De italiaanse schrijveractivist Bifo schetst de gewenste toekomst voor Europa en globaliseringsnetwerken

Vertaling Patrice Riemens
Begin juni 2003 liet een aantal vooraanstaande Europese intellectuelen, daartoe aangezocht door Jürgen Habermas en Jacques Derrida, in een meerdere landen enkele bespiegelingen verschijnen met het doel een bijdrage te leveren aan het Europese eenwordingsproces, dat door een buitengewone delicate en zelfs dramatische fase verkeert. Het was hoog tijd dat er zoiets gebeurde, aangezien het Europees project in de voorbijgaande jaren nauwelijks enig sociale mobilisatie noch individuele reflexie vermocht aan te zwengelen, laat staan enige hartstocht wist op te wekken binnen de Europese 'civil society'. Het Europees eenwordingsproces was het domein gebleven van bankiers en burokraten, het droog construct van een zuiver administratief mechanisme.

De text van Habermas en Derrida heeft dus een positieve functie in de zin van een oproep om intellectuele verantwoordelijkheid te nemen door Europa als een zwaartepunt te maken van ons aanhoudende zorg, niet alleen in politiek maar ook in filosofische opzicht. Maar ik vrees dat het paradigma dat ten grondslag ligt aan hun gedachte en initiatief ten een male niet in staat is om de ernst van de huidige situatie het hoofd te bieden. De poging van Habermas en Derrida getuigd van hoogstaande gevoelens, doch is tot mislukken gedoemd omdat zij het standpunt vertegenwoordigd van een culturele identiteit die niet langer geldigheid bezit.


Het nationaal-liberalitarisme als maatschappelijke ontwrichting en preventieve oorlog.

Wij zijn de laatste maanden getuige geweest van de nederlaag van het Europese eenwordingsproject zoals wij die tot nu toe gekend hebben. Deze nederlaag is het rechtstreeks gevolg van de verschuiving in het conceptueel paradigma die in de Europese geschiedenis plaats heeft gevonden: wij laten thans het humanisme en de verlichting achter ons. De tekenen van deze nederlaag kwamen overduidelijk naar voren met de botsing die plaats vond tussen de Frans-Duitse kern binnen de Europese Unie en het oorlogszuchtige front dat ontstond in het kielzog van het Bush presidentschap.

Het oorlogszuchtige front heeft zich als taak gesteld de onbegrensde uitbreiding van het dogma van het neo-liberalisme. Zelfs nu duidelijk is geworden dat het primaat van het individueel belang boven het collectieve de structuren van het beschaafde maatschappelijk bestaan heeft ondermijnd of zelfs vernietigd, zijn de heersende groepen beslist niet van plan om op het door hen gevoerde beleid terug te komen. Het nationalistisch egoisme, of zelfs dat van clans, heeft thans de overhand gekregen op de mondialiseringsvertogen. Autoritair overheidsingrijpen neemt steeds vaker de plaats in van de dynamiek van de 'vrije markt' om de belangen van de multinationale ondernemingen veilig te stellen. Wat onder het paraplu van het Amerikaanse beleid van totale oorlog aan het ontstaan is, is een nationalistische vorm van neo-liberalisme dat in wezen anti-globalistisch is. Wij noemen het 'nationaal-liberalitarisme'. De privatisering van het water, van het erfelijk materiaal, van de (tele-)communicatie ruimte zijn even zovele nieuwe domeinen waar de multinationals hun veroveringsscenarii realiseren. Het Europees project kan alleen maar zin hebben als het afstand neemt en zich onafhankelijk maakt van deze tendensen, en hun omverwerping voorbereidt. Maar de huidige groep Europese leiders heeft noch het benul, noch de intentie, en allerbelangrijkst: helemaal niet de macht om zich op te werpen tegen de nationaal-liberalistische blauwdruk. En het is daarom dat het er niet in slaagt om het Europees projekt te realiseren, hetgeen juist het reflexie onderwerp en vooral het actie voorwerp moet zijn van de anti-kapitalistische sociale bewegingen. Slechts onder die voorwaarde zal het Europees eenwordingsproces een origineel karakter behouden. Het is alleen daarin dat de anti-liberalistische sociale bewegingen een positieve levensdoel zullen vinden.

De gevaarlijke illusie van het Europees nationalisme.

Op het zelfde moment als de oorlogszuchtige toonzetting van de Amerikaanse regering aanzwelde grepen de illusies omtrent de autonomie van de Europese politieke entiteit om zich heen. Ondanks, of juist dankzij de ondergeschikte strategisch en militair status van Europa, hebben velen gedacht dat Europa een alternatief op het Amerikaans model kon zijn. Toen ze zich tegen de Amerikaanse aanvalsoorlog strategie verzetten hebben
Frankrijk en Duitsland (vooreerst) hun eigen economische en geopolitieke belangen verdedigd. En zij hebben verloren. Het tamelijk nazi-achtig de 'film' die wij machteloos hebben moeten aanzien laat duidelijk blijken dat de Amerikaanse strategie erop gericht was niet alleen de Arabische landen, of de Islamitische wereld te bedreigen en diepe angst aan te jagen, maar ook alle natie-staten en alle sociale stromingen en bewegingen die op zoek zijn naar alternatieven op de globale nationaal-liberalistische dictatuur (*). Als wij tegenover deze dreiging alleen maar een nationalistisch getint Europees projekt stellen, hebben we de slag bij voorbaat verloren. Europa zal nimmer in staat zijn om een militaire macht te worden dat het Amerikaans nationaal-liberalitarisme (*) het hoofd zal kunnen bieden, of zelfs zal kunnen indammen. En mocht ze toch daartoe in slagen, door een machtige en verenigd leger op te bouwen en een onwaarschijnlijke eenheid in de politieke besluitvorming te bereiken, dan zou dat alleen maar in een nieuwe nachtmerrie betekenen, en niet een bevrijding uit de huidige nachtmerries.


Niet Amerika, niet Europa, maar een wereldwijde beweging tegen de oorlog en het nationaal-liberalitarisme.

Zelfs binnen de andersmondialiseringsbeweging heeft het idee van een tegenstelling tussen Amerikaanse hegemonie en Europese autonomie voet aan de grond gekregen, waarbij die autonomie de verdediging van de burgerrechten en een wat meer sociaal-democratisch getemperde vorm van economisch liberalisme zou inhouden. Men moet deze voorstelling van zaken resoluut van de hand wijzen: er is niet zoiets als Amerika eenerzijds en Europa anderzijds, er is een Europees-Amerikaanse demokratische publieke opinie die tegen de oorlog is - al vertegenwoordigd zij een ruime meerderheid in Europa en een minderheid in de Verenigde Staten. Dat is het probleem.

Moeten we Europa dan maar vergeten? Geenszins. De demokratische anti-liberalistische beweging moet het concept van een Europa dat opgebouwd moet worden langs de lijn van geopolitiek of economisch nationalisme bestrijden en daar tegenover een projekt stellen van Europese eenwording gebaseerd op post-natie-staat uitbreiding van onderop. Wat het aantrekkelijkste van Europa is, is het bestaan van netwerken die met geen enkel teritorium overeen komen, en die ver buiten de grenzen van historisch en aardrijkskundig Europa reiken. Tegelijkertijd moet men gaan nadenken over een toekomst van de Verenigde Staten zonder in anti-Amerikanisme te blijven steken.

Amerika nu glijdt af naar een vorm van militair fascisme. In een artikel getiteld 'Gaining an Empire, Losing Democracy' schreef Norman Mailer dat "de combinatie van kapitalistische macht, gemilitariseerde maatschappij en het fanatisme van de vlag thans geleid heeft tot een pre-fascistische stemming in de Verenigde Staten".Het is niet moeilijk zich voor te stellen dat de Bush clan hetzelfde soort gevaar zou kunnen voorstellen als de Duitse nationaal-socialistische partij, met dien verstande dat zij wapens van massa vernietiging bezit waar Hitler gelukkig geen beschikking over had. Maar de Verenigde Staten Anno Nu zijn niet het Duitsland van de Dertiger jaren. Het is absoluut noodzakelijk om de nadruk te leggen op de onvereenigbaarheid tussen de Amerikaanse libertaire en democratische traditie en het 'Bushy' nationalisme, wil men niet in de val lopen die de ideologie van de preventieve oorlog voor ons klaar legt. Bush is in de allereerste plaats de vijand van het Amerikaanse volk. Het is dan ook vanuit de Verenigde Staten zelf dat de wereldwijde beweging Bush moet verslaan, en een einde moet maken aan de nationalistische waan, en aan het extreem neo-liberalisme die deze waan heeft veroorzaakt. De opbouw van een Europees blauwdruk moet ook daartoe dienen, namelijk niet in het poneren van een tegenstelling tussen Europees identiteit en Amerikaanse deterritorialisatie, maar in het doen ontstaan van een nieuwe sociale beweging die het nationaal-liberalitarisme uiteen zal doen spatten.

De verloren erfenis van de Europese Verlichting

Met de oproep van Habermas en Derrida heeft de Europese intellectuele aristocratie een meer verheven opzet proberen te lanceren, die gebaseerd is op het Europees cultureel erfgoed. Maar wat leeft daar nog echt van? Aan de basis van de Europese politieke traditie vinden wij een verzameling momenten die een gemeenschappelijke grondslag delen: het primaat van het recht op het geweld, als manifestatie van de almacht van de Rede. Echter, de uitzaaing van particularistisch geweld, de verbreiding van massa-vernietigingswapens, het zich afficheren van een hegemonisch, doch niet universele, politieke regelaar - en een die niet op de wet, het recht, of de rede is gebaseerd, maar op afschrikking - lijkt deze te doen verschijden, net zoals het gebruik van geweld als onderdeel van bedreiging of dwang. De twee filosofische sleutel elementen van de moderniteit die de essentieel grondslag van de Europese cultuur vormen zijn de fundamentele mensenrechten en het universele karakter van de Rede zoals die door de Verlichting zijn uitgeroepen, alsmede het uit de Romantiek voortkomende principe van een volkse nationale en territoriale identiteit. Welnu, dit zijn precies de twee elementaire kenmerken van de Europese culturele identiteit die thans de wereldbühne lijken te verlaten.

De deterritorialisatie die door het de telematika en het info-capitalisme in gang is gezet heeft een crisis van de traditionele identiteiten veroorzaakt en tegelijkertijd de drang naar reactieve identiteiten opgevoerd. Wat van het Romantisme overblijft zijn tegenwoordig geperverteerde verschijnselen van populistisch nationalisme of erger nog, van racistisch localisme en gewelddadig communitarisme. Het Romantisme is zijn progressief karakter geheel kwijt geraakt en het verlichtingsdenken is van elk universele regeringsmacht gespeend, omdat het in de reële wereld de tegen elkaar bewapende particularismen zijn die nu de dienst uitmaken.

In de maanden die vorafgingen en in de maanden die volgden op de oorlog in Irak heeft het Amerikaans presidentschap een enkel boodschap uitgezonden: te weten dat niets belangrijker is dan naakte macht. Daarom zijn en de Veiligdsraad en de Europese Unie gelijk buitenspel gezet toen ze afstand namen van het besluit om een preventieve oorlog te voeren. Het Amerikaanse presidentschap heeft geen enkele moeite genomen om de betekenis van haar daden te verzachten of te verhullen. Het primaat van de naakte macht is deel gaan uitmaken van de doctrine. Wij moeten daarvan acte nemen: dit is de nieuwe doctrine die in de plaats komt van het moderne politiek universalisme: het recht betekent niets, alleen naakte macht telt. Voor het verlichtingsdenken, dat de basis vormt van het Europese cultureel construkt, betekent het niets anders dan een volledige nederlaag.

De andersmondialiseringsbeweging na 15 februari 2003.

15 februari was het eindpunt van de geschiedenis van de wereldwijde beweging die in Seattle begonnen was. Deze nu is op een keerpunt aangeland. De beweging zelf was gebaseerd op de aanname dat mobilisatie door middel van betogingen in staat zou zijn om het consensus betreffende de neo-liberale politiek te ondermijnen. Dat was correct en het bleef waar van Seattle tot en met Genua. Echter, na de 11e September is het gezag over de kapitalistische mondialisering overgegaan van de handen van de politieke klasse die tot nog toe de mondialisering had bestuurd in die van een zuiver mafieuze afsplitsing daarvan. Wij geloven niet dat het mogelijk is om dit mafieus smaldeel een halt toe te roepen door middel van een politieke kritiek, en evenmin door het ondermijnen van de consensus. Zij kan namelijk de oorlog uitroepen wanneer het haar uitkomt en daarbij het consensus opleggen. Het handelen van de Bush regering na de 15e Februari betekent niets anders dan het volgende: "Wij hebben het consensus in het geheel niet nodig. Wij oefenen macht uit door geweld, door systematische bedreiging en door een wereldomspannende infiltratie apparaat van het collectief bewustzijn waarvan de hoogste bazen Rupert Murdoch and Bill Gates heten, en de flunkies lokale mafiabaasjes zijn zoals Berlusconi."

Wij moeten deze boodschap begrijpen en de logische consequenties eruit trekken: de beweging moet haar methode van actievoeren veranderen. De beweging heeft in de voorgaande jaren een buitengewoon resultaat bereikt: zij heeft de consensus betreffende het neo-liberaal beleid ondermijnd, zij heeft de eerste stappen gezet op weg naar een zelf-organisisatieproces van de cognitieve arbeid. Maar nu is de context zo dramatisch anders geworden dat doorgaan op dezelfde voet geen enkele zin meer heeft. De G8 top in Evian heeft dat aangetoond. G8-toppen en andere multilaterale bijeenkomsten van de groten van de mondialisering hebben weinig meer te betekenen. De macht is nu geconcentreerd in de handen van een enkele, planetair opererende club grote monopolisten op het gebied van energie, informatie of militaire technologie. Zodoende komt het houden van betogingen ter gelegenheid van de bijeenkomsten van de groten der aarde niet verder dan getuigenis afleggen.


De massa-zelfmoordaanslagen.

Op andere momenten van de moderne geschiedenis hebben mannen en vrouwen, wanneer zij geconfronteerd werden met onderdrukking en geweld, volstrekt terecht naar de wapens gegrepen, hebben verzetsgroepen gevormd en de tirannie bevochten. Vandaag de dag zal het niet zo snel gebeuren, omdat de nieuwe generatie begrepen heeft dat geweld tot fascisme leidt en dat de
beweging zelf als uitdrukking van verzet voldoet. Gewelddadig verzet is onverenigbaar met militant actievoeren. Bovendien is het onmogelijk om zich een ommekeer in de machtsverhoudingen voor te stellen, omdat de kloof tussen degenen die de macht bezitten en de meerderheid van de wereldmaatschappij absoluut is geworden: het komt overeen met het verschil tussen een atoombom en een Molotov- cocktail. Maar er is een ander vorm van actie die wel een aannemelijke antwoord geeft op de wanhoop voor wie geen enkele hoop meer op een menselijke toekomst heeft: namelijk de zelfmoordaanslag. Zelfmoord is bezig de belangrijkste doodsoorzaak onder de jeugd te worden, en wij moeten er ernstig rekening mee houden dat een steeds groter aantal mensen, en niet alleen aanhangers van het Islamitisch geloof, ervoor zullen kiezen om zich zelf in een menselijke springlading te veranderen om hun eigen wanhoop teniet te doen en wraak te nemen op hun onderdrukkers. Het is een ijzingwekkende, edoch aller waarschijnlijke perspectief, die wij thans duidelijk vorm zien nemen, als ware het een massa trend, een besmettelijke en exemplarische vorm van gedrag bovendien, dat razendsnel om zich heen grijpt.

Er is geen hoop meer. Wij moeten de hoop opnieuw uitvinden.

Het is op het ogenblik wel erg moeilijk om te beweren dat er hoop is. Nochthans, tijdens de zwartste momenten van de Europese geschiedenis, toen de Wehrmacht overal in Europa binnenviel en het Nazi-beest zich wierp op haar machteloze slachtoffers, zag men hoop gloren aan de horizon. Het was de hoop op het communisme dat miljoenen arbeiders op de been hield, het was de hoop op democratie, op technische en sociale vooruitgang. Maar vandaag de dag is er van deze hoop niets meer over. Het woord communisme roept alleen maar associaties op met onderdrukking, leugenachtigheid en obscurantisme. Het woord democratie verliest elke geloofwaardigheid op het moment dat Bush als de grootste verdediger ervan optreedt. De techniek heeft geweldige vooruitgang geboekt, maar het huidige machtsapparaat heeft het omgezet in een instrument van controle, geweld, onderdrukking en moord.

Wij kunnen niet namens de hoop spreken: alleen huichelaars kunnen vandaag de dag beweren dat zij het koesteren. Maar we kunnen ons evenmin neerleggen bij het aanwaarden van de wanhoop, als ware het het laatste woord in de geschiedenis van de mensheid. Wij moeten de hoop heruitvinden. Dat is de taak van de beweging in deze nieuwe fase. Te weten heruitvinden wat niet meer is, en saboteren wat wel bestaat. En al die plekken, letterlijk en figuurlijk te verlaten waar de overheersing, de uitbuiting, en de oorlog de dienst uitmaken en een nieuwe horizont op te bouwen.

Europa moet nog uitgevonden worden. Het Europa waar de politici die in Brussel zitten het over hebben is een kadaver. Wij moeten het concept uitvinden dat in staat is om te functioneren als het constituerend principe van een nieuw, origineel, nog nooit vertoonde Europees lichaam, dat niettemin aangepast is aan de rijkdom die het symbolisch kapitaal heeft gegenereerd, maar het ook in toom houdt. En de potentie die ingesloten in het netwerk van de 'General Intellect' waarmaakt. Europa is geen vaststaande identiteit maar een toekomstig zijn gedragen door zeer omvangrijke sociale en economische krachten, die echter een positief horizont ontberen. Kan Europa als een territorium omschreven worden: Ik zeg van niet. Europa kan alleen maar begrepen worden als een verkering tussen nationale en regionale grondgebieden. Het is geen multinationale staat en evenmin een pact tussen natiestaten.

Europa als netwerk van netwerken.

Als wij gevraagd worden naar onze interpretatie van Europa, gebaseerd op onze eigen waarneming, kan ons antwoord alleen zijn dat Europa een netwerk van netwerken is. Vergeleken met op territorium gebaseerde politieken en de geschiedenis daarvan vertoont een netwerk nieuwe eigenschappen. Allereerst heeft een netwerk geen vaste 'geometrie', het kan uitdijen of inkrimpen naar gelang de specifieke functies die het moet ontwikkelen. Bovendien kan een netwerk naast een andere bestaan zonder dat er sprake hoeft te zijn van een gemeenschappelijk territorium, en het kan met een ander netwerk functioneren zonder met deze samen te vallen.

Derhalve komt het stellen van de kwestie van de grondwet in en voor de Europese ruimte neer op het 'constitutionaliseren' van het toekomstig zijn: netwerken zijn niet, ze worden. Kan je het 'worden' in een grondwet vangen? Dat is allen maar mogelijk als je je een grondwet voorstelt dat werkt als een (software) programma, namelijk als een verzameling technieken die gemaakt zijn om de regels aan te passen elke keer dat de inhoud van hun toepassingsgebied verandert. En de algemene methode hierbij is het verlenen van privileges aan de minderheid. De minderheid is namelijk de rooilijn waarlangs het netwerk zich uitbreidt, zich ontwikkeld en zichzelf wordt. Binnen een netwerk geldt het gezag van de minderheden.

Moderne democratie is gebaseerd op het regeren door of namens de meerderheid. Die regel had zijn goede gronden zolang de geldigheid van de wet in het territorium gelegen was, en het territorium een Newtoniaanse ruimte was waar het principe gold van de ondoordringbaarheid der lichamen, en waar tegenstrijdige, want ruimtelijk samenvallende, belangen speelden. Maar in een netwerk is iedereen in de minderheid, want in een onbestemde - alsmaar groeiende of krimpende - ruimte is het vaststellen van stabiele meerderheden onmogelijk. Niemand kan op zich zelf het bevel voeren.

Het radicaal overdenken van de democratie is dus aan de orde van de dag. Het woord democratie is een leeg begrip geworden op het moment dat de globale dimensie de overhand heeft gekregen op de lokale, nationale of regionale dimensies. Wat voor een democratie is het waarbij multinationale ondernemingen de regels bepalen die het leven van miljarden mensen beïnvloeden zonder deze allesbepalende beslissingen aan enig vorm van parlementaire goedkeuring of toestemming door middel van de stembus te hebben onderworpen? Anderzijds kan men zich niet goed voorstellen dat democratie in de toekomst zou bestaan uit het klakkeloos toepassen van het stelsel van 'een persoon een stem' op een mondiale schaal. Men kan zoiets wel als voorstel naar voren schuiven, het helpt het probleem te poneren, maar het is niet echt een optie. Niet zozeer vanwege de praktische bezwaren van een wereldwijde stembusslag, daar zou vast wel iets op te verzinnen zijn, maar vooral omdat een wereldwijde politieke besluitvorming alleen maar zijn beslag kan krijgen als rekening wordt gehouden met de verschillen, de bijzonderheden en onoverbrugbare ongelijkheden. Maar op dat niveau zullen het met name de multinationale ondernemingen zijn die onmiddellijk in de bres zullen springen om de uitdrukking van deze politieke wil te manipuleren: groot en oncontroleerbaar als ze zijn hebben ze al het arsenaal aan instrumenten in huis om de verbeelding, de behoeftes, de smaken, de angsten en de illusies in hun modellen te vangen. Globale democratie betekent dus niet de vorming van een algemene wil uit de optelsom van de mondiale wensen, maar een vermenigvuldiging van beslissingsruimten en momenten, en een 'fractalisering' van de politieke besluitvorming. Zeer kleine gemeenschappen moeten in staat worden gesteld om zichzelf te besturen als onafhankelijke, maar met elkaar verbonden netwerken die op die manier de maatschappij vormen. Het Europees grondwettelijke ontwikkelingsproces moet uitgaan van een fractaal, genetwerkte, en mineure concept van de vorming van de volkswil.

Oorspronkelijk artikel in het Italiaans (juni 2003) Verschenen in het Franse kwartaaltijdschrift 'Multitudes'
# 14, Herfst 2003 in de vertaling van Giselle Donnard. ("Pour une Europe mineure")
Daaruit vertaald (moet kunnen, gebeurde met Tolstoy ook) door Patrice Riemens
Amsterdam, November 2003.


Franco Berardi, genaamd Bifo, was een toonaangevend lid in de jaren '80 van de vrije radio beweging in Bologna (radio Alice). Hij is schrijver en activist in de andersmondialiseringsbeweging die zich tegen 'corporate globalization' verzet. Hij runt de site rekombinant.org
Onlangs van zijn hand verschenen: "la fabbrica del infelicita: new economy e movimiento del cognitariato" (de fabriek der ongelukkigheid, nieuwe economie en de beweging van het kennis proletariaat).


(*) Noot van de vertaler: Bifo (althans Giselle Donnard in haar vertaling) schrijft hier 'dictature nazi-liberale', zoals hij eerder schreef 'national-liberalisme'. Ik heb dat laatste vertaald met nationaal-liberalitarisme, een woord dat in het Frans niet bestaat, maar in het Nederlands wel, althans begrijpelijk is (cf. het Engelse 'libertarianism') als overtreffende trap van het (neo-)liberalisme. Het bijwoord 'nationaal-liberalistisch allitereert natuurlijk doelmatig met 'nationaal-socialistisch'. Ik denk dat Bifo de term 'nazi-liberalisme' alleen maar gebruikt heeft bij ontstentenis van een woord in het Frans (cq in het Italiaans) dat de overtreffende trap van het (neo-)liberalisme uitbeeld. Maar ik heb vooral gemeend dat het woord 'nazi' in het Nederlands te laten staan een te gechargeerde indruk had gemaakt, en het betoog verzwakt - dan wel ontkracht zou hebben. Tevens heb ik ook wel 'liberalisme' vertaald als 'neo-liberalisme', wat volgens mij de bedoeling vd auteur beter weegeeft in het Nederlands. Maar goed, hier zoals altijd geldt: traduttore traditore.



(Dit artikel was oorspronkelijk op GlobalInfo gepubliceerd door Bifo.)