Lutz Taufer heeft 20 jaar in de gevangenis gezeten, vanwege zijn deelname aan een gijzelingsactie om RAF-gevangenen vrij te proberen te krijgen. Hij kwam in 1995 vrij en verhuisde na enkele jaren naar Latijns Amerika. In Brazilië heeft hij jarenlang voor een Duitse ontwikkelingsorganisatie gewerkt die krottenwijkbewoners steunt. Nu is zijn autobiografie verschenen.

(Zie hier de inleiding op de serie, over de aanleiding dat op 19 oktober 1977 de vermoorde Duitse ondernemerschef Hanns martin Schleyer werd aangetroffen in de kofferbak van een auto aan de Frans-Duitse grens. De hele serie is aan te treffen onder deze tag.)

Er zijn inmiddels al heel wat boeken verschenen van de Duitse activisten en politieke gevangenen uit wat toen door links ‘de guerrilla’ werd genoemd. Het waren bekende namen in de linkse kringen, onder andere door de vele dramatische hongerstakingen die ze voerden. De nieuwste publicatie in die serie is van een van de politieke gevangenen van de Rote Armee Fraktion (RAF) die vaak meer op de achtergrond bleef: Lutz Taufer. Zijn biografie ‘Over Grenzen’ is om meer dan een reden bijzonder en het lezen meer dan waard. Het is vooral de toon waarin het verhaal verteld wordt, die indruk maakt: geen gepoch over daden, geen verontwaardigde afrekeningen met mensen of instellingen die hem verraden hebben, en geen extatische apotheoses over de ware vrijheid. In plaats daarvan krijgen we een bescheiden en ingetogen relaas van wat toch een ongelofelijk leven is geweest.

Het boek begint met de constatering dat er geen ‘sensationele onthullingen’ te vinden zullen zijn in het boek. Dat klopt misschien voor wie zoekt naar tot nu toe geheim gebleven details over bepaalde acties van de RAF; Taufer voegt op dat gebied niets toe dat niet al bekend was. En voor wie de hele geschiedenis van de gewapende strijd in Duitsland kent, inclusief de lange jaren dat de meesten in de gevangenis zaten, staat er ook op dat gebied weinig nieuws in. Wat je wel krijgt is een uitgebreide en ingetogen relaas van ‘een van hen’ die een bijzondere positie innam.

Hoewel hij deelnam aan een van de hardste acties van de RAF (de gijzeling van de Duitse Ambassade in Stockholm. met doden aan beide kanten) is Lutz Taufer bepaald geen dogmatische hardliner. Hij erkent (in het boek) dat de actie een mislukking was, en nooit zo uitgevoerd had mogen worden. Verbijsterend is te lezen dat de actie eigenlijk niet eens goed van te voren doorgesproken was; nadat bij een hongerstaking een van de vastzittende RAF-gevangenen (Holger Meins) dramatisch om het leven gekomen was, besloten ze dat er snel actie moest komen om gevangenen vrij te krijgen, omdat ze anders allemaal dood zouden gaan. Een wanhoopsdaad dus, met ingrijpende gevolgen. Typerend voor Taufer is dat hij dat - eenmaal uitgeleverd aan Duitsland en daar tot twee maal levenslang veroordeeld - inziet, en zich hard gaat maken voor een koerswijziging van de RAF, maar nooit de noodzaak tot militantie zelf in twijfel trekt, of zich laat verleiden tot het verraden van medestrijders. Hij heeft ook een hardnekkig schuldgevoel vanwege de doden waar hij medeverantwoordelijk voor is geweest.

 

Holger Meins

De dood van Holger Meins in 1974 heeft bij veel mensen die radicaliseerden een belangrijke rol gespeeld, blijkt als je de getuigenissen uit de jaren ‘70 leest. Meins was lid van de oorspronkelijke, eerste generatie RAF-leden en in 1974 zaten er al heel wat vast, onder zeer slechte omstandigheden. Daartegen vochten ze door collectieve hongerstakingen te houden, waar dan buiten met acties solidariteit mee werd betuigd. Na 58 dagen stierf hij, en woog niet eens meer 40 kilo. Foto’s van het uitgemergelde lichaam gingen de hele wereld over, evenals de verhalen over manieren waarop gevangenispersoneel de hongerstaking hardhandig en tegen hun wil in voedsel inbracht.

Lutz Taufer was toen al actief in een groepje mensen uit voornamelijk Heidelberg die banden hadden met mensen uit de ondergrondse groepen in Duitsland. In Heidelberg was een levendige alternatieve beweging rond radicale kritiek op zorg en psychiatrie, geleid door een linkse professor aan de universiteit aldaar. Ze begonnen - met steun van de progressieve rector van de universiteit die ze een gebouw ter beschikking stelde - een opvanghuis voor mensen met psychische problemen die in de reguliere zorg geen plek konden vinden. Dat was de later beruchte (of beroemde ) SPK, het Socialistische Patienten Kollektief. Lutz Taufer was daar als student psychiatrie bij actief geworden en de groep was een levendig laboratorium voor politieke en sociale experimenten dat door Taufer liefdevol beschreven wordt. Het ging in de eerste plaats om zelforganisatie van patiënten en minstens zo belangrijk was de analyse van de maatschappelijke oorzaken van veel psychische problemen.

Veel mensen die politiseerden in het SPK zijn later terecht gekomen bij heftige radicale en vaak ondergrondse acties. De SPK is in de reguliere media vaak afgeschilderd als een groep doorgedraaide radikalinski’s, maar Lutz Taufer beschrijft ze als een warme groep die belangrijk was in het doorbreken van de vastgeroeste oerconservatieve dagelijkse realiteit. Natuurlijk werden ze ook hard belaagd door autoriteiten en media, hetgeen het radicaliseringsproces van de deelnemers zeker hielp versnellen. Maar het belicht wel een vaak vergeten fenomeen van de radicale linkse beweging uit de jaren ‘60 en ‘70: ze waren vanaf het begin actief betrokken bij het organiseren van de grootste slachtoffers van het systeem in die dagen. Dat gold ook voor de eerste generatie RAF, zoals Ulrike Meinhof, die zich als een van de weinigen druk maakte over het lot van daklozen en wegloopjongeren. Niet als rekruteringstruc, maar uit oprecht engagement. Zo gold dat ook voor de medische studenten die het SPK.

Ondertussen was de ‘guerrilla’ dus goed losgebroken met aanslagen en bankovervallen en vielen de eerste doden. Na de dood van Holger Meins besloot de groep van Taufer gehaast tot de gijzeling in Stockholm, met de eis tot vrijlating van 26 gevangenen. De actie mislukte volstrekt. Ze schoten eerst twee gijzelaars dood, omdat ze daar nu eenmaal mee gedreigd hadden en werden daarna bestormd door de Zweedse politie, waarbij een van hun bommen afging op een wijze die nog steeds niet opgehelderd is. Daarbij stierf Ulrich Wessel. Siegfried Hausner een ander lid van het commando raakte zwaar gewond en werd tegen alle medische adviezen in naar Duitsland overgebracht waar hij na tien dagen overleed. De overige vier leden van de groep, naast Lutz Taufer Hanna Krabbe, Karl-Heinz Dellwo en Bernd Rössner werden in Duitsland tot gigantische gevangenisstraffen veroordeeld. Lutz Taufer kreeg uiteindelijk twee keer levenslang. Dat werden, maar dat kon hij aan het begin natuurlijk niet weten, uiteindelijk twintig hele jaren.

In het boek worden die jaren relatief snel beschreven, en wederom zonder drama, maar in zijn ingehoudenheid wordt wel duidelijk hoe zwaar het is geweest. Met name de jaren waarin ze geïsoleerd werden gehouden (van de overige gevangenen) en door hongerstakingen moesten proberen daar verandering in te krijgen, moeten onmenselijk zwaar zijn geweest. Typisch voor de auteur is dat hij vooral schrijft over de andere gevangenen, en ook duidelijk maakt hoezeer het te danken is aan de steun van buiten, de bezoekers en de advocaten dat ze vol konden houden. Ook gaat Taufer in op het falen van de eigen acties en die van de organisatie waar hij toe behoort. Die kritische rol nam hij ook na een tijd binnen in de gevangenis in, met name na de gebeurtenissen van 1977, waarbij hij met sommige anderen van zijn kleine subgroepje in Celle opperde voor een andere koers, zonder de eigen geschiedenis te hoeven verwerpen. Het wordt hem door een deel van de gevangenen en van de sympathisanten niet in dank afgenomen, om het zacht uit te drukken, al kom je daarover geen letter tegen in het boek zelf.

 

Tweede Wereldoorlog

Wat ook zo langzamerhand vergeten is, en vaak buiten beeld blijft als de opkomst van de radicale Duitse groepen wordt verklaard, is hoe gruwelijk conservatief het land uit de 2e Wereldoorlog was gekomen. Veel ontnazificering vond er eigenlijk niet plaats en de meeste fascisten werden niet vervolgd of bestraft. Hoge fascisten konden hun post behouden en doodleuk carrière maken. Een bekend voorbeeld was de Christendemokraat Filbinger, die als rechter in de nazitijd doodsvonnissen had geveld. Ook een van de rechters die Taufer veroordeelt, blijkt een verleden als nazi-rechter te hebben, wat in het boek als een achteloze bijzaak beschreven wordt.

Maar minstens zo belangrijk is de conservatieve sfeer in het dagelijks leven na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Taufer komt uit een gezin dat zich duidelijk tegen de nazi’s had gekeerd, zonder aan enig verzet van betekenis deel te nemen. Maar omdat ze niet enthousiast meededen met alle Hitler-verering en nazi-rituelen hadden ze het moeilijk in het Karlsruhe van na de Tweede Wereldoorlog. En als Taufer langzaam politiseert als scholier en student, merkt hij hoe er een halve pogromstemming heerst jegens alles dat links en langharig is. Tel daar bij op de dagelijkse ervaringen met nieuws over de Amerikaanse oorlog in Vietnam en andere brandhaarden in die tijd, met een duidelijke medeverantwoordelijkheid van de Duitse staat. Daar tegenover stond dan de uit Mei ‘68 voortgekomen jeugdbeweging en opstandige ontwikkelingen in vooral de grote steden, waar Taufer bij zijn studie in duikt... Als ze keer op keer van straat geslagen worden, toegejuicht door de conservatieve pers, besluiten steeds meer activisten om zich beter voor te bereiden op de confrontatie met de staat. Velen geloven ook dat een echte revolutie mogelijk is, aangezien de aanhang massaal wordt. Sommigen kiezen zelfs voor ‘gewapende strijd’, overvallen banken en plegen bomaanslagen.

 

Vrijheid en buitenland

In 1995 komt Taufer vrij en heeft eigenlijk geen plannen voor de rest van zijn leven. Hij beschrijft hoe hij overvallen wordt door de vrijheid, en aanvankelijk een beetje verdwaasd door Hamburg loopt, waar hij door vrienden opgevangen wordt. Hij beschrijft hoe enorm de wereld in die twintig jaar ‘afwezigheid’ veranderd is als hij het Centraal Station bezoekt om kranten te kopen. Tot zijn verbazing stikt het van de daklozen en is het station in een chique warenhuis veranderd. Een van de zaken waar hij zich aan ergert, zonder daar een groot punt van te maken, is wat hij noemt de ‘RAF-bonus’. Linkse sympathisanten zetten mensen als hij op een voetstuk en durven ze niet te bekritiseren, terwijl dat juist nodig is, of evengoed nodig als bij anderen. Het is een van de redenen om naar het buitenland te gaan, waar niemand hem kent.

Aanvankelijk gaat hij naar Uruguay, waar zijn zus woont en waar de leden van de voormalige guerillagroep Tupamaros, een inspiratiebron van vroeger, inmiddels een legaal bestaan hebben. Hij kan daar niet echt aarden en komt toevallig in Brazilië terecht waar hij plannen heeft om brood te gaan bakken (wat hij in de gevangenis heeft geleerd). Hij komt in aanraking met krottenwijkbewoners en begint met hen een soort tweede leven. Na een tijdje kan hij in dienst van een Duitse vredes- en ontwikkelingsorganisatie, de Weltfriedensdienst krottenwijkbewoners ondersteunen bij het opzetten van ontwikkelingsprogramma‘s. De omstandigheden waaronder dat moet gebeuren zijn zwaar, maar worden wederom zonder poespas of zelfmedelijden beschreven. Taufer ziet hoe hier mensen vechten voor het veranderen van hun eigen omstandigheden, en merkt af hoe ver dat af ligt van de abstracte en vaak hoogdravende benadering van de organisaties uit zijn vorige leven. Het zijn zoals hij zelf zegt„de mooiste jaren in zijn leven“. Als hij geen permanente verblijfsvergunning kan krijgen, keert hij na vijf jaar weer terug, naar Berlijn dit keer, waar hij tegenwoordig, op 73-jarige leeftijd leeft.

---------------------------

Lutz Taufer

Über Grenzen. Vom Untergrund in die Favela

Assoziation A Berlin Hamburg 2017

isbn 978-3-86241-457-4

---------------

Aanvulling: interview met de auteur in dagblad Tagesspiegel (Duits)

-------

PS: steun globalinfo.nl, meer informatie hier