BRUSSEL, 15 november 2009 (MO) - De FAO, de landbouw- en voedselorganisatie van de VN, houdt van maandag tot woensdag een topconferentie over het hongerprobleem. Precies een jaar na de grote voedselcrisis is er onvoldoende ondernomen om de structurele problemen aan te pakken, vindt Olivier De Schutter, speciaal VN-Rapporteur voor het Recht op Voedsel. Hij zei dat op een persontmoeting in Brussel naar aanleiding van de top.

(dit stuk verscheen oorspronkelijk op de website van Mo*)

De Schutter ziet ook verschillende aanwijzingen voor een nieuwe voedselcrisis in 2010. Het beste wapen tegen de honger is volgens de VN-rapporteur de concentratie van grond in de landbouwsector afremmen en de voedselproductie terug democratiseren. Het recht op voedsel moet het kompas zijn voor een nieuw landbouwbeleid voor de toekomst.
‘Telkens weer zien we dat de meest kwetsbaren – de gemarginaliseerde boeren- worden geofferd op het altaar van de vrije markt.’  
Van maandag 16 tot woensdag 18 november ontmoeten de staats- en regeringsleiders elkaar in Rome om opvolging te geven aan de maatregelen tegen de voedselcrisis van vorig jaar. De situatie is niet fundamenteel veranderd, vergeleken met een jaar geleden. De hoge voedselprijzen, die het gevolg waren van een bubble, gecreëerd door speculatie, zijn op de beurzen wel weer in elkaar gestort maar op de lokale markten is daarvan vaak weinig te merken. Voor sommige producten liggen de prijzen voor de consument zelfs hoger dan voor de crisis.

Sinds de voedselcrisis is er wel een vernieuwde aandacht voor de landbouw, na meer dan een kwart eeuw verwaarlozing. Dat is uiteraard een goeie zaak volgens Olivier De Schutter. Zowel op de Top van de G8 in het Italiaanse L’Aquila in juli als op de Top van de G20 in Pittsburgh in september stond het thema op de agenda en werden er grote sommen geld beloofd voor nieuwe investeringen in de landbouw.  Maar volgens De Schutter worden op al die gelegenheden al te gemakkelijk beloften gedaan die niet nagekomen worden en moet men zich nadien tevreden stellen met een fractie van de beloofde bedragen. Volgens De Schutter gaat het ontwerp van de slotverklaring voor deze FAO-top ook onvoldoende in op de echte problemen.


Vrijhandel is geen oplossing
Het huidige overleg is te zeer gefocust op het beëindigen van de Doha-ontwikkelingsronde, zo stelde Olivier De Schutter vorige donderdag 12 november op de Rondetafel van de Belgische Coalitie tegen de Honger, een koepel van ngo’s en landbouworganisaties. Die Doharonde pleit voor een verdere liberalisering van de landbouwmarkt maar slechts een kleine groep mensen in het Zuiden vindt baat bij een landbouw die op de eerste plaats gericht is op de export. Het is een landbouwmodel dat een grote groep verliezers en een handvol winnaars oplevert, volgens De Schutter. In het verleden zijn er al te veel lokale markten in het Zuiden verstoord door producten uit het Noorden die tegen veel te lage prijzen gedumpt werden en de landbouw onleefbaar maakten voor de boeren ter plaatse. Het is daarom de hoogste tijd, aldus De Schutter, om eens ernstig na te denken over de relatie tussen liberalisering van de handel en voedselzekerheid. ‘Telkens weer zien we dat de meest kwetsbaren – de gemarginaliseerde boeren- worden geofferd op het altaar van de vrije markt.’


Een gevaarlijke misvatting

Het is ook een gevaarlijke misvatting, aldus De Schutter, dat honger veroorzaakt wordt door een te lage productie. De graanoogst van 2008-2009 heeft een recordopbrengst opgeleverd maar het aantal mensen met honger is gestegen. Vandaag lijdt meer dan een miljard mensen honger, dat is 1 op de 6.
Een groene revolutie is volgens De Schutter geen oplossing. Vandaag zien we de effecten van de Groene Revolutie van de jaren 40, 50 en 60 van de vorige eeuw in het Zuiden. Er zijn toen effectief grote volumes geproduceerd, maar de schadelijke neveneffecten tonen zich vandaag: de uitputting van de bodem, lage watertafels, vervuiling door pesticiden en insecticiden. Bovendien heeft die groene revolutie sociale ongelijkheid in de hand gewerkt en de grond geconcentreerd in de handen van enkelen.


Het hongerprobleem is op de eerste plaats een kwestie van sociale rechtvaardigheid en herverdeling, aldus de VN-rapporteur. Opdrijven van de productie kan alleen iets betekenen voor het hongerprobleem als dit gekoppeld wordt aan een betere distributie en aan inspraak van de boeren in het landbouwbeleid.
Als het gaat over honger en een groeiende wereldbevolking, zo stelt De Schutter, moeten we ook onze consumptiepatronen in vraag durven stellen, met name de groeiende vleesconsumptie op mondiaal vlak.
Een andere factor die de druk op de grond vergroot, zijn de biobrandstoffen en in de slotverklaring van de FAO-top die deze dagen gehouden wordt, wordt met geen woord gerept over de gevaren die deze rage inhoudt voor het recht op voedsel, wat volgens De Schutter een grote leemte is.  Sinds de voedselcrisis wordt er opnieuw massaal geïnvesteerd in de landbouw, maar dat is niet zonder risico. Het is belangrijk te zien waar die investeringen naartoe gaan en welk soort landbouw men op het oog heeft. Die nieuwe rage verhoogt op vele plaatsen de druk op de grond, waardoor opnieuw kleine boeren van hun akkers worden verdreven en de concentratie van de grond nog vergroot. De nieuwe investeringen zijn weinig transparant en boeren verkeren in een erg zwakke positie om hun land te verdedigen.


De twee gezichten van de honger
Honger is het resultaat van een historisch proces van uitsluiting, zo benadrukt De Schutter. De afgelopen decennia heeft de staat zich teruggetrokken uit de landbouw en is er een onderinvestering geweest op dit domein. Sinds de jaren ’90 heeft men binnen het kader van de Wereldhandelsorganisatie de landbouw willen liberaliseren. Het gevolg daarvan was een concentratie van de beste gronden in handen van een kleine groep ondernemers, en een grote groep arme boeren die dit proces moeten ondergaan en die worden gemarginaliseerd en uitgesloten van de beslissingen. Kleine boeren raakten op die manier meer en meer aangewezen op overlevingslandbouw of migreerden naar de steden. Zij zijn slachtoffer van een beleid dat de verantwoordelijkheid niet heeft opgenomen ten aanzien van de landbouw. Dit probleem moet aangepakt worden en die trend omgekeerd, stelt De Schutter.
Het andere gezicht van de honger vandaag is de klimaatwijziging. Scenario’s voor 2080 wijzen uit dat de voedselproductie tegen dan met 7 tot 8 procent zal gedaald zijn, terwijl de wereldbevolking met een derde gegroeid zal zijn, tot 9,3 miljard.
Hele regio’s kampen vandaaag al met ernstige problemen. De extreme weersomstandigheden – droogtes, gevolgd door harde regenval- in Oost-Afrika, Centraal-Amerika, of India hebben hun impact op de voedselopbrengsten. De landbouw zelf is verantwoordelijk voor 33 procent van de broeikasgassen.
‘We moeten vandaag niet investeren in een landbouw die de klimaatopwarming versterkt maar een landbouw die de opwarming bestrijdt’, aldus De Schutter.

Een landbouw om de honger uit te bannen

De Schutter pleit voor een structurele aanpak, waarbij boeren opnieuw centraal staan, voedselproductie niet gecentraliseerd wordt in de handen van enkelen en de staat een participatief beleid voert. Democratiseren van de voedselproductie is volgens hem van cruciaal belang om de honger te bestrijden.
Een landbouwbeleid voor de toekomst kan niet anders dan de ecologische dimensie incalculeren. Zo’n beleid hoeft niet per sé handenvol geld te kosten. Een waaier van oplossingen ligt binnen handbereik, zoals het aanleggen van silo’s waarin granen kunnen bewaard worden wanneer de marktprijzen te laag zijn. Boeren organiseren in coöperatieven is cruciaal om hen een sterkere positie te geven in onderhandelingen en op de markt. Kleinschalige landbouw volgens agro-ecologische methoden en uitgebouwd met de nodige technische assistentie,  is de beste manier om de honger en het klimaatprobleem aan te pakken, volgens De Schutter.  In de huidige context zijn er daarom twee zaken van groot belang, aldus de VN-Rapporteur: dat de middelen die nu vrij gemaakt worden voor investeringen in de landbouw, effectief in landbouwprojecten terecht komen, transparant beheerd worden en dat er informatie en rekenschap gegeven wordt van al die bestedingen. En ten tweede dat boeren en al diegenen voor wie het hongerprogramma bedoeld is, betrokken worden bij het beleid.

De top van de komende dagen houdt wel een zekere vooruitgang in. Ten eerste is men opnieuw overtuigd van het belang om aandacht te geven aan landbouw en voedselproductie, en om hiervoor geld vrij te maken. In de slotverklaring engageert men zich om een breed platform op te richten om toe te zien op de voedselzekerheid. Een platform van overheden, nationale en internationale agentschappen, ngo’s, het middenveld….om samen te werken aan een globale strategie en een duidelijkere omschrijving van de doelstellingen.
Het tweede punt dat aandacht verdient in de slotverklaring, is dat het recht op voedsel erkend wordt als fundamenteel principe, zowel in het beleid op de korte termijn als op de lange termijn. Dit betekent dat er aandacht is voor programma’s voor sociale bescherming. Niet zoals de Groene Revolutie, die een groot deel van de boeren niet bereikte omdat ze te afgelegen woonden, of analfabeet waren of slechte gronden hadden. Het Recht op Voedsel is als een kompas voor een integraal landbouwbeleid.

Een zaak van iedereen
Twee jaar geleden werd in België een Rondetafeloverleg opgestart van een aantal Belgische ngo’s (zoals Vredeseilanden, SOS Faim, FIAN, Oxfam, Caritas, 11.11.11, Broederlijk Delen) en landbouworganisaties (oa Boerenbond) over landbouw en het hongerprobleem.  De zesde Rondetafel die donderdag 12 november doorging, stelde het recht op voedsel en voedselsoevereiniteit als leidraden voor het beleid tegen de honger. Daarbij stelde Gert Engelen van Vredeseilanden dat ook de civiele samenleving een belangrijke rol heeft in het ontwerp van een nieuw landbouwmodel. Met name om druk uit te oefenen op politici om het recht op voedsel te erkennen en om er mee voor te zorgen dat de politieke beslissingen vertrekken vanuit een holistische visie op het hongerprobleem. Maar dit kan alleen, beklemtoont Olivier De Schutter, als het hongerprobleem niet enkel een kwestie is van het ministerie van ontwikkelingssamenwerking maar ook van economie en financiën, van handel en van landbouw. Volgens De Schutter zou er een interministeriële werkgroep moeten opgericht worden zodat het beleid van de ene minister dat van de andere niet ondergraaft.