Onlangs verloor de Europese Unie een slag in de handelsoorlog met negen Latijns-Amerikaanse landen. Inzet van de strijd zijn de importtarieven van bananen die naar Europa worden geëxporteerd. Zonder oplossing voor deze ruzie is de kans groot dat de betrokken Latijns-Amerikaanse landen in Hong Kong verdere deelname aan de WTO onderhandelingen weigeren. Wat zijn de landbouwbelangen van Latijns-Amerika?

Dit stuk is afkomstig van de website van noticias

De onderhandelingen voor de WTO conferentie in Hong Kong lopen naar hun hoogtepunt. Eind november moeten de meeste conceptteksten klaar zijn, zodat de onderhandelingsronde van Doha, die in 2001 begon, in Hong Kong afgesloten kan worden. Maar het gaat stroef. Europa en de VS lijken hun landbouwmarkten voor onder andere Latijns-Amerika te openen, maar stellen daar torenhoge eisen tegenover. Latijns-Amerika, met Brazilië als hoofdonderhandelaar, weigert in te gaan op deze eisen. Een akkoord in Hong Kong wordt steeds onwaarschijnlijker, op cruciale punten houden landen voet bij stuk.

De landbouwmarkt in Latijns-Amerika

Met uitzondering van Venezuela, Mexico en Peru vormen landbouwproducten een belangrijk deel van de export van Latijns-Amerikaanse landen. De EU is hierin de belangrijkste partner van Latijns-Amerika, goed voor zo'n 26% van de totale export. Op de tweede plaats volgen de Verenigde Staten, die vooral voor Midden-Amerika een belangrijke afzetmarkt vormen. Daarnaast begint voor landen als Brazilië, Argentinië en Chili de interesse in Azië toe te nemen. Verder gaat een tiende van de totale Latijns-Amerikaanse landbouwexport naar landen binnen Latijns-Amerika zelf. Ondanks dit relatief kleine percentage, vormt deze interne export voor kleinere landen als Bolivia, Paraguay, El Salvador en Nicaragua wel de grootste afzetmarkt.

Belangrijke exportproducten zijn groente en fruit, vlees, tropische producten, suiker, granen, koffie, cacao en soja. Veel Latijns-Amerikaanse landen zijn afhankelijk van slechts één of een paar producten voor hun exportinkomsten, veelal koffie, bananen, suiker en sojabonen. Bananen zijn bijvoorbeeld goed voor zestig procent van de landbouwexport in Ecuador. Het blijkt echter dat juist voor deze producten grote tariefmuren bestaan in Europa en de VS die de export bemoeilijken.

Bananen

Al bij het begin van de Doha onderhandelingsronde werden afspraken gemaakt over de Europese importtarieven op bananen. Dit als gevolg van een voorkeursbehandeling aan landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Pacific (de zogenaamde ACP landen) die bananen middels quota zonder invoerheffing naar Europa kunnen exporteren. Latijns-Amerikaanse landen betalen echter 75 euro per ton bananen en 680 euro voor elke ton die boven het gestelde quotum uitkomt. Onder zware druk beloofde de EU dat de quota voor Latijns-Amerikaanse bananen in januari 2006 opgeheven zouden worden.

Dit jaar kwam de EU met het langverwachte voorstel: het importtarief voor bananen uit Latijns-Amerika zou per 1 januari verhoogd worden naar 230 euro, maar door het verdwijnen van de quota mogen de bananen dan wel vrij geëxporteerd worden. Omdat dit tarief de bananenindustrie een enorme klap zou bezorgen, vroegen negen Latijns-Amerikaanse landen, onder leiding van Ecuador, om een bemiddelingsverzoek bij de WTO. Deze wees zowel dit voorstel af, als een nieuw Europees voorstel in oktober voor een tarief van 187 euro.

De gevolgen van liberalisering

Door het opengooien van de markten is de exportproductie van Latijns-Amerika de afgelopen jaren enorm toegenomen. Dit leidde in veel gevallen tot een toename van het aantal banen. De aandacht voor lokale voedselvoorziening werd echter verwaarloosd, waardoor lokale boeren in rap tempo in het nauw raakten. In Honduras kwam bijvoorbeeld in 1991 nog 98% van de rijstconsumptie van de eigen markt. Na een drastische prijsverlaging van Aziatische rijst, werd in '92 al 48% van de geconsumeerde rijst geïmporteerd. Met een slechte toegang tot infrastructuur, de verwijdering van de tariefmuren en overheidsbescherming, wordt het voor de boeren die produceren voor de thuismarkt steeds moeilijker op te boksen tegen de concurrentie van andere landen. Dus hoewel er enerzijds banen geschapen worden in de exportindustrie, gaan er anderzijds vele banen en familiebedrijven verloren binnen de eigen voedselproductie.

Deze exportproductie is veelal in handen van multinationals. Zo namen de VS het in de bananenruzie op voor de Latijns-Amerikaanse landen. Dit was puur uit eigenbelang ter bescherming van de Amerikaanse Chiquita, Dole Foods, en Del Montem, bedrijven die tezamen 65 tot 70% van de wereldbananenproductie in handen hebben.

Westerse landen moeten binnen de huidige WTO-voorstellen ook de bescherming voor hun landbouw verlagen, maar omdat prijsverlagingen deels gecompenseerd worden middels inkomenssubsidies, gaat de sanering binnen de landbouw hier langzamer. Toch is het ook in Europa crisis in de landbouw, omdat boeren geen kostendekkende prijs meer ontvangen. Ook hier overheersen de exportbelangen van het multinationale bedrijfsleven. Kleine en middelgrote boeren in Noord en Zuid komen zo in een onnodige concurrentiestrijd terecht.

De onderhandelingen
De insteek van de Latijns-Amerikaanse landen in de landbouwonderhandelingen is gericht op het versterken van de exportmarkt, maar tegelijkertijd op het beschermen van de eigen markten totdat deze sterk genoeg zijn om deel te kunnen nemen aan de wereldmarkt. Dit betekent enerzijds het afbouwen van de hoge tariefmuren en quota, en anderzijds een afname van de exportsubsidies en andere handelsverstorende subsidies van zowel Europa als de VS.
Europa zegt veel concessies te doen op deze gebieden. In ruil daarvoor verwachten ze van de ontwikkelingslanden dat deze hun markten openstellen voor industriële producten en investeringen in diensten. Zowel in Latijns-Amerika als in de EU overheersen dus de belangen van exporterende bedrijven. Kleine boeren in Latijns Amerika hebben veel te verliezen van het opengooien van grenzen; hun grondgebied wordt steeds meer gebruikt voor exportbelangen en bescherming van hun eigen voedselmarkt wordt opgegeven. Landen als Brazilië maken nu een afweging tussen de eventuele winsten voor de exportgerichte grootschalige landbouw, en de eventuele verliezen binnen de industrie en diensten.

Dat de partijen lijnrecht tegenover elkaar staan bleek in een speech van EU Commissaris van Handel Peter Mandelson op 13 oktober. Hij stelt dat "de Latijns-Amerikaanse landen het meest zullen profiteren van de afspraken in de Doha ronde. De ronde zal dan ook niet afgesloten worden voordat Latijns-Amerika op haar beurt ook Europa een handje zal helpen".

Latijns-Amerika merkt ondertussen weinig van de enorme profijten die ze in deze ronde zullen maken en zien dan ook geen reden de EU te 'helpen' en te voldoen aan de zware eisen. De bananenruzie lijkt ondertussen ook in een impasse te raken. Vorige week kwam de EU met een nieuw voorstel: een importtarief van 179 euro op 1 ton bananen, 8 euro lager dan het eerder afgewezen voorstel. Latijns-Amerikaanse landen eisen echter een tarief van 75 euro, het bedrag dat ze nu al betalen, maar dan zonder quotum. Houden ze voet bij stuk dan kunnen de landbouwonderhandelingen in Hong Kong weleens vastlopen op de bananen.

Bronnen:

Speech Mandelson: www.tradeobservatory.org

Bilateral and Multilateral Agricultural Trade Negotiations in Latin America: Making Sense of Multiple Choices: www.ictsd.org

www.ourworldisnotforsale.org

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Edith van Overveld (Noticias).)