Veertig jaar geleden woedde de 'Duitse Herfst' met bloedige aanslagen en ontvoeringen van de Rote Armee Fraction en kiezelharde reacties van de staat. In een serie artikelen, hier het eerste deel over de Franse documentaire 'Une Jeunesse Allemande'. Een recensie van de film uit Le Monde en een interview met de maker Jean-Gabriel Périot. Met een korte introductie door vertaler Johny Lenaerts.

Zie hier de inleiding op de hele serie over veertig jaar Duitse Herfst

De jaren 1970 revisited. Korte terugblik op de zgn. gewapende strijd in West-Duitsland.

Mocht de protestbeweging een nieuwe opgang meemaken, dan zal ze ongetwijfeld, naast vele andere dingen, de balans moeten opmaken van de diverse vormen van ‘gewapende strijd’, zoals dat toen genoemd werd. Waarin de volgende vragen van Karl Heinz Roth ongetwijfeld in het centrum zullen staan: ‘Waar begint het geweld het doel te discrediteren? En vooral, waar vernietigt ze de revolutionaire subjecten, als deze niet meer de moed kunnen opbrengen zichzelf in de spiegel te bekijken?’ En waarbij de volgende stelling van Michel Graindorge ernstig zal moeten genomen worden: ‘Een verzetsstrijder verzamelt, hij isoleert zich nooit.’(JL)

Rote Armee Fraktion, van woede tot terreur

Recensie van de film ‘Une jeunesse allemande’ (Een Duitse jeugd) door Jacques Mandelbaum in Le Monde, 14 oktober 2015.

Wie denkt aan het geweld in de Geschiedenis – en wie zou er in de huidige wereld niet aan denken, in een wereld die meer dan ooit op oorlogen belust is - heeft genoeg stof tot nadenken. Politieke moorden van dictaturen, de schande van genocides, de barbarij van terrorisme: talrijk zijn de redenen om ontsteld te zijn en om derhalve afstand te nemen.

Er bestaan evenwel misdaden die minder afschuw verwekken maar moreel veel problematischer zijn, meer schrikwekkend dan andere. Het zijn er die begaan werden uit naam van idealen die elk eerlijk mens zou kunnen delen: de eis naar historische gerechtigheid, sociale rechtvaardigheid, gelijkheid tussen de mensen. Een dergelijk geval wordt in de hedendaagse geschiedenis op een exemplarische wijze belichaamd door de Rote Armee Fraktion (RAF), ook Baadergroep genaamd.

Het is naar deze groepering dat de aandacht gaat van Jean-Gabriel Périot, die uit de wereld van de plastische kunsten en van de experimentele film afkomstig is, en die momenteel met ‘Une jeunesse allemande’ (Een Duitse jeugd) zijn eerste langspeelfilm aflevert. Reeds vijftien jaar behandelt Périot in zijn kortfilms het thema van het politieke geweld, vanuit divers archiefmateriaal, voornamelijk films. Naar het voorbeeld van zijn briljante voorgangers Yervant Gianikian en Angela Ricci Lucchi (aan wie momenteel het Centre Pompidou eer betuigt) wordt zijn filmkunst van de montage geleid door een religie: de afwezigheid van de voice-over. Het woord wordt dus, om het zo uit te drukken, aan de beelden gegeven, en aan de hand die stilzwijgend hen assembleert en er een verhaal, een emotie, een reflectie, een herlezing van de geschiedenis in legt. Ook zo in deze film, die zijn beeldenwereld ontleent uit de periode waarin de film de grote verdienste had de context in herinnering te brengen en de binnenkant van de beelden en dus van de Duitse maatschappij te tonen.

Zuivering van het verleden

In feite wakkeren twee polen de woede en de revolte van de Duitse jeugd in de jaren 1960 aan. Op de eerste plaats de manier waarop de staat omgaat met de erfenis van het nazisme. In tegenstelling tot het beeld van de zuivering van het verleden en van de herinneringsarbeid waar het momenteel mee geassocieerd wordt, staat het toenmalige Duitsland, in dit geval de Duitse Bondsrepubliek, daar ver vanaf. De recente publicatie van het interviewboek met Thomas Harlan – opstandige zoon van de jammerlijk beroemde Veit Harlan, maker van de propagandafilm ‘Jud Süss’ in 1940 – roept dit op een prangende manier weer op: honderden vooraanstaande en leidinggevende nazi’s werden na de oorlog op een discrete manier opnieuw in het staatsapparaat, in de magistratuur en in de nationale industrie geïntegreerd. Voor het merendeel zouden ze ongestraft van een vredige oude dag kunnen genieten door elkaar de misdaden voor een ad hoc commissie te vergeven (‘Une vie après le nazisme’, Ed. Capricci).

Overigens vormt de Duitse Bondsrepubliek op het Europese continent het meest oostelijke punt van het kapitalistisch blok in de koude oorlog, een blok dat, ondanks de democratische vrijheid waarop het zich beroept en de verschrikkingen die aan de andere kant van het ijzeren gordijn bedreven werden, niet kan vrijgepleit worden van zijn directe steun aan dictaturen in Zuid-Amerika en in Azië, en van de honderdduizenden slachtoffers die er opzettelijk door gemaakt werden. De woede en de opstandigheid die door deze twee polen bij de Duitse studenten in de jaren 1960 gevoed werden, leidden naar een brutale confrontatie met de regering en liep in 1970 uit op de vorming van de RAF door enkele onverzettelijke elementen.

Ontgoocheld over de mislukking van de verwachte revolutie, woedend over het kille geweld waarmee de staat op het protest gereageerd had, namen ze de gewapende strijd op. Ze zijn student (Baader, Gudrun Ensslin), journalist (Ulrike Meinhof), cineast (Holger Meins), advocaat (Horst Mahler). Een meedogenloze strijd zal bijgevolg de RAF, die snel naar het terrorisme zal grijpen, tegenover de staat plaatsen. Dit culmineert in 1977 in de gijzeling van de patroon der patroons, Hans Martin Schleyer, voormalig SS-verantwoordelijke die bij Daimler-Benz een nieuwe baan gekregen had. De RAF wilde hem vrijlaten in ruil voor de vrijlating van RAF-gevangenen. Ze zouden allen daarbij omkomen, de enen door moord, de anderen door vermoedelijke zelfmoord in hun gevangeniscellen.

Strategie van de verbrande aarde

Dit is ongetwijfeld een bekende historie en we dienen ons dan ook des te meer af te vragen waarin de film van Jean-Gabriel Périot dit verheldert. In dit opzicht dienen we twee punten te onderlijnen. Ten eerste dat van de zeer zeldzame beelden uit Duitsland, die de Franse toeschouwer vol interesse zal ontdekken. Ze komen van de televisie (studio-opnames van de geëngageerde journaliste Ulrike Meinhof, artikelen die door haar geschreven werden, actualiteitsreportages), van de agitpropfilm (beelden van Holger Meins), of van de commerciële cinema (‘Deutschland im Herbst’, grootse film die de balans opmaakt van de loodzware jaren en waar met name Fassbinder aan heeft meegewerkt). Vervolgens, en dat is nog belangrijker, vertoont de film een grote diepgang. Ze toont ons een evolutie die, in plaats van de protagonisten vast te spelden op het smadelijke determinisme van het terrorisme, hen plaatst in een keten van gebeurtenissen die ons toont hoe ze van de fase van het protest overgestapt zijn naar de fase van de terreur.

De film pretendeert evenwel niet deze omslag te verklaren. Ondanks alle ondoorzichtigheid dat dit met zich meebrengt, toont de film goed dit omslagmoment aan, meer bepaald aan de hand van het personage van Ulrike Meinhof die van de fase van revolterend intellectuele geleidelijkaan de overgang maakt naar die van activiste die niet meer gelooft in sociale dialoog, vervolgens naar die van terroriste die zich overlevert aan de strategie van de verbrande aarde. ‘Une jeunesse allemande’ verschaft ons op zijn minst de middelen om dit parcours te begrijpen, ze verwijst hierbij naar de logica van een steeds dodelijker antagonisme tussen het pragmatisch cynisme van de staat en het woedende idealisme van bepaalde jongeren. Hier hebben we dus per slot van rekening een film over kinderen die zich door hun vaders verraden voelden en die zich uiteindelijk bij hen aansloten in de onvergeeflijke schande en onwaardigheid waarvoor ze hen verantwoordelijk hielden. Iets waar onze regeerders goed zouden over moeten nadenken, want morgen zullen ze oogsten wat ze vandaag gezaaid hebben.

Clip van de film:

Jean-Gabriel Périot: ‘Ik heb geen vertrouwen in de herinnering zoals ze gereconstrueerd wordt.’

Interview met Jean-Gabriel Périot door Thomas Sotinel in Le Monde, 14 oktober 2015.

De 41-jarige Jean-Gabriel Périot levert met ‘Une jeunesse allemande’ (Een Duitse jeugd) zijn eerste langspeelfilm af. Reeds lang verwerkt hij door middel van archiefmateriaal zowel het lot van de kaalgeschoren vrouwen bij de Bevrijding (‘Eût-elle été criminelle’, 2007) als de Black Panthers (‘The Devil’, 2012).

Vanwaar je verlangen om een film te maken over de RAF?

Ik had vage ideeën, het was een terroristische beweging van de jaren 1970, extreemlinks. Dat werd plots voor mij veel intrigerender toen ik vernam dat ze beelden gemaakt hadden. Bovenop haar werk voor de pers heeft Ulrike Meinhof ook als realisatrice voor de tv gewerkt, en kwam ze zeer dikwijls tussenbeide als journaliste in talkshows. Holger Meins volgde filmschool in Berlijn en Gudrun Ensslin heeft in een film gespeeld. Onmiddellijk wilde ik weten wat voor beelden ze gefabriceerd hadden.

Een ander element dat mijn nieuwsgierigheid opwekte was één van de eerste films over de RAF die ik gezien heb: ‘Deutschland im Herbst’ [collectieve film uit 1978 met onder andere Rainer Werner Fassbinder, gemaakt na het overlijden van de leiders van de RAF in de gevangenis]. Ik vond die film prachtig, maar ik begreep hem niet. Ik had geen enkel historisch referentiepunt, ik slaagde er niet in te begrijpen wat er zich afgespeeld had. En daardoor kwam ik in een onderzoeksfase terecht, en dat werd een filmproject toen ik me realiseerde dat deze band tussen de geschiedenis van de oprichters van de RAF en de beelden veel complexer was dan ik vermoed had.

Is Duitsland een land, een cultuur waar u zich verwant aan voelt?

Helemaal niet, ik was heel naïef wat de geschiedenis van Duitsland betreft. Sedert mijn jeugdjaren bevind ik me in het Europees project, omdat we in Europa kunnen rondreizen heb ik het gevoelen dat we grosso modo dezelfde geschiedenis delen. Ik had volkomen onderschat hoezeer Duitsland gedurende die jaren door de geschiedenis van Frankrijk verschilde.

Hebt u niet de ervaringen van getuigen, van voormalige RAF-leden willen opnemen?

Ik heb geen vertrouwen in de herinnering zoals ze gereconstrueerd wordt, ik heb veel interviews met voormalige RAF-leden gelezen en net als iedereen construeren ze hun eigen geschiedenis, hun eigen mythologie. Hun woord is niet objectiever dan dat van iemand anders. Daarenboven zouden ze de sleutels gegeven hebben van de geschiedenis die ik vertel terwijl ik zou willen dat de kijker geconfronteerd wordt met een chronologie die zich voor zijn ogen ontvouwt zonder dat hij op voorhand weet hoe die zal aflopen.

De uitbeelding van de RAF door de Duitse televisie is veel minder eenduidig dan men kon vermoeden…

In de jaren 1960 kon de tv nog mensen als Meinhof uitnodigen, die de mening van extreemlinks vertolkten. In de jaren 1970 wordt dat minder, er zijn karikaturale oproepen hen te verklikken, maar er zijn ook mensen die trachten te begrijpen wat er aan het gebeuren is, maar die kennen niet veel succes. En als dan de acties van de groepering steeds gewelddadiger worden, loopt alles vast. De rechtstreekse tv-uitzending ontstaat, de manier waarop politici met de televisie omgaan verandert. Er is geen montage die de televisie versnelt, men neemt zijn toevlucht tot gespierde uitdrukkingen, er is steeds minder analyse.

U heeft de film in Duitsland vertoond. Hoe werd hij daar ontvangen?

Er was iets sentimenteels bij de mensen die deze historie beleefd hadden. Een dame zei me dat het voor haar was als bekeek ze een fotoalbum over haar eigen geschiedenis, maar dat het zeer gewelddadig was, omdat haast iedereen er het leven bij ingelaten heeft. En dat heeft ook zeer jonge mensen erg geraakt, die met de film deze historie ontdekten. Sommigen waren ontsteld over wat er zich in Duitsland voorgedaan had, de collectieve hysterie van de jaren 1970.

Hebt u de indruk dat er een direct verband bestaat tussen deze geschiedenis en de huidige tijd?

Enerzijds was dit het laatste moment waarin men in het Westen geloofde in revolutie, in de film als revolutionair middel. Als men tegenwoordig strijd levert is dat altijd tegen iets. De echo van het heden is van persoonlijke aard: hoe zich verzetten, hoe te handelen… De vragen over het gebruik van het terrorisme lijken me zeer concreet. Toen ik de tv-beelden van Duitse politici zag, had ik de indruk Bush bezig te zien na 11-September, of [Frankrijks eerste minister] Valls momenteel, deze manier om beweringen aan te voeren zonder reacties te dulden, om de angst te gebruiken, de manier om onder de druk van emoties nieuwe wetten uit te vaardigen.

Het lijkt erop dat Duitsland in die tijd een eerste test was die nooit meer herhaald werd, tot vandaag. Eén van de objectieven van de film schuilt in de manier waarop men het woord ‘terrorisme’ gebruikt als een verbod tot denken. Het gaat er mij niet om deze daden te vergoeilijken maar om er de oorsprong van te begrijpen.