Alle plechtige beloftes en plannen om de klimaatverandering aan te pakken schieten tekort. Ondanks decennia van mobilisaties, protesten en campagnes, is het beste wat de klimaatbeweging heeft kunnen bereiken de toezegging dat regeringen de opwarming van de aarde in de toekomst zullen beperken tot een rampzalige 2,1ºC. Na een korte daling tijdens de pandemie neemt de uitstoot van broeikasgassen weer toe. Ondertussen worden nieuwe kolenmijnen en olie- en gasvelden in productie genomen, terwijl in de VS de roep weerklinkt om meer fracking vanwege de aanhoudend hoge olieprijzen en de oorlog in Oekraïne.

(Door Nicholas Beuret, vertaling/bewerking door Jan Paul Smit/Doorbraak, (*) Foto's: Blokkade tegen gaswinning heeft succes in Australië, 2011-2013)

Zoals het IPCC (VN-organisatie van klimaatwetenschappers) in februari heeft vastgesteld, voltrekt de klimaatverandering zich sneller en met dramatischer gevolgen dan eerder was voorspeld. Er is geen tijd te verliezen. Het is dan ook geen verrassing dat na dertig jaar klimaatactivisme velen zich beginnen af te vragen: als alles wat we tot nu toe hebben gedaan heeft gefaald, wat is er dán nodig om te winnen?

Een sterke groene staat of sabotage?

Zelfs de meest optimistische commentatoren stellen vast dat de huidige beloften van de regering veel te mager zijn om als werkelijke oplossingen gezien te worden. In het beste geval zijn het goede eerste stappen in de richting van echte oplossingen. Ondanks decennialang falen van regeringen houdt het grootste deel van de klimaatbeweging toch haar hoop gevestigd op regeringen. Zowel voorstanders van een groene New Deal, als strijdlustige klimaatactivisten roepen om een sterke staat om de klimaatcrisis op te lossen door het kapitalisme en recalcitrante elites veranderingen op te leggen. Het gaat er dan om de ‘juiste mix’ van beleidsmaatregelen te vinden, een soort win-win groene New Deal die aanvaardbaar is voor bedrijfsleven, werkers en regering. De gedachte hierachter is dat alleen al de omvang van het probleem van de klimaatverandering een politieke macht vereist die zowel op nationaal, regionaal als mondiaal niveau kan werken. Ondanks het voortdurende falen van de overheid in het verleden, blijft het grootste deel van de klimaatbeweging de hoop koesteren dat we de crisis op kunnen lossen als we maar de juiste combinatie van beleidsmaatregelen weten te vinden.

Blokkade tegen kolenmijn in Australië, 2016.

Daarnaast heeft het falen van de overheid de afgelopen jaren ook geleid tot oproepen om over te gaan tot sabotage, bijvoorbeeld het opblazen van pijpleidingen. Dit is niet iets nieuws – ecotage is al lang een (opzettelijk) onopvallend onderdeel van milieuprotest. Maar naarmate de klimaatcrisis verergert, begint het idee dat er geen tijd meer is voor beleidsoplossingen steeds meer op gezond verstand te lijken. Terwijl sommigen milieudeskundigen toegeven aan hun klimaatangst, pleiten anderen voor meer strijdbaarheid, voor het rechtstreeks aanvallen van de infrastructuur voor fossiele brandstoffen.

Hoewel we zouden kunnen denken dat deze twee strategieën lijnrecht tegenover elkaar staan, hebben ze in werkelijkheid een gemeenschappelijke basis. Beide vertonen een gebrek aan vertrouwen in de bestaande klimaatbeweging en pleiten óf voor verandering via beleid óf voor verandering via heldendom. Beide strategieën streven ernaar te bereiken wat de klimaatbeweging blijkbaar niet kan, namelijk eindelijk de verandering teweegbrengen die we nodig hebben.

Dorpsblokkade tegen gaswinning in Australië, 2012.

Geen van beide strategieën heeft echter tot doel de klimaatbeweging verder uit te bouwen. Ja, beide bevatten plannen voor wat de beweging zou moeten doen. Maar recepten bouwen geen beweging op die beleid kan afdwingen bij de overheid of langdurig de infrastructuur voor fossiele brandstoffen kan saboteren. Het zijn strategische oriëntaties voor een grote beweging die we niet hebben. Wat we nodig hebben is een plan voor het opbouwen van een werkelijke klimaatbeweging van voldoende kracht en omvang.

Directe actie is voortdurende verstoring

Sabotage is slechts één aspect van “directe actie” – een brede waaier van politieke acties die rechtstreeks iets trachten te verstoren: de werking van een bedrijf of fabriek, een mijn of een industrieel landbouwbedrijf. De milieubeweging heeft een lange geschiedenis van directe actie: tegen de bouw van dammen en wegen, tegen houtkap en mijnbouw, tegen walvisvangst en genetische manipulatie. Deze geschiedenis is er een van ontelbare overwinningen.

In een van de grootste onderzoeken naar hedendaagse directe acties werd vastgesteld dat meer dan een kwart van lokale bewegingen succesvol waren, waarbij projecten werden stopgezet of uitgesteld. Van overwinningen tegen fracking in Engeland tot een succesvolle strijd tegen pijpleidingen in de VS, van campagnes tegen mijnbouw in Servië tot verzet tegen de winning van fossiele brandstoffen in Ecuador en Bolivia: directe actie heeft geleid tot daadwerkelijke verandering.

Dorpsblokkade tegen gaswinning in Australië, 2012.

Het is niet moeilijk om voorbeelden te vinden van succesvolle directe actie-campagnes. Maar het is wel moeilijk om voorbeelden te vinden van directe actie milieucampagnes in Groot-Brittannië. Vaak is wat hier “directe actie” wordt genoemd slechts de kortstondige verstoring van wegen, treinen of gebouwen – wat we “militante stunts” zouden kunnen noemen (het soort waar Extinction Rebellion in is gespecialiseerd). Deze stunts kunnen krachtig zijn, ja – maar ze zijn geen directe actie.

Directe actie is geen stunt, maar aanhoudende ontwrichting. Het werkt niet in de eerste plaats vanwege het effect op de publieke opinie, maar omdat de verstoring ervoor zorgt dat het beoogde mijnbouw-, houtkap-, wegenbouw- of bouwproject daadwerkelijk stopt. Het belangrijkste verschil met stunts is dat directe actie zo lang duurt als nodig is om het specifieke doel te bereiken – vaak maanden en soms zelfs jaren.

Dorpsblokkade tegen kolenmijn in Australië, 2013.

Historisch gezien zijn de successen van de milieubeweging vaak te danken aan de dreiging van aanhoudende directe actie. Protesten, stunts, beleidsbeïnvloeding en desinvesteringscampagnes hebben allemaal gewerkt vanwege de constante dreiging van directe actie. Maar om die dreiging reëel te laten zijn, moet zij langdurig worden gevoerd. Het opbouwen van een succesvolle directe actie-campagne vereist daarom een vorm van organisatie die niet alleen iets stillegt, maar ook het vermogen heeft om die stillegging in stand te houden. Dit noemen we een blokkade.

Blokkades leveren iets op

Laten we eens kijken naar een voorbeeld van een succesvolle blokkade: de campagne tegen de constructie van de Jabiluka uraniummijn op inheems land in Noord-Australië. Twee decennia geleden begon Energy Resource Australia (ERA) met de bouw van de eerste van 25 uraniummijnen. De campagne om deze mijnen tegen te houden begon met het verzet van de traditionele eigenaren van dit gebied: de Mirarr-aboriginals onder leiding van Yvonne Margarula. Zij waren en zijn nog steeds de eigenaars en behoeders van het gebied en zij hebben dit ook nooit afgestaan. De Mirarr kregen al snel de steun van een serie regionale en nationale milieugroepen. Samen met deze groepen, maar vooral met studentennetwerken van activisten, ontwikkelden de Mirarr een systeem om meer dan vijfduizend mensen te werven, op te leiden en te vervoeren naar een protestkamp vlakbij de plek waar de uraniummijn zou komen. Het protestkamp duurde acht maanden, met dagelijks acties en voortdurende blokkades, waarbij meer dan 530 mensen werden gearresteerd. Ondertussen vonden in het hele land protesten, demonstraties en acties plaats – inclusief een blokkade van twee weken van de ERA-kantoren in Melbourne.

Demonstratie tegen Jabiluka uraniummijn in Australië, 1998.

Toen de aanleg van de mijn stilgelegd was, het regenseizoen naderde en de publieke opinie zich tegen de mijnbouw keerde, werd het kamp opgeheven. Dit was lang niet de enige overwinning van de campagne, want de ERA verkeerde nu in grote financiële moeilijkheden en er bestond de geloofwaardige dreiging dat de blokkade na het regenseizoen weer voortgezet zou worden. De Mirarr bleven politieke en juridische druk uitoefenen en eindelijk kondigde Rio Tinto – de nieuwe eigenaar van ERA – in 2002 aan dat de Jabiluka-mijn er niet zou komen zonder toestemming van de Mirarr.

De overwinning van de Mirarr en de Jabiluka-campagne bevat veel lessen voor ons: hoe samen te werken als bondgenoten, hoe gemengde campagne-tactieken te gebruiken en hoe publieke steun op te bouwen voor illegale acties. Maar de belangrijkste lessen zijn hoe militante milieuactivisten vaardigheden kunnen aanleren binnen een beweging.

Protest bij Jabiluka uraniummijn, Australië.

Blokkades bouwen bewegingen op

Hoe blokkades bewegingen opbouwen verdient nadere aandacht. Laten we, om dit volledig te begrijpen, eerst eens kijken naar het soort acties dat geen bewegingen opbouwt.

Verschillende soorten acties vereisen verschillende vormen van organisatie. In Groot-Brittannië zijn militante, XR-achtige stunts en ngo-achtige demonstraties – die beide tot doel hebben regeringen onder druk te zetten – momenteel populair. Militante stunts vereisen rekrutering, training en een infrastructuur die gericht is op actie op korte termijn. Demonstraties vereisen bestaande campagnenetwerken om medestanders op roepen te komen, naast training om de pers te benaderen en om bijeenkomsten van grote groepen mensen te organiseren. Geen van beide zijn gericht op het opleiden en ondersteunen van militanten die voor onbepaalde tijd actie kunnen voeren. Blokkades daarentegen wel.

Bij een blokkade zijn vier aspecten belangrijk: werving, training, planning en logistieke infrastructuur en permanentie.

Het begint met voortdurendewerving. Want de blokkade is permanent. Ook al duurt zij maar een week, zij moet toch als permanent worden opgevat, omdat het doel van de blokkade is dat zij blijft bestaan tot zij haar doel heeft bereikt. Blokkades vereisen daarom een speciale vorm van werving die gericht is op blijvende betrokkenheid en een voortdurende uitbreiding met en opleiding van zoveel mogelijk mensen.

Opleiding is van cruciaal belang. Het gaat daarbij niet alleen om training in praktische vaardigheden die voor een blokkade nodig zijn – hoe een blokkade op te zetten en te handhaven, hoe met de politie om te gaan, hoe de eigen veiligheid te garanderen – maar ook om sociale en psychologische vaardigheden, die vaak nog belangrijker zijn: hoe als groep samen te werken, hoe de actie op lange termijn vol te houden. Daartoe zijn voor blokkades talloze sessies, workshops, trainingsweekeinden en middelen nodig en ook nog een systeem voor het opleiden van trainers.

Protest bij Jabiluka uraniummijn, Australië.

Planning en infrastructuur. Alle blokkades zijn plekken met voorzieningen die gepland, gebouwd en onderhouden moeten worden. Plannen voor de lange termijn is anders dan het plannen van een eenmalige gebeurtenis of actie: terwijl een eenmalige gebeurtenis zich richt op de veiligheid van mensen, richten blokkades zich op de vraag hoe de blokkade gaande te houden – hoe actievoerders door de campagne te leiden, hoe de blokkadeplaats te onderhouden en hoe een voorraad spullen te verzamelen waarvan actievoerders gebruik kunnen maken.

Tenslotte is de blokkade permanent. De actie is niet gericht op het verschuiven van de publieke opinie, maar op het fysiek stopzetten van een project. Zoals gezegd vereist dit een campagne die vanaf het begin voor de lange termijn wordt gepland, alsof er nooit een einde aan zal komen. Sterker nog: blokkeren, als manier van actievoeren, eindigt nooit. Niemand komt ons redden en de actievoerders handelen vanuit het besef dat elke blokkade slechts een onderdeel is van een veel bredere ontwrichting die we zelf moeten opbouwen. Permanentie, met andere woorden, is het doel van directe actie: de permanente, volledige ontwrichting van het huidige regime verslaafd aan fossiele brandstof.

Dit alles creëert een speciaal soort gemeenschap van verzet – een gemeenschap die permanente directe actie en strijdbaarheid bevordert en die directe actie inbedt in een breder weefsel van mobilisatie, protest en steun. Het maakt ook directe betrokkenheid mogelijk met getroffen gemeenschappen, arbeiders en inheemse bevolkingen door solidariteit op te bouwen met hun strijd voor gerechtigheid en landrechten.

Geen helden meer

De acute dreiging en de omvang van de klimaatcrisis beangstigt ons. We zijn daarom geneigd om te zoeken naar snelle antwoorden en magische acties die het probleem nu meteen kunnen oplossen. Organiseren is echter moeilijk en gaat vaak langzaam. Klimaatconflicten kunnen echter niet worden vermeden, ook al is het niet eenvoudig om persoonlijk in actie te komen om klimaatrampen te verhinderen.

We moeten deze ongemakken echter onder ogen zien, willen we enige hoop hebben om te winnen. Stunts, marsen en handtekeningenacties kunnen allemaal verandering teweegbrengen, maar alleen als ze worden ondersteund door een zeer reële dreiging van aanhoudende verstoring. We moeten voortbouwen op wat we al hebben: onze netwerken, campagnes, acties en activistengroepen. We moeten specifieke plaatsen en gevechten opzoeken, niet in de eerste plaats om onze eigen impasse te doorbreken, maar als onderdeel van de oplossing: het daadwerkelijk stopzetten van activiteiten die ons klimaat in gevaar brengen – en tegelijkertijd als middel om de beweging op te bouwen die we nodig hebben. De blokkade is onze focus.

Veel praktische informatie over het organiseren van een blokkade vind je in de uitgebreide website The Commons Social Change Library.

Nicholas Beuret (De auteur van dit artikel is wetenschapper aan de Universiteit van Essex.)

*) Dit is een vertaling van het artikel “What Will It Take for the Climate Movement to Win?” van Nicholas Beuret dat op 17 maart 2022 verscheen bij Novara Media (zie daar ook voor de linken van het artikel). Het is vertaald en licht bewerkt door Jan Paul Smit.