In Italië worden op 25 september 2022 vervroegde (voor de zoveelste maal) parlementsverkiezingen gehouden. Rechts en extreemrechts zouden daarbij wel eens de meerderheid kunnen halen. De linkse krachten hebben als enig antwoord losse eenheidslijsten zonder inhoud. Een analyse van RTBF-journalist Hugues Le Paige.

(Door Hugues Le Paige, al in augustus 2022 geschreven, overgenomen van DeWereldMorgen foto fascistische standbeelden op Foro Italico in Rome van Florence, CC2.0/Flickr)

Op 3 augustus 2022 bejubelt journalist Francesco Merlo in La Repubblica het politieke akkoord tussen Enrico Letta en Carlo Calenda. Letta leidt de PD, de Partido Democratico. Calenda is een grillige politicus (en zakenman)(*1) die na een bewogen traject, ook in de PD, zijn eigen sociaal-liberale partij Azione (actie) heeft gesticht.

Het gaat om een coalitie-overeenkomst tegen rechts en extreem-rechts die op het punt staan de wetgevende verkiezingen van 25 september ter winnen(*2). De journalist is lyrisch over het akkoord dat hij bijna als historisch beschouwt:

“Deze nieuwe grote coalitie is een stap, misschien een definitieve stap naar het Bad Godesberg (*3) van Enrico Letta. Een ware Westerse en Europese keuze door links in Italië.” Hij vervolgt: “Het is pas vandaag, zomer 2022; dat het vernederde en berustende links het hoofd weer heeft opgeheven […] Het Italiaanse links heeft zich de Draghi- stijl eigen gemaakt, niet door nabootsing die een onwaarde is maar door creatief citeren en mimetisme”.

Die regels zouden niet zo een lang citaat verdienen als ze niet representatief waren voor de toestand van de PD (en dus van centrum-links) en van de bekwaamheid tot schaden van het opportunistische en narcistische personage dat Carlo Calenda is.

Bovendien blijkt eruit wat La Repubblica is geworden waarvan zijn stichter en directeur Eugenio Scalfari, die op 14 juli is overleden, een gezaghebbende krant had gemaakt. Het is dus interessant en onthullend stil te staan bij die politieke gebeurtenis die formeel anekdotisch kan lijken, maar die veel zegt over de toestand van de Italiaanse politiek.

Eerst even een verwijzing die verre van onschuldig is: Bad Godesberg is de plaats waar de Duitse SPD in 1959 een congres hield waarop de Duitse sociaaldemocratie afzag van elke verwijzing naar het marxisme en de klassenstrijd.

Modern voor de enen, verraad voor de anderen. De uitdrukking ‘Bad Godesberg’ verwijst naar het moment waarop links zich definitief bekeert tot het liberalisme. De uitdrukking zal hier terug komen.

De Calenda-vertoning en de Draghi-agenda

De context is de volgende. Om een kans te hebben een dam op te werpen tegen het rechtse trio Meloni-Salvini-Berlusconi, maakt het kiessysteem (en de drastische verlaging van het aantal parlementsleden in 2020 (*4)) het noodzakelijk partijcoalities te vormen.

Ter herinnering, in juni 2022, bij de gemeentelijke verkiezingen had Enrico Letta gekozen voor een breed verbond (campo largo) met rond de PD de linkse vleugel van Sinistra Itali (*5), Europa Verde (eco-socialistisch), Cinque Stelle en de rechtse centristen van Calenda en Renzi (Italia Viva). Daarbij nog lijsttrekkers vanuit sociale bewegingen die kracht en hoop hebben bijgebracht aan de politieke activiteit.

Het succes bleef niet uit: verschillende steden werden herwonnen van rechts. Dit succes werd echter getemperd door een record absenteïsme (meer dan 40 % in bepaalde steden). Rechts en extreem-rechts behielden de meerderheid in het land.Trouwens, en dergelijk burgerlijk model is niet omzetbaar naar het nationale niveau.

Wat nochtans echt de kaarten heeft geschud, is de uitdrukkelijke weigering van de PD om nog met Cinque Stelle samen te gaan, nadat die geweigerd hadden het vertrouwen te geven aan de regering Draghi (waarvan ze deel uitmaakten) wegens onenigheid over de sociale en de milieu-eisen, maar ook uit noodzaak politiek te blijven bestaan.

De weigering tot ja-stemmen van Cinque Stelle en van Lega en Forza Italia hebben geleid tot het ontslag van eerste minister Draghi. Voor Letta, die zich voordoet als dé partij van de eerste minister (“het creatieve citaat” volgens de krant La Repubblica) op het gevaar af zijn eigen identiteit te verliezen, was de majesteitsschennis tegenover Draghi onherstelbaar.

Exit dus de Cinque Stelle waarvan Letta nochtans de hoeksteen had gemaakt van zijn politieke strategie. Het is te begrijpen dat het moeilijk was samen te werken met een beweging en haar leider Giuseppe Conte die onbeslistheden en ommezwaaien opstapelden. Maar de cijfers en de verkiezingssociologie zijn onmiskenbaar. Cinque Stelle is nooit een beweging van links geweest die dé eisen van links droeg en een gedesoriënteerd links electoraat aansprak.

Tegelijkertijd richtte Enrico Letta zijn blik bij voorkeur naar het centrum en naar centrum-rechts, allicht omdat hij oordeelde dat het op rechts is dat stemmen moeten herwonnen worden … ook al moest hij die op links behouden. Ingewikkeld, dit soort sommen van onoverbrugbare tegenstrijdigheden.

Bleef dus over een coalitie te vormen met centrum-rechts van Calenda en links van Fratoianni (Sinistra Italiana, SI). Hun programma’s zijn onverenigbaar: markt-solidariteit, meritocatie-gelijkheid, atoomenergie-transitie, atlantisme-pacifisme, enz.

Enkel een technisch akkoord waarbij elk zijn politieke zelfstandigheid behoudt, kon worden overwogen. Een eerste akkoord komt er op 2 augustus tussen Letta en Calenda ( en zijn bondgenoot van de kleine partij +Europa, liberaal/Europagericht) van Emma Bonino.

Tot ieders verrassing, kent de PD-voorzitter 30% van de kandidaten op de lijst aan Azione toe. Dat staat niet in verhouding tot zijn politieke gewicht. Bovendien stelt Calenda het verkiezingsakkoord voor als een politiek akkoord met als enige fundering de Draghi-agenda (die grotendeels overeenkomt met de hervormingen die Europa wil in ruil voor een relanceplan).

Calenda paradeert in de media, staat op het voorplan en krijgt de lauweren van kranten als La Repubblica. Woede aan de kant van links omdat deze liberaal de dans leidt met de stilzwijgende instemming van Letta. Maar, zo blijkt dat met het risico een heel stuk van zijn kiezers te verliezen en het absenteïsme nog wat te voeden Letta wordt gedwongen een parallel akkoord te ondertekenen met Sinistra Italiana (waartegen bijna de helft van zijn leden zich verzet) en met Europa Verde.

Dit is het voorlopig einde van een episode emet een week als een vaudeville. Na vier dagen te hebben getriomfeerd, zegt Calenda het akkoord op. Hij wil niet verbonden worden met “communisten”. Opmerkelijk, hij gebruikt dezelfde woorden als de journalist van La Repubblica, maar deze keer om Letta af te wijzen.

“Ik heb me vergist”, zegt hij, “naiefweg heb ik gedacht dat de PD bereid was zijn Bad Godesberg te doen.” Natuurlijk wist Calenda dat het akkoord met links noodzakelijk voor de coalitie. Hoe dan ook, keert Calenda zijn jasje nu om en gaat hij samen met zijn beste rivaal Matteo Renzi om een “derde pijler” van het centrum te vormen.

Als eerste minister en partijsecretaris wou Renzi Frans president Macron voor zijn en heeft hij de PD in het moeras geduwd van het sociaal-liberalisme. Daarna heeft hij een splitsing doorgevoerd om Italia Viva te stichten, een centrum- en scharnierpartij, die moeilijk van de grond komt, maar die haar kracht behoudt om schade toe te brengen.

Calenda en Renzi delen een zelfingenomen persoonlijkheid en een kijk op de politiek als activiteit voor persoonlijke doeleinden: twee hanen in hetzelfde kippenhok, was het commentaar van de pers. De realiteit heeft echter een onwaarschijnlijke unie opgelegd: door met de PD uit de regeringscoalitie, moest Calenda tegen 21 augustus 38.000 handtekeningen verzamelen voor zijn lijst. Renzi weet dat hij riskeert op zijn eentje niet mandaten.

PD: op rechts mikken of op links?

Zal de PD, tegen wil en dank verlost van de hypotheek met Calenda, een iets meer linkse politiek voeren? Niets is minder zeker. Door de trekkersplaats voor de senaat in Milaan aan te bieden aan de liberale econoom Carlo Cotarelli, gaat Letta door met garanties bieden aan rechts. Een bevordering die des te bitterder is omdat Cotarelli al had bijgedragen aan het economische programma van Calenda.

Tegelijkertijd, als we dat zo kunnen zeggen, heeft de PD zijn programma wat meer rose ingekleurd, door zich uit te spreken voor een minimumloon en door zich voor te nemen te strijden tegen de precaire arbeidscontracten van Renzi met de bevordering van contracten voor onbeperkte duur voor jongeren.

Peppe Provenzano, verantwoordelijke voor het arbeidsbeleid bij PD licht het programma als volgt toe. “We moeten naar de plaatsen gaan die niet meetellen. Aantonen dat ze op ons kunnen rekenen. Als de lonen niet meer zijn gestegen sinds 1990, is dat ook onze fout. Wij hebben een duidelijk programma, maar het moet samengaan met een samenhangende politieke strijd.”

Dat klopt. Het PD programma heeft echt progressieve klemtonen inzake sociale rechten, burgerrechten, onderwijs en ecologische transitie. Maar welke zeer korte campagne zal de partij voeren? Hoe dat programma verzoenen met de onvoorwaardelijke steun aan het ‘draghisme’?

De levensnoodzakelijke uitdaging voor de PD – buiten de termijn van de verkiezing – is de kiezers terugwinnen die de partij meer en meer hebben verlaten naarmate zij de voorkeur gaf aan sociaal-liberaal beleid. Die vraag stelt zich voor alle sociaal-democratische of centrum-linkse partijen in Europa.(*6)

In Italië wordt de PD de linkse de “ztl partij” genoemd. Ztl staat voor ‘Zona a Traffico Limitato’, een afgebakende zone met beperkt verkeer in het centrum van vele Italiaanse steden. In dit geval betekent het: voorbehouden voor de wijken in de stadscentra waar de hogere middenklasse (en de ‘bobos’) wonen, wiens maatschappelijke veeleer dan sociale aspiraties de partij volgt.

Zoals in Frankrijk werden de volkswijken in de randstad verlaten door de socialistische partijen die hun ‘klasse’ gehalte hebben gewijzigd. Sommigen bij de PD zijn zich daarvan bewust, maar ze blijven in de minderheid en de opties van het huidige bestuur zullen de krachtsverhouding niet wijzigen. Het is geweten, het gewicht van Sinistra Italiana en Europa Verde zal marginaal blijven en dient alleen als dekmantel voor links in de coalitie.

Links van die opstelling zijn pogingen aan de gang, maar ze blijven voorwaardelijk zowel voor de mogelijkheid de nodige handtekeningen te verzamelen om lijsten in te dienen en, in voorkomend geval, de kandidaten voor getuigenissen te overstijgen.

De meest geloofwaardige is waarschijnlijk wel de Unione Popolare waarvan de vroegere burgemeester van Napels Luigi De Magistris de woordvoerder is. Unione stelt een klassiek programma van radicaal links voor. De Magistris vat het als volgt samen:

“Het is een programma voor de vrede, sociale en ecologische rechtvaardigheid, de rechten van de arbeiders, de studenten, de gepensioneerden. Voor allen die zich de laatste jaren getroffen voelen door de rijken en bevoorrechten, die weigeren aan te nemen dat de politici die hun hun rijkdom en voorrecht garanderen, het land verwoesten.”

De pacifistische boodschap van dit programma vloekt natuurlijk met het hyper-Atlantische en krijgszuchtige klimaat bij de meerderheid van de Italiaanse partijen en media. Unione Popolare werd met name ondersteund door Rifondazione Communista en Potere al Popolo en door sociale bewegingen en intellectuelen.

Het grote mankement van deze lijsten is dat ze zijn ineengeflanst op het laatste moment voor een beperkte electorale termijn en aan geen enkele politieke samenwerking beantwoorden.

Italië, politiek laboratorium van de EU, nog meer…

Het is moeilijk niet in pessimisme te vervallen vijf weken voor de belangrijke verkiezingsstrijd die misschien, voor de eerste keer sinds het ‘decennium’ van Mussolini een eerste minister van extreem rechts zal toelaten het land te leiden.

Deze ge(des)organiseerde ramp heeft nog meer oorzaken. Zeggen dat Italië een politiek laboratorium is, is een waarheid als een koe. Italië is dat in goede zin geweest dankzij de PCI tot in 1990 en in slechte zin door het Berlusconisme dat gedurende twee decennia het Trumpisme voorafspiegelde.

En verder, als een paradox voor een van de meest gepolitiseerde landen ter wereld, de herhaalde pogingen het bestuur van het land te onttrekken aan de politieke partijen om het toe te vertrouwen aan de zogenaamde technici, economen en bankiers (*7)

Die technici konden rekenen op ruime meerderheden die meestal werden verzocht een bezuinigingsbeleid te steunen. Hier speelt allicht ook een oude liberale droom mee – van Hayek tot Giddins – van onderschikking, zo niet van uitschakeling van de politiek ten gunste van de economie.

Dat gezegd zijnde, de gezondheidscrisis en haar gevolgen hebben die situatie gedeeltelijk gewijzigd met name qua bezuiniging en overdreven liberalisering. Mario Draghi heeft daarmee natuurlijk rekening gehouden, met name in de voorgestelde maatregelen voor het Europese relanceplan.

Maar zoals altijd in dergelijke gevallen, hebben de technici vanuit hun vorming en hun professionele en ideologische verleden, het standpunt van de werkgevers aangenomen, soms gematigd door enkele sociale maatregelen, zoals dat bij Draghi het geval was. Ze kunnen de politieke partijen niet helemaal vergeten, maar ze kunnen op hun manier de politieke scène verlammen… tot die wraak neemt.

Het concept “goed bestuur” is een vergaarbak die gewoonlijk dient voor de rechtvaardiging van liberale ‘hervormingen’ die niet zo worden genoemd. Toch mag de vraag naar ‘goed en slecht bestuur’ (*8)niet worden vergeten in een staat die is gekneed door een halve eeuw christen-democratisch overwicht en twintig jaar Berlusconisme.

De kritiek op de politiek en de politici is te begrijpen en is uitgemond in het succes van anti-systeem-partijen en regeringen van technocraten. Maar allebei leiden ze tot ontbinding en verstikking van de politiek en dat vertaalt zich in een massieve electorale onthouding.

De laatste jaren heeft Italië meer dan elk ander land dit soort toestanden gekend. Dat verschijnsel is versterkt door het feit dat de centrum-linkse partijen zich tot het sociaal-liberalisme hebben gewend en daardoor het beleid van rechts aan de macht hebben gebracht.

Zelfs als de wil ertoe bestaat, zal het moeilijk zijn deze helling weer op te geraken. Maar de vraag is beslissend, want opnieuw riskeert Italië het politieke laboratorium van Europa te zijn. Dit keer als een grijnzende nachtmerrie.

Italie: le désastre (dés)organisé verscheen op 17 augustus. Hugues Le Paige is voormalig RTBF-journalist (1970-2004), waarvan meerdere jaren als correspondent in Parijs en Rome. Sinds 2004 is hij onafhankelijk journalist. Hij schreef eveneens Italiaanse Vijfsterrenbeweging vervelt in amper zeven jaar tot traditionele machtspartij op 27 november 2020.

Notes:

(*1)Twee keer minister van economische ontwikkeling in de regeringen Renzi et Gentiloni (2016 – 2018).

(*2) Zie Blog-Notes van 14 augustus 2022.

(*3) Zie verder in de tekst voor uitleg.

(*4) Op initiatief van de partij Cinque Stelle (vijf sterren) en gesteund door de PD, twee partijen die toen partners waren in dezelfde regering.

(*5) Sinistra Italiana (Italiaans Links) werd opgericht in 2017 (ecosocialisme en radikaal reformisme) verenigt militanten van de vroegere partijen SEL (Sinistra, Ecologia e Liberta), linkse dissidenten van de PD en vroegere verkozenen van Cinque Stelle.

(*6)Zie het boek Mateo Alaluf, Le Socialisme malade de la social-démocratie. Editions Syllepse, 2021, 222 p.

(*7) Carlo Azeglio Ciampi (1993-1994), Lamberto Dini (1995-1996) et Mario Monti (2011-2013).

(*8) Vergelijk met de fresco’s van Ambrogio Lorenzetti. Ze werden besteld door het stadsbestuur van Sienna. Tussen 1287 en 1355 bestond dat bestuur uit negen wisselende burgers Ze waren bestuurders en bewakers van de gemeente en het volk. Ze legden de eed af alle mogelijke middelen te gebruiken voor het behoud, de verbetering en de schoonheid van het bestaande regime. De fresco’s bevinden zich in de Sala della Pace van het Palazzo Pubblico in Sienna.