Dit is het kabinet van de arrogante incompetentie. Dit is het kabinet van de zakelijke hardvochtigheid. Dis is het kabinet van lieden die doden met formulieren als wapen en zelfgekozen geheugenverlies als alibi. Dit is een kabinet van gangsters.

(Door Peter Storm, overgenomen van Krapuul)

De voorbeelden stapelen zich op. Bombardement op Irak, met meer dan zeventig burgerdoden. ‘Staat me niets van bij’, beweert Rutte als wordt gevraagd of hij niet op de hoogte was gesteld.(1) Er is ergens in Den Haag vast een kluis waar ze alle ‘verloren’ fotorolletjes en ‘zoekgeraakte’ declaratiebonnetjes bewaren, en waar ze de gewetens van bewindslieden bewaren vanaf de dag na hun aantreden als minister dan wel staatssecretaris. Maar de onkundige ongevoeligheid van ‘onze’ regering beperkt zich niet tot buitenlands-politieke kwesties, al durft het regerende geteisem het (nog) niet aan om soortgelijke bommen te gooien op ‘probleemwijken’ in Nederland zelf.

Vanwaar deze woedeaanval mijnerzijds? Vanwege de recente plannen die een staatssecretaris (vice-gangster; elke gangster-afdeling in de mafia van Rutte heeft een gangster en een vice-gangster) lanceerde rond de Participatiewet. Die wet is alweer enkele jaren oud, en is als zodanig al een onding. Er staat in dat mensen met bepaalde uitkeringen waaronder bijstand, in ruil daarvoor een ‘tegenprestatie’ dienen te leveren. Gemeentes dienen dat te regelen. Zo’n tegenprestatie kan zijn: ‘vrijwilligerswerk’ of iets in de sfeer van stage of scholing.

De wet is op zich een schandaal. Mensen hebben een uitkering omdat ze geen betaald werk hebben kunnen vinden wat ook maar enigszins bij hen past. Als mensen in de bijstand vervolgens werk krijgen aangeboden, hoort dat gewoon tegen gangbare voorwaarden – dus minimaal het minimumloon, plus de wettelijk beschermde arbeidsrechten – te gebeuren. Waar dat niet gebeurt, daar is sprake van dwangarbeid. Onrechtvaardig en ook nog eens onwettig. Een wet die onrechtvaardige dingen oplegt, dienen we gewoon naast ons neer te leggen. Een wet die onwettige dingen oplegt, is lucht. Gebakken lucht, aangebrande lucht maar toch voornamelijk lucht.

En het helpt niet om zoiets ‘vrijwilligerswerk’ te noemen. Vrijwilligerswerk als tegenprestatie? Puur het feit dat dit ‘vrijwilligers’-werk wordt opgelegd, betekent al dat er van vrijwilligheid geen sprake is. Ook afgedwongen vrijwilligerswerk is dwangarbeid, onrechtvaardig en ook nog eens onwettig. Ik hamer op de onwettigheid van dit soort regels, niet omdat ik in wet en legaliteit geloof – kom op, ik ben anarchist, ik sta voor algehele wetteloosheid – maar omdat ik van instanties die zich wel op de legaliteit en de wet baseren, verlang dat ze zich er dan zelf tenminste aan houden. En omdat via de wet soms een klein beetje bescherming wordt geregeld. Tegen een staat met wetten waar ook zij zich aan dient te houden, kunnen we ons misschien toch iets makkelijker verzetten dan tegen een staat die zich openlijk boven de wet heeft geplaatst. De rechtsstaat is nooit van ons. Maar ze is wel kwetsbaar voor ons verzet, doordat we het recht dat die staat hanteert, soms tegen haar kunnen gebruiken om ons te verdedigen tegen die staat.

‘Scholing’ als tegenprestatie? Ook geen goed idee. Mensen leren niet goed onder dwang en dreiging van inkomensverlies. Mensen leren omdat ze willen leren. Opgelegde scholing is een net zo tegenstrijdig en verachtelijk idee als gedwongen vrijwilligerswerk.

Maar hoort er dan niets tegenover de uitkering te staan die mensen ontvangen? Ja, maar een ‘tegenprestatie’ leveren doen mensen allang: ze nemen sowieso al deel aan de maatschappij. Zo goed mogelijk hun leven leiden, vrijwel altijd naast en samen met andere mensen. Ook mensen in de bijstand kijken om naar partners, familieleden, vriendinnen, vrienden, buren. Dat hoef je geen mantelzorg te noemen, het gebeurt gewoon. Dat doen mensen, niet voor ‘ de maatschappij’ – een abstractie – en al helemaal niet voor de staat – de vijand – maar gewoon, voor elkaar, vanuit hun mens-zijn zelf. Tegenprestatie is ook niet het goede woord, het is wederkerigheid. Vandaag zit jij in nood en help ik jou. Morgen zit ik in de ellende en dan kan ik bij jou aankloppen. Er zijn maar zeer weinig mensen voor wie de praktijk van wederkerigheid onbekend is uit hun eigen leven. En dit soort dingen doen mensen ‘vanzelf’, zolang je het niet afstraft en onmogelijk maakt. Sommige mensen met een uitkering zijn maatschappelijk actief, in actiegroepen, belangenclubs, het verenigingsleven … ook zonder dat dit ‘vrijwilligerswerk’ heet, en zonder dat er dwang bij komt kijken. Mensen nemen deel aan het leven, zonder dat ze officieel Participeren in de Maatschappij. Daar heb je helemaal geen Participatiewet voor nodig.

Ook leren doen mensen veelal wel, zonder dwang maar uit ervaren noodzaak, behoeftes of verlangen. Zo proberen mensen te leren hoe je met internet en computers omgaat, hoe je groenten verbouwt of accordeon speelt. Daar hoef je geen verplichte scholingsprogramma’s voor in te voeren. Voor heel veel mensen in een uitkering is het een full time job om je staande te houden, je huishouden te verzorgen, de rekeningen niet al te laat te betalen en de gezondheid, ondanks permanente tekorten, niet al te zeer te verwaarlozen. Daar past geen verplicht werk, ‘vrijwilligerswerk’, stage of scholingstraject in.

Wat de verplichte tegenprestatie doet is: bovenstaande processen – authentieke wederkerigheid, vrije leerprocessen, en de strijd om sowieso overeind te bleven – verstoren en ontwrichten. Opeens moet je tegen je buurvrouw zeggen: geen tijd, ik moet blaadjes prikken van mijn uitkerende instantie. Opeens kom je aan je accordeon niet meer toe omdat je een cursus solliciteren moet volgen. Opeens hopen afwas en vuile kleren zich op in hoeken van je woning, omdat je na je verplichte activiteiten geen energie meer vindt om de boel aan kant te krijgen. En dit alles onder het mom van ‘participatie’. De verplichte tegenprestatie die de Participatiewet voorschrijft, is moedwillig toegebracht leed, kennelijk bedoeld om het leven van mensen met een uitkering zo akelig te maken dat zelfs het meest beroerde werk nog beter lijkt. Het is bedoeld om mensen de arbeidsmarkt op te treiteren – een arbeidsmarkt waar ze, als ze er binnen komen, in no time overspannen worden of erger.

Moedwillig toegebracht leed, dat is de kern van de Participatiewet. Je mag vooral participeren in je eigen misère. Mensen moedwillig leed toebrengen is immoreel. Het is ook nog eens een ernstig strafbaar feit. De makers van de Participatiewet zouden, volgens de beginselen van de rechtsstaat die ik niet maar zij wel bindend achten, allemaal tot zware gevangenisstraffen dienen te worden veroordeeld, uiteraard na een openbaar proces. Degenen die de wet al jaren uitvoeren, dienen volgens diezelfde logica als medeplichtigen te worden aangemerkt en veroordeeld. Gelukkig voor al deze criminelen geloof ik niet in de rechtsstaat, en al helemaal niet in strafrecht en gevangenisstraf. Maar crimineel is wat zij doen wel degelijk, en de wet verdient geen enkel respect, noch formeel, noch inhoudelijk.

Nu bestaat deze wet al een handvol jaren, en in de praktijk viel de uitvoering vaak mee. Gemeenten konden er zelf hun invulling aan geven, en in sommige gemeenten zegevierde praktisch inzicht. Soms waren er onder ambtenaren en gemeentebestuurders zelfs sporen van mededogen te vinden, onder dikke lagen van ‘bestuurlijke verantwoordelijkheid en loyaliteit aan ‘de wet’. In de praktijk kwam de uitvoering van de Participatiewet voor veel mensen in de bijstand niet verder dan een gesprek. Daarin gaf je aan hoe je je dagen besteedde, wanneer de ambtenaar of consulent of wat ook zei: u participeert al genoeg in de maatschappij, we laten u verder met rust. Dan had je – zoals ik – dus geluk, tot nu toe. Maar principieel is zelfs die toetsing al onaanvaardbaar. Hoe zij – wij! – hun – onze! – dagen vervolgens vullen, is – nadat een uitkeringsinstantie vastgesteld heeft of mensen inderdaad zonder betaald werk zitten – aan de uitkeringsgerechtigde zelf. Natuurlijk erken ik zelfs daarmee ten onrechte nog enige rechtmatigheid aan die uitkeringsinstantie. Maar het gaat me nu even om de specifieke onrechtvaardigheid van die tegenprestatie-logica en de bijbehorende controle.

Maar realiteitszin en mededogen moeten er van regeringswege nu uit worden gehamerd, althans als het aan staatssecretaris Tamara van Ark ligt. Het blijkt namelijk dat met de invoering van de Participatiewet er niet zo heel veel meer ‘geparticipeerd’ wordt. De Volkskrant: ‘Van Ark kreeg eerder deze week een evaluatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Die loog er niet om. Jonggehandicapten werken wat vaker dan voorheen maar vooral in tijdelijke baantjes. Voor mensen uit de sociale werkplaats is de kans op werk afgenomen. Voor mensen in de bijstand is weinig veranderd. Al met al is bijna niemand iets opgeschoten met de enorme stelselwijziging’.(2) Bijna niemand, op het leger van controleurs en administrateurs na – plus die instellingen en bedrijven die via de Participatiewet iets makkelijker aan dwangarbeiders kunnen komen. Dit alles ten koste van angst, stress en leed vanwege de dreiging weer iets te moeten van hogerhand, op straffe van inkomensverlies.

Maar de staatssecretaris onderneemt actie! Al de verschillende praktijken, van min of meer humaan tot en met volstrekt hardvochtig, het is haar een doorn in het oog. Het moet overal hardvochtig, heeft u dat goed begrepen?! Terzijde: kijk hoe leuk ministers decentralisatie naar gemeentes vinden als ze daarmee verantwoordelijkheid kunnen ontlopen voor ellende, en vooral ook flink kunnen bezuinigen. Zo ging het in de jeugdzorg. Kijk hoe snel regeerders die decentralisatie zat zijn als de eenvormige, repressieve logica van iedereen-moet-meedoen-tot-de-dood-erop-volgt er door in gevaar komt! Dan moet er opeens weer centraal beleid worden opgelegd.

De staatssecretaris gaat dat trouwens eigenhandig doen, let maar op! ‘Daarom ga ik de wet nu zo veranderen dat de gemeenten iedereen die onder de Participatiewet valt een passend, niet vrijblijvend aanbod moeten doen voor het leveren van een tegenprestatie. Een passend aanbod om te participeren. Dat kan vrijwilligerswerk zijn, maar ook betaald werk.’(3)

Enkele opmerkingen hierbij. ‘Daarom ga ik de wet nu zo veranderen…’ Mevrouw Van Ark, die bevoegdheid heeft u niet. Heeft niemand u enig staatsrecht bijgebracht voordat u staatssecretaris werd? Of bent u dat alweer vergeten, zoals Rutte kennelijk die ruim zeventig doden in Irak? U kunt een wetswijziging voorstellen, en daarvoor groen licht krijgen van het kabinet. Dan gaat het voorstel tot wetswijziging naar de Tweede Kamer, en vervolgens naar de Eerste. Als daar allemaal voldoende mensen voor uw voorstel stemmen, dan zet de koning een krabbel, en dan – niet eerder – is de wet veranderd. U kunt de wet niet eigenhandig veranderen, hoe graag u dat in uw hardvochtige centralisatiedrift wellicht ook zou willen. U bent nog altijd geen Trump, en zelfs Trump moet soms terugkrabbelen als het Congres zich opeens iets van haar eigen ruggengraat herinnert of als rechters per ongeluk recht – en niet zozeer rechts – beginnen te spreken.

Tweede opmerking: dat ‘passend aanbod’, wie bepaalt dat? Uw ambtenaren? Zo wordt er dus nog wat verder over de voor mensen op een bestaansminimum toch al zo onder druk staande autonomie en keuzevrijheid van mensen heen gewalst. En hoe noemen we ook alweer een niet-vrijblijvend aanbod’? Heette dat in de mafia-speelfilm The Godfather niet ‘An offer you can’t refuse’? Zelfs in de hele redeneerwijze verraadt zich hier de mentaliteit van de mafia die de regering natuurlijk in de kern doodgewoon ook is. Weg met deze mafia-regering! Weg met elke regering natuurlijk, maar nu vooral in het bijzonder eventjes met deze. En weg met haar hardvochtige, mensen mishandelende Participatiewet, in welke vorm dan ook.

1 ‘Burgerdoden in Irak: wat wist premier Rutte?’ NOS, 7 november 2019

2 Gijs Herderschee, ‘Tegen wie niet wil werken moeten we streng zijn’, Volkskrant, 20 november 2019

3 Als in noot 2

– Ook verschenen bij PeterStormt