GATS-regels te vragen. Nederland deed dat niet en ging voluit voor de liberalisering van financiële markten en diensten.

In een deze week uitgebracht rapport van de door de VN ingestelde commissie-Stiglitz, die onderzoek doet naar hervormingen in de globale, financiële wereld, staat duidelijk dat het GATS "het vermogen van regeringen kan beperken om de regeringsstructuur te veranderen op een manier die gunstig is voor financiële stabiliteit, economische groei en het welzijn van consumenten en investeerders".

Door de financiële crisis werd duidelijk dat blind vertrouwen in gedereguleerde financiële markten heeft geleid tot het creëren van een financieel schaduwsysteem. Een wereldwijd ‘casino’ werd gecreëerd met complexe speculatieve en met elkaar verweven financiële producten die nauwelijks of niet aan toezicht en regelgeving onderhevig waren. Samenlevingen betalen nu letterlijk de prijs van het vrije spel dat de financiële conglomeraten en speculanten werd geboden. Dat maakt westerse landen financieel en economisch instabieler, en minder ontwikkelde landen in hogere mate.

Het liberaliseren van financiële diensten binnen de WTO-onderhandelingen zou daarom onmiddellijk moeten stoppen. Echter, als het aan de G20 ligt, moeten de WTO-onderhandelingen zijn afgerond voordat internationale regelgeving en toezicht op de financiële industrie in werking is getreden.

In antwoord op de crisis is het juist van cruciaal belang dat landen controle kunnen uitoefenen op de financiële industrie en de inkomende en uitgaande geldstromen om zo speculatieve kapitaalbewegingen aan banden te leggen. Landen moeten genoeg beleidsruimte krijgen om die maatregelen in het belang van financiële stabiliteit en duurzame ontwikkeling te nemen. Ze moeten al hun GATS-verplichtingen bedoeld om hun financiële sectoren te liberaliseren kunnen terugdraaien zonder WTO-sancties. Het uitgangspunt hierbij zou een financiële sector moeten zijn die ten dienste staat van reële economische ontwikkeling, kwalitatieve en universele toegang tot diensten en een duurzame samenleving. Het zou de Nederlandse vertegenwoordiging bij de G20 sieren als men daar in Pittsburgh een lans voor zou breken, en coherent beleid op de agenda zet.
-------------
Auteurs: Onderzoeker Roos van OS en senior onderzoeker Myriam Vander Stichele van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO)
Geplaatst in NRC Handelsblad op 24 september 2009