Paul de Clerck van Milieudefensie is ernstig teleurgesteld over de uitkomst van de VN-top in Johannesburg

Duurzaamheid slachtoffer politieke onwil

Johannesburg, 4 september 2002 --- 'Beschamend,' zo noemt Milieudefensie-campagneleider Paul de Clerck de resultaten van de VN-top. 'De conferentie stond in het teken van de promotie van handel en de WTO. Handel zou hooguit een middel mogen zijn om tot duurzaamheid te komen. In Johannesburg is stimulering van handel tot ultiem doel geworden. De politieke wil voor serieuze duurzaamheids--afspraken, ontbrak. Vooral de Verenigde Staten hebben er alles aan gedaan om concrete voorstellen te torpederen.'

Na tien dagen onderhandelen heeft de VN-Duurzaamheids-conferentie welgeteld twee concrete nieuwe besluiten opgeleverd. De beslissing om het aantal mensen dat niet de beschikking heeft over riolering, in 2015 terug te dringen met de helft. En verder een twijfelachtig besluit over de bescherming van een aantal viswateren. Tien jaar na de hoopvolle conferentie van Rio is de politieke besluitvorming over duurzaamheid krakend tot stilstand gekomen.
Garanties dat milieu- en sociale afspraken niet ondergeschikt zullen worden aan handelsafspraken, biedt de tekst niet. Sterker nog, de afspraken van Johannesburg moeten conform eerdere WTO-afspraken zijn. In totaal verwijst de eindtekst op zo'n 200 plekken naar de WTO.

Regeringen hebben nagelaten internationaal bindende regels in te stellen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen ('corporate accountability') waardoor bedrijven aansprakelijk gehouden kunnen worden voor hun gedrag. Wel is men het eens geworden om te gaan onderhandelen over zulke regels. Milieudefensie en haar zusterorganisaties van het Friends-of the Earth-netwerk roepen de VN dan ook op om met dat doel in 2003 een conferentie te houden over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het besluit over duurzame energie is een regelrechte belediging voor deze conferentie.Technologie voor de verdere ontwikkeling van fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas) krijgt notabene subsidies. Ook wordt de mogelijkheid opengehouden voor stimulering van kernenergie. En dat terwijl elk concreet doel of streefdatum voor de stimulering van echt duurzame energie (wind, zon, kleinschalige waterkracht) ontbreekt. Dit betekent een ondermijning van het vorig jaar in Bonn overeengekomen klimaatverdrag.

Zogeheten 'partnerships' worden gepresenteerd als oplossing van de milieu- en sociale problemen. Premier Balkenende is hier een groot voorstander van. In deze partnerschappen krijgen ondernemingen een grote rol toebedeeld. 'Hiermee verdoezelen overheden echter hun eigen falen en schuiven de eigen verantwoordelijkheden af naar het bedrijfsleven,' aldus De Clerck.

Verder zijn er alleen bestaande afspraken bevestigd of ontkracht. De tekst blinkt uit in vrijblijvendheid. Zo wordt er een 'dringende verzoek' gedaan aan de rijke landen om hun ontwikkelingshulp op te krikken naar 0,7 procent van hun Bruto Nationaal Product. Tien jaar geleden werd in Rio de Janeiro dezelfde belofte gedaan. Ook 'moet'(er staat alleen niet hoe of wanneer) de afname van biodiversiteit tot staan worden gebracht. Dit is een verzwakking van de eerder dit jaar in Den Haag gemaakte afspraken op dit terrein. 'Water staat weliswaar bovenaan de agenda, maar bij het optimisme van Willem Alexander zijn vraagtekens te zetten,' aldus De Clerck. Behalve het besluit over riolering ('sanitation') zijn alleen de millennium-doelstelling van de VN - halvering in 2015 van het aantal mensen dat toegang heeft tot water - herbevestigd. Tot broodnodige concrete afspraken tussen regeringen heeft dit jammergenoeg niet geleid.'


(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Milieudefensie.)