Ga naar de inhoud

Het onderwijs popelt, nu de bond nog

Terecht met enige trots maakte de Algemene Onderwijsbond (AOb) 20 oktober jongstleden bekend dat uit een peiling onder 34.000 leden van het basisonderwijs (primair onderwijs, PO) kwam dat 96 procent vindt dat de bond met acties moet doorgaan. Daaraan zal 94 procent meedoen, terwijl 63 procent kiest voor een nieuwe landelijke staking. “Ze zeggen ons serieus te nemen, maar dat blijkt uit het regeerakkoord totaal niet. We moeten volhouden.” (site AOb)

5 min leestijd
IMG 8524

(Door Hans Boot, oorspronkelijk verschenen op solidariteit.nl)

De voorzitter van de AOb, Liesbeth Verheggen, is niet verrast, maar zegt “dat er nog even geduld nodig is over hoe nu verder.” Ze wacht op de reacties van de andere bonden en de werkgeversorganisatie PO-Raad en dan “eerst een afspraak met de nieuwe minister van onderwijs”. Inmiddels heeft de PO-Raad die de staking van 5 oktober ondersteunde “een interactieve sessie” gepland. Met alle betrokken organisaties, ook het ministerie van onderwijs, “over de aanpak van het lerarentekort” dat zonder ingrijpende maatregelen in 2025 tienduizend voltijdbanen bedraagt. Prognoses zijn altijd hachelijk, maar voor de ‘sessie’ zijn twee uurtjes uitgetrokken op een datum, 23 november, die eerder is genoemd als de eerste dag van een nieuwe staking. Tja, dunnetjes en uitgekiend.

Vrolijk en weerbarstig

Hoe irritant deze, bijna klassieke, perikelen na een indrukwekkende staking ook mogen zijn, de massale deelname, het bevrijdende enthousiasme, de creatieve ernst, de ongeduldige woede en de vanzelfsprekende ‘orde’ waren zeer inspirerend. Al vanuit het Haagse Zuiderpark belde mijn dochter, onderwijzeres aan een Amsterdamse Montessorischool: “Hier moet je bij zijn, al die juffen en wat minder meesters, laten samen, let wel samen, in poncho’s, met boterhammen, drinkflesjes en spandoeken van allerlei formaat een school van saamhorigheid zien. Vrolijk en weerbarstig.”

Op de heenweg, vertelde ze, kwamen in de bus sommige ouders ter sprake: “hebben jullie wel aan onze kinderen gedacht?”. Een niet onbekend consumentengedrag, waarin het onderwijspersoneel aangesproken wordt op de bijdrage aan de carrière van de dochters en zonen. Een zakelijke zorg die door een wat algemener verschijnsel op de scholen was aangewakkerd. Het commerciële aanbod om de kinderen tijdens de stakingsdag op te vangen in een sport-, muziek- of toneelclub. Onder het motto ‘maak van de staking een event’ konden ouders op het schoolplein 35 euro pinnen en zo een hinderlijk gevolg van de staking uitbesteden.
Stakingbrekers zoals de grootouders die een extra dagje insprongen? Of toch te vergelijken met de vroegere bakker en melkboer die uit solidariteit stakende arbeid(st)ers van brood en melk voorzagen? Inderdaad, ook uit klantenbinding. Maar dan wel gratis en voor niks. In een discussie hierover was een tegenwerping: de clubjes gaven de kinderen een leuke dag en legden de staking geen strobreed in de weg. Dat neemt niet weg dat het ‘ongerief’ dat nu eenmaal aan een staking vastzit of zelfs beoogt, werd afgekocht.

Krakkemikkig

Hoe succesvol de staking ook was, het optreden vooraf van de AOb was niet briljant. De bond heeft moeite met de actielogica van de initiatiefnemers “PO in actie”: het eerste uur de scholen dicht (eind juni), gevolgd door één dag staking in oktober en twee dagen in november en dan maar eens de stand van zaken bezien. PO in actie volgt “de techniek van de overrompeling. Als iedereen op één lijn zit, gaan we een stapje verder. Zo dwingen we de partners om vooruit te blijven gaan.”
De AOb behoort tot die partners. Voorzitter Verheggen: “We zijn samen aan het actievoeren. Dan lijkt het me ongebruikelijk dat een van de organisatoren zelfstandig nieuwe stappen aankondigt.” (beide citaten: de Volkskrant, 2 oktober 2017) Inderdaad formeel kan alleen een bond een staking uitroepen, na een besluit van de leden. Maar de AOb opereerde krakkemikkig, uiterst behoedzaam en afwachtend, ook gezien de genoemde (latere) peiling en het gegeven dat PO in actie onderhand 43.000 leden telt.

Verleer Rutte het eindeloze gelach

Maar er lijkt meer te spelen, tot nu toe nogal duister, niettemin verontrustend.
Ook het onderwijsland kent belendende overleginstituten. Eén daarvan is de Onderwijscoöperatie, bestaande uit de vier grootste onderwijsvakbonden: “van, voor en door de leraar”, met vrijwillige ‘ambassadeurs’ op de scholen. Al eerder waren daar strubbelingen over de verhouding ‘beroepskwaliteit’ en ‘belangenbehartiging’ en over de bemoeienis van het financierende ministerie van onderwijs. Ruim een week geleden (20 oktober), knalde een bommetje. Het ging over de vervulling van de vacature, sinds afgelopen juni, van een nieuwe voorzitter. De voorgedragen kandidaat, “op het eerste gezicht zeer capabel”, was na twee gesprekken afgewezen. Kan gebeuren.
Maar ja, de kandidaat was één van de twee voorlieden van PO in actie, Jan van de Ven. “Ik wilde er een brede beroepsvereniging van maken, waarvan de leraren direct lid konden worden. (…) Los van de beroepspolder.” (Algemeen Dagblad, 22 oktober 2017) Of dat de grond van de afwijzing is, vertelt het bestuur van de Onderwijscoöperatie, met Liesbeth Verheggen als vicevoorzitter, niet. Het is “uit privacy overwegingen ongebruikelijk om te communiceren over een sollicitatie”. (Persbericht Onderwijscoöperatie, 20 oktober 2017)

De gevolgen van deze trieste gebeurtenis zijn nog onduidelijk. Het zal het tot nu toe gesloten PO Front geen goed doen. Gevreesd mag worden dat ook de AOb, zoals best vaak in de vakbeweging, slecht uit de voeten kan met kritische,actiegerichte groepen die samenwerking evenzeer koesteren als zelfstandige oppositie. Blijft staan dat de lonen in het basisonderwijs omhoog moeten, de werkdruk omlaag, de klassen kleiner en de komst van (meer) onderwijsondersteunend personeel urgent is. De miljoenen die Rutte III aankondigt schieten tekort en de geraamde investeringen in 2021 zijn te laat.
Blijft staan dat de AOb door de daadkracht van PO In actie alleen maar sterker kan worden. Wat de onderwijzeressen en onderwijzers betreft, pak de spandoeken op, leg de poncho’s klaar en verleer Rutte zijn eeuwige lach.