In de omgang met theorie zijn er onder linksradicalen grote verschillen. Er is een deel dat eerder praktijk-georiënteerd is: actiegerichte groepen en individuen die soms zelfs een zekere mate van vijandigheid hebben tegenover theorie – zij het als reactie op een theoretisch dogmatisme (vooral binnen voorgaande socialistische tendensen), als symptoom van een algemene depolitisering of als gevolg van verbreidende postmoderne “theorieën”. (...)

 

(Dit is de negende van “11 Thesen over organiseren en revolutionaire praktijk voor een fundamentele heroriëntatie van links-radicale politiek”. Zie hier een uitgebreide inleiding op de serie. Door Kollektiv, Bremen, vertaling Tommy Ryan. Deze en andere onderdelen van de serie zullen terug te vinden zijn onder de tag '11thesen'  (donaties voor de website globalinfo.nl zijn zeer welkom)

(...) Totaal tegenovergesteld zijn er de theoriegroepen en linkse academici die een theorie-fetisj hebben en tijdens hun discussies of in publicaties vooral zichzelf als referentie nemen, in plaats van onderdeel te zijn van een politieke praktijk. Theorie-werk wordt op deze manier een comfortabel toevluchtsoord in tijden met gebrek aan beweging en laat een goedkope radicaliteit toe in het abstracte.

Ten derde zien we momenteel (weer) een dogmatische tot nostalgische oriëntatie waarbij men zich uitsluitend op individuele theorietradities lijkt te richten. Deze worden volledig overgenomen en verdedigd alsof de tijd heeft stilgestaan in de hoop dat geschiedenis – als na het plakken van een gescheurde filmtape – eenvoudigweg verder zou lopen(*). Daarbij komt het ook weer vaker tot de eerdergenoemde loopgravenoorlogen (tot moddergooien aan toe) tussen de vertegenwoordigers van verschillende groepen en politieke richtingen – een herhaling van de geschiedenis zonder historisch-materiele noodzaak. Omdat het eigen blikveld beperkt is tot één “school”, mist men de kans om uit de rijkdom aan ervaringen, lessen en analyses van andere bewegingen te putten en zo de eigen theorie te vernieuwen en verrijken.

Wat willen wij?

De discussie over machtskritische theorieën is voor ons fundamenteel noodzakelijk voor de reflectie op onze praktijk, de analyse van de dominante verhoudingen en de gevolgtrekkingen hieruit voor strategieën voor maatschappijverandering. Revolutionaire theorie ontwikkelt zich binnen revolutionaire strijd, de omstandigheden en de synthese uit eerdere theorieën constant, en helpt om de strijd verder te ontwikkelen.

In die zin is de verhouding tussen theorie en praktijk dialectisch, [wat wil zeggen dat theorie zich ontwikkeld naar aanleiding van de praktische revolutionaire strijd en vice versa]. Dat betekent ook dat we niet zomaar gesloten revolutionaire theorie en praktijk “over kunnen nemen”. Het is juist belangrijk deze door te ontwikkelen, zoals het Zapatista-motto “Al vragend gaan wij voort” (“Caminando Preguntamos”) stelt.

Dit betekent volgens ons dat we moeten breken met elke monopoliserende claim op het revolutionaire initiatief en de theoretische en praktische leiding, en dat we de loopgravenoorlogen uit het verleden niet nog eens één op één over doen. Integendeel, we moeten de theorieën tegen het licht van de hedendaagse noden en doelen houden en aanvullen met de mogelijkheden en kennis van vandaag. Vroegere conflicten worden vaak ook overschaduwd door interne machtsstrijd binnen bewegingen. Daarom is het vandaag nodig methodologische denkwijzen, empirische bevindingen, sluitende conclusies en materiële analyses te onderscheiden van retorische, propagandistische en metafysische uitspraken.

Als we stellen dat geen enkele revolutionaire theorietraditie een monopolie op het bepalen van theorie en praktijk mag verwerven, dan bedoelen we daarmee niet dat er willekeurig ten dele tegenstrijdige theoriefragmenten naast elkaar moeten worden geplaatst. Het doel is een nieuw, passend theoriekader te ontwikkelen met behulp van de ervaringen en theorieën van voorheen.

Hierbij komt de vraag op aan de hand van welke criteria we bepalen welke theorieën voor ons nuttig zijn? In principe kun je stellen dat alle theorieën die meer licht werpen op de bestaansoorsprong, reproductie en opbouw van onderdrukkingsmechanismen, voor een revolutionaire strijd van belang zijn.

Theorieën moeten helpen in de analyse van de maatschappelijke tegenstellingen en het hedendaagse potentieel om zo de opbouw van een radicale strijd tegen het kapitalisme te ondersteunen. Theorieën moeten ons dus richting geven voor onze praktijk en onze strijd uiteindelijk sterken.

Dit brengt natuurlijke verdere vragen met zich mee: zijn de respectievelijke theorieën, modellen en ervaringen van betekenis voor ons doel van een zelfgeorganiseerd maatschappij en een vrije samenleving van onderop? In hoeverre ondersteunt een specifieke theorie de zelfbeschikking van mensen en benaderd de maatschappelijke structuur vanuit zo’n perspectief? En wat hebben we aan theorie nodig voor onze strijd?

Revolutionaire theorie zal zich voor ons continu verder ontwikkelen en komt voort uit de historische noodzaak van de radicale strijd tegen de talrijke onderdrukkingsvormen.

-------------
*) Waarbij ook de fouten, tekortkomingen en narigheden van deze geschiedenis eenvoudigweg aan de kant lijken te worden geschoven. (N.v.d.v.)