Als ras optimist blijf ik geloven in een sterke vakbeweging. Toch kom ik ook steeds meer tot de conclusie dat "De nieuwe vakbond FNV" een stevige koerswijziging nodig heeft. Het zelfkritische vermogen aan de top van de FNV, inclusief alle organen, is niet erg hoog. Dat leidt niet tot een fundamentele verandering in de opbouw van vakbondsmacht, waarvoor de laatste tijd een stevig pleidooi gehouden is bij Solidariteit. Met 1 mei 2018, de dag van de arbeid, als weinig opwekkend voorbeeld.

(Door Sjarrel Massop, oorspronkelijk verschenen op solidariteit.nl)

FNV-voorzitter, Han Busker, viel in herhaling. Hij had het weer over de nog één miljoen leden en de aanwas van wel vijfduizend nieuwe leden elke maand. Deze herhaalde constateringen, al of niet overdreven, helpen 'de vakbond in neergang' niet in een beweging omhoog. Er is meer nodig. Het beoogde offensief komt onvoldoende uit de verf, omdat de FNV nog te veel leunt en vertrouwt op de mogelijkheden in de polder, zowel in eigen gelederen als naar buiten.
Moeizame campagnes

Er zijn en blijven nog altijd hardnekkige, interne problemen die het bestuur van de vereniging onder leiding van Busker onvoldoende weet aan te pakken. Allereerst is daar de verhouding tussen de vereniging en de werkorganisatie, de grote club van bezoldigden. De goeden niet te na gesproken, de meerderheid en zeker haar leiding blijft een eigen koers varen. Als boze illustratie daarvan hoorde ik laatst dat de directie van de werkorganisatie bezig was met het schrijven van een rapport voor het bestuur van de vereniging. Dat rapport moet gaan over een interne reorganisatie. Nog steeds is er dus nog geen bescheidenheid binnen deze directie en gaat ze de eigen gang. Daar waar toch vijf jaar geleden op het fusiecongres besloten is dat het weer een vakbond van de leden zou moeten worden en wel van actieve leden. De oude werkwijze van overleg, lobby en polderen werkt nu helemaal niet meer. Het roer moet om.

Ook de manier van organisen - campagnes voeren op knelpunten - is uitgewerkt. Campagnes vereisen dat een grote massa kaderleden en leden in beweging is gekomen en niet omgekeerd. Een 'te vroege' campagne bevat het risico dat mensen voortijdig afhaken; de lat is dan te hoog voor wie best mee wil doen. Campagnes kennen vaak speerpunten met korte flitsacties die in plaats van mobiliserend uitsluitend werken, omdat mensen die in beweging zijn gekomen dat niet lang vol houden. Een voorbeeld is de campagne waarin ik zelf betrokken ben Red het Pensioenstelsel. Het is hollen van de ene actie naar de andere actie om druk te zetten op de onderhandelingen. Dat gaat ten koste van de inhoudelijke onderlinge discussie, het opzetten van regionale actiecomités en het betrekken van alle andere sectoren binnen de bond. Het opbouwen van activerend vakbondswerk, mensen in beweging laten komen, is een kwestie van lange adem en van onderling vertrouwen en solidariteit.

Klunzig en vaag

Een ander intern probleem is de onderlinge, gebrekkige afstemming tussen de verschillende onderdelen/sectoren. Dat kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren rond de acties van 1 mei die een belangrijke rol moesten spelen in het Offensief. De sector vervoer besloot deze dag het streekvervoer plat te leggen. Nu is er altijd reden om strijd en actie te voeren. Maar wordt niet geregeld dat mensen, in dit geval naar het Malieveld, kunnen komen, dan schiet de organisatoren in eigen voet. Onhandig.

Een vergelijkbare klunzigheid begingen Busker en dagelijks bestuurder Zakaria Boufangacha, toen ze de verschillende sectoren opriepen te laten horen waar ze op het Malieveld stonden. De zorg en de senioren deden dat in tegenstelling tot het streekvervoer ... dat was immers aan het staken.

Vreemd was het aparte blok van de sector senioren en van "Red het pensioenstelsel". Alsof de sector losstaat van de strijd voor het behoud van het stelsel. Overigens de hele pensioenkwestie lijkt Busker zwaar op de maag te liggen, hij draait om een eenduidige standpunt heen over het behoud van het huidig pensioenstelsel dat allen aangaat; ook nog niet gepensioneerden. Juist deze collectiviteit breken overheid en werkgevers door steeds maar weer bijvoorbeeld 'jong' tegenover 'oud' te plaatsen. Mede daardoor slaagt de FNV er niet in het pensioen als een algemene voorziening, die dus de sector senioren overstijgt, tot strijdpunt te maken.

Naar buiten

De keuze voor het Malieveld om regering en parlement de strijdbaarheid van de FNV te tonen, was eigenlijk een mislukking. De Tweede Kamer was met voorjaarsreces en de route langs het torentje van Rutte en de burelen van de VVD/werkgevers was nauwelijks meer dan folklore. Zo bevestigde de bonte stoet het zo vaak bestreden ongelijke speelveld. Door even de spierballen te laten zien, trekken de verhoudingen niet bij.

Natuurlijk moet de vakbeweging weer zichtbaar worden. Dat begint met mensen te enthousiasmeren en te betrekken in de kritiek op de achterblijvende lonen, het niet indexeren van de pensioenen, het afbreken van sociale zekerheid, de gevolgen van de flexibilisering, de discriminatie, het opkomende racisme en het onverantwoord omgaan met moeder aarde.

De kern van de veel bezongen aanpak van de FNV om van haar organisatie weer een beweging te maken, is het besef dat de tijd 'voor en met de mensen' voorbij is. Dat het tijd wordt dat de mensen het zelf gaan doen. Dat zal ook de beweging op gang helpen om de meerdere, actuele acties en stakingen in solidariteit en gemeenschappelijkheid met elkaar te verbinden. In de nieuwe structuur slaagt de vakbond er bijvoorbeeld niet in de strijd van de leraren te binden aan zichzelf, de strijd voor 'Red het Pensioenstelsel' is nog nauwelijks een zaak van de andere sectoren. Er is nog veel werk te verzetten, met minder intensieve campagnes, komt er meer ruimte voor meer vakbeweging en onderlinge samenwerking. Niet de meubelen redden, maar een drastische interne verbouwing is nodig voor de vakbeweging.

------------

Naschrift globalinfo.

De demonstratie in Den Haag bood een goed voorbeeld van hoe de FNV denkt over aansluiting bij anderen (of anderen bij hen laten aansluiten). Een groep baanlozen, flexwerkers en flexhuurders die een eigen blok had gevormd (het van onderop blok) werd letterlijk het spreken op de eindmanifestatie onmogelijk gemaakt. Gelukkig lieten ze zich niet intimideren door de FNV-knokploeg.