Onder de titel “Investeren in onze mensen, slagkracht en zichtbaarheid” presenteerde de regering eind maart een programma dat binnen zes jaar moet leiden tot een verdubbeling van het budget voor Defensie. Deze plannen vormen een enorm bewapeningsprogramma dat gepaard gaat met het aanjagen van een nieuwe Koude Oorlog.

(Door het Amsterdams Vredesinitiatief, oorspronkelijk verschenen bij grenzeloos)

Investeren in slagkracht is enorme bewapening

De begroting van 2018, het nu lopende jaar, bedraagt 9,2 miljard euro. Dat is iets meer dan 1% van het Bruto Binnenlandse Product (BBP). Er wordt toegewerkt naar een besteding van 2% BBP voor Defensie in 2024. Elk jaar in die periode komt er structureel 1,5 miljard bij. Voor 2020 zijn nu al nieuwe plannen beloofd om te kunnen besluiten tot verdere bewapening. Dat betekent dat er in 2024 18 miljard euro voor Defensie zal worden begroot. 

Aanleiding Rusland

Het aangevoerde motief voor deze ongekende militarisering is Rusland. Dit bewapeningsprogramma is een dwingende wens van de Amerikaanse regering, die zelf veel te veel aan bewapening uitgeeft en wil dat Europese NAVO-landen meer aan de NAVO gaan betalen. Wij moeten die hoge Amerikaanse wapenuitgaven niet als norm overnemen.

De officiële formule om deze plannen te rechtvaardigen is de “verslechterde veiligheidssituatie”. Nederland en zijn NAVO-bondgenoten zijn al sinds 2001 permanent in oorlog in tal van landen in de wereld, met militaire interventies die in veel gevallen de veiligheid in die landen niet blijken te helpen. Dat leidt wereldwijd tot veel haat tegen 'het Westen' en tot veel vluchtelingen en ontheemden.

Nu is de oplopende spanning met Rusland over Oekraïne, Georgië en de Oostzeestaten aanleiding tot nieuwe bewapening. In plaats van dialoog zoekt men de confrontatie. Er zijn weinig redenen om het voor de Russische regering op te nemen vanwege het autoritaire bestuur dat weinig ruimte laat voor oppositie. De kansen voor een Moskou’s Vredesinitiatief zijn vooralsnog gering, maar er zijn zeker geen redenen om een Koude Oorlog te beginnen en miljarden extra uit te geven aan marine, landmacht, luchtmacht en digitale oorlogvoering. Er zijn redenen genoeg om oude ontwapeningsvoorstellen serieus te nemen en bewapening en oorlogsretoriek achterwege te laten.

Het algemene gevaar van terrorisme speelt slechts een beetje door deze plannen heen. Daarvoor is ook geen enorme bewapeningspolitiek nodig; alleen specifieke maatregelen en die bestaan al. 

Kernwapentaak

In andere beleidstukken meldt de regering dat Nederland de kernwapentaak die nu nog bij de F-16 hoort, wil overdragen aan de JSF (ook F-35 genoemd) die in 2023 in Nederland moet worden gestationeerd. Dit is in strijd met een Kamermeerderheid uit 2013 en in strijd met het VN-verdrag voor het afschaffen van kernwapens. Daarover geen woord in de plannen. Bovendien stelt de regering dat het in 2017 door de VN overeengekomen verdrag ongunstig is voor het kernwapenbeleid van de NAVO. Het Amsterdams Vredesinitiatief keurt deze afwimpeling van het internationale verdrag voor een kernwapenverbod af en wil dat Nederland het verdrag tekent, afziet van modernisering van de kernwapens van de F-16 en afziet van een kernwapentaak voor de JSF. Voor de JSF worden in de Defensieplannen extra’s gepresenteerd zoals middellange- en langeafstandsraketten. 

Alternatief

De regeringsplannen zijn voor het Amsterdams Vredesinitiatief aanleiding om een totaal andere koers te bepleiten voor een veiligheidspolitiek van Nederland. We menen dat de grootste onveiligheid in de wereld en in Europa wordt veroorzaakt door klimaatverandering, de macht van de wapenindustrie; permanente oorlog in vele landen die leidt tot de vlucht van miljoenen mensen en een achteruitgang van de democratische kwaliteit van het leven in vele landen. Voor het gevaar van terrorisme zijn al passende maatregelen genomen. Daarvoor is deze grootschalige bewapeningspolitiek niet nodig. 

De veiligheid in Europa en de rest van de wereld moet door overleg, ontspanning en (kern)ontwapening worden gewaarborgd. 

De verhoogde uitgaven voor de Nederlandse oorlogsmachinerie heeft negatieve gevolgen voor andere sectoren in ons land. Deze miljarden kunnen niet worden besteed aan de noodzakelijke sociale en duurzaamheidplannen. Om slechts een paar voorbeelden te noemen, niet aan de achterstand in salarissen in het onderwijs; de algemene verslechtering van sectoren in de zorg; de enorme kosten van de overgang naar een duurzame energievoorziening; en goede en betaalbare woningen.