Adriana was jaren lang actief in de Zapatistische beweging in Chiapas. Octavio is medewerker van het linkse krantencollectief La Guillotina in Mexico-stad.
Met zijn campagne “20 en 10 - het vuur en het woord” is het Zapatistische Bevrijdingsleger EZLN weer terug in de Mexicaanse publiciteit. Voor het laatst vestigden de Zapatista’s buiten Chiapas bijna drie jaar geleden de aandacht op zich met hun ‘Mars van de kleur van de aarde”. De leiding van de guerrilla trok toen door twaalf deelstaten. Begeleid door tienduizenden mensen hielden ze talloze manifestaties en met de EZLN leidster Esther stond voor het eerst een indigena vrouw in het Mexicaanse parlement. Het was de bedoeling druk uit te oefenen opdat het congres met het Akkoord van San Andres zou instemmen.

een gesprek met Adriana Marroquin en Octavio Moreno.

Het origineel is hier te vinden

San Andres is in het parlement mislukt en ook verder valt er weinig van de euforie van toen in het hele land te bespeuren. Is de Zapatistische beweging wel nog even sterk als in 2001 toen zij honderdduizenden op de been wist te brengen?

Marroquin: De ‘Mars van de kleur van de aarde’ was een buitengewone actie - en een bijzonder belangrijke nog ook - om in contact te komen met de mensen in Mexico. Reeds voor de mars zijn we er niet van uitgegaan dat het congres het akkoord van San Andres in wetsvorm zou goedkeuren. De bedoeling was juist om aan deze vrees uitdrukking te geven en druk voor een praktische vertaling van de autonomie op te bouwen.

Als je het zo bekijkt, is de Zapatistische beweging vandaag een stap verder. In augustus 2003 werd door de instelling van de “Raden van de goed Bestuur” het idee concrete praktijk, en dit onafhankelijk van de onnozelheid van de politieke klasse. Autonomie is nu niet meer iets mystieks dat ergens op een papier staat. Onze boodschap is helder: wat politici vertellen, is voor ons niet meer interessant. We verwachten geen antwoorden meer.

Dit klinkt minder spectaculair dan de mars in 2001. Maar het vormt wel het consequente vervolg op wat toen is verkondigd. Mogelijk is onze blik heel westers: men verwacht meer spektakel.

In Chiapas heersen door de aanwezigheid van het EZLN en de geschiedenis van rebellie bijzondere omstandigheden. Dit schept kansen voor experimenten als “Raden van Goed Bestuur” en autonome gemeentes. Maar is het Zapatisme bruikbaar voor mensen in gebieden buiten controle van het EZLN?

Marroquin: Uiteraard gaat het Zapatisme veel verder dan wat bijvoorbeeld met onze ruimtes in de stad mogelijk is. Het EZLN praat over het vertalen, niet over het vragen of eisen. De stad heeft haar eigen ritme. Het zal de nodige tijd kosten om daar een tegenhanger te ontwikkelen die even avant-gardistisch is als de “Raden van Goed Bestuur”.

Gedurende de staking aan de UNAM, de autonome universiteit van Mexiko-stad, hebben de studenten zich geïdentificeerd met het Zapatisme. Ook de strijd vorig jaar tegen de aanleg van het vliegveld in San Salvador Atenco is belangrijk geweest. De boeren hebben het dorp gewoon tot autonome gemeente volgens Zapatistisch model verklaard. Ook in de deelstaten Oaxaca, Michoacan en Guerrero bestaan enkele dorpen die deze stap hebben genomen.

Het Zapatisme heeft zijn basis vooral in de arme lagen van de maatschappij zoals delen van de boerenstand en uiteraard indigena gemeentes. De traditionele linkse groeperingen, die bijvoorbeeld het leeuwendeel van de activiteiten tegen de wereldhandelsconferentie in september in Cancún hebben georganiseerd, hebben daarentegen niets met het Zapatisme, noch ideologisch noch persoonlijk.

In Mexico ontstaat steeds meer afkeer van politieke partijen. Dit vormt een aangrijpingspunt voor een essentieel aspect van het Zapatisme ver buiten Chiapas. Men wil af van het idee dat je verandering bereikt door overname van de macht binnen het apparaat.

In augustus 2003 riep EZLN leider Brus Li “arbeiders, indigena’s, vrouwen, bejaarden, homo’s, lesbiennes, transseksuelen, sex-werksters en -werkers” en alle anderen op tot het vormen van een netwerk van verzet van onderaf. Is dit soort referentie niet vooral bedoeld voor het internationale publiek of de linkse mensen in de Mexicaanse steden?

Marroquin: In de indigena gemeenschappen is dit soort identiteiten niet zo duidelijk aanwezig. De mensen daar gaan hun eigen weg en weten dat er nog een heleboel overwonnen moet worden, bijvoorbeeld wat betreft de rol van de vrouw. Toch zijn er belangrijke overeenkomsten. Reeds in hun eerste verklaring stelden de Zapatista’s duidelijk dat zij niet een etnische maar een Mexicaanse beweging zijn. En ze gaven aan dat ze hun eigen zienswijze van het stedelijke hebben. De oproep van Brus Li volgt duidelijk de stellingname van de EZLN leiding en niet van de Zapatistische basis.

Moreno: Volgens mij staan benaderingen als die van Brus Li niet helemaal los van de indigena bevolking, juist omdat het indigena aandeel het vernieuwende element vormt van het EZLN. Het EZLN is niet voortgekomen uit een westerse linkse beweging maar uit een indigena structuur. Van hieruit heeft de guerrilla haar universele boodschap ontwikkeld. Een Mexicaanse indigena kan niet in de Mexicaanse maatschappij integreren zonder op te houden indigena te zijn, zonder zijn taal, cultuur, opvoeding of huidskleur te verloochenen. Dat is wat de indigena beweging verbindt met de homo’s, lesbiennes, zwarten, chicano’s, vrouwen, gehandicapten, gekken... met alle gemarginaliseerden.

Dus dit discours dat lijkt voort te komen uit westerse linkse ideologie komt in feite juist voort uit het tegenovergestelde, uit de ervaringen in de geschiedenis van de indigena?

Moreno: Er zijn wel raakvlakken, overeenkomstige discoursen of de overname van afzonderlijke aspecten. Indigena’s in Chiapas leven tenslotte niet in een gesloten wereld die los staat van de kapitalistische maatschappij. De Zapatistische beweging heeft nooit gerefereerd aan een ‘ideale indigena’ als een edele wilde of aan traditionele ‘gebruiken en zeden’. Ze strijdt juist voor een project van sociale verandering. Het beste voorbeeld hiervoor is de Revolutionaire Zapatistische Vrouwenwet.

Maar het is belangrijk te beseffen dat de beginselen van de radicale democratie, die bij internationaal links op zoveel toestemming kunnen rekenen, uit de indigene gemeenschappen afkomstig zijn. Ze zijn geen marxistisch of anarchistisch import. Ook het principe van voortdurende reflectie en het vermogen tot zelfkritiek gaan terug op het indigene oorsprong van het Zapatisme.

Marroquin: Er heeft inderdaad een continu, wederzijds leerproces plaatsgevonden tussen het EZLN en de civil society. Het EZLN moest vaak luisteren, een stap achteruit doen en alles opnieuw overwegen. Bijvoorbeeld na de opstand op 1 januari 1994. Tien jaar lang had men de gewapende strijd voorbereid en binnen twaalf dagen was alles over. Niet in de laatste plaats omdat uit de gemeentes een overduidelijk signaal kwam: we willen geen gewapende opstand maar een vreedzame strijd. Dit veranderde de structuur, die het EZLN tien jaar lang had ontwikkeld, totaal. De leiders van de guerrilla moesten leren nadenken over wat de gemeenschappen zeiden.

Dat is een kant van het verhaal. Toch staat in het discours waarmee de Zapatista’s internationaal bekendheid verwierven de rol van subcommandante Marcos centraal. De overtrokken betekenis die aan hem is toegeschreven, loopt als een rode draad door de geschiedenis van de beweging. Zonder de Sub zou het Zapatisme er compleet anders uit zien.

Moreno: Maar Marcos is vaak genoeg gegispt. Zijn hiërarchische lijn a la Guevara liep stuk op het veto van de indigena gemeenschappen. Deze wisten de democratische, collectieve structuren door te zetten. Marcos zelf zei hierover: in het begin hebben we het belang van het specifieke indigene over het hoofd gezien. Dat zijn rol soms overdreven was, is onlangs door het EZLN zelf bekritiseerd....

Marroquin: .... Marcos zelf heeft het bekritiseerd.

Moreno: Maar het was een collectief besluit. Het is een feit dat de Sub in staat was en is, de gedachtenwereld van de indigena te vertalen voor de westerse wereld. Dat de Mexicaanse maatschappij op sommige momenten alleen nog Marcos kon zien, komt door de politieke traditie van het land die erg autoritair is. In alle revoluties zijn charismatische leiders heel belangrijk geweest, bijvoorbeeld Pancho Villa of Emiliano Zapata. De indigena’s gebruiken Marcos omdat zij heel goed weten dat zij anders niet worden gehoord.

Marroquin: Inderdaad, in een dusdanig racistisch land was en is de rol van de Sub belangrijk. Marcos is populair, mensen zijn door hem gefascineerd, hij is hip en heeft ‘sex-appeal’. Natuurlijk is hij ook echt een genie, ook als politicus en militair. Dat moet je erkennen. Maar tegelijk zijn er zijn soloacties die hijzelf onlangs als fouten heeft bekritiseerd.

Bijvoorbeeld zijn poging in december 2002 om het Baskisch conflict te willen oplossen. Dat was helemaal zijn eigen verhaal en had niets te maken met de discussies in de gemeenschappen. Ook al heerst er aan de Zapatistische basis een uitgesproken collectief bewustzijn - het blijft raar als op een demonstratie in San Cristobal duizenden indigena’s een onafhankelijk Baskenland eisen. Velen weten niet eens waar Spanje precies ligt. Hoe kunnen zij een strijd ondersteunen waarvan zij niets afweten?

interview: Kristin Gebhardt en Wolf-Dieter Vogel

(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Jungle World.)