Er moet een einde komen aan de honger, die constant doordreunt in de hoofden van de armen... Het was een erg hete dag in de buitenwijken van Ahmedabad (India), waar ik een groep mannen en vrouwen ontmoette bij een lokale bushalte. Het ging om ambulante arbeiders, die op zoek naar werk India doorkruisen. The stad Ahmedabad in de staat Gujarat heeft een bevolking van ongeveer zes miljoen mensen, waaronder ongeveer 1,5 miljoen migranten. Officiële cijfers van de Indiase regering geven aan dat er 139 miljoen interne migranten zijn in India. Dat getal is waarschijnlijk te laag.

(Door Vijay Prashad, oorspronkelijk verschenen op commondreams, vertaling Tijn van Beurden, foto Buddha Jyothiprasad, cc/flickr, wordt u ook donateur van globalinfo.nl?)

Door problemen op het platteland komen deze mannen en vrouwen naar de stad, waar werk in de bouw, de lichte industrie en de dienstverlening hun reddingsboei is. Veel migranten trachten iedere dag weer om werk te krijgen. Een van hen, een man uit Bihar, vertelt me dat de situatie voor hem en zijn vrienden nijpend is. ‘Honger’ zo zegt hij, ‘is een constant geluid in [ons] hoofd’.

Ongelijkheid en honger

Het is onmogelijk om de groei van de economische ongelijkheid in elke hoek van de aardbol te negeren. De zeer rijken potten grote vermogens op, terwijl de armen wanhopig op zoek zijn naar inkomsten. Het in Groot-Brittannië gevestigde Oxfam brengt jaarlijkse de omvang van de ongelijkheid in beeld. Dit jaar, meldde Oxfam dat slechts 42 rijken evenveel vermogen bezitten als 3,7 miljard arme mensen. Het schokkendste is dat 82 procent van de door de wereldbewoners geproduceerde welvaart terechtkwam op de bankrekeningen van de rijkste één procent. Dit probleem wordt veroorzaakt door de structuur van het kapitalisme: goederen en diensten worden sociaal geproduceerd, maar de winst wordt privaat toegeëigend, door steeds minder personen. Minder bekend is het feit dat toegenomen ongelijkheid niet alleen armoede teweegbrengt, wat vanzelfsprekend is, maar ook honger. Het is waar dat oorlog en klimaatverandering de belangrijkste factoren zijn waardoor mensen geen toegang tot eten hebben. Maar het is nog belangrijker om te focussen op de nog grotere problemen van ongelijkheid en armoede die honger een alledaags verschijnsel maken: het constante geluid van honger in de hoofden van de armen.

Gegevens over armoede zouden ieder redelijk persoon te denken moeten geven. De Verenigde Naties en de Wereldbank houden de armoedecijfers bij. Er is altijd enige onenigheid over de methodologie die de analisten hanteren. Maar men is het er nagenoeg over eens dat de helft van de wereldbevolking (meer dan drie miljard mensen) moet rondkomen van minder dan $ 2.50 per dag, het criterium voor armoede. Van die mensen, leeft minstens 1,3 miljard van minder dan $ 1.25 per dag, de maatstaf voor extreme armoede. Honger is in dit werelddeel vrij normaal. Als voedselkosten stijgen, dan neemt honger toe, zo constateert de Wereldbank. Door stijgende voedselprijzen in 2010 belandden 44 miljoen mensen in de armoede. UNICEF berekent dat elke dag 22.000 kinderen sterven door armoede, de meesten door ondervoeding en verhongering.

Armoede bij boeren

De meerderheid van de armen zijn te vinden op het platteland, of bij plattelandsmigranten die zich gevoegd hebben bij de grote aantallen die naar de steden trokken om in hun levensonderhoud te voorzien. De hoeveelheid werk en de hoogte van de lonen zijn sterk gedaald op het platteland. Dat is toe te schrijven aan de macht die monopolistische ondernemingen uitoefenen op de agrarische sector, van zaden tot supermarktvakken. Drie monopolistische ondernemingen -DuPont, Monsanto en Syngenta- controleren de wereldzadenmarkt, terwijl een ander drietal monopolisten -ADM, Bunge en Cargill- de wereldgranenhandel beheersen. Het grootste deel van de handel in verwerkte voedingsmiddelen wordt gecontroleerd door een klein aantal monopolisten, tien bedrijven treden daarbij op de voorgrond: Associated British Foods, Coca-Cola, Danone, General Mills, Kellogg’s, Mars, Mondelez, Nestlé, PepsiCo en Unilever. Deze bedrijven, die fabelachtige winsten maken, verstikken degenen die het land bewerken. Deze firma’s drijven de inkomsten van de boeren en de lonen voor de landarbeiders omlaag. Op die manier krijgen ze te weinig betaald en kunnen ze niet voldoende eten. Geen wonder dus, dat 300.000 Indiase boeren zelfmoord pleegden in de laatste vijftien jaar, en dat miljoenen boeren rondtrekken op zoek naar werk.

Dit jaar, meldde Oxfam dat slechts 42 rijken evenveel vermogen bezitten als 3,7 miljard arme mensen. De Verenigde Naties hebben toegezegd een einde te maken aan honger tegen 2030, aan alle honger. Dat is een belangrijke standaard. Er rest nog tijd om die taak te volbrengen, maar alle signalen wijzen in een andere richting. Er is eenvoudigweg geen politieke wil om niet alleen de macht van de agro-industriële sector te beperken, maar ook niet om een redelijke economische basis te verschaffen aan boeren om te overleven nu het kapitalisme het platteland in een dystopie transformeert. De uitdrukking ‘Nul Honger’ komt overeen met ‘Fome Zero’, een centraal beleidsthema van de door Lula geleide Braziliaanse regering. Onder Lula en zijn Arbeiderspartij heeft Brazilië honger nagenoeg beëindigd. Door zijn beleid haalde Lula de blinde haat van de Braziliaanse oligarchie en haar westerse bondgenoten op zijn hals. Het regerende blok dat de ‘juridische coup’ tegen de Arbeiderspartij uitvoerde is verantwoordelijk voor de nu weer toenemende honger. Fraaie VN-retoriek betekent niets, als nauwelijks iets wordt ondernomen tegen de agro-industriële sector en de politieke oorlog tegen links (in dit geval, Lula) ongehinderd door kan gaan.


Twee wegen

Twee wegen staan open voor de mensheid

De eerste leidt naar vernietiging, met meer en meer mensen die in de armen van de honger worden gedreven en meer en meer mensen die proberen te migreren naar plaatsen waar ze denken te kunnen overleven. De hebzuchtige groei van de macht der agro-ondernemingen, het ontbreken van staatsinitiatieven om een alternatief te bieden aan boeren en landarbeiders, en de inflatie van de voedselprijzen zullen resulteren in meer zelfmoorden, migratie en vertwijfeling. Het kan ook leiden tot voedselrellen, opstanden die uitbreken als de voedselprijzen stijgen. Er zijn legio voorbeelden van zulke opstanden, van het broodoproer in Egypte tot de brandstof-rellen in Haïti. Die opstanden vormen niet noodzakelijkerwijs het begin van een ander beleid. Het zijn meestal de laatste uitingen van vertwijfelde mensen, voordat ze uit beeld verdwijnen.

De tweede weg voert naar nieuwe geschiedenis. Deze week vonden twee belangrijke, door links georganiseerde, demonstaties plaats in New Dehli. Tijdens de eerste (op 4 september) kwamen vrouwen in de gevangenis. Ze eisten banen en respect, een einde aan het geweld tegen vrouwen, en een einde aan honger. De tweede (op 5 september) bracht arbeiders uit industrie en landbouw, maar  ook boeren naar de stad. Veel deelnemers waren ook bij de demonstatie op 4 maart. Ze eisten ongeveer hetzelfde, met een sterke nadruk op de eis dat de staat de prijzen moest reguleren en een nieuwe basis leggen voor de Indiase landbouw. De landarbeiders en boeren hebben een eenvoudige vraag: moet de staat niet zorgen voor land, krediet en redelijke prijzen, om hen die op het land werken te beschermen tegen de irrationele vernietiging van de landbouw door de monopolistische bedrijven?   

Hoe wordt de honger beëindigd? Niet door een betekenisloze toezegging van de Verenigde Naties, en ook niet door de verdere expansie van de monopolistische bedrijven op het platteland. De langzaam groeiende politieke macht van de volksbewegingen moet ervoor zorgen dat de discussies over verhongering inhoudelijk wijzigen. Geen fixatie meer op efficiency en markten -de codewoorden die de macht van de monopolistische bedrijven verhullen- waardoor de winsten voor grote bedrijven toenemen maar de hoeveelheid voedsel voor mensen niet, maar eerder nadruk op een economische politiek die rekening houdt met de hartslag van de landbouw.

Honger dat constante geluid in de hoofden van de armen, moet stoppen. Mensen die aanvaarden dat honger voorkomt, hebben hun menselijkheid verloren.