Ik schrijf dit terwijl ik op het gras zit tegenover het hoofdkantoor van Shell. Vandaag (18 mei) was de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering (AGM), waar het bestuur van het destructieve bedrijf het opnieuw voor elkaar heeft gekregen om de aandeelhouders voor te spiegelen dat hun laffe greenwashing genoeg is om “licence to operate” te behouden.

(Door Harriet Bergman, oorspronkelijk verschenen bij Doorbraak)

Voor Shell is de sociale legitimiteit van hun handelen belangrijker dan de werkelijke gevolgen van hun destructie. Ze geven een disproportioneel deel van hun PR budget uit aan “greenwashing” – het groen voorspiegelen van hun beleid – en het afwentelen van verantwoordelijkheid voor klimaatdestructie op hun consumenten. Tank groen! Plant een boom! Jouw schuld!

En ondertussen maar winst maken. Shell hoort bij de top 10 meest vervuilende CO2-sproeiers ter wereld, en is ook nog eens verwikkeld in rechtszaken vanwege mensenrechtenschendingen en medeplichtigheid aan moord op activisten. Ook lopen er meerdere rechtszaken vanwege hun klimaatdestructieve praktijken, waar tegen het eind van de maand de rechter een uitspraak over doet.

Recent hebben TNI, SOMO en Code Rood een rapport gepubliceerd over de obstakels die een rechtvaardige transitie in de weg staan. Aandeelhouderskapitalisme is onderdeel van het probleem. Dat vindt ook Shell Must Fall, de coalitie van verschillende actiegroepen die in 2019 tijdens de aandeelhoudersvergadering aankondigde dat de volgende vergadering massaal verstoord zou worden. Het jaar daarop kwam men niet bijeen vanwege corona. Ook dit jaar verstoort COVID19 de normale gang van zaken, terwijl covid volgens sommige wetenschappers een gevolg is van CO2 uitstoot en de daardoor opwarmende aarde. Door de warmere temperaturen verplaatsen sommige dieren zich en verschuift hun natuurlijke habitat naar dichter bewoonde gebieden. Daardoor zullen in de toekomst zoönosen – de overdracht van virussen van dieren op mensen – steeds vaker voorkomen. Doden door zoönosen zullen we waarschijnlijk steeds vaker ook kunnen wijten aan klimaatontwrichtingsbeleid van bedrijven als Shell. En uiteraard de vele slachtoffers die al vallen door klimaatgerelateerde natuurrampen.

Tegenover me staat een wagen met een sloopkogel. Aan de hekken rond het kantoor hangen banners met de tekst “wij bouwen aan eerlijk herstel” en “hier wordt een museum voor klimaatrechtvaardigheid” gecreëerd. De logo’s van Saro Wiwa & Co, Polly Higgins Foundation, Shell Must Fall, maar ook van Den Haag Stad van Rechtvaardigheid en Justitie zijn er op te zien. Meer dan vijftig bouwvakkers met Shell Must Fall-hesjes en -helmen staan voor de deur van Shell’s hoofdkantoor en doen een eerste poging het eerlijke herstel in gang te zetten. Shell Must Fall denkt dat, zolang Shell een door aandeelhouders gedreven en op winst gericht fossiel bedrijf is, dat eerlijke herstel niet plaats zal vinden. Naast mooie moties en klimaatresoluties, stelt ShellMustFall dat er meer moet gebeuren. Het bedrijf heeft in het verleden ook al aangetoond wetten, rechtvaardigheid, moraal en mensenlevens minder belangrijk te vinden dan winst. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Shell zit ondertussen in de top 10 van meest vervuilende bedrijven en in mijn persoonlijke top 3 van meest misleidende reclames. Shell Must Fall zet daar een beetje tegenwicht – een 600 kilo zware sloopwagen – tegenover.

De slachtoffers van het destructieve Shell vallen nu nog vooral in landen die ook in het verleden als collatoral damage van westerse winstzucht gezien werden: landen die in het verleden gekoloniseerd zijn. Privilege maakt dat we de praktijken van Shell kunnen zien als een zorg voor de toekomst. Het zijn niet onze kinderen – of wijzelf – die nu al niet meer kunnen leven op onze geboortegrond. Dat zijn de mensen in andere delen van de wereld. Het is echter ook privilege dat maakt dat wij hier beter in opstand kunnen komen. Ook in Nederland is protest en activisme niet voor iedereen veilig. Het valt niet te ontkennen dat niet-witte mensen 14 keer meer kans maken te sterven door toedoen van de politie dan witte mensen zoals ik. Ook zaken als gender, klassen, en able-bodiedness hebben hier invloed op. Dat betekent echter niet dat geprivilegieerden zich in een circlejerk moeten schamen voor hun privileges en hun schuldgevoel moeten afkopen met duurdere eco-producten of woest online getyp over andere activisten. Wat mij betreft betekent het dat je die privileges moet inzetten om in actie te komen.

Harriet Bergman