Op 10 juli werd er een eind gemaakt aan het leven van de wonderbaarlijke en grensverleggende Duitse schrijver, activist en 'serieuze levensgenieter' Erich Mühsam. Hij was een van de eerste concentratiekampslachtoffers van de nazi's. We hebben het over het jaar 1934. Dat we zijn werk nu nog kunnen nalezen is vooral te danken aan Erich's vrouw, Kreszentia ('Zenzl') Elfinger. Zij overleefde de nazi's door meteen na een haastig geregeld begrafenis van Erich in Berlijn, naar Rusland te vluchten, alwaar ze al snel in de stalinistische gehaktmolen terecht kwam.

Dat veel mensen in Duitsland en andere Duitstalige landen Mühsam nog kennen, komt veelal ook door een paar briljante satirische verzen die hij begin jaren 1900 schreef. Hij schreef toen onder andere voor populaire satirische tijdschriften als Simplicissimus. Vooral het gedicht 'Der Lampenputzer' kennen velen. Het heet eigenlijk Der Revoluzzer en is een humoristische sneer naar de sociaaldemocraten. Hoofdpersoon in het gedicht is een ambtenaar wiens werk het is om straatlantarens te verzorgen en die het een probleem vindt dat bij revolutionaire acties het straatmeubilair op de barricades gaat. Hij doet daarom niet meer mee, maar gaat thuis aan een boek werken over revoluties zonder gebroken lantarens. Dat klinkt misschien niet heel spectaculair, maar metrum en rijm van het lied zijn geniaal.

Mühsam grossierde in bijtende humoristische teksten, vaak gericht op de vijanden en om zaken als nationalisme en het opkomende fascisme belachelijk te maken, maar dan soms ook ineens over vegetariërs ("Wir essen Salat, ja wir essen Salat/ Und essen Gemuse von fruh bis spat") of studenten. Ook de one-liner "Sich Fügen heißt Lügen" ("Buigen is liegen"), of het bijbehorende, veel serieuzere, gedicht, dat eigenlijk Der Gefangene heet, hier in de versie van punkband Slime die een hele plaat met zijn teksten heeft gemaakt weten linkse Duitsers vaak nog aan de naam van de auteur te koppelen.

Tot misprijzen van het handjevol echte Mühsamfans blijft het daar meestal bij. Sinds 1989 bestaat het Erich Mühsam Gezelschap dat probeert zijn werk, en dat van zijn levensgezellin Zenzl, weer onder de aandacht te brengen.

Apotheker

Erich Mühsam werd in 1878 in Berlijn in een burgerlijk joods apothekersgezin geboren. Erich zelf kreeg ook een opleiding tot apotheker, en heeft dat beroep nog kort zonder veel enthousiasme uitgeoefend, maar gaf zijn beroep in 1900 op om van zijn schrijfwerk te gaan leven. Wat volgde was een even armoedig als uitbundig leven. In politieke zin heeft hij zich met volle overtuiging tot het anarchisme gewend, waarover hij een lange reeks pamfletten schreef. Hoogtepunt in zijn politieke carrière was ongetwijfeld zijn deelname aan de (derde) radenrepubliek in München in 1919, aan de zijde van Gustav Landauer waar hij nauw mee was bevriend. Mühsam woonde in de jaren voorafgaand ook in München. Daar kwam hij een half jaar in de gevangenis wegens dienstweigering. in München leerde hij ook zijn vrouw Zenzl (geboren 1884) kennen, die nauw betrokken was bij de opstand.

Toen die opstand - een van de waarlijk links-revolutionaire momenten in de Duitse geschiedenis die ook veelal in de vergetelheid is verdwenen - hardhandig de kop werd ingedrukt, met een leidende rol van de sociaaldemocraten, werd hij opgepakt en tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Landauer zelf werd meteen terechtgesteld. Mühsam kwam na een paar jaar vrij door een amnestieregeling en werd in Berlijn door een uitzinnige menigte van duizenden met rode vlaggen ontvangen. In de gevangenis had hij zich namelijk ingezet voor de vrijlating van communistische gevangenen (waaronder de communistische held Max Hoelz) en de hulporganisatie Rote Hilfe helpen oprichten (waar hij eind jaren 1920 weer publiekelijk afstand van nam omdat ze weigerde zich in te zetten voor anarchistische gevangenen in Rusland).

zenzlCommunisten hadden ook een belangrijke rol gespeeld bij de revolutionaire strijd in Beieren en Mühsam behoorde tot de groep anarchisten die de waarde van communisme in zag, net als Rudolf en Millie Rocker en Emma Goldman en Alexander Berkman noemde hij zich soms anarcho-communist. Maar van de praktijk die de Bolsjevisten er van maakten in Rusland na de revolutie, kon hij alleen maar walgen.

Later liet Mühsam zich ontvallen dat hij nooit zo onder de indruk was geraakt van die menigtes die achter rode vlaggen aanliepen en uitte hij het vermoeden dat precies dezelfde mensen nu achter nazi-vlaggen aanliepen. Ze vinden het prima om zondebokken aan te wijzen en zelfs niets te hoeven doen...

Dagboeken

Mühsam leidde een 'bevrijd leven' dat ook in morele en seksuele zin weigerde zich door de samenleving te laten vertellen hoe "het hoort". Een van zijn eerste publicaties handelt over de zegeningen van homoseksualiteit en hij maakte er ook geen geheim van dat hij graag allerlei relaties naast en door elkaar had. En daar schreef hij ook op een opmerkelijk (en soms pijnlijk) eerlijke manier over in zijn dagboeken. Die dagboeken nu zijn (in vijftien delen) uitgegeven en staan ook grotendeels online. Die online versie van de dagboeken is ook zeer bijzonder omdat de bezorgers hun best hebben gedaan om elke opgevoerde naam te duiden, wat een enorm werk moet zijn geweest.

De dagboeken zijn verraderlijk meeslepend omdat ze je enerzijds meevoeren in de politieke gebeurtenissen van die tijd, waarover hij scherp en uitvoerig schrijft. Maar ook zijn persoonlijke beslommeringen en amoureuze avonturen krijgen alle ruimte. Wat beklijft als je die intieme en toch zeer politieke aantekeningen leest, is hoe zwaar hun leven is geweest. Aanhoudende armoede en een slechte gezondheid weerhield hem en zijn vrienden/innen er niet van om waar mogelijk stakingen en linkse/anarchistische ontwikkelingen te steunen.

Mühsam werd door zijn satirische geschriften en cabaretteksten een relatief bekende auteur die zich ophield in kringen van andere linkse schrijvers als Heinrich Mann, Wedekind en Feuchtwanger, die zich zijn lot ook aantrokken. Een tijd lang was hij een echte bohemien, al had hij ook lak aan de hippe kunstscene ("Das expressionistische Gelall dient allenfalls dem Modernitätsbedürfnis der Bourgeoisie.")

Ondanks zijn overvloedige amoureuze avonturen, vond hij (en verklaarde dat ook uitbundig) in Zenzl Elfinger zijn grote liefde. Ze trouwden in 1915 en waren onafscheidelijk en deelden ook de politieke strijd innig.

Erich Mühsam heeft een aantal belangrijke tijdschriften gesticht, zoals Kain (tijdschrift voor de menselijkheid) die hij soms zelf helemaal volschreef. Zijn eerste teksten schreef hij onder het pseudoniem 'Nolo', latijn voor 'ik wil niet'. Hij verklaarde later dat dat in het kort zijn program was: nooit iets doen waar je niet zelf achter staat. Mühsam vond dat je als anarchist nu al zoveel mogelijk zo moest leven (en schrijven) zoals je vond dat je zou moeten leven. Hij had een hekel aan getheoretiseer over toekomstige ideale samenlevingen. Als iedereen dat zou doen, zouden we volgens hem al een stuk verder zijn. 'Prefiguratief' heet dat in monderne sociologentaal. "Jeder Satz soll ein Ringen sein nach Befreiung.“ ("Elke zin moet een strijd voor bevrijding zijn")

Hij probeerde te leven van de verkoop van zijn tijdschriften, maar dat het geen vetpot was zal duidelijk zijn. Bovendien hadden ze altijd een stuk of wat mensen in hun huishouden die er ook nog van moesten leven, waaronder een zoon die Zenzl uit een eerdere relatie had en wat vluchtelingen of mensen die ziek waren en niet konden werken.

Het einde

muhsamoranienburgMet het groeien van de macht van Hitler en zijn nazi's werd de situatie voor Erich en Zenzl steeds grimmiger. Uit nagelaten geschriften blijkt dat ze begin jaren 1930 ook hadden bedacht dat ze dusdanig gevaar begonnen te lopen, ook omdat ze openlijk deelnamen aan antifascistische activiteiten en ze ook in het schrijfwerk voortdurend belachelijk maakten, dat ze moesten vluchten. Maar het was de armoede die ze daarvan weerhield. Ze hebben moeizaam geld gespaard om te kunnen emigreren en stonden op het punt om dat te doen, toen ze in Berlijn een inval kregen en Erich afgevoerd werd naar het net 'ingerichte' concentratiekamp Oranienburg, enkele tientallen kilometers boven Berlijn. Het was de dag na Marinus' aanslag op de Reichstag. Erich Mühsam was een van de velen die daar de klos van werd.

Oranienburg was in 1933 in een lege bierbrouwerij door de SA opgebouwd, voornamelijk om leden van de kommunistische DKP in op te sluiten. Maar ook andere linkse tegenstanders, waaronder dus Erich, waar ze een uitzonderlijke haat tegen koesterden. Stel je voor een joodse anarchist die openlijk lak heeft aan alle kleinburgerlijke waarden...

Erich Mühsam heeft 14 verschrikkelijke maanden overleefd in Oranienburg, waarin hij voortdurend werd mishandeld en vernederd. Zenzl beschrijft zijn laatste maanden in brieven die zijn opgenomen in een prachtige bundel met werk van en over Erich, met als titel Das Seid Ihr Hunde Wert!  Die beschrijvingen, onder andere in brieven aan Rudolf en Millie Rocker, waar ze goed mee waren bevriend, zijn bijna niet vol te houden voor de lezer. Zenzl kan soms even op bezoek, of krijgt bericht van anderen die in het concentratiekamp zijn geweest en ziet hoe haar man steeds dichter bij de dood komt. Nauwelijks te eten, zware mishandelingen, bril vernield... Als 'werk' moet Mühsam met zijn blote handen latrines leegscheppen. Op 10 juli 1934 wordt hij door SA-bewakers gedood en opgehangen in een van de latrines.

Zenzl

Zenzl overleeft, maar vraag niet hoe. Ze krijgt een koel bericht dat haar man zelfmoord heeft gepleegd en dat ze zijn lichaam op kan komen halen, organiseert op 15 juli 1934 snel een begrafenis op de begraafplaats in Berlijn-Dahlem en vlucht nog op dezelfde dag naar Tsjecho-Slowakije en reist na een jaar door naar Moskou, ondanks dat Erich haar daar eerder van afgeraden had. Ze wordt daar in 1936 voor het eerst opgepakt en een half jaar in een gevangenis gestopt op beschuldiging van "contra-revolutionaiere activiteiten". Na vrijlating zorgt ze ervoor dat alle schrijfsels van haar man in de Maxim Gorki Bibliotheek terecht komen. In 1939 wordt ze weer gepakt en tot 1953 in verschillende strafkampen opgesloten, onder andere in Novosibirsk. Ze schrijft in die tijd een boek over Erich; "De lijdensweg van Erich Mühsam" dat bij de uitgeverij van de Rote Hilfe uitgebracht wordt. Pas als Stalin overlijdt in 1953 kan ze naar Oost Duitsland emigreren waar ze nog een paar jaar in relatieve rust kan leven. In 1962 overlijdt ze en wordt 'eervol begraven' op begraafplaats Friedrichsfelde. Na de opheffing van de DDR door de val van de muur wordt ze bijgezet bij Erich Mühsams' graf in Dahlem.

----------------------

Website van de Erich Mühsam Gesellschaft

De dagboeken zijn hier te vinden

grafstee