Veel ontwikkelingslanden zoeken extra financiële hulp en een regeling voor hun buitenlandse schulden. De internationale financiële instellingen en de donorlanden reageren steeds positiever op hun verzoeken (zie de resultaten van de onlangs gehouden G8 conferentie). Daarbij worden dan wel voorwaarden gesteld die onder meer inhouden dat de hulpvragende landen hun internationale handel moeten liberaliseren: dat wil zeggen het opheffen van tariefmuren en andere handelsbeperkingen. Nieuw onderzoek toont aan dat die liberalisering averechts werkt.


Terug naar WTO-Zip nr. 56.

Veel ontwikkelingslanden zoeken extra financiële hulp en een regeling voor hun buitenlandse schulden. De internationale financiële instellingen en de donorlanden reageren steeds positiever op hun verzoeken (zie de resultaten van de onlangs gehouden G8 conferentie). Daarbij worden dan wel voorwaarden gesteld die onder meer inhouden dat de hulpvragende landen hun internationale handel moeten liberaliseren: dat wil zeggen het opheffen van tariefmuren en andere handelsbeperkingen. Nieuw onderzoek toont aan dat die liberalisering averechts werkt.

Het belangrijkste rapport is van Egor Kraev: "Estimating GDP effects of trade liberalisation for developing countries" [1]. Kraev onderzocht welke de effecten zijn van die liberalisering voor zowel de betalingsbalans als het bruto binnenlands product (BBP) van de betreffende landen. Het gaat daarbij om de periode 1975-2001. Hij beperkte zich tot de 'low income countries' waarover voldoende gegevens beschikbaar zijn en vond die gegevens bij de Wereldbank en het IMF. In totaal gaat het om 32 landen. De meeste daarvan zijn in Afrika gelegen, maar ook betrok hij grote landen als Bangladesh, India, Indonesië en Pakistan in zijn onderzoek.

Hij keek met name naar de binnenlandse vraaguitval die zich als gevolg van de liberalisering kan voordoen. Die liberalisering kan gepaard gaan met een zekere stijging van de uitvoer, maar leidt ook tot een aanmerkelijk grotere stijging van de invoer. Daardoor nemen de tekorten op de handels- en betalingsbalans toe. Maar ook is sprake van een afnemende vraag naar de binnenlandse producten (goederen en diensten) vanwege de sterk toegenomen internationale concurrentie.

Kraev toonde vervolgens aan dat die vraaguitval ernstige gevolgen heeft. Hij kwantificeerde die gevolgen en kwam tot de conclusie dat voor alle 32 landen samen het verlies over die periode bijna 900 miljard US dollar bedraagt (dollarwaarde-niveau van het jaar 2000). Dat komt voor de afzonderlijke landen neer op een verlies van tussen de 2% en 18 % van hun BBP. Het zijn juist de armen die het meest getroffen worden.

De Britse NGO Christian Aid bracht ook in juni een rapport uit getiteld: The economics of failure - The real cost of free trade for countries [2]. Dit rapport is gebaseerd op onderzoek van Kraev en geeft weer hoe handelsliberalisering voor 22 Afrikaanse landen leidde tot een verlies over diezelfde periode van 170 miljard US dollar. Christian Aid heeft vervolgens berekend hoe de verliezen voor alle Afrikaanse landen beneden de Sahara uitvallen. Dat verlies bedraagt 272 miljard US dollar. Christian Aid tekent daarbij aan dat zonder die liberalisering de betreffende landen al hun externe schulden hadden kunnen afbetalen, en dat dan nog voldoende geld was overgebleven om alle kinderen te vaccineren en naar school te laten gaan.


Noten:
[1] Kraev is econometrist. Zijn rapport werd op 21 juni 2005 uitgebracht en is te vinden op: http://www.christianaid.co.uk/indepth/506liberalisation/FinalPaper4.pdf.
[2] "The economics of failure - The real cost of 'free' trade for countries," door Christian Aid (http://www.christian-aid.org.uk/indepth/506liberalisation/Economics of failure.pdf).

Terug naar WTO-Zip nr. 56.

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Lou Keune/WTO-zip.)