Marol is actief bij Indymedia Argentinië en is de afgelopen maanden op rondreis in Europa geweest om video’s te vertonen en verhalen te vertellen over de recente gebeurtenissen in haar land. Ze was ook bij de G8-protesten in Evian en werd daarna meegetroond naar de jaarlijkse Anarchistische Pinksterlanddagen in Appelscha zodat ze ook een indruk kon krijgen van het Nederlandse activistische gebeuren

(geschreven voor de komende uitgave van tijdschrift Ravage)

“Ik werd uitgenodigd om aan een conferentie over alternatieve media en conflicten deel te nemen in India. Ze betaalden m’n ticket en die had een overstap in Europa. Daardoor kon ik op de terugreis gratis in Europa terechtkomen. Anders was ik hier nooit geweest”

VR: Je hebt in snel tempo een hoop steden in Europa bezocht en was ook in Evian bij de G8-protesten. Kun je het activistische gebeuren hier enigszins vergelijken met wat er in Argentinië gebeurt?
Marol: Pfff… de verschillen zijn wel erg groot. Bij ons gaat het veel meer om strijd om basis levensbehoeften zoals eten, inkomen, onderwijs, huisvesting. De mensen die erbij betrokken zijn, zijn ook veel meer een dwarsdoorsnee van de bevolking dan wat je in Europa ziet. Verder heerst er bij ons natuurlijk enorme armoede, je moet het echt met helemaal niets zien bol te werken. Er is aan alles gebrek, veel mensen kunnen niet eens een buskaartje betalen om naar een actie of vergadering te gaan.
De thematiek is deels wel hetzelfde, tegen de grote economische instellingen en dat soort zaken, maar dat is dan ook wel de belangrijkste overeenkomst. Ik spreek daarmee geen waardeoordeel uit, ik constateer het alleen maar.
Wat ik wel mooi vond om te zien, is het gemak waarmee allerlei groepen met elkaar samenwerken. Ik zag rond Evian bijvoorbeeld hoe het indymedia-centrum uit de grond gestampt werd; allerlei mensen komen uit verschillende uithoeken aanzetten met apparatuur en binnen de kortste keren draait er van alles. Mensen zijn echt gewend om dat efficiënt te doen en je merkt dat iedereen contact met elkaar heeft. Bij ons gaat dat veel moeizamer. Wij hebben bijvoorbeeld al moeite om contact te onderhouden met groepen buiten Buenos Aires. Dat komt ook omdat Europa relatief klein is. Verder vind ik dat zwarte-blok gedoe nog wel het minst interessante, terwijl een hoop mensen er nogal poeha van maken. Het leek me vooral een zaak van stoere pubers.

VR: Betekenen die verschillen dat het werk van Indymedia in Argentinië ook anders is dan in de rijke wereld?
Marol: Ja, ik denk dat ook daar grote verschillen zijn. Ook daarbij speelt de armoede een grote rol. In Argentinië heeft bijvoorbeeld maar een procent van de bevolking direct toegang tot internet. Dat maakt dat een website veel minder bruikbaar is als intern communicatiemiddel. De helft van de bezoekers van de website is uit het buitenland afkomstig. Daarom zijn we ook veel bezig met andere vormen van communicatie; we brengen bijvoorbeeld eens in de twee weken een papieren krant uit in een oplage van 5000 en verspreiden die in de buurten. We organiseren videovertoningen op straat, dat soort dingen. Een ander verschil is dat wij meestal in samenwerking met allerlei groepen aan projecten werken. We leren buurtbewoners bijvoorbeeld met video omgaan, of maken samen met bezetters van een fabriek een krantje. Ik krijg het gevoel dat Indymedia-groepen in Europa dat veel minder doen. We barsten van de plannen en projecten en er moet ook heel veel gebeuren maar, nogmaals, het ontbreekt ons aan alles. Vaak hebben we niet eens geld voor videotapes om opnames te maken. Iedereen moet ook voortdurend allerlei baantjes zoeken en uitvoeren om in het eigen onderhoud te voorzien.

VR: was je tevreden over de belangstelling voor je verhalen en beelden? De gebeurtenissen in Argentinië leken onder activisten in Europa nogal goed gevolgd te worden.
Marol: En terecht. Het was de ineenstorting van een economie van een land dat in de jaren negentig nog had gepretendeerd tot het rijke deel van de wereld te behoren. Mensen zijn vervolgens op grote schaal de armoede ingesleurd en een deel van de bevolking heeft daar fel en inventief op gereageerd. Maar het beeld dat mensen in Europa hebben, is teveel een heroïsering, gebaseerd op de beelden die ze gezien hebben van 19 en 20 december 2001 (toen de staat van beleg afgekondigd werd en 33 mensen gedood werden). Er is sindsdien veel veranderd. Veel mensen beseffen ook niet dat het vooral de middenklasse was die toen de straat opkwam, omdat hun bankrekeningen geblokkeerd waren. De opstand kwam de oppositiepartijen – die geen haar beter zijn dan de regerende en grotendeels juist verantwoordelijk zijn voor de ellende – goed uit. De eerste collectieve plunderingen van supermarkten in december die aan de escalatie later die maand voorafgingen, werden deels door de oppositiepartijen georganiseerd. Vervolgens sloeg de vlam in de pan en werd het land feitelijk onregeerbaar. Veel mensen zijn zich toen zelf gaan organiseren, je zag overal publieke buurtvergaderingen (asambleas) ontstaan, ontslagen arbeiders die hun eigen fabrieken bezetten en weer in bedrijf namen en zo voort. Maar de meeste van dat soort initiatieven zijn inmiddels weer verdwenen, of sterk afgenomen.

VR: Hoe verklaar je dat? Wij hoorden dat de dogmatische linkse splinterpartijtjes veel kapot gemaakt hebben?
Marol: Dat is deels gebeurd. Die duiken altijd bovenop elk populaire beweging en gaan elkaar dan beconcurreren om zieltjes en leiderschap en jagen iedereen de tent uit met hun geouwehoer over ‘pre-revolutionair stadium’ en dat soort zaken.. Dat is ook iets dat men in het buitenland nauwelijks beseft: het ziet eruit als één grote eensgezinde massa terwijl het in feite om een gigantische warboel van ideologische strominkjes gaat die elkaar soms hevig beconcurreren. Maar dat de kracht afneemt is deels ook een ‘natuurlijk’ proces; maar weinig mensen houden het lang vol om elke week naar de buurtvergadering te gaan. Daarnaast is er ook nog het ouderwetse staatsoptreden; ontruimingen van fabrieken, onderdrukking van demonstraties… Een gedeelte van de opstandige buurten is ook gepaaid door de overheid die ze allerlei diensten aan is gaan bieden. En dan is er nog het effect van de verkiezingen. Een deel van de mensen hoopt dat de nieuwe, nagenoeg onbekende president Kirchner voor betere tijden zal zorgen.

VR: En, hoe groot acht je die kans?
Marol: Ik geloof er geen bal van. Het is een Peronist die zich tijdens de verkiezingscampagne enorm op de vlakte heeft gehouden over zijn plannen en poogde een soort onbestemd linksig imago te kweken. Maar hij heeft in zijn regering de minister van financiën van zijn voorganger overgenomen en een extreemrechtse houwdegen op de post van binnenlandse veiligheid gezet. Hij zal hoe dan ook inzetten op een snel akkoord met het IMF en andere internationale instellingen. Hij heeft ook nauwelijks steun onder de bevolking. In de eerste ronde kreeg hij 18 procent van de stemmen! Maar daar gaat het ook niet eens om; het is zowiezo een achteruitgang als mensen weer hun hoop gaan vestigen op een regeringsleider en gaan zitten wachten tot die ze wat komt brengen. Want het meest opbeurende van alles dat er gebeurd is, is dat mensen plotseling ontdekten dat ze zelf in actie moesten komen en zich moesten organiseren. Dat is in de Europese bewegingen veel verder ontwikkeld, dat besef van de noodzaak tot zelfbeheer, autonomie. In Argentinië leefde dat besef nauwelijks; iedereen stelde zich altijd afhankelijk op van één van de politieke partijen. Na jaren dictatuur leek het parlementaire steekspel in zijn meest benauwde vorm het enige haalbare. Maar in de jaren negentig hebben de partijen en politici er zo’n enorm corrupt zootje van gemaakt dat niemand er meer in kon geloven.

VR:Maar zijn jullie dan nu weer helemaal terug bij af?
Marol: Nee, zo erg is het zeker niet. Er zijn natuurlijk enorme problemen, maar er is tegelijkertijd echt veel veranderd. Mensen hebben ontdekt dat ze niet machteloos toe hoeven te kijken hoe de politici en zakenmannen met ze sollen. Er is van alles ontstaan, dat soms misschien niet lang standhield, maar toch belangrijk was. En veel bewegingen ontwikkelen zich nog steeds zoals de MTD (beweging van werklozen, ook wel piqueteros genaamd) Bepaalde asambleas herstellen zich. Er zijn ook veel dwarsverbanden ontstaan die vroeger niet bestonden. Als je ziet wie zich allemaal solidair verklaren met de bezetters van een bepaalde fabriek… Of de strijd van de Mapuches, inheemse bewoners, daar was vroeger niemand mee bezig. Ook is er een boerenorganisatie ontstaan, MOCASE, die zich autonoom noemt en banden aangeknoopt heeft met de MTD.

Natuurlijk doen de traditionele partijen en de overheid er alles aan om de radicale bewegingen weer in het gareel te krijgen. Maar je ziet tegelijkertijd dat die bewegingen daar weer creatieve antwoorden op vinden. Neem de werkneemsters van een van de bekendst bezette fabrieken, de textielfabriek Brukman. Ze werden dan wel ontruimd, maar wisten enorm veel stof te doen opwaaien en zijn na de ontruiming collectief en met steun van buurtbewoners teruggekeerd naar de fabriek om net buiten de poort hun werk voort te zetten.
Een ander goed voorbeeld is het optreden van een van de stromingen binnen de werlozenbeweging, de beweging Anibal Verón. De overheid probeerde de protesten te sussen door werklozen een kleine uitkering van 160 pesos (40 dollar) per maand aan te bieden. De leden van Anibal Verón besloten dat iedereen een gedeelte van die uitkering in een grote pot zal storten waaruit allerlei collectieve voorzieningen, zoals gaarkeukens en werkcollectieven bekostigd kunnen worden. Veel van de leden eisen ook allang niet meer dat ze alleen maar weer werk krijgen, ze hebben het over allerhande fundamentele veranderingen die er moeten komen. Niet gek voor mensen die vaak geen enkel onderwijs genoten hebben!

Indymedia Argentina
Een stuk van Naomi Klein over de Brukman-fabriek
Lavaca.org (spaanstalig)










(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Kees Stad.)