Op maandag 14 maart sprak Noam Chomsky in Leiden met een aantal activisten over anarchisme, de strijd tegen racisme en populistisch rechts en het verzet tegen privatisering van het onderwijs. Een kort verslag.

(Van de toespraak van Chomsky op 13 maart in Amsterdam is inmiddels een integraal verslag beschikbaar. Op de website chomsky.nl vind je video, audio en tekst)

img_2565Op zondag 13 maart sprak de beroemde Amerikaanse anarchist en taalkundige Noam Chomsky een overvolle Westerkerk toe over de “Countours of a Global Order”. In deze toespraak wees Chomsky vooral op het opvallende feit dat er op dit moment in het Midden-Oosten massaal gevochten wordt voor de verovering van politieke rechten die juist in het ‘vrije Westen’ steeds meer onder druk staan. In dit verband vergeleek Chomsky de situatie in Egypte met die in Madison (VS), waar massaal gestreden wordt tegen de afschaffing van elementaire vakbondsrechten, salarisverlagingen en collegegeldverhogingen.

Al deze kwesties kwamen een voor een terug in het collectieve interview dat op maandag werd georganiseerd tussen Chomsky en een kleine groep activisten: uitgevers van linkse tijdschriften, studentenactivisten, leden van de solidariteitsbeweging met Latijns-Amerika, en activisten anti-Wilders-campagnes. Zo ontstond er al snel een geanimeerd gesprek dat vele kanten uitwaaierde, maar uiteindelijk uitkristalliseerde rond drie hoofdthema’s: de relevantie van anarchisme als emanciperende kracht; strategieën tegen populistisch rechts, en de strijd tegen privatisering en neoliberalisme in het onderwijs.

Anarchisme: activism vs labor?
De eerste vragen concentreerden zich op het thema anarchisme. Heeft deze beweging nog een toekomst? En wat kan het anarchistische gedachtegoed bijdragen aan huidige sociale bewegingen? Deze vragen werden zonder veel omhaal bevestigend beantwoord, maar Chomsky wees ook nog op een andere belangrijke ontwikkeling.
Het anarchisme is sterk geworteld in het rationalisme en het verlichtingsdenken, en gaat uit van de emanciperende kracht van kennis en onderwijs. Dit sluit sterk aan bij de honger voor kennis die binnen de klassieke arbeidersbeweging gecultiveerd werd. Chomsky wees daarbij op zijn eigen jeugd in de jaren dertig, toen veel geëngageerde wetenschappers naast hun onderzoek zich ook inzetten voor workers’ education. Chomsky komt zelf uit een arbeidersgezin dat zich door scholing hoger op kon werken. Het postmoderne dedain voor rationalisme en kennis heeft deze instelling ondermijnd; zowel bij wetenschappers als bij groepen arbeiders, en dat heeft de beweging geen goed gedaan.

Een andere ontwikkeling waar Chomsky in dit verband op wees, is het feit dat vanaf de studentenprotesten van de jaren zestig, activisme zich steeds verder af is komen te staan van labor issues, en dat hierdoor een scheiding is opgetreden tussen activisten en arbeiders. Activisten zijn zich vooral bezig gaan houden met identity issues, zoals de emancipatie van ‘minderheden’ en verzet tegen oorlog en imperialisme. Dit zijn ook zeer belangrijke thema’s. Maar wanneer de link tussen dit soort activisme en klassevraagstukken (arbeidsomstandigheden, lonen, inkomenskwesties) verloren gaat, ontstaat er een vacuüm dat door rechtse krachten kan worden uitgebuit. Het is dus van belang dat er een nauwe band blijft bestaan tussen activisme en arbeid.

Don’t shut them up, win the argument!
Het was niet vreemd dat het gesprek vervolgens ging over de opkomst van racisme en populistische partijen in Europa en Nederland: in zijn lezing op zondag had Chomsky hier al uitgebreid aandacht aan besteed.

De eerste vraag ging over de verhouding tussen vrijheid van mening en de opkomst van racistische bewegingen. Activisten die pogen bijeenkomsten van (extreem-)rechtse bewegingen te voorkomen krijgen steeds vaker het verwijt te verduren dat ze zo de vrijheid van meningsuiting blokkeren en dus ondemocratisch zijn. Moet men dan maar accepteren dat alles gezegd kan worden?

Chomsky reageerde op deze vraag met een aantal historische voorbeelden uit de VS, waarin juist extreem-rechtse bewegingen zoals de Klu-Kux-Klan in rechtszaken persvrijheden verworven. Vrijheid van meningsuiting is dus nooit een alleenrecht van linkse groepen geweest, en heeft nooit alleen linkse groepen geholpen. Maar inperking van datzelfde recht pakt vaak juist desastreus uit voor linkse organisaties. Het antwoord op verrechtsing is dus niet inperking van de vrijheid van meningsuiting, maar het aangaan van het debat: ‘don’t shut them up, win the argument!’

De tweede vraag sloot aan bij de eerdere opmerkingen over activisme en arbeid. Wanneer activisten zich meer gaan richten op klassevraagstukken, hoe moet dan omgegaan worden met conservatieve, xenofobe en homofobe instellingen binnen die groep? Chomsky onderkende dat deze kwestie tot problemen kan leiden, maar dat de enige manier om deze gevoelens te ontkrachten is: samen strijden voor een gemeenschappelijk doel. Wanneer activisten en arbeiders elkaar vinden op klassethema’s, verdwijnen deze vooroordelen deels en zijn ze ook makkelijker te bestrijden. Zo wees hij op migrantengemeenschappen in de VS, waar juist in tijden van strijd ook de vrouwen binnen deze groepen meer voor zichzelf kunnen opkomen.

Privatisering in het onderwijs
Ten slotte kwam ook de strijd tegen privatisering in het onderwijs en neoliberale onderwijspolitiek aan bod, waarbij ook vergelijkingen getrokken werden tussen de situtatie in Nederland en Europa aan de ene kant en de VS en Latijns-Amerika aan de andere. Zijn de bezuinigingen in het onderwijs onvermijdelijk? Waar gaat dit toe leiden? Hoe is verzet mogelijk?

Chomsky wees daarbij als eerste op de situatie in de VS. Daar is onderwijs de laatste decennia steeds verder geprivatiseerd en steeds duurder geworden, met als gevolg dat studeren alleen nog weggelegd is voor hen die veel geld hebben dan wel een grote lening af kunnen sluiten. Volgens Chomsky is dit wat men in Europa kan verwachten wanneer er geen effectief verzet op poten wordt gezet.

En de privatisering is zeker geen gevolg van financiële crises en dergelijke. Het is juist de uitkomst van een heel bewuste strategie. Chomsky: privatisering is een middel tot disciplinering. In de jaren zestig waren veel studenten naast hun studie politiek actief. Soms zetten ze zelfs hun studie voor een paar jaar in de wacht om zich aan activisme te wijden. Afgestudeerde rechtenstudenten gingen in linkse collectieven werken, en activisten ondersteunen. Deze ontwikkeling moest gestopt worden. Met een inschrijfgeld van twintigduizend dollar kunnen studenten niet meer naast hun studie dingen doen. Wanneer je een grote lening hebt afgesloten om je studie te betalen, kan je niet meer bij een kleine NGO gaan werken; je moet voor multinationals werken om je aflossingen op te brengen. ‘You’re bound for life. That’s the idea. It’s a system of disciplining and domination.’

Ten slotte wees Chomsky op studentenprotesten tegen privatisering van onderwijs in Latijns-Amerika. Hier zijn pogingen om collegegeld in te voeren op de universiteit opgegeven na grote protesten. Volgens Chomsky laat dit zien dat het dus niet simpelweg gaat om hoeveel geld een land heeft (… is veel armer dan de VS), maar om hoeveel druk sociale groepen kunnen uitoefenen. Sowieso is de situatie in Latijns-Amerika een goed voorbeeld van hoe belangrijke overwinningen behaald kunnen worden door zelfstandig te strijden.

Op de vraag of hij tevreden was met de uitkomst van die strijd, antwoordde hij terecht: ‘I’m never satisfied, but it’s important nonetheless.’

img_2566