Verslag van een transnationale bijeenkomst georganiseerd door Transnational Strike Platform (TSS)

De dreigende klimaatcatastrofe en de sociale en economische gevolgen daarvan drijven al jaren de groei van bewegingen voor klimaatrechtvaardigheid aan. Na een door de pandemie veroorzaakte stop hebben de mobilisaties en de bewegingstop tijdens de Cop26 in Glasgow de kracht laten zien van een nieuwe beweging die activisten van over de hele wereld samenbrengt. Dit wijst ook op mogelijke nieuwe verbindingen tussen klimaatactivisten en arbeidersbewegingen. Tegelijkertijd stimuleren regeringen en bedrijven investeringen en beleid die nieuwe vormen van accumulatie en uitbuiting in de hand werken onder het label van groene transitie.

(Door Transnational Strike Platform,  vertaling globalinfo.nl, Foto ILO Asia Pacific, CC 2.0)

Na Cop26 voelden velen de urgentie om het perspectief van een gedeelde visie en gemeenschappelijke politieke initiatieven in de strijd tegen de dreigende klimaatcatastrofe en de sociale en economische gevolgen van de groene overgang nieuw leven in te blazen. Bewogen door deze urgentie begonnen we een proces van collectieve discussie en organisatie.

Op zondag 5 december organiseerde de TSS een bijeenkomst waaraan werd deelgenomen door activisten en vakbondsmensen uit Duitsland (TopBerlin, Klassenkampf und Klimaschutz), het Verenigd Koninkrijk (Plan C, Stop SilverTown Tunnel), Zweden (Ållt at Ålla), Polen (Workers' Initiative), Tsjechië (Budoucnost), Bulgarije (LevFem, Konflikt), Italië (Precarious Dis-connections) en Frankrijk (Réseau Eco Syndicaliste). Het doel van de bijeenkomst was om na te denken over een transnationale strategie om tussenbeide te komen in de groeiende beweging voor klimaatrechtvaardigheid en om het probleem aan te pakken van de spanningen tussen de verdediging van het klimaat en de doorleefde ervaringen en dagelijkse omstandigheden van arbeiders.

De tegenstelling tussen arbeidersstrijd en klimaatstrijd is deels verzonnen om samenwerkingsverbanden te frustreren die regeringsplannen in gevaar kunnen brengen, en deels het product van het feit dat de groene overgang is ontworpen als een neoliberale onderneming die is gericht op winst, met verwoestende gevolgen voor de werk- en leefomstandigheden. Het eerste wat we erkenden is dat we moeten begrijpen hoe we deze verdeeldheid kunnen overwinnen, door licht te werpen op de verbanden tussen schijnbaar ongelijksoortige problemen en strijden, en door gemeenschappelijke transnationale eisen te smeden die valse alternatieven tussen klimaat en sociale rechtvaardigheid vermijden.

De "groene" transitie neemt een centrale plaats in in de politieke strijd tussen partijen en de verkiezingspropaganda; vormt de kern van nationale en supranationale plannen voor post-pandemisch herstel; met enorme bedragen die worden geïnvesteerd, geeft zij de toon aan voor projecten van industriële herstructurering en hervormingen van de energiesector. Zij heeft dus een brede waaier van gevolgen voor de levens- en arbeidsomstandigheden van iedereen.

Terwijl de transitie in de verschillende landen zeer verschillende vormen aanneemt, duiken er nieuwe en belangrijke verschillen op. Zo is er de tegenstelling tussen het meer internationale 'groene' kapitaal en de lokale realiteit op het hele continent. In West-Europa verplaatsen fabrieken zich naar Oost-Europese landen, waarbij ze de groene transitie gebruiken als een excuus om werknemers gemakkelijker te ontslaan en elders op zoek te gaan naar lagere lonen. In landen als Bulgarije, Polen en Tsjechië, waar mijnwerkers onder vuur liggen, worden de mijnsluitingen door regeringen gepresenteerd als een manier om een "bedrijfsvriendelijker klimaat" te creëren dankzij de mogelijkheid om lage lonen te bieden. De groene transitie is een onderdeel van de neoliberale agenda, die erop gericht is de sectoren aan te vallen waar vakbonden het sterkst zijn, westerse investeringen te liberaliseren en winst te maken uit de lage lonen en onzekere omstandigheden van de arbeiders. Dit herinnert maar al te goed aan de overgang naar een markteconomie na '89 en voedt de anti-EU standpunten.

Op dit moment worden deze kwesties vooral door rechts geuit, terwijl de noodzaak om werkplekken en levensstandaarden te verdedigen wordt gebruikt om de noodzaak om actie te ondernemen op klimaatgebied te ontkennen. De opkomst van nationalistische discoursen in veel landen instrumentaliseert het klimaatvraagstuk, door valse tegenstellingen te verzinnen terwijl ze nationale trots uitbuiten om dezelfde arbeiders het zwijgen op te leggen die ze beweren te vertegenwoordigen. In feite ondersteunen zowel rechtse als liberaal-democratische vertogen de ontmanteling van sociaal beleid en de ongelijke verdeling van rijkdom ten gunste van marktgedreven voorzieningen voor sociale diensten. Tegelijkertijd lopen de klimaatstrijders het risico de neoliberale agenda te onderschrijven als ze kritiekloos om klimaatactie vragen maar zich niet verzetten tegen de gevolgen van de groene transitie voor miljoenen arbeiders in de wereld.

Een cruciale kwestie die in de discussie aan de orde kwam, betreft de stijging van de energiekosten, die niet alleen betrekking heeft op productie en vervoer, maar ook een enorme impact heeft op basisbehoeften zoals verwarming. Het sluiten van mijnbouwlocaties betekent een grotere afhankelijkheid van buitenlandse energieleveranties voor landen als Bulgarije, die voor hun energieproductie hoofdzakelijk afhankelijk zijn van steenkool. Zoals de recente energiecrisis heeft aangetoond, heeft de geleidelijke afschaffing van steenkool in landen als Duitsland en het VK hun samenlevingen afhankelijker gemaakt van de invoer van gas, aangezien groenere technologieën nog geen betrouwbaar alternatief kunnen bieden. Dat heeft ertoe geleid dat het koolstofarm maken van de economie een aanzienlijke prijs heeft gekost door de toegenomen wereldwijde vraag naar gas - een prijs die is gedragen door de verarmde gemeenschappen die nu op de vrije markt hoge energierekeningen moeten betalen. De door de EU opgelegde liberalisering van de energiesector betekent ook privatisering en hogere kosten, hoe ecologisch de nieuwe energiebronnen ook zullen zijn, en dit betekent dat honderdduizenden mensen hun huizen niet behoorlijk zullen kunnen verwarmen. Zoals het energieprobleem aantoont, worden welvaart en sociale reproductie in hoge mate beïnvloed door transnationale dynamiek en EU-regelgeving rond groene transitie.

Deze verschillen tussen Oost en West kunnen niet worden begrepen door te spreken over vermeende botsingen van beschaving, politieke cultuur of louter geopolitieke dynamiek. In plaats daarvan moeten zij worden gezien als een nieuwe golf van structurele transformaties die de posities van het internationale kapitaal dreigen te consolideren en tegelijkertijd nieuwe hiërarchieën van uitbuiting creëren die aan armere landen worden opgelegd. Hoewel de discussies over deze kwesties soms over verschillende landen lijken te gaan alsof het om waterdichte compartimenten gaat, laten productieketens en migrantenarbeid de structurele verbanden zien die een transnationale arbeidsmarkt produceert die gebaseerd is op loon- en welvaartshiërarchieën.

We moeten dus de vraag "wie betaalt de transitie?" aan de orde stellen en daarbij dit transnationale, gedifferentieerde maar geïntegreerde beeld voor ogen houden. We moeten wegkomen van een louter defensieve houding in het licht van het neoliberale karakter van de groene transitie, en vermijden dat we de tegenstrijdigheden van het milieubeleid buiten beeld laten enkel omdat ze door extreem-rechts worden geïnstrumentaliseerd, en in plaats daarvan onze strategie versterken om diegenen aan te vallen die er winst uit zullen slaan. Tegelijkertijd moeten we de bestaande verbindingen tussen verschillende omstandigheden versterken en de weg vrijmaken voor nieuwe om een transnationale collectieve beweging te bevorderen. Wat voor soort vijanden kunnen we ontdekken? Welke bedrijven kunnen we aanvallen? Hoe kunnen wij, als vakbondsleden, activisten en arbeiders, strijden voor verbetering van de levensstandaard en tegen de aanval op arbeiders en tegelijkertijd de strijd voor klimaatrechtvaardigheid op de voorgrond plaatsen?

In januari 2022 zal een online bijeenkomst plaatsvinden om deze discussie voort te zetten. Iedereen is welkom! Blijf geinformeerd voor meer info.

https://www.transnational-strike.info/