Als het gaat om isolement, hebben staten natuurlijk een gigantisch track record van opsluiting van hen onwelgevallige burgers, en daar hebben ze geen pandemie voor nodig. Geen staat zonder gevangenis, ook de ‘onze’ niet. Daar is ook veel over geschreven natuurlijk, want dat is vaak een van de weinige dingen die gevangenen kunnen doen, als ze ‘geluk’ hebben en het overleven.

(Door Kees Stad geschreven voor het boekje Kaboem Forever, om de drukker door de coronacrisis te helpen)

Een van de hoogtepunten op dat gebied is het verhaal van de negen leden van de legendarische Uruguayaanse bevrijdingsbeweging uit de jaren 1970, ‘De Tupamaros’. Memorias del Calabozo is het relaas van twee van die negen die niet eens de eer hadden in een offciele gevangenis te zitten, maar die 12 jaar lang van hot naar her werden gesleept door de militairen die de macht in het land hadden genomen. Ze werden in de meest gruwelijke gaten onder de grond vastgezet, dagelijks mishandeld en uitgehongerd en het doel was om ze gek te maken, wat maar ten dele lukt. Een van de negen werd later president. Hij heet Pepe Mujica en is keuterboer.

De negen gijzelaars – daarnaast zaten er nog duizenden mannen en vrouwen als ‘gewone politieke gevangenen’ vast in gevangenissen – hadden jarenlang nauwelijks te eten en ook niets te lezen. De eerste ‘literatuur’ die ze na jaren onder ogen kregen, waren snippers krantepapier die als wc-papier dienden. Ze namen ze stiekum mee naar hun cel en lazen dan tussen de poepvlekken snippers nieuws van soms jaren geleden. Dat klopten ze dan op de muur naar hun medegevangenen naast hen, want praten met elkaar was ook al verboden op straffe van slagen of urenlang in de hoek staan.

Het boek dook vorig jaar ineens weer op in het Nederlandse mediagebeuren omdat Carolina Trujillo er in haar sportcolum in NRC Handelsblad over schreef (en dit langere essay voor Hard Gras). Carolina is zelf kind van politieke vluchtelingen. Ze schrijft trouwens geweldige boeken in het Nederlands! (zie haar website) Ik had het boek ooit vertaald, onder de titel Schipbreukelingen, Herinneringen uit de Kerkers van de Dictatuur en het werd uitgegeven bij onze eigen Uitgeverij Ravijn, en heeft misschien 500 exemplaren verkocht...

Nu is er een film over gemaakt (La noche de 12 años. A Twelve Years Night) En dat ding is op netflix te zien, waar ik nooit tijd voor en zin in heb. Ik heb me lang verzet tegen het bekijken van deze film, omdat het verhaal te erg voor woorden is, en zeker ook voor beelden en ik bang was dat er weer zo’n steriele hollywooddrama van was gemaakt. Maar nu is het, met dank aan corona misschien wel, gebeurd, al werden er meerdere kijksessies aan besteed. Al die gruwelijkheden in een keer achter elkaar te aanschouwen is niet goed voor een mens, en helemaal niet als je degenen waar het over gaat persoonlijk kent. Maar het is een indrukwekkende film geworden en onderdeel van het verwerkingsproces en de schrijnende ‘overwinning’ van de overlevenden.

En als je weer eens wilt klagen over het feit dat je de deur niet uitkunt, of de kroeg/bioskoop niet in, dan kun je zien wat je lot is als je echt vast komt te zitten.