Kiest de G20 voor een nieuwe koers?
Deze crisis is geen ongeval maar hangt nauw samen de neoliberale mondialisering.

Dit stuk verscheen oorspronkelijk op de website Mo*

25 maart 2009 (MO) - Op 2 april komt in Londen de G20 samen. Vakbonden, ngo’s en internationale organisaties hopen dat de staats- en regeringsleiders er werk zullen maken van een Green New Deal XXL: een grondige hervorming van het wereldsysteem die tegelijk de economische, sociale en milieuproblemen aanpakt. Of de G20 ook maar in de buurt komt, is hoogst onzeker.
De mensheid maakt haar ergste economische crisis in zeventig jaar mee. Geen enkel land ontsnapt eraan. We beleefden de globalisering in jaren van groei, nu leren we haar kennen in crisistijden. Twintig miljoen Chinese arbeiders verloren het voorbije half jaar hun baan in de stad (waar ze schoenen, gsm’s of computers voor de hele wereld maken) en keerden terug naar het platteland.
De hele Amerikaanse auto-industrie, met huishoudnamen als GM, Ford en Chrysler, is eigenlijk failliet. ’s Werelds grootste banken vrezen nationalisatie. In Zuid-Korea daalde de productie de laatste drie maanden van 2008 met liefst twintig procent, in Japan lag de export in januari 45 procent lager dan een jaar eerder. Zelfs Congo, een van de landen die het minst geïntegreerd zijn in de wereldeconomie, lijdt onder de crisis: dalende koperprijzen maakten een einde aan de koperboom en knagen zo aan een van de weinige geldbronnen van de Congolese staat. De Belgische aandelenindex Bel 20, begin 2007 nog op 4500, staat nu op 1700. 
De wereldeconomie lijkt op een glijbaan te zitten: aandelen, handel, productie, tewerkstelling… sinds maanden gaat het allemaal naar beneden. Eén troost: de afvalproductie en de uitstoot van broeikasgassen dalen ook. Dat is goed voor het milieu en indirect ook voor de mens die afhangt van dat milieu. Bedrijven organiseren ook werktijdverdeling in deeltijdse banen om iedereen aan het werk te houden.

Maar dat “goede nieuws” over het downsizen van de rat race – heette dat niet Anders Gaan Leven in het schoon Vlaams? – wordt weggeblazen door de stroom slechte economische cijfers. Sommigen vrezen zelfs een depressie als de jaren dertig met zijn draconische politieke gevolgen van fascisme en oorlog. En inderdaad, Rusland en Italië vertonen al wat merkwaardige kenmerken…  I’ve seen the future, brother, it is murder,zong Leonard Cohen.
Deze crisis is geen ongeval maar hangt nauw samen de neoliberale mondialisering, met een sterke wederzijdse afhankelijkheid en weinig echte mondiale regels. Dat is niet onschuldig, blijkt nu: als de VS verkiezen om hun geldwezen zwak te reguleren, heeft dat wereldwijde gevolgen. De wereldeconomie is sterk geglobaliseerd maar de mondiale instellingen zijn zwak, vooral tegenover de grote jongens.

Het Internationaal Muntfonds (IMF) waarschuwde al jaren zachtjes voor de grote onevenwichten tussen China en de VS, maar ‘het IMF heeft tegenover die landen alleen de kracht van zijn advies’, erkende de Belgische IMF-directeur Willy Kiekens al een tijd geleden in MO*. ‘Men vertelt me dat het IMF zijn rapporten over de VS eerst voorlegde aan de Treasury, die er dan de dingen uithaalde, die hem niet zinde’, fluistert een insider op het Belgische ministerie van Financiën. Hoe zou het IMF dan de crisis hebben kunnen voorspellen?

Roosevelt revisited
Het is duidelijk dat de wereldeconomie in een soort “vicieuze spiraal” is beland. De problemen bij de banken versterken de problemen in de bedrijven, en dat verzwakt dan weer de banken die aandelen hebben in die bedrijven. Consumenten, banken, bedrijven met veel schulden verkopen noodgedwongen massaal bezittingen om hun schulden te betalen, waardoor de prijzen van woningen en aandelen verder zakken, waardoor de balansen er nog slechter uitzien.
Ook tussen landen komen spiralen op gang: Amerikaanse burgers stoppen met de Chinese exportoverschotten te kopen, waardoor vele fabrieken in China sluiten en de consument daar ook weer onzekerder wordt. En zo verder –de spiraal ontrolt zich onstuitbaar almaar verder.

Wat moet er dan gebeuren? Het doorbreken van de “vicieuze spiraal” door een instantie die in staat is tegen de stroom in te roeien. Dat kunnen alleen overheden die nog geld kunnen lenen of over reserves beschikken en kunnen investeren in tewerkstelling, zodat meer mensen een inkomen krijgen. En zo kunnen blijven consumeren en de fabrieken aan de praat houden. Dat was een van de voornaamste kenmerken van de New Deal, het programma waarmee de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt de grote depressie van de jaren dertig te lijf ging: de staat investeerde in wegenbouw, onderwijs, elektriciteitscentrales, sociale opvang… 
Dat recept wordt nu opnieuw gevolgd. Land na land schrijft nu zo’n stimulusprogramma, al willen ze wel graag dat anderen dat ook doen om te voorkomen dat hun inspanningen meer jobs scheppen in het buitenland dan in eigen land. Om die reden verbonden de VS zelfs een ‘Koop Amerikaans’-clausule aan hun programma.

Green new deal light
Enter het groene van de Green New Deal. Al een tijdje toonden studies aan dat groene investeringen in hernieuwbare energie, in isolatie van gebouwen of in openbaar vervoer veel banen kunnen scheppen. Maar private ondernemingen wachtten noodgedwongen tot de markt rijp was. Toen Greenpeace tien jaar geleden vroeg wat er nodig was om zonnecellen rendabel te maken, antwoordde studiebureau KPMG: ‘een reusachtige zonnecellenfabriek waardoor de prijs per stuk kan worden gedrukt’.
Bedrijven wilden zo’n fabriek evenwel niet bouwen tot er voldoende vraag naar zonnecellen was. Bovendien mocht de staat in het neoliberale tijdvak niet tussenkomen in de economie, hoe ernstig de klimaatcrisis ook was.
De crisis gooit dat schema nu overhoop. Want nu mag, ja moet zelfs, de staat voor het eerst in jaren tussenkomen in de economie. Massaal zelfs. Momenteel wordt volgens het VN-Milieuprogramma UNEP tussen de 2000 en 3000 miljard dollar aan overheidsinvestingen voorgesteld of al doorgevoerd.
Dit is dus een unieke kans om –tegen de korte termijnlogica van de markt in– massaal groene investeringen te doen en zo drie vliegen in een klap te slaan: jobcreatie, milieuzorg (vooral strijd tegen de opwarming) en afbouw van de afhankelijkheid van olie en gas die onvermijdelijk schaarser en duurder zullen worden. Geen wonder dat de VN voluit voor de Green New Deal gaan: VN-Secretaris-Generaal Ban Ki Moon en vóór hem al UNEP en de Internationale Arbeidsorganisatie roepen op om de New Deal echt groen te maken.

Ook van onderuit is er stuwing. In de VS bestaat sinds kort de Blue Green Alliance, een samenwerkingsverband tussen vakbonden en milieu-organisaties. Staalarbeiders en groene jongens die elkaar tot voor kort nog rauw lustten, vechten nu samen voor een Green New Deal en groene banen. Daar speelt zeker een toegenomen syndicaal bewustzijn met betrekking tot de milieuproblemen mee, maar minstens even belangrijk zijn de groene banen.
Onderzoek van het Center for American Progress wijst immers uit dat investeringen in spoorwegen, windmolens of een slim elektriciteitsnet meer lokale banen opleveren –slechts negen procent zou nog ingevoerd moeten worden (ter vergelijking: bij de algemene consumptie van gezinnen gaat 22 procent naar importgoederen). ‘Wij vormen een sterke alliantie die heel wat gedaan kan krijgen in het Congres’, zegt Dave Foster van de blauwgroene alliantie.

Dat blijkt ook. 100 miljard van de 800 miljard dollar van de Amerikaanse stimulus gaat naar groene investeringen. Zuid-Korea gaat er ook zwaar tegenaan met een naar verhouding grotere en groenere New Deal. België stelt zich passiever op. Vlaanderen in Actie (waarmee de Vlaamse regering Vlaanderen tegen 2020 naar de top vijf van Europese regio’s wil leiden) legt wel groene accenten maar dat is nog iets anders dan het elan van een Green New Deal.

‘Je moet er hen echt naar slepen. Onze politici hebben koudwatervrees van alles wat groen is,’ zegt Jan Turf van Bond Beter Leefmilieu, die droomt van een Belgische blauwgroene alliantie. ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw loopt er niet meteen warm voor. Hij is tevreden met de overlegorganen waar vakbonden en milieu-organisaties gezamenlijke adviezen uitwerken. Turf en De Leeuw stellen wel vast dat meer en meer werkgevers oren hebben naar het groene verhaal. Op die  manier groeit langzaam van onderuit het draagvlak dat zelfs de regeringen in België in een groene richting stuwt.

Hoe dan ook hebben we het hier over de lightversie van de Green New Deal: zware overheidsinvesteringen in groene sectoren als een soort “circuitbreker” om de crisisspiraal te stoppen. Maar vakbonden, internationale organisaties en ngo’s willen een Green New Deal XXL, een extra extra large variant die ervoor zorgt dat de Green New Deal globaal is en gepaard gaat met diepgaander sociale en financiële hervormingen. Ze zullen die eis ook laten horen in de manifestaties naar aanleiding van de G20.

Globaal=sociaal
Een Green New Deal vergt geld, en is daarom op nationaal niveau alleen mogelijk in rijke landen die toegang hebben tot krediet of landen met grote spaarreserves zoals China. Heel wat ontwikkelingslanden bevinden zich niet in die positie en hebben heel andere prioriteiten. De gewone ontwikkelingshulp zal door de crisis wellicht dalen. Vraag is dan hoe een groene New Deal in het Zuiden moet. Dat het nodig is, lijdt volgens UNEP geen twijfel. Niet alleen voor het milieu maar ook om de armoede duurzaam te bestrijden.
Een voorbeeld. In Centraal-Afrika kappen mensen woud om houtskool te produceren en verkopen, om zo aan geld te komen. Dat is begrijpelijk maar kortzichtig: de kap van de wouden verandert het klimaat, leidt tot droogte en ondergraaft op die manier de voedselproductie. Olivier Deleuze van UNEP: ‘De oplossing is dat alle ontwikkelingslanden geïntegreerd worden in de klimaatmechanismen, die immers voorzien dat rijke landen emissierechten kunnen verdienen door groene projecten in ontwikkelingslanden te financieren.

Probleem is dat ze dit tot nu toe vooral doen in China, India en Brazilië. Pas nu komt het ook in Afrika op gang. De rijke wereld moet ontwikkelingslanden ook vergoeden als ze wereldecosystemen zoals regenwouden verstandig beheren, want we profiteren daar allemaal van.’

Cruciaal blijft dat er eind dit jaar in Kopenhagen een stevig klimaatakkoord komt. Nu de olieprijzen opnieuw gezakt zijn, is dat nog belangrijker geworden. Alleen een akkoord dat de rijke landen sterke beperkingen inzake uitstoot oplegt, maakt de emissierechten (om broeikasgassen te mogen uitstoten) schaars en dus duur. En maakt zo groene investeringen die de aanschaf van zo’n rechten overbodig maken rendabeler. De opbrengst van de verkoop van die emissierechten zorgt tevens voor het nodige geld om in de ontwikkelingslanden voor een groene ommekeer te zorgen. Met andere woorden: een goed klimaatverdrag is een uitmuntend ontwikkelingsinstrument.

Groen sociaal pact
Doorgaans wordt uit het oog verloren dat de oorspronkelijke New Deal ook echt een deal of  een sociaal pact impliceerde tussen vakbonden, werkgevers, boeren en regeringen over een betere verdeling van de koek. Inderdaad, in de VS en Zweden, en later in België, Frankrijk en Nederland, werd overeengekomen dat de groei in arbeidsproductiviteit zou worden vertaald in loonstijgingen, zodat de arbeiders zelf de producten konden kopen die ze produceerden. In de landbouw zorgde de overheid voor leefbare boereninkomens met behulp van vaste prijzen en subsidies.

Het Internationaal Vakverbond (IVV, met 168 miljoen leden wereldwijd) vindt dat het opnieuw tijd is voor zo’n pact. Het stelt, in navolging van de Internationale Arbeidsorganisatie, vast dat de inkomensongelijkheid in de rijke maar vooral in de arme landen is gegroeid. In de meeste staten daalde het arbeidsdeel –het deel van het nationaal inkomen dat naar lonen gaat.
Het IVV spreekt in dat verband over een crisis van de herverdelingsmecanismen. Het pleit voor een nieuw groeiregime ‘zoals tussen 1945 en 1980 dat een loonstijging in lijn met productiviteit verzekert. Ook fiscaliteit kan daartoe bijdragen: progressieve belastingen voorkomen opstapeling van fortuinen en speculatie en dragen bij tot een stabiele groei op basis meer vraag van de loontrekkenden.’

Het Belgische sociale middenveld –van ACV en ABVV over 11.11.11. tot Attac– herkent zich sterk in dit model dat steunt op loongroei in plaats van  schulden. Maar het is ook –en zelfs vooral– relevant in de ontwikkelingslanden. Niet alleen om sociale maar ook om economische redenen. De crisis is immers ook de crisis van vraagcreatie op basis van schulden. Indien Amerikaanse werknemers niet zo’n lage lonen hadden, moesten ze niet zoveel lenen. Indien Chinese, Vietnamese of Indiase arbeiders hogere lonen hadden, konden ze meer de producten kopen die ze zelf produceren. Dat zal uiteindelijk de basis vormen voor een stabieler wereldeconomie waarvan de vruchten beter verdeeld worden.

Een nieuwe financiële orde
Op het Wereld Sociaal Forum in Belém pleitten heel wat aanwezige organisaties voor een drastische hervorming van het geldsysteem. De Britse Green New Dealgroep verrichtte hierover interessant denkwerk. Ze is ervan overtuigd dat de massale groene investeringen die nodig zijn om de overgang naar een koolstofarme economie alsnog tegen te gaan, niet enkel van de overheid kunnen komen.

Ook de privé moet meedoen. Dat kan enkel als het gebruik van fossiele brandstoffen duurder wordt gemaakt (door de markt en/of door de overheid via het klimaatverdrag of via ecotaksen) en groene investeringen goedkoper. Dat laatste veronderstelt dat de overheid zorgt voor een lage rente (en een sterke regulering om ervoor te zorgen dat die lage rente niet gebruikt wordt om speculatieve zeepbellen te creëren maar om reële groene investeringen te bevorderen).

De groep verwijst naar de geldwereld die op de rails werd gezet tussen 1945 en 1980. Zo een beleid veronderstelt kapitaalcontroles die de overheid opnieuw greep geven op het geldwezen, zoniet worden landen die de rente lager stellen meteen afgestraft.
Maar er is meer. Overheden zouden groene investeringen verder kunnen ondersteunen door staatsgaranties te bieden. Banken zouden speciale groene obligaties en spaarfondsen kunnen lanceren die fiscale voordelen en overheidsgaranties genieten– grannies go green. Ook een betere verdeling van de welvaart (zie groen sociaal pact) vergt een verandering in de financiële sector.
Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken van fiscale paradijzen of aan  transparante land-per-landboekhoudingen die niet langer toelaten dat de winst bovenkomt waar de belasting het laagst is. Een heffing op financiële transacties (Tobintaks) zou mee de Green New Deal in het Zuiden kunnen financieren.

Er zijn tekenen in landen als de VS en Duitsland dat de tolerantie voor belastingparadijzen afneemt. Rudy Demeyer van 11.11.11: ‘Ik hoop dat de G20 niet blijft steken in halve oplossingen zoals het bepleiten van niet-bindende best practices.’