In januari van dit jaar voerden militairen van het Mexicaanse leger plotseling een aanval uit op het dorp Nuevo San Rafael, dat afgelegen in het Lacandona-woud in de Zapatistische zone van Chiapas ligt. (zie: hier) Het leger stak 23 huizen in brand en de bevolking vluchtte weg.


Door de afgelegen ligging in het natuurreservaat Montes Azules, kwam nieuws maar moeizaam naar buiten. Er bestond aanvankelijk onduidelijkheid over de redenen van de aanval - een dergelijk felle aanval van het regeringsleger was jaren lang niet vertoond in dat gebied. Al snel legden lokale organisaties en de Zapatistas een verband met een 'ontwikkelingsproject' van de Europese Unie, ter waarde van 15 miljoen euro. Dat project was de EU kort voor de aanval met de regering van de deelstaat overeengekomen en het betreffende dorp lag in het gebied waar het project plaats zou moeten vinden. (Zie: EU beticht van rol in aanval...). Maar veel was er niet bekend over de overeenkomst.

Daar is nu wat verandering in gekomen. De organisatie CIEPAC, die adviseert over alternatieve ontwikkeling in het gebied, heeft een uitgebreid rapport over het project uitgebracht. Het rapport is opgesteld door de Italiaanse onderzoeker Luca Martinelli. Over het onderzoek verscheen op 28 mei een reportage in het linkse dagblad La Jornada (artikel La Jornada). Een korte samenvatting van de bevindingen in dat artikel:

Het project heeft officieel Proyecto de Desarrollo Social Integrado y Sostenible en la Selva Lacandona. Op 27 januari werd door de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken Luis Ernesto Derbez bekend gemaakt dat de EU een bedrag van 15 miljoen euro in het project zou steken, dat zou zijn gericht op 'onderhoud' en 'ontwikkeling' van het gebied. De regering van de deelstaat zou een vergelijkbaar bedrag (16 miljoen euros) investeren.
De schrijver van het rapport merkt op dat in februari verschillende organisaties al wezen op het risico van de overeenkomst en inzage eisten in de plannen en de uitvoering ervan. De bevolking dreigde immers ineens allerlei maatregelen over zich heen te krijgen en te moeten betalen voor het gebruik van water, het bos. Ook merkt de schrijver op dat precies op hetzelfde moment dat de overeenkomst gesloten werd, de EU besloot om haar steun aan het Rode Kruis voor de opvang van vluchtelingen in het gebied te staken.

Het project speelt zich af in 16 microregios binnen het natuurgebied Montes Azules, waar 155 duizend mensen wonen. Het hele gebied beslaat ruim 12.000 vierkante kilometer. Het project beoogt 'aan te vullen bij andere projecten die in hetzelfde gebied lopen'. Zo heeft de Amerikaanse ontwikkelingsdienst USAID daar ook een project dat volgens de onderzoeker 'bedoeld lijkt om transnationale bedrijven informatie te leveren over de natuurlijke hulpbronnen in het gebied'.
Het EU-project beoogt onder meer 'de druk te verminderen op de natuurlijke hulpbronnen in het gebied en processen van aantasting van het milieu te doen verminderen'. Dit zou in samenwerking met de Wereldbank gebeuren, die daar het project voor de Biologische Corridor Mesoamericano (CBM) heeft opgezet. Een andere project in het gebied wordt uitgevoerd door de Duitse regering samen met het ministerie van milieu van drie deelstaten, waaronder Chiapas.

Een van de doelen van het project zou zijn om de armoede in het gebied te doen verminderen. Dat zou gebeuren door de lokale regering te steunen in het uitvoeren van participatieve en duurzame ontwikkeling. Martinelli vraagt zich af of de criteria om te meten of de armoede afneemt wel werkbaar zijn, aangezien er bijvoorbeeld geen melding wordt gemaakt van studie naar effecten op het gebied van voedselzekerheid voor de bewoners in het gebied. Verder merkt Martinelli op dat dergelijke ontwikkelingsprojecten in een gebied waar een hevige politieke strijd heerst, al snel een element van opstandsbestrijding in zich draagt.

De looptijd van het project is 42 maanden eb loopt af op 28 november 2006; drie dagen voordat de ambtstermijn van president Vicente Fox afloopt (!). Naast natuurbehoud, behelst het project verder ook allerlei investeringen in productie (zoals koffiedrogerijen), infrastructuur (wegen, afwatering) en het onvermijdelijke eco-toerisme. Verder merkt de onderzoeker op dat 15 procent van het budget opgaat aan buitenlandse adviseurs en experts. "Alsof er niet genoeg lokale expertise in het gebied te vinden is". 34 procent wordt besteed aan 'opleiding'. Maar niet duidelijk wordt wie daarvan zullen profiteren. Er wordt alleen vermeld dat een deel van het personeel afkomstig zal zijn van het ministerie van sociale ontwikkeling van de deelstaat. Ook over de 8 procent die aan infrastructurele werken besteed zal worden, zijn geen details bekend. Het is dus niet duidelijk wat er aangelegd zal worden, en waar. Verder zet Martinelli vraagtekens bij mogelijke samenwerking met de omstreden Amerikaanse organisatie Conservation International (CI) een organisatie die we "al vaker tegen zijn gekomen als trojaans paard voor multinationals". CI werkt onder meer samen met de koffiegigant Starbuck Coffee.

Kortom; de uitkomst van het ondrzoek heeft de argwaan over het EU-project niet bepaald kunnen doen verminderen.

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Kees, XminY.)