Een memorabele dag, 4 juli 2020. Het FNV ledenparlement stemde in met de uitwerking van het pensioenakkoord van juni 2020. Daarmee ligt de weg open voor een verdere uitwerking van de in de polder uitgedokterde wijziging van het pensioen. De strijd voor Red het Pensioenstelsel vraagt een meer activistische aanpak. Rechts is blij met het akkoord. De werkgevers zijn blij met de regelingen voor een vaste premie. Links ziet geen mogelijkheid tot verder verzet: 'leg je erbij neer en werk aan andere thema's, zoals jongeren en milieu'. Loslaten wijs ik echter af. Het betekent wel dat nieuwe doelen en een nieuwe strategie nodig zijn.

(Door Sjarrel Massop, oorspronkelijk verschenen bij Solidariteit.nl)

Die doelen zijn: een maatschappelijk verantwoord vermogensbeheer, onderzoek naar een omslagstelsel en versterking van de zeggenschap in de pensioenfondsen (dus de zogenoemde verantwoordingsorganen). Dat is een nieuwe én open discussie. Hier een bijdrage aan 'de strategie', uiteraard gericht op een sterkere vakbondsmacht en dat heeft alles te maken met vakbondsdemocratie: activerend vakbondswerk en terug naar de basis. Ondanks de stevige strijd van de afgelopen twee en een half jaar, valt er nog wel iets te zeggen over deze strategie. De vakbondsleiding heeft zich er van afgekeerd om koste wat het kost een pensioenakkoord te bereiken.

Door en niet voor de leden

Veel mensen die ik sprak, waren diep teleurgesteld over de afloop. Ze hadden het plan om, zelfs na jaren lidmaatschap, de vakbond op te zeggen. Hun gevoelens zijn begrijpelijk, maar toch heb ik hen aangezet lid te blijven. Niet alleen, omdat de pensioenstrijd nog niet gestreden is. Maar vooral ook, omdat een vakbond een beweging moet zijn van actieve leden en kaderleden die opkomen voor hun belangen en die van mensen die nog geen lid zijn. Een benadering die geheel in overeenstemming is met de doelen van het FNV fusiecongres in 2014.

Mijn herhaalde ervaring is dat mensen naarmate ze nauwer in contact komen met de vakbeweging, meer en meer merken dat ze van doen hebben met een bureaucratische club die volledig vastgelopen is in de polder. Met als resultaat: een slecht pensioenakkoord, geen verbeteringen, wel verslechteringen. De gewenste veranderingen zullen er niet komen met de tactiek die de vakbondsleiding volgt voor en met de leden, voorzien van haar eigen eisen. Het gaat erom dat de leden beseffen dat het om hun eigen vakbeweging gaat en de gestelde doelen alleen bereikt kunnen worden door de leden zelf.

Onderhandelen in de polder

Met de eisen die aan het begin van de campagne in het Offensief gesteld zijn, was niks mis, hoewel ze al concessies bevatten. De eisen luidden: AOW leeftijd bevriezen op 66 jaar, indexatie voor elke generatie en toegang tot het stelsel voor flexwerkers en zzp'ers.

Het onderhandelingsresultaat van juni 2019 liet al veel compromissen zien. Voor de verdere uitwerking zijn ook de eisen aangepast, conform het bereikte akkoord. Daarmee is verder onderhandeld. Treurig is dat het voor de onderhandelaars steeds makkelijker werd het akkoord met verslapte eisen te verkopen als een mooi resultaat, terwijl duidelijk werd dat het meer en meer verslechteringen betekende. Een bekende polderstrategie van de vakbondsleiding in de afgelopen decennia. De onderhandelingen vonden plaats achter gesloten deuren, waarover in het lopende proces soms direct betrokken leden werden geïnformeerd. Dat was dan vaak vertrouwelijk, omdat 'lekken' de onderhandelingen zouden kunnen schaden. Ik heb die informatie herhaaldelijk geweigerd, omdat ik niet wilde dat anderen daarvan verstoken bleven.

Dit hele gedoe, want dat is het in mijn ogen, zou moeten behoren tot een slechte vakbondspraktijk uit het verleden. Mensen klaagden steen en been dat ze niet begrepen wat er gebeurde. Voor hen was het de 'ver van mijn bed show'. Lang heb ik gedacht dat het een onvermijdelijke, moeilijke en technische discussie was. Dat is echter over. Pensioenen zijn belangen van alle Nederlanders, en wanneer het merendeel van de mensen niet begrijpt waar het over gaat, dan kan dat niet aan hen liggen. De leiding van de vakbeweging die onderhandelt over arbeidsvoorwaarden, inkomens en pensioenen moet zich dit realiseren. Onderhandelingen moeten publiekelijk geschieden. Onderhandelaars moeten ervan doordrongen zijn dat leden het recht hebben te begrijpen waar het over gaat. Zo niet, dan is het stoppen en uitleggen.

Voorbeeld

We hebben als actievoerders herhaaldelijk de vraag gesteld waarom, gegeven het geweldige pensioenvermogen, niet geïndexeerd kon worden. Dus pensioenen aan de gestegen prijzen aanpassen. Dat heeft al jarenlang niet plaatsgevonden. Onze redenering was dat voor de jaarlijkse verplichtingen van zo’n 30 miljard euro aan pensioenen, als aanvulling op de AOW, de 1.500 miljard euro aan vermogen voor vijftig jaar toereikend zijn. De redenering van onderhandelaar Tuur Elzinga was dat we onterecht dachten dat het pensioen totstandkwam via een omslagstelsel in plaats van een systeem van kapitaaldekking. Bij een omslagstelsel, zoals de AOW, worden de uitkeringen betaald uit de premies die dat jaar geïnd zijn. Bij kapitaaldekking spaart een pensioenfonds voor de verplichtingen op lange termijn.

Wat is er inmiddels gebeurd? Op 14 juli 2020 komen Elzinga en zijn kompaan Driessen met een artikel Heeft kapitaaldekking nog toekomst? www.pensioenbestuurenmanagement.nl. Met andere woorden, de FNV-onderhandelaar heeft gedurende de onderhandelingen – zwak uitgedrukt – gerede twijfels gehad over de wenselijkheid van de handhaving van het kapitaaldekkingssysteem. Ik weet zeker, wanneer deze terechte twijfel eerder ingebracht was er een publiekelijk debat gevolgd zou zijn. Dan was het volstrekt anders gelopen met het pensioenakkoord en de uitwerking. Kapitaaldekking vraagt grote buffers en daarbij speelt de rekenrente een belangrijke rol, bij een omslagstelsel niet.

De conclusie moet zijn dat de leiding van de vakbeweging in het pensioendebat hopeloos verstrikt is geraakt in een discussie die de pensioenen de verkeerde kant op hebben gestuurd Velen voelen dit aan. Niet alleen, omdat ze het betoog van de vakbondsleiding ongeloofwaardig vinden, maar ook omdat ze het aan hun inkomen, het pensioen, merken.

Tot slot, de pensioendiscussie en de vakbondsdemocratie waren geen vrienden. De belangen zijn over de hoofden van de mensen heen slecht behartigd. We zitten in Nederland als het tegenzit nog jarenlang met een trieste erfenis. Tenzij met vereende krachten het roer omgegooid kan worden, met Marx in gedachten: overwegende dat de emancipatie van de arbeidersklasse het werk van de arbeidersklasse zelf moet zijn.