whatif1Sinds oktober vorig jaar is er in Canada een grote opleving van strijd door inheemse bewoners (zie hierover eerder artikel). Conservatieve 'blanke'stemmen reageren veelal door te stellen dat er veel geld naar de inheemse gemeenschappen gaat, en dat ze dus niet moeten zeuren. In werkelijkheid is het precies andersom, wordt in onderstaand stuk uitgelegd.

(Het origineel verscheen bij mediacoop.ca, vertaling Tijn Van Beurden/globalinfo.nl)

Volgens de in Canada heersende mythe leven de meer dan 600 First Nations overheden en inheemse gemeenschappen van Canadese overheidsgelden. (Opmerking vertaler: First Nations is een term die verwijst naar de inheemse volkeren in Canada die niet behoren tot de Inuit of Métis. Er zijn momenteel meer dan 630 van die erkende overheden verspreid over Canada. Bron : Wikipedia).Veel mensen geloven die onbeschaamde en luidruchtig verspreide mythe, ofschoon uit algemeen toegankelijke en verifieerbare feiten het tegendeel blijkt.

 

Inheemse volkeren hebben Canada al heel lang gesubsidieerd. Conservatieven hebben documenten gelekt om chief Theresa Spence, die momenteel in hongerstaking is, in diskrediet te brengen. Verslaggevers als Jeffrey Simpson en Christie Blatchford hebben de eisen van de inheemse leiders en de protestbeweging Idle No More belachelijk gemaakt. Hun ridiculisering berust op de fundamenteel onjuiste stelling dat zuurverdiende belastinggelden van de Canadezen voor de huisvesting, scholen en gezondheidsdiensten worden aangewend in de First Nations. De mythe gaat gepaard met een flink aantal racistische veronderstellingen. Daardoor kunnen prominenten als Simpson en Blatchford de eisen van betogers afdoen met opmerkingen als ‘in een droomwereld leven’. Het is waar dat de Canadese federale regering grote delen van de geldstromen beheert waarvan de First Nations afhankelijk zijn. Veel van het geld dat door de First Nations wordt gebruikt voor dienstverleningen komt van de federale begroting. Maar daar eindigt dan ook het waarheidsgehalte van de mythe. Over het geheel genomen is het geld dat de First Nations ontvangen een klein deel van de waarde van de grondstoffen en de overheidsinkomsten die uit hun gebieden worden onttrokken. Laten we een paar voorbeelden bekijken.

 

Barriere Lake.

 De Algonquins van Barriere Lake hebben een traditioneel grondgebied dat 10.000 vierkante kilometer omvat. Duizenden jaren lang, hebben ze bij voortduring gebruik gemaakt van het land. Ze hebben nooit een verdrag ondertekend waarbij ze de rechten op het land opgaven. Elk jaar worden naar schatting voor 100 miljoen dollar aan opbrengsten aan hun land onttrokken in de vorm van houtkap, hydro-elektrische dammen en recreatief jagen en vissen. En toch leeft de gemeenschap in derde wereld omstandigheden. Een diesel aggregaat wekt energie op, weinig banen zijn beschikbaar en gezinnen leven in vervallen bungalows. Dat is niet de levensstijl van een gemeenschap met een 100 miljoen dollar economie in zijn achtertuin. In sommige gevallen zijn de regeringen bereid tot buitensporige uitgaven. Geen kosten zijn bijvoorbeeld gespaard bij het sturen van een volledig uitgeruste oproerpolitie eenheid van 50 agenten uit Montreal, om een vreedzame wegblokkade met traangas en fysieke dwang te doorbreken. Barriere Lake subsidieert de houtkap industrie, Canada en Quebec. De gemeenschap is er niet op uit om de subsidies te stoppen, ze willen banen en zeggenschap in het gebruik van hun traditionele grondgebied. Voor deze eisen vechten ze al tientallen jaren. 

Attawapiskat

Attawapiskat is in het nieuws geweest, omdat hun erbarmelijke woonomstandigheden onder de aandacht van de media kwamen in 2011. (Parlementslid Charlie Angus sprak over de straatarme gemeenschap als "Haïti met 40 onder nul "). Chief Theresa Spence haalde onlangs de krantenkoppen met haar aanhoudende hongerstaking. De gemeenschap bevindt zich in de buurt van James Bay in het hoge noorden van Ontario.

whatif2Op dit moment werkt DeBeers aan een mijnenproject van $1 miljard op het traditionele grondgebied van de Āhtawāpiskatowi ininiwak. De verwachte inkomsten zullen boven $6,7 miljard liggen. Momenteel is de conservatieve regering bezig met een uitgebreid onderzoek van de Cree begroting. Maar het totale bedrag van $ 90 miljoen dat sinds 2006 naar de First Nation is overgemaakt is slechts een fractie meer dan één procent van de verwachte mijn opbrengsten.

Royalty’s van de mijn gaan niet naar de First Nation, maar rechtstreeks naar de provinciale overheid. De gemeenschap heeft een aantal tijdelijke banen in de mijn gekregen en toekomstige generaties zullen moeten leren leven met de gevolgen van een gigantische open mijn in hun achtertuin. Attawapiskat subsidieert DeBeers, Canada en Ontario.

Lubicon

De Lubicon Cree, die nooit een verdrag ondertekenden waarmee ze afstand deden van hun land, hebben een decennialange campagne voor landrechten gevoerd. Tijdens die periode is voor meer dan $14 miljard aan olie en gas uit hun traditionele grondgebied gehaald. In dezelfde periode, had de gemeenschap geen stromend water, doorstond verdeling zaaiende aanvallen van de regering en leed onder de ecologische gevolgen van ongecontroleerde extractie.

Het affakkelen van zuur gas naast de gemeenschap heeft geleid tot een epidemie van gezondheidsproblemen en doodgeboren baby's. Elanden en andere dieren ontvluchtten het gebied, waardoor de zelfvoorzieningsmogelijkheden van de gemeenschap plotseling wegvielen. In 2011 brak een olie pijplijn, daarbij kwamen 4,5 miljoen liter olie op het Lubicon grondgebied. De Lubicons blijven zonder verdrag en de extractie gaat door.

De Lubicon Tree subsidiëren de olie- en gassector, Alberta en Canada.

Wat doet Canada zonder de subsidies?

Vanaf de dagen van de pelsjagers tot de hedendaagse aspiraties als energiegrootmacht, de economie van Canada was altijd gebaseerd op natuurlijke hulpbronnen. Met 90 % procent van de bevolking opgehoopt langs de zuidelijke grens, gaat de exploitatie van de rijkdommen van het land bijna altijd ten koste van de inheemse bevolking.

De economie van Canada kon niet worden opgebouwd zonder massale subsidies: van land, grondstoffenrijkdom en de niet in cijfers uit te drukken kosten van generaties van lijden.

Totale aantallen zijn moeilijk te geven, maar de gegevens zijn veelzeggend: Canadese regeringen ontvingen in 2011 $ 9 miljard aan belastingen en royalty’s van mijnbouwbedrijven, wat maar een klein deel is van de totale mijnbouwwinst; alleen al in 2008

leverde de uitvoer van hydro-elektriciteit 3,8 miljard dollar op en 60 procent van Canada's elektriciteit is afkomstig van hydro-elektrische dammen; volgens een schatting brengt de extractie van teerzanden over meer dan 35 jaar, een bedrag van $1,2 biljoen dollar aan royalty's op; de houtverwerkende industrie was in 2006 goed voor $ 38,2 miljard en draagt ook voor miljarden bij aan royalty's en belastingen.

De jaarlijkse overheidsuitgaven voor First Nations bedragen echter 5,36 miljard dollar, ofwel ongeveer $7200 per persoon. De overheidsuitgaven per inwoner in Ottawa is ongeveer $14.900. Hoe we het ook bekijken, het is duidelijk dat First Nations degenen zijn die Canada subsidiëren. (De cijfers hebben betrekking op 2005; de bedragen zijn nu iets hoger.)

De genoemde industriële activiteiten vinden meestal plaats op het grondgebied van de inheemse naties, waarbij het land tijdens het proces wordt kaalgeslagen, overstroomd en vervuild. De menselijke kosten zijn veel hoger; brutale tactieken bedoeld om de identiteit van de inheemse volkeren weg te vagen en hun band met het land uit te wissen hebben gedurende opeenvolgende generaties diepe menselijke tragedies gecreëerd en een erfenis van felle en principiële weerstand die nog steeds voortduurt.

Canada heeft talloze mechanismen ontwikkeld om de druk erop te houden en de stroom aan inkomsten gaande te houden. Maar het beleid van grootschalige landdiefstal en onderwerping van volkeren kan niet toekomen met halve maatregelen. Van het actieve geweld op internaat scholen tot de doelgerichte verwaarlozing van ondergefinancierde reservaatscholen, van Royal Canadian Mounted Police en de geweren van de strijdkrachten tot de traangas patronen van de provinciale politie, de extractie van de subsidies is altijd behandeld als een spelletje Risk, maar dan met echte gevolgen.

Negeer het verdrag, gebruik de voordelen en laat een zwakkere speler de boel weer opknappen.

Meer weten van de Idle beweging?

De laatste internaatschool (waar inheemse kinderen gedwongen van hun ouders gescheiden werden, GI) werd gesloten in 1996. Canadezen zien zichzelf vandaag de dag graag als humaner dan vorige generaties, maar weinigen kunnen echter de naam noemen van de inheemse volkeren van dit land of de verdragen die het mogelijk maken dat Canada en de Canadezen bestaan. Het begrijpen van de subsidies die de inheemse mensen aan Canada geven is nog maar het begin. Even cruciaal is het begrijpen van de mechanismen waarmee de regering inheemse mensen elke dag dwingt te kiezen tussen levensomstandigheden uit een World Vision advertentie en wanhoop aan de ene kant en de verontreiniging en de sociale problemen van korte termijn grondstoffenexploitatie anderzijds. (Opmerking vertaler: World Vision is een internationale Evangelische ontwikkelingsorganisatie). Empathie en wroeging zijn goede redenen om te handelen en dit lelijke systeem van onteigening te ontmantelen. Maar een nog betere reden is dat de inheemse naties de beste en feitelijk enige partners in de zorg voor ons milieu zijn. Bescherming van onze rivieren, meren, bossen en oceanen kan het beste worden toevertrouwd aan mensen die al duizenden jaren een binding met het land hebben.

Al de volkeren die nog steeds een band met het land hebben, waaronder de Cree, Dene, Anishnabe, Inuit, Ojibway zijn het beste in staat en het meest gemotiveerd om de industriële megaprojecten die onze levens bedreigen te vertragen en te stoppen.

Bewegingen zoals Idle No More geven een in slaap gesukkelde bevolking de kans om wakker te worden en te horen wat inheemse gemeenschappen al honderden jaren hebben gezegd: het is tijd om onze goedkeuring in te trekken voor deze doodlopende aanpak en een nieuwe koers uit te zetten.