De saaie titel mag misschien wat afgeleid hebben, ze betekent in ieder geval dat 'de vakbeweging' niet 'links' is. Wel lijkt me de bemoeienis van links met de vakbeweging urgent, op individueel niveau te beginnen met lid en actief zijn. Het rechtse offensief, binnen en buiten het parlement, richt zich immers meer en meer tegen de invloed en positie van de vakbonden in de arbeidsverhoudingen. En nergens en nooit zijn die en andere maatschappelijke verhoudingen erop vooruitgegaan na uitdrijving van de vakbonden.

(Door Hans Boot, solidariteit.nl)

Ook omdat de typeringen 'links' en 'rechts' achterhaald zouden zijn - veel te horen bij neoliberalen, maar zelden door rechts op zichzelf toegepast – eerst enkele uitgangspunten waaraan links minimaal dient te voldoen. Daarna een korte karakterisering van de vakbeweging. Om ter afronding tot een paar conclusies te komen.

Pleidooi en opdracht

Links – kritiek op en verzet tegen elke vorm van onderdrukking, uitsluiting en discriminatie tussen mensen onderling en tegen de systematische aantasting van hun fysieke omgeving. In samenhang daarmee de verwerping en bestrijding van het politiek-economisch systeem van het kapitalisme, waarop deze ongelijkheden rusten. Dat gevoegd bij een voortdurend praktisch onderzoek naar alternatieve samenlevingsvormen, waarin sociale en economische gelijkheid de norm is. En tenslotte, de organisatie van de noodzakelijke tegenmacht die vrij is van hiërarchie. Hoe beknopt ook, een pleidooi voor het bestaan en handelen van links is uiterst actueel.

Vakbeweging – haar belangrijkste betekenis is dat zij mensen die niet van hun materiële bezittingen kunnen leven, samenbrengt om hun levensbelangen te beschermen, uit te breiden en vast te leggen. Met name belangen als de voorwaarden en omstandigheden waaronder zij hun loon uit arbeid verwerven, hun uitkering bij werkloosheid of anderszins en (pensioen)voorzieningen na het arbeidzame leven. Het is juist dit fundament dat voor links de opdracht bevat, deel te nemen aan de activiteiten van de vakbeweging en de mogelijkheden aan te grijpen deze te verbinden aan de brede strijd tegen rechts dat zijn heersende macht als een vanzelfsprekend privilege beschouwt.

Zelforganisatie

Hoe onmiskenbaar de ellende ook is die dat rechtse privilege nationaal en internationaal teweegbrengt, links noch de vakbeweging is erg succesvol in de bestrijding ervan. In omvang en slagkracht nemen beide af. Links is gefragmenteerd en zelfs op momenten van gemeenschappelijkheid, een demonstratie bijvoorbeeld, koestert elk deel het eigen gelijk of is verwikkeld in parlementaire en/of interne schermutselingen. En dat is eerder een structureel kenmerk dat een hinderlijk mankement van links. Inderdaad, de vraag is welk fragment het initiatief neemt om de versnipperde sociale geschiedenis los te laten en een begin te maken met de veel bezongen eenheid.

De in 2013 gevormde nieuwe FNV is druk bezig het geordend overleg met staat en ondernemers te verlaten en daarmee haar identiteit van toegestane 'medemacht'. Een breuk die meer omvat dan het afscheid van het poldermodel dat slechts de periode tekent van pakweg de laatste drie decennia. Langer en veel te lang heeft de vakbeweging haar zelfstandigheid geofferd aan de illusie van het mee mogen denken en mee mogen sturen aan een systeem dat de belangen van haar leden principieel schaadt. Het waardige, hernieuwde beginsel 'terug naar de leden en de werkvloer' komt overeen met de linkse muziek van de klassieke zelforganisatie.

Leerschool

De dalende invloed op de bestaande machtsverhoudingen van zowel links als de vakbeweging heeft veel te maken met hun afgenomen inspiratiekracht. Deze staat in de context van een onvoldoende ideologisch tegenwicht aan de drie-eenheid van sociaal-economische versplintering, individualisering van het gemeenschappelijk belang en persoonlijk profijt voor alles. Voor de vakbeweging komt dat bij elkaar in de precarisering van de arbeid, voor links in de bedreiging van het sektarisme, het eeuwige historische gelijk. Een open verhouding van links tot de vakbeweging is één van de middelen om die geslotenheid te doorbreken. Nodig, maar niet eenvoudig. Zeker niet voor de groepen/organisaties, waarbij de kritiek op het reilen en zeilen van de vakbeweging – kapitaal conform en bureaucratisch – allesoverheersend is en traditioneel uitmondt in een afwijzing. Andere delen van links die een vergelijkbare kritiek uiten, staan in wisselende verhoudingen tot de vakbeweging. In een lange historie variërend van samenwerking, inclusief de uitwisseling van bestuursfuncties, tot stilzwijgende aanvaarding of gedogen onder voorwaarden met als uiterste een verbod. De laatste situatie lijkt in de huidige FNV uitgesloten en daarmee is de linkse traditie van een 'verborgen' lidmaatschap van een politieke groepering aan het uitdoven. Dat betekent helaas (nog) niet dat politieke openheid vanzelfsprekend en volstrekt logisch is in een volgens haar grondslag pluriforme vakbeweging.

De vraag is dan welke prioriteiten een links vakbondslid stelt. Actief samen met anderen in de belangenbehartiging op de werkvloer en/of sector - verkozen in een sleutelpositie als bestuurder of ledenparlementariër - onderhandelen namens de leden in een bezoldigde functie. In de keuze voor één van de twee laatste posities zal bepalend zijn of het gevoerde beleid door de leden is besproken, vastgelegd en gecontroleerd. Een essentiële voorwaarde die nog niet algemeen geldend is in de vakbondspraktijk en links een uitgelezen leerschool biedt.

Niet zo lang geleden hoorde ik een oudere kameraad, jarenlang actief vakbondslid en geworteld in de linkse beweging, de wijsheid uitspreken dat links moet ophouden de vakbeweging als een instrument te bespelen en met een eigen stem in het koor meezingen. Genoeg moois en nuttigs te doen dus.