Of waarom vakbonden, de milieubeweging en hulporganisaties zich beter moeten
verdiepen in de olie en gasmarkt.

De energierekening van het gemiddelde Nederlandse huishouden stijgt drastisch het komende jaar. De achterblijvende economische groei begint banen te kosten en politieke partijen roepen om meer kernenergie en steenkolencentrales. De geopolitieke spanningen rond oliereserves en gasreserves in onder andere Bolivia, Iran, Soedan, en rond de Kaspische Zee beginnen op te lopen. In Brazilië en Maleisië worden kleine boeren van hun land gejaagd en regenwoud gekapt zodat sojaschroot en palmolie gebruikt kan worden voor groene energieproductie.

Deze ontwikkelingen lijken los van elkaar te staan. Vakbonden, milieuorganisaties en hulporganisaties blijken deze problemen ook als losstaand te benaderen. De bovenstaande ontwikkelingen hebben echter een gemeenschappelijke oorzaak: de wereldwijde productie van olie en gas is steeds minder in staat aan de vraag te voldoen. Het wordt hoog tijd dat de sociale bewegingen een antwoord gaan vinden op de problemen en dilemmas die dit met zich mee brengt.

Oliecrisis?

Oliebedrijven en het IEA (International Energy Agency) beweerden tot begin van dit jaar dat we nog minstens enkele decennia genoeg olie hebben en dat er voor die tijd wel nieuwe gevonden zou worden. Bovendien gaan de ontwikkelingen op het vlak van alternatieve energiebronnen, autos op waterstof en energiebesparing razendsnel. Niets om wakker van te liggen. Of toch?

De groep mensen die vraagtekens zet bij de toekomstscenarios van de oliebedrijven en het IEA wordt elke dag groter. Dit zijn veelal mensen uit de olie-industrie die hun sporen verdiend hebben in het vinden van nieuwe olie- en gasreserves. Mensen als de geoloog Collin Campbell, voormalig topman van Fina, daarvoor werkzaam bij Amoco en later bij het energieadviesbureau IHS. Zo ook Matthew Simmons, swerelds grootste private bankier in de energiesector en vertrouweling van de regering Bush.

Peak Oil

Hun kritiek is moeilijk samen te vatten in een artikel als dit, maar wordt helder uit de doeken gedaan op tal van websites peakoil.nl. In het kort komt het hier op neer: De IEA en anderen werken met cijfers over oliereserves die aanvechtbaar zijn. Vooral de cijfers van de OPEC landen (meer als 40% van de wereld olieproductie)zijn omgeven met onzekerheden. Niettemin vormen deze cijfers de basis van alle toekomstscenarios van de IEA en daardoor van tal van andere adviesorganen. Er wordt door beleidsmakers en economen bovendien vaak uitgegaan van een stijgende lijn in de olieproductie. Geologisch gezien is dat onzin. De productie van een olieveld laat een Gausskromme zien. De productie stijgt eerst sterk, vlakt daarna af en gaat weer dalen. De wereldolieproductie is een optelsom van al die krommes en gaat een soortgelijke groei doormaken. Ze stijgt eerst, bereikt een piek en daalt daarna weer. Dit geldt ook voor het vinden van oliebronnen. Alle grote en makkelijk te vinden olie,- en gasvelden zijn al gevonden . De laatste grote olievelden zijn allemaal gevonden voor 1970, uitgezonderd het veld onder de Kaspische Zee (2000). Aangezien er overal in de wereld gezocht is, is het vinden van nieuwe grote velden onwaarschijnlijk. De hoeveelheid nieuw gevonden olie vertoond dan ook sinds 1970 een dalende trend. Sinds 1980 verbruiken we meer olie dan er bij gevonden wordt. Op dit moment is de verhouding 1 vat nieuwe olie tegenover 4 vaten olie die worden verbruikt.
De vraag is dus wanneer de olieproductie wereldwijd gaat pieken, en hoe snel de productie daarna gaat afnemen. Die vraag is lastig te beantwoorden aangezien de cijfers op basis waarvan je zon schatting zou moeten doen omgeven zijn met onduidelijkheden en geheimzinnigheid. ODAC (Oil Depletion Analyse Centre website waagt zich niettemin aan een voorspelling. Zij gaan er vanuit dat de olieproductie voor 2010 gaat dalen. Uit hun laatste berekening blijkt dat de nieuwe olieprojecten die bedrijven en olieproducerende landen de komende 8 jaar op stapel hebben staan niet voldoende gaan zijn om aan de verwachte groeiende vraag te voldoen. Na 2008 ontstaat er een steeds groter gat tussen wat er opgepompt kan worden en wat er nodig is. Daarbij tekenen we aan dat deze studie uitging van een vraagverwachting van het IEA die erg gematigd was (en de afgelopen maanden telkens omhoog bijgesteld is) en de optimistische cijfers van oliebedrijven als het gaat om wat hun nieuwe projecten op gaan leveren. Daarbij wordt er minder in raffinagecapaciteit en olietankers geïnvesteerd. Het is niet, zoals media en industrie melden, de hoofdoorzaak van de huidige olieprijzen. Je zou het eerder andersom kunnen zien, bedrijven investeren niet langer in zaken die zij bij een dalende olieproductie minder nodig hebben.

Steeds meer steun voor waarschuwingen.

De boodschap van mensen als Simmons en Campbell begint het nu de olieprijs al meer dan een jaar sterk stijgt steeds meer weerklank te krijgen. Verschillende zakenbanken (o.a. JP Morgan, Deutsche Bank) hebben hun analyse (deels) over genomen en waarschuwen voor extreem hoge olieprijzen, verschillende instituten waaronder het IEA en het Nederlandse ECN beginnen hun positie te verschuiven, en nemen in hun scenarios de kritiek mee. Ze zijn hun eigen piekdatum aan het verleggen van 2035 naar 2015-2020.
Het Amerikaanse Department of Energy heeft een onderzoek laten doen naar de effecten van een productiepiek binnen 20, 10 en 0 jaar en hoe daarop gereageerd kan worden. De uitkomsten van de wetenschappers waren verontrustend. Als je niet 20 jaar hebt om drastische maatregelen te nemen zijn de effecten op de Amerikaanse economie desastreus en ontstaan er energietekorten. Het meest opvallend is echter de PR campagne die het Amerikaanse oliebedrijf Chevron is begonnen. The era of cheap fossil fuel is over stellen zij op hun website, en in advertenties in internationale zakenbladen.


Het wordt dus hoog tijd dat de vakbeweging, de milieubeweging en de derdewereldbeweging zich in energie gaan verdiepen en de waarschuwingen serieus gaan nemen. Als we inderdaad te maken krijgen met een energietekort binnen vijf a tien jaar dan zal dat vergaande gevolgen hebben voor de campagnes die we voeren, de eisen die we stellen en het toekomstbeeld dat we hebben. Op dit moment wordt het belang van olie en gas door deze bewegingen te onderschat.

Belang olie en gas voor de mensheid onderschat.

In het begin van het artikel werden al enkele effecten geschetst van een dalende energieproductie. Veel mensen hebben de neiging het belang van olie en gas voor deze maatschappij te onderschatten en de mogelijkheden van de alternatieven die er nu al zijn te overschatten. De wereldwijde energieproductie bestaat voor grofweg 80% uit fossiele brandstoffen, voor slechts 1% uit duurzame energiebronnen. De rest is voornamelijk hout, kernenergie en waterkracht. Wil je deze verhoudingen veranderen dan heb je drie dingen nodig. Tijd, geld en energie. Wil je bijvoorbeeld de 7 miljoen autos in Nederland ombouwen zodat ze niet langer rijden op fossiele brandstof dan kost dat veel geld, veel materiaal, mankracht en dus energie, en veel tijd. De vervangingstijd van het Nederlandse wagenpark wordt geschat op 15 jaar. Datzelfde geldt voor productieprocessen, elektriciteitscentrales, de gasgestookte CV ketel bij mensen thuis en de manier waarop wij gewoon zijn voedsel te verbouwen, transporteren, koelen, verwerken en verpakken.
Het grote probleem is echter dat elke andere energiebron als olie en gas minder efficiënt is in het leveren van de benodigde energie in de juiste vorm en op de juiste tijd.

Energie opwekken kost energie. Olie en gas doen dit op een vreselijk efficiënte manier, zelfs teerzanden, zware olie, steenkool en kernenergie lukt dit niet in dezelfde mate. De meeste alternatieven leveren energie in de vorm van elektriciteit, olie en gas ook benzine en grondstoffen voor kunstmest, bestrijdingsmiddelen, medicijnen, speelgoed, verpakkingsmateriaal, kleding, etc, etc. Zou je dus moeten overstappen een alternatief dan betekent dit haast onherroepelijk minder energie en duurdere grondstoffen.

Als we vijftig jaar de tijd hebben en schakelen onze regeringen om op een soort oorlogseconomie die gericht is op het maken van die omslag, dan gaat dat lukken. Hebben we nog ergens tussen de nul en de tien jaar en ontkennen onze regeringen elk probleem en laten ze de vrije markt alles oplossen dan hebben we een groot probleem.

Het antwoord ontbreekt.

Wat het snel pieken van de olieproductie gaat betekenen voor de toekomst is lastig te voorspellen. Wel zijn er duidelijk een paar vraagstukken die dan de kop op gaan steken en waar sociale bewegingen snel een antwoord op moeten ontwikkelen.

De economische effecten van de hoge olieprijs zijn nu al te merken. De economische groei begint te vertragen. Waar veel economen bang voor zijn is een olieprijs die uitkomt boven de 75 dollar. Boven die grens worden de kansen op economische krimp, sterke inflatie en kelderende beurskoersen drastisch groter. De grote vraag voor de vakbeweging wordt hoe zij hier op gaan reageren. Het is erg waarschijnlijk dat dit massale werkloosheid gaat veroorzaken. Dit kan de druk op sociale wetgeving, pensioenen en loonontwikkeling sterk verhogen. Bepaalde bedrijfssectoren waar nu veel werkgelegenheid in zit (luchtvaart, auto-industrie, chemie) komen onder druk te staan door schaarse en dus dure olie. Ook de kosten van levensonderhoud zullen door stijgende prijzen voor voedsel, energie, vervoer en duurzame goederen omhoog gaan Onze inschatting is dat het dan onhaalbaar is om de strategie die de vakbeweging nu hanteert, en die gebaseerd is op het eerlijk verdelen van de economische groei, te handhaven.

In veel zuidelijke landen is de oliecrisis al realiteit. In landen als de Filipijnen, Nicaragua en Indonesie zijn er sinds een half jaar benzine tekorten of zijn benzine en andere brandstoffen alleen op de bon verkrijgbaar. Veel landen subsidieren brandstoffen om de prijzen laag te houden. Veel regeringen zien zich gedwongen deze subsidies nu af tebouwen omdat de kosten niet meer op te brengen zijn. Het directe resultaat daarvan is politieke en sociale onrust. In Jemen vielen bij rellen hierover al enkele doden. Het vanwege de openbare orde vasthouden aan de subsidie zorgt er voor dat de Indonesische munteenheid de afgelopen weken fors onderuit is gegaan. De hoge brandstofprijzen zorgen er ook voor dat steeds meer mensen de bus niet meer kunnen betalen die hen naar werk of markt brengt.

Ook zijn er vraagtekens te zetten bij ontwikkelingen waarbij biomassa (palmolie, sojaschroot, suikerriet) die geproduceerd word in ontwikkelingslanden gebruikt worden voor energieproductie in het westen. Betekend dit een kans of zien we hier weer een aanslag op het voedselareaal, de bodemgesteldheid en economische verhoudingen.

China, India, Rusland en de VS zijn zich sterk bewust van de toenemende schaarste van olie. Overal waar de belangen van deze landen botsen speelt olie en gas altijd een rol.
De situatie rond Iran is hier een sterk voorbeeld van, maar ook in Afrika en Centraal Azie spelen de tegenstellingen. Iran wordt door de VS en de EU onder druk gezegd vanwege hun kernenergieprogramma. Een van de redenen die Iran aanvoert om dit programma door te zetten is haar dalende olieproductie. En terwijl de VS en EU terughoudend zijn bij investeringen in de olie-industrie in Iran, zijn vooral China en India bezig hun belangen daar fors uit te breiden. Onder andere door de aanleg van pijpleidingen en het gezamenlijk ontwikkelen van olievelden. Rusland en China steunen Iran ook op het gebied van wapens, technologie, en in de Veiligheidsraad. De VS en de EU weten ook dat een openlijke aanval op Iran een catastrofe is voor de olievoorziening van beide machtsblokken. Iran is goed in staat om de olietoevoer van heel de Golfregio te verstoren door het afsluiten van de Straat van Hormoez. Dat zou een acute oliecrisis betekenen.

Het meest te vrezen heeft echter ons klimaat of ons milieu in bredere zin. Dat klinkt paradoxaal. Je zou verwachten dat minder olie en gas goed is voor het milieu en enorme kansen biedt voor bijvoorbeeld duurzame energie. Deels is dit zeker het geval, maar de korte termijnoplossing wordt door regeringen en energiebedrijven niet gezocht in windmolens en zonnecellen alleen, maar vooral in kernenergie, steenkool en moeilijk winbare oliesoorten als teerzand, zware olie en diepzee olie. Op kernenergie na betekent dit een extra aanslag op ons klimaat. Bovendien kan een energiecrisis het draagvlak voor klimaatbeleid zwaar onder druk gaan zetten. Ook zet schaarste van olie en gas een enorme druk op het winnen van voorraden onder natuurgebieden als de noord,- en zuidpool, en de waddenzee.

Los daarvan betekend investeren in kernenergie en andere fossiele brandstoffen dat er weer geïnvesteerd wordt in tijdelijke oplossingen. Ook uranium en steenkool zijn eindige voorraden. En in het geval van uranium ligt de piekdatum (bij huidig verbruik) akelig dichtbij (2020). Kernenergie is daarom een onverstandige investering. Vooral omdat het heel veel tijd en energie kost om een kerncentrale te bouwen.

De noodzaak van een gezamenlijk antwoord.

De oplossingen voor het dreigende energietekort zijn niet eenvoudig. Oplossingen die niet ingrijpen op de manier waarop mensen hun degelijks leven inrichten bestaan volgens ons niet. En juist nu durven politieke partijen hun kiezers niet aan te spreken op hun levensstijl. Daarbij lijken politieke partijen te veel bevangen door het marktdogma. Juist een energietekort veroorzaakt een reactie van de vrije markt die contraproductief werkt en kan voorkomen dat er prioriteiten gesteld gaan worden aan wat we met de energie gaan doen die we nog over hebben. Het is van belang dat er gewerkt gaat worden aan een gezamenlijke strategie van vakbonden, milieubeweging en hulporganisaties die de bron van het probleem aanpakt. Die bron is onze verslaving aan olie en gas.

Onze manier van leven is afhankelijk geworden van een steeds groeiende hoeveelheid goedkope energie. Wie dat wil veranderen moet een van de fundamenten van deze maatschappij veranderen.

De dreigende energiecrisis dwing ons dat te doen. Wat doen we met de olie en gas die nog beschikbaar zijn? Besteden we die aan vakantietripjes naar Lorret de Mar, een SUV en een kerncentrale of zetten we die in om een omschakeling te maken naar een andere en duurzamere manier van leven. Energie wordt het belangrijkste vraagstuk voor de komende 10 jaar. Sociale bewegingen die dat negeren kunnen hun bestaansrecht verliezen en baseren hun strategie op de verkeerde veronderstellingen.

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Peter Polder en Pieter Cornelissen.)