Een verhandeling over het neoliberale tijdsregime. Arbeiders aller landen onthaast u!

Hoe onze (beperkte) democratieën in tijdsnood raken [V2]

Voorwoord: over utopieën en falen.

Andersglobalisten hebben het dikwijls over de dictatuur van de financiële markten en over hoe de globalisering de natie-staat uitholt. Ze stellen de huidige wereldorde voor als een strijd op leven en dood tussen multinationals en financiële speculanten en de democratische politieke staat. Voor anderen is de kapitalistische staat, of daar nu de term welvaart voor komt of niet, altijd al per definitie onderdrukkend geweest en is de huidige globalisering enkel een nieuwe etappe in de wereldwijde uitbuiting en onderdrukking van het overgrote deel van de wereldbevolking door een kleine elite kapitalisten.

De verschillende groepen en bewegingen binnen de andersglobalistische beweging schuiven dus verschillende analyses en oplossingen naar voren. Die diversiteit is zowel waardevol op zich en een onontbeerlijk element van die andere wereld als een krachtig instrument in de strijd. Toch is het nuttig de banden tussen de verschillende bewegingen te versterken door een kader te ontwikkelen dat als gemeenschappelijke basis kan dienen voor de strijd en de democratische experimenten van de beweging, zonder daarbij de diversiteit aan ervaringen en inzichten binnen de beweging te hypothekeren.

Deze gemeenschappelijke basis of meta-narratief (overkoepelend verhaal) is per definitie onvolledig en blijft dus altijd open voor aanvulling en herzieningen. Als er een les getrokken moet worden uit de sociale experimenten uit het verleden, dan is het wel dat iedere blauwdruk voor een alternatieve samenleving de kiemen voor haar eigen falen en ontsporen in zich meedraagt. Er is niets verkeerd met het strijden voor idealen of utopieën, zolang we inzien dat falen inherent is aan alles wat we ondernemen. Dit acute bewustzijn van falen hoeft echter niet per definitie te leiden tot (postmodern) defaitisme of cynisme. Zoals Antonio Gramsci het stelde: optimisme van de wil, pessimisme van de geest.

Dit pessimisme van de geest, het bewustzijn van ons onvermijdelijke falen en beperktheid, moet ons vooral ontmoedigen om de macht te willen grijpen en alle dissidenten monddood te maken of uit te schakelen, zoals dit de bedoeling was van het leninistische experiment. Dit betekent niet dat er geen machtsstrijd geleverd moet worden, integendeel (zie bv. Venezuela), maar dat het doel van de machtsstrijd het breken van de machtsmonopolies moet zijn. Het decentraliseren van de macht dus eerder dan nieuwe machtsmonopolies (de dictatuur van het proletariaat) te creëren. Dit betekent niet dat leninistische organisaties geen plaats kunnen hebben binnen de andersglobalistische beweging. In de botsing van ideeën kunnen ook hun ideeën immers een rol spelen. Het betekent wel dat het leninistische project nooit het project van de beweging kan worden en dat de betreffende organisaties dit moeten inzien, zich aan deze realiteit aanpassen en hun voorhoede-ambities opbergen.

Het neoliberale tijdsregime.

Terug naar een potentieel gemeenschappelijke kader voor de beweging nu. Om machtsmonopolies te bestrijden, moet eerst een analyse gemaakt worden van de verschillende machtsbronnen van the powers that be. Waar halen die multinationals en financiële speculanten hun macht nu vandaan? De antwoorden van vele andersglobalisten op deze vraag zijn vaag en tautologisch. Ze zijn groot en machtig. Ze hebben veel geld of kapitaal. Een gebrek aan morele grenzen of normen. Ze gebruiken de staat, het leger en de politie als instrumenten om de bevolking onder de knoet te houden.

Met andere woorden, ze zijn machtig omdat ze machtsinstrumenten hebben. Willen we echter de zwakke plekken van de multinationals en financiële speculanten blootleggen, dan moeten we toch preciezer zijn over hun machtsbronnen. Macht is een sociale relatie. Iemand is slechts machtig als iemand anders zich schikt naar de macht van die eerste iemand.
De fundamentele vraag is dus hoe X erin slaagt Y Xs macht te doen erkennen. Dit kan een idiote vraag lijken, maar is het helemaal niet meer als men zich bedenkt dat een kleine elite haar rijkdom baseert op de uitbuiting van het overgrote deel van die wereldbevolking. Waarom tolereert die laatste groep die een overdonderende numerieke meerderheid heeft deze situatie zomaar?

Flitskapitaal & integratie van de wereldmarkt.

Een van de vele machtsbronnen van de multinationals en spelers op de financiële markten is de flexibele manier waarmee ze de tijd manipuleren en hun tijdsregime opleggen aan de rest van de samenleving. Multinationals zijn snel. Speculanten zo mogelijk nog sneller. Hun geld en hun producten flitsen over de wereldbol. Ze slagen erin vliegensvlug hun beslissingen aan te passen aan nieuwe informatie. Een aandelenhandelaar die nog dagelijks de Financial Times leest voor het nieuwste beursnieuws is een idioot. Het nieuws in de krant is immers altijd een dag te laat.

In de productieve economie en de distributie-sector geldt steeds meer hetzelfde tijdsregime. Er moet en wordt steeds sneller en flexibeler op de markt ingespeeld. Waar firmas met elkaar en de afnemers van hun producten of diensten vroeger langduriger en vastere relaties hadden, worden deze relaties in het Amerikaans-Engelse kapitalistische model veel losser en flexibeler. Contracten worden veel meer op korte termijn onderhandeld en worden sneller opgezegd als er een betere partij gevonden wordt. Klanten (handelaars of andere firmas) spelen concurrenten dus meer tegen elkaar uit om de beste deal te verkrijgen. Dit alles wordt mogelijk gemaakt door de deregulering van de markten en de integratie van nationale markten in de wereldmarkt. Het hoeft weinig betoog dat vooral de machtige markt-actoren, multinationals met andere woorden, voordeel halen uit deze situatie.

Het gevolg van dit alles is minder voorspelbaarheid. Om in de hierboven geschetste hypercompetitieve situatie te kunnen overleven moeten bedrijven steeds sneller gaan reageren op schommelingen in de vraag naar en aanbod van producten en diensten op de wereldmarkt. Bedrijven en winkels willen hun grondstoffen of verkoopmateriaal dus sneller en juist op het moment dat ze die nodig hebben toegeleverd krijgen. Zo sparen ze bovendien ook kosten voor opslagruimte uit. Het onmiddellijke gevolg is een enorme stijging van het vrachtvervoer. De eindeloze kolonnes vrachtwagens op de autowegen zijn niets meer of minder dan rijdende opslagplaatsen. Naast de milieuvervuiling die dit veroorzaakt, leidt tot ook tot verkeersongevallen. Vrachtwagenbestuurd/sters worden in een genadeloos tijdsregime gedwongen. Oververmoeidheid, gevaarlijke manoeuvres en overdreven snelheid zijn slechts enkele gevolgen van zon neoliberaal tijdsregime.

Flexibilisering arbeidsmarkt en continue herprogrammering arbeidskrachten.

Dit neoliberale just-in-time tijdsregime sijpelt langs allerlei kanalen binnen in de bredere samenleving. Bijvoorbeeld via de flexibilisering van de arbeidsmarkten.
Aangezien bedrijven meer blootstaan aan de schommelingen op de markten en dus minder kunnen voorspellen hoeveel producten en diensten ze in de (nabije) toekomst zullen kunnen afzetten, moeten ze op een flexibelere manier beroep kunnen doen op arbeidskrachten. Periodes van overwerk en tijdelijke werkloosheid wisselen elkaar sneller af. Levenslang werken in hetzelfde bedrijf of vaste contracten komen minder voor.
Interim-arbeid wordt steeds belangrijker. De onzekerheden op de wereldmarkt worden dus door de werkgevers afgewenteld op de werknemers. De werknemers worden gedwongen hun tijdsplanning af te stellen op het ritme van de wereldmarkt.

Het complement van de flexibilisering van de arbeidsmarkt is levenslang leren. Met levenslang leren op zich is uiteraard niets mis. Menselijke cultuur wordt niet overgedragen door de genen, maar wordt aangeleerd, het hele leven lang. Maar het huidige vertoog over levenslang leren zoals dat gevoerd wordt vanuit neoliberale hoek refereert echter naar een veel enger
leerproces. Levenslang leren gaat bij hen niet over socio-cultureel werk, maar over de opeenstapeling van pakketjes arbeidsmarktgerichte vaardigheden. Het leerproces wordt uit haar veelzijdige, sociaal-culturele context gelicht en kunstmatig opgedeeld in kwalificatie-kredieten. Naarmate de wensen en noden van de arbeidsmarkt veranderen (door snelle technologische veranderingen en marktschommelingen) worden van werknemers verwacht dat ze zich naar die behoeften herprogrammeren.

Consumentisme.

Maar ook in hun (flexibele) vrije tijd worden mensen niet met rust gelaten. Onder meer door middel van manipulerende reclameboodschappen worden we ertoe aangezet om ons in onze vrije tijd als actieve consumenten te gaan gedragen en ons van mega-event naar superspektakel naar relaxatie-centrum naae vakantiedorp te spoeden. De ervaring van vrije tijd wordt zo gecommercialiseerd en ten dienste van de economie gesteld. Ten dienste van de economie, dat is vooral ten dienste van een transnationale managers-klasse en aandeelhouders van multinationale bedrijven.

In hun rusteloze zoektocht naar winst, ontwikkelen en promoten zij steeds maar weer nieuwe modetrends, onmisbare gadgets, hypes en andere kortlevende en au fond weinig noodzakelijke consumptie-artikelen. De produktie-cyclus van de Spaanse textielmultinational Zara is welgeteld een maand. Op die manier laten ze nieuwe modelijnen elkaar pijlsnel opvolgen. Indien je je een bepaald kledingsstuk wil aanschaffen bij Zara kan je dus best niet te lang wachten. Voor je het weet kan je het niet meer krijgen. Hoe sneller de trends en modes elkaar opvolgen, hoe meer er geconsumeerd wordt en hoe meer winst er wordt gemaakt.

Nu weten we allemaal dat dit consumentisme steeds grotere milieuproblemen creëert. En dit milieuprobleem is ook en vooral een sociaal probleem. De milieurisicos worden disproportioneel gedragen door de sociaal zwakkeren. Zo komt een behoorlijk groot deel van het hoogtechnologisch afval (gsms, computers,...) dat in het Westen geproduceerd wordt, terecht in een of ander ontwikkelingsland, in India bijvoorbeeld. Het Westerse consumentisme kan de ecologische crisis enkel blijven negeren omdat het de problemen voor zich uit schuift in de tijd (naar de toekomstige generaties toe) en/of buiten haar gezichtsveld houdt (gigantisch stortplaatsen in de Derde Wereld).

Spektakelmedia en media-consumentisme.

Dit neoliberale tijdsregime dringt ook door in de media.
In een wereld waar de gebeurtenissen en ontwikkelingen elkaar steeds sneller opvolgen, maar waar de nadruk ligt op snelle consumptie, haalt oppervlakkige berichtgeving, spektakel, emoties en show de bovenhand op grondige analyse van wat de drijvende krachten zijn achter al deze vluchtige gebeurtenissen. Informatie wordt snel geconsumeerd in plaats van grondig verwerkt. Ignacio Ramonet schrijft: de deontologie van de afstandelijkheid is vervangen door de dictatuur van de onmiddellijkheid. Informatie moet ons de indruk geven dat we de actualiteit bijwonen, zoals een voetbalwedstrijd.

Het feit dat we er zo dicht op zitten, geeft ons heel even het valse gevoel betrokken te zijn of zelfs deel te nemen aan wat gebeurt. De botsing met de realiteit is daarna des te harder. Steeds opnieuw blijkt alles reeds boven ons hoofd of achter onze rug beslist te zijn. De spektakelmedia laten ons slechts de oppervlakte zien, een chaotische stroom gebeurtenissen die geen verband met elkaar lijken te houden. Op die manier degradeert ze ons tot passieve toekijkers.

Niet iedereen schikt zich uiteraard naar die rol. Integendeel, naast oudere publicaties die zich tegen de trend naar spektakelmedia blijven verzetten, sticht een nieuwe generatie media-activisten onder het motto dont hate the media, be the media (de krachtige leuze van Indymedia) haar eigen nieuwsmedia. Daar is plaats voor meer analyse, debat en achtergrond, al zijn ze zelf ook niet altijd immuun voor
tijdsdruk en de sensatie van het moment.

Gemediatiseerde politici, snelle politiek & de democratie.

De politieke sfeer is uiteraard niet ongevoelig voor de bredere maatschappelijke trends. Als de economie en in haar kielzog de ganse maatschappij sneller evolueert en verandert, dan is het voor politici verleidelijk zich met de stroom mee te laten drijven. Om de indruk te wekken dat ze nog vat hebben op de maatschappelijke realiteit gaan ook zij dikwijls in real time interveniëren. Dikwijls zonder tijd te hebben of nemen om de situatie afdoende te bestuderen of mensen te raadplegen. Indien ze immers niet direct reageren op de nieuwe evoluties, dan lijkt het wel of ze niet mee zijn. Het is dus niet zozeer dat snelle economische evoluties de politiek ondermijnen, maar eerder dat haar logica wordt afgestemd op die van de neoliberale markteconomie.

Het tempo van politieke processen wordt dus opgedreven. Het resultaat zie je dag in en dag uit in breedbeeld op je tv. Gemediatiseerde politici. Politici verworden tot doodgewone, banale Bekende Vlamingen. Bertje Anciaux is er het beste voorbeeld van. Een zorgvuldig in de steigers gezette, emotionele, vlotte, authentieke nieuwe man. Een strategisch geplengd traantje hier, een guitige knipoog daar, nog een kleine confiance uit het persoonlijke leven en daartussen wat weinigzeggende politieke peptalk en hup, daar stromen de stemmen binnen. De naam van zn partij is even veelzeggend. Spirit. Het bruist en bubbelt, is jong en levendig. Maar was is het dat bubbelt en bruist? Geen mens die het weet. En het is ook niet belangrijk. Het is de beweging, de levendigheid, de snelheid zeg maar, die telt. (En er is ook geen tijd om over na te denken, want het moet snel gaan, we hebben haast).

Patrick Jansens is van hetzelfde laken een broek. Een reclame-man in de politiek. En reclame gaat over de vorm, de verpakking, niet de inhoud. Wat socialisme is of kan betekenen in de eenentwintigste eeuw, erg belangrijk is het allemaal niet. Als het maar bruist (Spa?), beweegt, als er maar Animo in zit. Als we maar een identiteit hebben, welke doet er niet toe, laat de kiezer-consument dit maar bepalen.
De boodschap moet de bevolking direct en onmiddellijk aanspreken. Er is immers geen tijd om langzaam een fundamentele analyse op te bouwen. Daarom zijn spin doctors momenteel ook veel populairder dan linkse intellectuelen.

Corruptie-schandaaltje in de Antwerpse gemeenteraad? Geen probleem. Vandaag nog richten we een Integriteitsbureau op en morgen is het probleem opgelost. Dat het Antwerpse probleem er een is van een immense historische schuldenlast en een gebrek aan lange termijn visie, negeren we maar. Dat kan immers niet snelsnel even opgelost worden terwijl de cameras nog draaien.

Uiteraard is het bovenstaande een uitvergrote karikatuur van de werkelijkheid. In realiteit is er een uitgebreide politieke onderstroom die wel nog fundamenteel politiek werk levert. Gelukkig maar, anders zou de politieke legitimiteitscrisis nu nog veel groter zijn. Waar het over gaat is dat de snelle politiek doorgaans naar voren komt als succesvol (en degenen die met volgehouden inspanning serieus politiek werk leveren dikwijls moeite hebben publieke interesse te wekken). Snelle politiek krijgt buitensporig veel aandacht in de media en vertaalt zich daardoor in de politieke norm. Een succesvolle politicus is een snelle, vlotte politicus.

Vraag het Wouter Bos maar. Hij kwam in enkele maanden tijd (met zijn kontje omhoog uiteraard) tot in de top van de Nederlandse politiek gevallen en loste daar even vlug de crisis van de Nederlandse sociaal-democraten (Pvda) op. Of de Fortuyn-crisis in Nederland met het politieke herstel van de Pvda opgelost is, is weinig waarschijnlijk. De politieke vertrouwenscrisis blijft ondergronds voortsluimeren en zal zich in de toekomst wellicht via andere kanalen op andere manieren uiten.

Democratie: tijd gevraagd!

De gevolgen voor de democratie zijn duidelijk. Een democratie heeft tijd nodig. Tijd om stil te staan, na te denken, alles eens rustig en van verschillende kanten te bekijken, te overleggen met je medemens. Maar democratie is niet hip meer. Het gaat dan ook zo traaaag. En je moet er zo diep en lang bij nadenken. En ondertussen flitsen de kapitaalstromen verder, gaat je GSM af, is er weer een nieuwe modetrend op komst of zit er weer een nieuwe technologische revolutie aan te komen.

Gelukkig zijn er nog de andersglobalisten. Zij roepen stop, ook al snellen ze zelf van top naar top en alternatieve conferentie naar alternatieve conferentie en maken ze gretig gebruik van de snelle communicatiekanalen die het neoliberale just-in-time regime ondersteunen en mogelijk maken. Maar toch zeggen zij stop. Zij creëren weer tijd - en ook ruimte - voor democratie. Maar om weer tijd te maken voor democratie, moet de snelheid van economische processen afgeremd worden. Want anders worden we onder de voet gelopen. En willen we tegen de dictatuur van de multinationals en de speculanten ingaan dan moeten we dit tijdsregime waaraan zij hun macht ontlenen ondergraven.

De Tobintaks als onthaasting voor het flitskapitaal.

En hier komt de Tobintaks in het vizier. Want wat is de Tobin-taks anders dan de onthaasting voor de kapitaalstromen? De Tobintaks schakelt snelle speculatieve kapitaalstromen uit door een erg kleine belasting te heffen op iedere munttransactie. Daardoor is het niet langer winstgevend kleine verschillen tussen muntkoersen in verschillende plaatsen uit te buiten door snel grote hoeveelheden geld heen en weer te schuiven. Een deel van het flitskapitaal wordt dus uitgeschakeld. Het ritme van de kapitaalmarkten vertraagt dus en er wordt meer tijd gecreëerd om democratische politieke beslissingen te ontwikkelen.

Stel je voor dat het flitskapitaal er niet was geweest tijdens de Aziatische crisis. Dan was er meer tijd geweest om te werken aan de structurele economische onevenwichtigheden.
Nu waren de flitskapitalisten iedereen te snel af en buitten zij de structurele zwakheden en de aankomende crisis uit
door snelle winsten te maken (en aldus de crisis te verdiepen).

Radicale onthaasting.

De Tobintaks is met andere woorden een radicale onthaasting. Een onthaasting die in tegenstelling tot de verschillende bestaande politieke voorstellen over onthaasting het neoliberale kapitalisme in het hart raakt. Tijdskredieten voor de werkende bevolking ontzien het nietsonziende neoliberale tijdsregime immers. Ze geven de werkende bevolking enkel de tijd om even uit de competitieve ratrace die het dagelijkse leven in een neoliberale samenleving is te stappen. Even op adem komen om er daarna weer voor een tijdje tegen te kunnen.

Maar de andersglobalisten gaan verder. Wij stellen het neoliberale tijdregime in vraag, in plaats van ons er zo goed mogelijk aan aan te passen. Omdat het een moordend, misdadig tijdregime is. Een tijdsregime dat tenminste gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de dramatische stijging in zelfmoorden, in het aantal depressies, burn outs en in het gebruik aan kalmerende middelen (en het tegenovergestelde: pepdrankjes als Red Bull), in het aantal verkeersdoden (haasten in het verkeer), in het algemene gebrek aan inlevingsvermogen (geen tijd om zich met het lot van anderen bezig te houden) en plat consumentisme (snelle ontspanning en vlucht uit banaliteit van dagelijks bestaan - maar ook het new age fenomeen of religieus consumentisme), .

Ook de strijd tegen het consumentisme maakt onweerlegbaar deel uit van de strijd voor een radicale onthaasting of democratische globalisering. Voor alle duidelijkheid: dit betekent helemaal niet dat we onszelf niet meer mogen soigneren of puriteinse geheelonthouders moeten worden, maar wel dat we bij gebrek aan substantiële democratie niet moeten wegvluchten in de illusoire vrijheid en keuzes die het consumentisme ons als democratie westerse stijl voorhoudt. We wanen ons daarmee niet alleen machtiger dan we in feite zijn, maar door mee te draaien in de steeds sneller draaiende mallemolen van consumptietrends en -hypes ondersteunen we ook het neoliberale tijdsregime dat de mogelijkheid tot een echte democratie uitsluit.

Tenslotte is ook de aloude strijd van de arbeid(st)ers voor sociale rechten in essentie een strijd tegen het neoliberale tijdsregime. De strijd tegen de flexibilisering van de arbeidsmarkt, voor sociale rechten, tegen delocalisering, sluitingen en herstructureringen is een strijd om het leven van de werknemer tot op zekere hoogte af te schermen van de schokken van de economie. Enerzijds verwerven de werknemers door deze afscherming een vorm van controle over het organiseren van hun leven over de tijd heen. Men bouwt met geruster hart een huis voor het gezin (of een andere investering in de toekomst) als er niet de voortdurende onzekerheid is dat men zn job zal verliezen.
Anderzijds wordt ook het ritme van de economie erdoor vertraagd. Doordat de onzekerheden en risicos die gepaard gaan met hypercompetitieve wereldmarkten niet meer afgeschoven kunnen worden op de werknemers, hebben de werkgevers er zelf belang bij dat de marktcompetitie af te remmen ten voordele van meer stabiele en langduriger relaties met economische partners.

(Met dank aan den Alain en Maarten Frederickx voor inhoudelijke commentaar & kritiek).


(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Stijn Oosterlynck.)