Het kan hier niet gebeuren. Dat is de zelfgenoegzame mantra van een samenleving met langdurige 'democratische' instellingen waar de gedachte heerst niet te kunnen bezwijken voor een autoritaire dictatuur. Sinclair Lewis gebruikte deze uitdrukking als titel voor zijn roman in 1935, waarin hij zich de opkomst van een fascistische dictatuur in de Verenigde Staten voorstelde. Zelfs als een aspirant-dictator in aanzien stijgt en een paramilitair leger mobiliseert, weigeren velen het te geloven.

(Door Alejandro Reuss (*1), , vertaling Solidariteit.nl plaatje van barking in the dark)

Vandaag is er reden tot ongerustheid. President Donald Trump heeft herhaaldelijk gedreigd met autoritaire middelen om zijn ambt te behouden. Zijn regering deed ongegronde voorspellingen over wijdverbreide verkiezingsfraude, beweerde dat met per post verstuurde stembiljetten gefraudeerd was, probeerde de postbezorging te verstoren en suggereerde de geposte stembiljetten weg te gooien. In dit verzet tegen een vreedzame overdracht van de macht, zijn Trumps aanhangers (inclusief extreemrechtse, gewapende groeperingen) aangespoord om kiezers te intimideren, enzovoort.

Dreiging

Gelukkig gaat niet iedereen ervan uit dat 'het hier niet kan gebeuren'. Activisten in verschillende bewegingen bespreken hoe ze op een couppoging kunnen reageren, inclusief grootschalige straatprotesten. Ook sommige vakbonden erkennen de dreiging en overleggen hoe er dan gereageerd moet worden. Een landelijke algemene staking is in elk geval een optie.

De omvang en kracht van Amerikaanse vakbonden zijn, zoals bekend, niet meer wat ze ooit waren. De arbeidersbeweging beschikt echter nog steeds over aanzienlijke middelen die een anti-coup-beweging zouden kunnen versterken: een organisatiegraad van bijna vijftien miljoen mensen en organisatiestructuren op lokaal, staats- en nationaal niveau. Het vermogen is er om 'business as usual' te verstoren door middel van actie op de werkplek, zeker gezien de recente ervaringen met militante arbeiders en grootschalige collectieve actie.

Stap 1: neem dreiging serieus

Het is erg moeilijk om de kans op een poging tot staatsgreep in te schatten. Zonder voorbereiding op alle belangrijke uitkomsten zou het neerkomen op het spelen van Russische roulette - met alle risico’s van dien. De Trump regering heeft een consistent patroon laten zien van 'tot aan de grens gaan'. Trumps retoriek legt de basis voor een mogelijke staatsgreep. Hij peilt de mate van verontwaardiging die het oproept, gebruikt zwevende rechtvaardigingen voor zijn plannen tot een staatsgreep en moedigt zijn achterban aan. Extreemrechtse groepen hebben de retoriek duidelijk serieus genomen – zo is er een complot (verijdeld) voor een gewelddadige staatsgreep in de staat Michigan. Trump heeft zich niet beperkt tot woorden, maar maakte concrete plannen, zoals het weggooien van verkiezingsresultaten in hele staten en het vervangen van kiesmannen door de Republikeinse wetgever.

Dit alles zou meer dan genoeg moeten zijn om in te zien dat het scenario van een staatsgreep hoort tot één van de mogelijke gebeurtenissen waarop we ons moeten voorbereiden. Welke noodplannen we ook ontwikkelen, ze kunnen op de korte termijn overbodig blijken te zijn. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat als de uiteindelijke verkiezingsresultaten met een ruime marge tegen Trump ingaan, de acties om 'de verkiezingen te stelen' zo groot en brutaal zijn dat belangrijke medestanders weigeren mee te gaan. We zouden echter buitengewoon naïef zijn om niets anders te doen dan al hopend onze duimen te draaien.

De arbeidersbeweging kan op zijn minst alarm slaan om duidelijk te maken dat onze democratische rechten ernstig worden bedreigd en concrete acties worden aangekondigd om autoritarisme op elk moment tegen te gaan.

De autoritaire dreiging zal niet zomaar verdwijnen. Als een poging tot staatsgreep op dit moment uitblijft, kan de organisatie die we voorbereiden op alle dreigingen reageren die mogelijk in het verschiet liggen. Bovendien kan het helpen de arbeidersbeweging te mobiliseren om te vechten voor de democratisering van een Amerikaans politiek systeem dat immers in veel opzichten zeer ondemocratisch is.

Stap 2: reken niet op 'iemand anders'

Afgezien van een massale weerstand, met name uit de arbeidersbeweging en andere sociale bewegingen, kunnen we van niemand verwachten een succesvolle staatsgreep te voorkomen. Er zijn heel weinig aanwijzingen dat Republikeinse wetgevers of partijfunctionarissen bereid zijn zich tegen Trump te verzetten. Z elfs zijn weigering om verkiezingsuitslagen te respecteren of witte suprematie te veroordelen, hebben alleen geleid tot lauwe, afstandelijke uitspraken. Ook is niet te verwachten dat Trump de steun van zijn basis zou verliezen als hij een staatsgreep zou plegen. Die steun is constant gebleven, ondanks zijn gruwelijke uitlatingen en gedrag.

Democratische politici zullen een poging tot staatsgreep veroordelen. Maar slechts enkelen zullen tot massaal verzet oproepen; anderen vragen misschien alleen om juridische actie.

Het zou echter zeer misleidend zijn om te vertrouwen op het resultaat van gerechtelijke stappen. Rechters zijn politieke actoren. We kunnen ons niet veroorloven te gokken op hun handelen zoals wij dat zouden willen, noch dat coupplegers zich aan hun besluiten houden. We moeten elke oproep om massaal verzet te voorkomen zonder meer afwijzen, dus niet 'wachten tot de rechtbanken hun werk doen'.

Stap 3: mobiliseer alle krachten

Destijds in 2004 deed de toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld de beroemde uitspraak: Je voert oorlog met het leger dat je hebt, niet met het leger dat je misschien wilt. Een bruikbare les voor allerlei conflictsituaties. De Amerikaanse arbeidersbeweging heeft zowel zeer sterke mogelijkheden als zeer ernstige beperkingen. Maar de beperkingen zijn geen reden om de strijd niet aan te gaan. De timing van het conflict is niet aan ons. We moeten ingrijpen met de kracht waarover we op dit moment beschikken: in gezamenlijkheid kan een anti-coup-beweging een beslissend verschil maken.

Vakbonden behoren tot de grootste ledenorganisaties in de Verenigde Staten. Zoals bekend, is hun organisatiegraad nog maar amper 10 procent van de beroepsbevolking. Maar dat zijn nog steeds bijna vijftien miljoen mensen. Vijf Amerikaanse vakbonden hebben elk meer dan een miljoen leden.

Vakbondsstructuren verbinden werknemers op honderdduizenden werkplekken en via hun lokale bevolking ook met bredere organisaties op stedelijk en op staats- en nationaal niveau. Als zelfs maar een fractie van de vakbondsleden zal worden gemobiliseerd, dan zal dit een grote groep in massaprotesten vertegenwoordigen. Door te mobiliseren, kunnen we ook meer mensen aantrekken en onze kracht opbouwen. De arbeidersbeweging moet alle arbeiders, ook de niet-vakbondsleden, oproepen om mee te doen aan protesten tegen de staatsgreep.

Het aantal stakingen in de Verenigde Staten is in de jaren zeventig en tachtig dramatisch gedaald en blijft tot op heden op een zeer laag niveau. De overgrote meerderheid van de Amerikaanse arbeiders heeft nooit deelgenomen aan een staking. Maar voor het eerst in decennia zien we de laatste tijd een golf van grootschalige stakingen en de daaruit voortvloeiende overwinningen. In 2018 en 2019 waren er acht stakingen door leraren en andere medewerkers in het openbaar onderwijs, plus stakingen in verschillende grote steden.

Politieke stakingen, waarbij arbeiders eisen stellen die verder gaan dan hun arbeidsvoorwaarden, zijn lang niet zo gebruikelijk in de Verenigde Staten als in andere landen. Het is daarom bemoedigend dat de oproep tot een algemene staking in de arbeidersbeweging de ronde doet. Stakingen behoren tot de belangrijkste strijdmethoden die ons ter beschikking staan. Ze kunnen de machthebbers financieel pijn doen. Omdat de kosten en de risico's voor de stakers zelf aanzienlijk zijn, laten zij hiermee zien dat het menens is. Politieke stakingen hebben invloed op de werkgevers, omdat zij de directe kosten dragen en vervolgens politici onder druk zetten om de stakers te sussen.

Wijdverbreide stakingen kunnen ertoe bijdragen dat de samenleving 'onbestuurbaar' wordt. Door onhoudbare omstandigheden te creëren, waaraan heersende elites alleen een einde kunnen maken door aan onze eisen te voldoen.

Stap 4: van defensief naar offensief

We staan voor een aanval op de normen van de formele democratie. Dit is geen bedreiging op afstand, waarvan we zeker weten dat er voldoende tijd is om er later op te reageren. De voorwaarden voor arbeidersorganisatie zijn al erg moeilijk in de Verenigde Staten, grotendeels als gevolg van de onevenwichtigheid van de politieke machtsverhoudingen tussen werknemers en werkgevers. Deze omstandigheden zouden alleen maar erger worden, en mogelijk veel erger, onder een autoritaire regering. Het tot zondebok maken van en de aanvallen op mensen van kleur, immigranten, vrouwen en anderen zouden toenemen. Dit vraagt ?om een felle defensieve reactie.

De autoritaire dreiging moet niet in de context worden geplaatst van een voorkeur voor één van de partijen. Het gaat hier om de sabotage van de overname van een politiek ambt door onder meer verkiezingsresultaten weg te smijten, door het ontnemen van het stemrecht en door intimidatie.

Ons standpunt moet niet worden beschouwd als gelijkstelling van de huidige Amerikaanse constitutionele en juridische structuren aan 'democratie'. Ons politieke systeem is in veel opzichten ondemocratisch. Dat heeft vooral te maken met hoe de structuur van dit systeem ooit is ontworpen. Het Amerikaanse kiesstelsel zorgt ervoor dat de stemmen van sommige mensen veel meer tellen dan die van anderen. De bevolking van Californië is groter dan de 21 staten met de laagste bevolkingsdichtheid gezamenlijk. Zo heeft Californië twee senatoren, terwijl deze 21 staten er in totaal 42 krijgen. Californië heeft meer dan 700.000 mensen per electorale stem, voor Wyoming is dat bij minder dan 200.000.

Miljoenen mensen zijn wettelijk rechteloos. In de Verenigde Staten wonen meer dan twintig miljoen mensen die geen staatsburger zijn en die niet mogen stemmen bij federale of staatsverkiezingen en ook niet bij vrijwel alle lokale verkiezingen. Dit is het gevolg van wetten die het kiesrecht ontnemen aan mensen die bijvoorbeeld ooit zijn veroordeeld vanwege een misdrijf. Dit ontneemt zes miljoen mensen hun stemrecht, waaronder meer dan twee miljoen Afro-Amerikanen.

De politieke macht is in handen van de economische elite. Politieke wetenschappers Martin Gilens en Benjamin Page hebben vastgesteld dat de mening van mensen met een gemiddeld inkomen over een breed scala van onderwerpen weinig of geen invloed heeft op beleidsresultaten. 2 Daar tegenover zijn economische elites en georganiseerde groepen die zakelijke belangen vertegenwoordigen zeer invloedrijk. Dit betekent niet dat we niets hebben dat de moeite waard is om te verdedigen. De strijd aangaan om elementen van de bestaande, formele democratie te behouden, kan een katalysator zijn om te vechten voor dringend noodzakelijke democratische hervormingen.

Veel te vaak heeft de Amerikaanse arbeidersbeweging zich beperkt tot uitsluitend de directe belangen en trok daar de streep van haar verantwoordelijkheid. Op haar hoogtepunt is de arbeidersbeweging hier en elders opgetreden als de voorvechter van democratie en gelijkheid in het algemeen. We moeten vandaag niet minder van onszelf eisen.

Stap 5: vorm onze eigen organisaties om

Hoewel de arbeidersbeweging een belangrijke rol kan spelen in deze strijd, wordt er niets gewonnen door de eigen zwakheden te ontkennen. Dat de bonden vijftien miljoen leden tellen, wil niet zeggen dat er in de buurt van dit getal daadwerkelijk gemobiliseerd zal worden voor anti-coup acties.

De arbeidersbeweging is, net als de arbeidersklasse als geheel, politiek verdeeld. Er zijn verschillen in houding tussen vakbondsleden en andere werknemers. Politieke wetenschappers Paul Frymer en Jacob Grumbach concludeerden in een recente studie dat lidmaatschap van een vakbond wordt geassocieerd met een vermindering van de raciale wrok van witte arbeiders. 3 Uit enquêtes na de verkiezingen is gebleken dat vakbondsleden in 2016 minder geneigd waren om op Trump te stemmen dan vergelijkbare niet-vakbondsleden. De cijfers lieten echter ook een alarmerende verschuiving zien, namelijk een groter percentage vakbondsleden dat in 2016 op Trump stemde dan de Republikeinse kandidaat Mitt Romney in 2012. Dit toont aan dat grote aantallen vakbondsleden in ieder geval niet werden afgeschrikt door Trumps meedogenloze racistische en nationalistische retoriek. Sommigen werden er beslist door aangetrokken.

Vakbonden zijn over het algemeen bureaucratische organisaties, waarbij de meeste besluitvorming in handen is van bestuurders en bezoldigden. De activisten hekelen de passiviteit die in de meeste vakbonden bestaat. Het heersende model van de bond als ‘zaakwaarnemer’ behandelt leden als passieve consumenten van vakbondsdiensten. Collectieve onderhandelingen en de oplossing van klachten in ruil voor de betaalde contributie. Dat lijkt meer op premiebetaling aan een verzekeringsmaatschappij dan het deel uitmaken van een ledenorganisatie en een sociale beweging.

De zwakke punten van de arbeidersbeweging strekken zich uit tot haar nationale leiderschap. De voorzitter van AFL-CIO, Richard Trumka, is als het op Trump aankomt ronduit opportunistisch. In de aanloop naar de verkiezingen van 2016 hekelde hij Trump als een racist, vrouwenhater en immigrantenhater. Nadat Trump echter het presidentschap had aangenomen, prees hij elementen van diens nationalistische economische agenda, inclusief zijn beleid rond immigratie.

Trumka onderschreef dat immigratie de lonen verlaagt en riep de bereidheid van de AFL-CIO op samen te werken om de immigratieregels van het land te herschrijven. Hij trad zelfs toe tot een prominent adviesorgaan en stopte pas na de beruchte verklaring van Trump over zeer fijne mensen aan beide kanten in augustus 2017. Dat was nadat een witte super racist een demonstrant had vermoord en verschillende anderen ernstig verwondde in Charlottesville, Virginia. In de jaren daarna heeft de AFL-CIO verschillende maatregelen van de Trumps regering aan de kaak gesteld. Maar het is onmogelijk om te vertrouwen op het politieke oordeel van een arbeidersleider die zo handelt.

Het landelijke bestuur van de AFL-CIO plande onlangs een bijeenkomst met de leiders van de grote vakbonden om een reactie te bespreken op verschillende verkiezingsscenario's, ook als Trump een verlies zou betwisten. Toen werd de bijeenkomst beëindigd.

Een reële hoop

Dit is een tijd voor noodzakelijke actie en besluitvaardigheid, geen tijd om te aarzelen. Om onze beweging slagkracht te geven en nieuw leven in te blazen, is een grote omvorming van de vakbonden van binnenuit nodig. De hoop hiervoor richt zich op de opkomst van dissidente en opstandige stromingen, toegewijd aan een strijdstrategie en een brede agenda voor sociale verandering en gebaseerd op de principes van democratie, gelijkheid en solidariteit.

Vandaag zien we al dat acties sommige vakbonden omvormen tot democratische en strijdbare organisaties. Dit zou natuurlijk op veel grotere schaal moeten gebeuren om de arbeidersbeweging als geheel te transformeren en nieuw leven in te blazen. Dit soort verandering zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden. Alleen in het heetst van de strijd zal het soort beweging dat we nodig hebben, op gang komen.

----------

Noten:

(*1) Eerder, 29 oktober 2020, verschenen bij Labor Notes – labornotes.org – How to Fight: The Role of the Workers' Movement. Alejandro Reuss is docent Labor Studies aan University Massachusetts Boston. Vertaling/bewerking: Roland Siebe.

(*2) Zie: doi.org/10.1017/S1537592714001595

(*3) Zie: scholar.princeton.edu - labor-unions-and-white-racial-politics