Ongewenste ontwikkelingen in Azië en Oceanië tijdens de Corona-crisis. In Hanoi hebben vijftien landen het grootste handelsverdrag ooit afgesloten, het Regional Comprehensive Economic Partnership (RCEP). Het verdrag is groot vanwege het aantal inwoners van de aangesloten landen (2,2 miljard mensen) en de bruto koopkracht (26.000 miljard dollar, in vergelijk: de Europese Unie 20.000 miljard dollar). (*1) De multinationale bedrijven die van dit verdrag gaan profiteren, zijn ook groot en hun winst gaat ten koste van noodlijdende boeren en lokale industrie. Vandaar dat er weerstand tegen RCEP bestaat, zowel bij populistisch rechts als bij links.

(Door Jan Taat, oorspronkelijk verschenen bij solidariteit, foto via Bilaterals, Kaart door Tiger 7253 - Own work, CC BY-SA 4.0)

RCEPDe vijftien landen zijn de tien ASEAN-partners (Brunei, Cambodja, de Filipijnen, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Singapore, Thailand, Vietnam), ten noorden van ASEAN China, Japan en Zuid-Korea en ten zuiden Australië en Nieuw-Zeeland (zie kaartje).(*2) Dat is qua ontwikkeling, cultuur en geopolitieke achtergrond een uiterst bonte verzameling, waarbij China economisch dominant is. Over RCEP is sinds 2012 overlegd en het zal nog jaren duren om het verdrag geratificeerd en uitgewerkt te krijgen.

Afvallers

In zijn poging meer invloed in Azië te krijgen, probeerde de Amerikaanse president Obama een handelsverdrag op te zetten met een aantal landen rond de Stille Ocean, het Trans-Pacific Partnership TPP. (*3) China was geen partner in dit beoogde verdrag. Zijn opvolger, Donald Trump, trok in 2017 de stekker uit de onderhandelingen. Daarmee kon hij scoren bij zijn achterban (en sponsors): de plattelandsbevolking en de arbeid(st)ers in de olie-, kolen- en staalindustrie. Die hebben belang bij protectionistische maatregelen. Dat traditionele bondgenoten zoals Australië en Nieuw-Zeeland nu met China in zee gaan, neemt hij op de koop toe.

India is afgevallen bij de onderhandelingen over RCEP. Het risico voor de toch al noodlijdende Indiase boeren is te groot en hetzelfde geldt voor de Indiase farmaceutische industrie die goedkope generieke medicijnen voor de bevolking produceert. Die industrie zou het slachtoffer kunnen worden van de intellectuele eigendomsbescherming en de investeerdersbescherming die onderdeel van dit soort verdragen zijn. In RCEP is wel enige water in de neoliberale wijn gemengd, maar voor Indiaas sterke man Modi blijkbaar te weinig.

Schadeclaims

Dat de angst voor de investeerdersbescherming realistisch is, blijkt wel uit een rapport van het Transnational Institute (TNI) uit 2016 over schadeclaims van investeerders in RCEP-landen (plus India) via bestaande handelsverdragen. (*4) Buitenlandse investeerders, voornamelijk Europese, hebben in het totaal voor minstens 31 miljard dollar schadevergoeding geclaimd. Minstens, omdat de zittingen van de investor-state dispute settlement (ISDS) tribunalen, die over de claims beslissen, geheim zijn. Ter vergelijking: het budget van de Indiase gezondheidszorg in 2015 was 24 miljard dollar.

Volgens TNI hebben 36 procent van de gevallen te maken met milieuregelgeving. Als nieuwe milieubeschermingsregels (bijvoorbeeld in verband met klimaatverandering) naar verwachting de winst van investeerders zal aantasten, kunnen deze via de ISDS een schadevergoeding eisen. Van alle claims, waarover een uitspraak is gedaan, was 67 procent in het voordeel van de investeerder.

Vakbonden tegen RCEP

Op 12 november, toen duidelijk werd dat het RCEP tijdens de conferentie van de ASEAN-landen aangenomen zou worden, kwam een aantal vakbonden met een verklaring tegen RCEP. (*5) Samengevat luidt hun verklaring:

  • De RCEP-onderhandelingen hebben zeven jaar in het geheim plaatsgevonden. Zelfs nu, vlak voor de ondertekening, zijn de verdragsteksten niet openbaar. De vakbonden moeten daarom hun oordeel baseren op gelekte informatie en documenten. Ze hebben voortdurend hun bezorgdheid uitgesproken over de gevolgen van RCEP voor vakbondsrechten, duurzame ontwikkeling en democratie.
  • We erkennen dat handel en economische samenwerking mogelijkheden bieden voor werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling. Maar handelsverdragen als RCEP zijn ontworpen door en voor multinationale ondernemingen. Ze zijn fundamenteel ondemocratisch, vergroten de kloof tussen arm en rijk en vergroten de economische en politieke macht van ondernemingen ten koste van de arbeid(st)ers en de samenleving in het algemeen.
  • Recente studies tonen aan dat RCEP voor ontwikkelingslanden niet zo voordelig is als voorgespiegeld. Terwijl ondernemingen makkelijk van vestigingsplaats kunnen veranderen, krijgen arbeid(st)ers te maken met steeds slechtere arbeidsvoorwaarden (race naar de bodem) en leven arbeidsmigranten onder erbarmelijkste omstandigheden. Regionale samenwerking met als collectief doel redelijk werk, goede publieke diensten en duurzame, inclusieve ontwikkeling is een betere oplossing.
  • De huidige COVID-crisis en de voedselcrisis, die volgens de Verenigde Naties in aantocht is, stelt eisen aan de overheden om voldoende, via eerlijke belasting verkregen, publieke middelen effectief in te zetten. RCEP zal dat moeilijk maken. Dat geldt in het bijzonder voor de intellectuele rechten over COVID-vaccines en andere geneesmiddelen die wereldwijde verspreiding zullen hinderen. Voedsel en landbouw moeten worden beschermd en gereguleerd als publiek goed om het publieke belang te dienen. RCEP zal daarentegen verder liberaliseren en de voedselproductie in handen van internationale ondernemingen brengen.
  • De RCEP beperkt niet alleen de manoeuvreerruimte van de huidige overheden, maar ook in de toekomst zal het steeds moeilijker worden noodzakelijke maatregelen te treffen en ongewenste ontwikkelingen te corrigeren.

We veroordelen de resultaten van de overeenkomst en zullen met onze zusterorganisaties en bondgenoten ingrijpen in de invulling, ratificering en uitvoering van het RCEP. We zijn ervan overtuigd dat de vakbeweging een belangrijke rol moet spelen in de strijd tegen het liberale vrijhandelsregime en voor de volkerenrechten en democratie.

Noten:

*1) Regional Comprehensive Economic Partnership, en.wikipedia.org

*2) ASEAN: Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties

*3) Zie Jan Taat, Trans-Pacific Partnership vertraagd, extra 282, 9 augustus 2015

*4) Cecilia Olivet, Kat Moore, Sam Cossar-Gilbert en Natacha Cingotti, The hidden costs of RCEP and cooperate trade deals in Asea, TNI, december 2016. www.tni.org - the-hidden-costs-of-rcep-and-corporate-trade-deals-in-asia.

*5) De volgende bonden hebben ondertekend: Building and Woodworkers International, Asia-Pacific; Education International, Asia Pacific; IndustriALL; International Transport Workers’ Federation; International Union of Food workers, Asia-Pacific; Public Services International, Asia-Pacific; UNI Global Union. Zie www.bilaterals.org - labour-unions-in-asia-pacific