Bolivia is verdwenen uit de media. Er lijkt niets meer te melden na de tumultueuze verkiezingen van 20 oktober 2019. Een dictator-in-spe werd afgezet, orde en democratie hersteld en er volgen eerlijke verkiezingen op 3 mei 2020. In werkelijkheid schendt interimpresident Jeanine Añez voortdurend haar grondwettelijke mandaat en zakt Bolivia weg in de rechtse willekeur en chaos van voor 2006.

(Door Lode Vanoost, eerder verschenen op de wereld morgen foto indymedia Argentina)

Het mainstream mediaverhaal is voldoende bekend. Na 19 dagen protest tegen de gecontesteerde overwinning van Evo Morales en een kritisch rapport van de Organisatie voor Amerikaanse Staten (OAS) over het verloop van de verkiezingen ‘vroeg’ militair opperbevelhebber het ontslag van president Morales. De protesten betwistten niet alleen het verloop van de verkiezingen, ze klaagden ook aan dat Morales niet meer mocht deelnemen voor een derde mandaat. Op 12 november vluchtte Morales met enkele getrouwen naar Mexico waar hij politiek asiel kreeg.

Grondwet van 2009

Volgens Artikel 168 van de nieuwe Grondwet van 2009 mag de zetelende president éénmaal herverkozen worden. Deze grondwet werd goedgekeurd tijdens Morales éérste mandaat (2005-2010) maar was niet van toepassing op zijn lopend mandaat. Dat liet hem dus toe in 2014 voor een ‘tweede’ mandaat deel te nemen, in feite dus zijn derde. In 2019 mocht hij niet meer deelnemen, maar dankzij een vonnis van het Hooggerechtshof – bijna volledig door hemzelf benoemd – werd zijn kandidatuur in 2019 toch aanvaard (de grondwet laat dus twee opeenvolgende mandaten toe, maar verbiedt niet dat een president opnieuw deelneemt nadat hij één mandaatperiode heeft overgeslagen, Morales zou dus wel opnieuw kunnen deelnemen in 2024).

Artikel 165 van de Grondwet voorziet dat de kandidaat verkozen wordt die in de eerste ronde 50 procent plus één stem haalt of 40 procent met minstens 10 procent meer stemmen dan de tweede beste kandidaat. Officieel behaalde Morales 47,08 procent en conservatief tegenkandidaat Carlos Mesa 36,51 procent, een minimale marge van slechts 10,57 procent (0,57 procent is ongeveer 34.985 stemmen).

De OAS stelde in zijn onderzoeksrapport meerdere zware onregelmatigheden vast tijdens de tellingen. Gezien het geringe eindverschil tussen de twee eerste kandidaten moest er volgens de organisatie een tweede ronde komen. In zijn eindrapport bevestigde de organisatie dat er volgens haar sprake was van grote verkiezingsfraude die de uitslag volledig ongeldig verklaarde.

Morales’ mandaat liep weliswaar nog tot 20 januari maar hij moest wegens zijn ontslag vervangen worden door een interimpresident. Die heeft volgens de Grondwet 90 dagen de tijd om nieuwe verkiezingen te organiseren. Vice-president Linera, voorzitter van de Senaat Adriana Salvatierra, voorzitter van de Kamer Victor Borda én de eerste ondervoorzitter van de Senaat Rubén Medinacelli hadden echter ontslag genomen, zodat de grondwettelijke volgorde terechtkwam bij Jeanine Añez, tweede ondervoorzitter van de Senaat (zie Met ongrondwettelijke interim-president dreigt bloedbad in Bolivia).

Interimpresidente heeft ruime interpretatie van haar mandaat

Interimpresidente Añez heeft nieuwe verkiezingen vastgelegd op 3 mei 2020 (volgens de Grondwet moet dat nochtans ten laatste op 9 februari, 90 dagen na haar eedaflegging). De voorbereiding van nieuwe verkiezingen is de enige echte bevoegdheid die de Grondwet haar toekent. Zelf heeft zij al verklaard geen kandidaat te zijn en voor geen enkele kandidaat campagne te zullen voeren.

De ‘derde’ deelname van Morales aan presidentsverkiezingen was wel degelijk ongrondwettelijk. Daar is vriend en vijand het grotendeels over eens. Morales heeft ook geen enkele moeite gedaan om een opvolger aan te duiden en voor hem/haar campagne te voeren.

President Morales kon wel een uitstekend economisch palmares voorleggen als langst zetelend president ooit in Latijns-Amerika. Hij was bovendien de allereerste Latijns-Amerikaanse president van de inheemse bevolking en de éérste president in Bolivia die er in was geslaagd vreedzaam herverkozen te worden. Bolivia was tot zijn eerste verkiezing het meest door staatsgrepen, opstanden en repressie geteisterde land van het continent.

Vooral tijdens zijn laatste mandaat heeft hij echter een aantal zeer controversiële beslissingen genomen. Een deel van de mijnwerkers en een aantal inheemse volkeren keerden zich tegen zijn economische plannen, die in feite de verderzetting waren van het beleid voor hem, met als enige verschil dat de winsten niet langer naar buitenlandse bedrijven en de met hen collaborerende Boliviaanse elite gingen, maar naar sociale programma’s.

Hij bleef de economie van zijn land echter volledig baseren op mijnbouw, op extractie van mineralen en grondstoffen en deed nauwelijks een poging om de economie te diversifiëren. Bovendien werd de top van zijn partij, de Movimento al Socialismo (MAS), na jaren machtsuitoefening geteisterd door interne corruptie, waar hij niet bepaald kordaat tegen optrad. Een minister van mijnbouw in zijn regering werd beticht van medeplichtigheid aan grootschalige corruptie met het Braziliaanse bouwbedrijf Odebrecht, maar mocht van Morales aanblijven. Het is echter vooral zijn plan voor een autostrade dwars door de Amazone en door erkend land van inheemse volkeren die hem een deel van zijn traditionele achterban heeft gekost.

Zijn poging om alsnog voor een ‘derde’ (vierde) maal verkozen te raken was een stap te ver. Hij haalde weliswaar bijna de helft van de stemmen (47,08 procent) maar zijn deelname werd de voornaamste hefboom voor de rechtse oppositie die tot zijn ondergang leidde. Zoals wel meer gebeurt in Latijns-Amerika heeft zijn vertrek allesbehalve geleid tot een verbetering, integendeel.

Jeanine Añez werd niet zomaar toevallig interimpresident omdat de personen die haar voorgingen in de Grondwettelijke volgorde ‘ontslag’ hadden genomen. Die deden dat immers omdat ze voor hun leven vreesden na doodsbedreigingen door het leger, politieke tegenstanders en leiders van rechtse organisaties.

Bovendien werd zij niet zoals voorzien in de Grondwet benoemd door een meerderheid van de Senaat. De Grondwet vermeldt de lijst van opvolging niet verder dan de Voorzitter van de Kamer. Om toch interimpresident te worden moest Jeanine Añez eerst door de Senaat tot Voorzitter worden verkozen. Tijdens de Senaatszitting van 12 november waren alleen leden van de rechtse oppositiepartijen aanwezig, die geen meerderheid van zetels hebben. Desondanks werd zij onmiddellijk erkend als interimpresident door de VS, Canada, Brazilië, Rusland en de Europese Unie.

Neoliberale hervorming

Añez heeft sindsdien haar grondwettelijk mandaat ruimschoots overtreden. Haar extreemrechtse roots verloochent ze alvast niet. Als lid van de witte ‘Spaanse’ elite heeft zij altijd openlijk haar weerzin geuit tegen de deelname van de inheemse bevolking aan de politiek in het algemeen en het presidentschap van Morales in het bijzonder. Recent nog zei ze openlijk dat ze hoopt dat ‘die wilden dit keer niet meer zullen deelnemen aan de macht’.

In de door haar benoemde overgangsregering zetelden aanvankelijk uitsluitend witte Bolivianen, wat ze een maand later rechttrok met de benoeming van één inheemse vrouw tot minister. Tweets uit haar verleden als senator tonen dat ze openlijk racistisch is tegenover de 41 procent inheemse bevolking van Bolivia, waar ze laconiek op antwoordde: “Ik heb een paar tweets gezien die ik nooit geschreven heb en wij zeggen dat die vals zijn. Ik heb nooit commentaren geschreven met slechte intenties”.

Later heeft ze enkele pogingen gedaan om dat racistische imago wat bij te schaven, onder meer door in traditionele poncho deel te nemen aan inheemse vieringen, maar af en toe kan ze het toch niet laten om terug te hervallen in racistische uitspraken.

Bovendien heeft ze een economisch beleid in gang gezet dat neerkomt op de uitverkoop van de meeste overheidsbedrijven, de complete privatisering van de mijnbouw – de voornaamste bron van inkomsten voor het land – en de afschaffing van de meeste sociale programma’s van de vorige regering. Subsidies voor basisvoedselproducten, voor openbaar vervoer, voor gezondheidszorg, studiebeurzen voor onderwijs, het wordt door haar allemaal afgeschaft. Uit de snelheid waarmee ze haar ‘hervormingen’ weet door te drukken, blijkt overduidelijk dat ideeën, plannen, teksten en voorstellen al lang klaar lagen voor gebruik bij een machtsovername.

Extreem-rechtse acties gaan ongestraft verder

Door de vlucht (naar het buitenland of naar buitenlandse ambassades in de hoofdstad) of aanhouding van de meeste leiders van de MAS werd de voornaamste beweging die protest had kunnen organiseren onthoofd. De eerste sociale protesten werden bloedig onderdrukt. Er vielen officieel 19 doden, maar het echte cijfer ligt hoger (zie Regime Bolivia drukt neoliberale agenda door met moordende repressie).

Sympathisanten van het nieuwe regime omsingelden de ambassades van Mexico en Spanje, waarbij diplomaten van beide landen op straat werden aangevallen en mishandeld. Zij eisten de overgave van de MAS-leiders die zich daar bevonden en politiek asiel hadden aangevraagd. In de eerste dagen van Añez’ mandaat werden ook tientallen huizen van MAS-leiders vernield, zonder dat de politie optrad. Er wordt niet meer opgetreden tegen de toegenomen racistische incidenten, waarbij vooral vrouwen in inheemse kledij op straat worden aangevallen. Het Boliviaanse gerecht was wel pro-actief om de internationale aanhouding te vragen van Spaans leider van Podemos Pablo Iglesias omdat hij zou hebben meegewerkt aan sabotage in Bolivia (hij had zijn steun uitgedrukt voor de Boliviaanse leiders die zich in de Spaanse ambassade hadden verschanst).

Tot nu werden reeds 592 medewerkers van Morales, waaronder ministers en de leden van de Nationale Verkiezingscommissie, voor het gerecht gesleurd op beschuldiging van ‘terrorisme’ en ‘stelen van overheidsgeld’. Met ‘terrorisme’ bedoelt het regime de verantwoordelijkheid voor de gewelddadige rellen en met stelen van overheidsgeld worden de talrijke sociale overheidsprojecten bedoeld die onder Morales werden gesubsidieerd. Tegen echte corruptie wordt daarentegen nauwelijks opgetreden. Politici van de voormalige rechtse oppositie zijn daar even schuldig aan.

Een presidentieel decreet dat de politie immuniteit voor vervolging gaf tijdens de protesten werd later weer ingetrokken, wat aan de praktijk van de repressie nauwelijks iets veranderde. Buitenlandse journalisten werden bedreigd, aangehouden en het land uitgezet. Kleine lokale media, kranten, tv- en radiostations werden gesloten.

De interimpresident dreigt nu ook met de sluiting van de kantoren van TeleSur, de enige internationale zender in Latijns-Amerika die ingaat tegen het mainstream narratief. Ondertussen blijkt het eindrapport van de OAS niets substantieel te bewijzen wat electorale fraude betreft. Het besluit van het rapport heeft geen basis in het rapport zelf, dat niet verder komt dan een aantal anomalieën vast te stellen, die binnen de marges vallen van normale verkiezingen en nauwelijks invloed hadden op het eindresultaat.

De rechtse oppositie maakte veel kabaal over de eindresultaten van stembureau’s in landelijke gebieden en in stadswijken waar Morales’ achterban woont. Meerdere stembureau’s gaven daar 100 procent resultaten voor Morales. Ook de OAS meldde deze ‘onregelmatigheid’ in haar rapporten.

Dit was echter niets uitzonderlijks. In kleine inheemse dorpen en stadswijken beslissen de traditionele raden welke kandidaat ze gaan steunen, wat na overleg volledig wordt opgevolgd door de betrokken kiezers. Dit past volledig in de inheemse tradities, waar collectief overleg en gemeenschappelijke politieke afwegingen altijd al deel hebben uitgemaakt van de electorale deelname. Het is een fenomeen dat zich in heel Latijns-Amerika voordoet.

Hoe moet het verder voor de MAS?

Morales is van Mexico naar Argentinië verhuisd, waar hij door de nieuwe pas verkozen president Fernandez werd ontvangen. Hij blijft de situatie op de voet volgen. Tijdens vergaderingen van de MAS, van boerenorganisaties, mijnwerkers en inheemse volkeren komt hij via internet aan het woord. Meerdere leiders van deze organisaties hebben hem ook bezocht in Argentinië. Verwacht wordt dat hij zijn zegen zal geven aan een leider van de MAS om deel te nemen aan de verkiezingen van 3 mei.

Ondanks de voortgaande repressie begint het protest tegen de nieuwe machthebbers zich terug te organiseren, na de stuurloosheid van de eerste weken. Of de MAS een eerlijke kans zal krijgen is zeer twijfelachtig. Er zijn immers geen garanties meer om eerlijk campagne te voeren. Bovendien heeft de partij niet meer de achterban van vroegere jaren. Een aantal inheemse leiders en vakbondsleiders hadden zich al tegen Morales gekeerd voor de verkiezingen. De enige kans om toch met een minderheid van stemmen de presidentsverkiezingen te winnen ligt bij de verdeeldheid van de rechtse partijen. Buiten hun eensgezinde afschuw voor Morales en alles waar hij voor staat worden ze geïmmobiliseerd door interne rivaliteit en machtsstreven.

De beste rechtse kanshebber is Carlos Mesa. Op 20 oktober 2019 haalde hij 36,51 procent tegen Morales. De radicaal protestantse Chi Hyun Chung1 haalde 8,78 procent en heeft al aangegeven terug kandidaat te zijn, veel te weinig om een ernstige kanshebber te zijn, maar genoeg om de rechtse stemmen verder te verdelen.

Helemaal kansloos is MAS echter niet. Ook Morales zelf raakte in 2005 voor het eerst verkozen tegen alle media en machtsgroepen in. De complete versplintering van de rechtse krachten en de economische crisis maakte dat hij na vijf presidenten in drie jaar tijd toch kon winnen. Ook daarom wil het huidige regime de verkiezingswetgeving veranderen, om de toegankelijkheid tot het stemrecht te beperken voor de inheemse bevolking. Wat het huidige regime vooral nastreeft, is het ontmoedigen van het armere deel van de bevolking om nog deel te nemen aan de verkiezingen.

Bij dit alles is nog niets gezegd over de rol van de VS in het land. Na jaren verbanning onder Morales keert USAID, de overheidsdienst voor ontwikkelingssamenwerking, terug. Ook het IMF levert terug financiële en economische adviseurs. Het grote verschil met 2005 is dat de rechtse feodale elite beseft dat het verlies van de politieke macht wel degelijk een reële mogelijkheid is en er alles voor over heeft om een herhaling van 2005 te voorkomen. 

Noten:

*1)  Hij was 12 jaar oud toen hij met zijn Koreaanse ouders naar Bolivia emigreerde in 1982. Zijn ouders waren protestantse predikers (Presbyterianen).