De film hieronder is de stoet van de begrafenis van de Italiaanse anarchist en spoorwegarbeider Giuseppe Pinelli, op 20 december 1969. Giusepe was vijf dagen eerder gearresteerd en bij zijn verhoor ‘uit het raam gevallen’ vanuit de vierde verdieping van het politiebureau in Milaan. Drie politieagenten werden in 1971 vrijgesproken, omdat het ‘een ongeluk’ zou zijn geweest. De hoogste agent, Luigi Calabresi, werd vervolgens doodgeschoten waarschijnlijk door leden van de linkse ondergrondse organisatie Lotta Continua.

De muziek bij de beelden is van Almudena Rubio and Davide Cristiani en werd opgenomen in het Cobra Museum in Amstelveen.

Een vertaling van de uitlegtekst bij de video:

Giuseppe Pinelli, bijgenaamd Pino, werd op 21 oktober 1928 geboren in de arbeiderswijk Porta Ticinese in Milaan. Hij werkte van jongs af aan als loopjongen, en later als magazijnbediende. In 1944-45 opereerde hij als tiener als koerier voor een anarchistische partizanengroepering die in de omgeving van Milaan actief was. Ondanks het feit dat hij al op jonge leeftijd moest werken, slaagde hij erin zich te scholen door honderden boeken te lezen.

Mario Mantovani had in 1945 in Milaan de krant Il Libertario opgericht, het orgaan van de Federazione Comunista Libertaria Lombarde, en slaagde erin een aantal van de overlevende oude kameraden bijeen te brengen. Il Libertario verscheen aanvankelijk als weekblad en vervolgens als tweemaandelijks blad tot 1961.

Giuseppe was een van de weinige jongeren die zich tot de groepering aangetrokken voelden. In 1954 kreeg Giuseppe een baan bij de spoorwegen als monteur. Het jaar daarop trouwde hij met Licia Rognini, die hij op een avondcursus Esperanto had leren kennen. In de jaren zestig groeide de Milanese anarchistische beweging gestaag, en na 1968 kwam de groei in een stroomversnelling. Dit was niet in de laatste plaats te danken aan Giuseppe, die in 1963 jonge anarchisten organiseerde in de Gioventu Libertaria (Libertarische Jeugd).

Twee jaar later was hij een van de oprichters van de Sacco en Vanzetti Kring die een lokaal centrum oprichtte dat het hele volgende decennium open bleef. In 1968, met het einde van die kring, stichtte hij op 1 mei de Ponte della Ghisolfa-kring (genoemd naar de nabijgelegen brug). De groep organiseerde een reeks conferenties en studentenbijeenkomsten en -vergaderingen.

De kring en Pino waren ook betrokken bij enkele van de eerste initiatieven rond de basisvakbond CUB. Pino ijverde ook voor de heropbouw van de anarcho-syndicalistische vakbond USI. Hij organiseerde de bibliotheek van de kring en zorgde ervoor dat de honderden boeken allemaal in zwart waren gebonden, gerubriceerd en geordend. Op zondagen verwelkomde het centrum van de kring de oudere kameraden, soms 90 jaar en sommigen zelfs nog ouder!

Op 25 april 1969 begonnen de fascisten een reeks bomaanslagen als onderdeel van de Strategie van de Spanning, waarbij de Italiaanse geheime diensten samenwerkten met de CIA van de VS. Enkele Milanese anarchisten werden gearresteerd als onderdeel van een plan om de anarchistische beweging in diskrediet te brengen. Pino organiseerde steun voor de gevangen anarchisten (die uiteindelijk in juni 1971 werden vrijgesproken). Hij bracht voedselpakketten, kleding en boeken naar de gevangenis. Tegelijkertijd begon hij het Crocenera Anarchica (Anarchistisch Zwart Kruis) te organiseren als een netwerk voor steun aan gevangenen en tegeninformatie.

Pino had de aandacht getrokken van de politie en in de nasleep van de bomaanslag op de Piazza Fontana in december 1969 (waarbij 16 mensen werden gedood door fascisten) werd hij gearresteerd en naar het centrale politiebureau gebracht om te worden ondervraagd door Calabresi en zijn trawanten.

Op de avond van 15 december "viel" hij van de 4e verdieping van het politiebureau. De politie hield vol dat hij uit eigen beweging per ongeluk door het raam was gevallen, maar het officiële verhaal zat zo vol gaten dat er een heel toneelstuk door Dario Fo is geschreven om het te ontkrachten.

De staatsmoord op Pinelli leidde tot een golf van protesten. 1000 mensen woonden zijn begrafenis bij op 20 december 1969. Later schreef Nobelprijswinnaar Dario Fo zijn toneelstuk Accidental Death of An Anarchist over Pinelli's moord.

3 politiemannen, die Pinelli ondervroegen, waaronder commissaris Luigi Calabresi, werden berecht voor zijn dood, maar zijn dood werd als een ongeluk beschouwd. Calabresi werd een paar jaar later op mysterieuze wijze op straat neergeschoten. In 2001 bleek uit een nieuw onderzoek dat 3 leden van een Neo Fascistische groep verantwoordelijk waren voor de bomaanslag waarvoor Pinelli was opgepakt. "De ballade van Pinelli" die je in de video hoort is een lied dat de waarheid vertelt over wat er gebeurde op de avond dat Pinelli stierf.

Naschrift globalinfo: Dat deze geschiedenis nog geen geschiedenis is, blijkt onder andere uit het feit dat er nog steeds vervolging en uitwijzing dreigt voor een van de oude activisten die beschuldigd wordt van de moord op Calabresi (zie oa. hier).

(de engelse vertaling van de tekst van het lied dat oorspronkelijk door Joe Fallisi in 1970 gemaakt:

 

That evening it was hot in Milan

how hot, how hot it was,

"Brigadiere, open the window!",

a push ... and Pinelli goes down.

"Mr. questor, I told you already,

I am repeating that I am innocent,

anarchy does not mean bombs,

but equality in liberty".

"No more humbug, confess,

Pinelli, your friend Valpreda talked,

he is the author of this bombing,

and you certainly are the accomplice".

"Impossible!", shouts Pinelli,

"A comrade couldn't possibly do that

and the author of this crime,

must be sought among the masters".

"Watch out, suspect Pinelli,

this room is already full of smoke,

if you persist, we'll open the window, four floors are hard to do".

There's a coffin and 3,000 comrades,

we were clasping our flags,

that night we swore, it won't end this way.

And you Guida, you Calabresi,

if a comrade was killed,

to cover a State slaughter,

this fight will just get harder.

That evening it was hot in Milan

how hot, how hot it was,

"Brigadiere, open the window!",

a push ... and Pinelli goes down.

[Song by Almudena Rubio and Davide Cristiani performed at Museo Cobra as "La ballata del Pinelli"]