De jaren van Annie Ernaux beschrijft in stuwende taal herinneringen uit haar leven en dan vooral de context. Er zijn weliswaar beelden van een meisje dat steeds ouder wordt, maar het gaat niet over dat leven, maar het leven er omheen. Bij dat leven past ook wat op het moment zelf niet beleefd werd, maar juist werd gemist. Achteraf beschouwd zijn de ervaringen van de hoofdpersonage beperkt geweest. Ze waren vaak niet gebonden aan een grotere wereld en gingen als losse feitjes de zee van het vergeten in. Ernaux reconstrueert en rijgt achteraf die gebeurtenissen aan het snoer van de maatschappelijke ontwikkelingen.

(Door Martin Broek)

Ontstaan

Ze beschrijft de zich ontwikkelende roman waarin “beelden uit verleden en heden, nachtelijke dromen en toekomstfantasieën elkaar afwisselen in het bewustzijn van een 'ik' die een dubbelgangster van haarzelf is.” Het is een van de beschrijvingen van het ontstaan ervan. “Ze is er van overtuigd dat ze geen 'persoonlijkheid' heeft,” of “hoe meer je ondergedompeld raakte in wat de werkelijkheid heette, werk, gezin, hoe meer je een gevoel van onwerkelijkheid kreeg.” Ze leefde een leven waarop de geschiedenis geen invloed zou hebben. Ze wil met dit boek een leven beschrijven dat opgenomen is in de beweging van een generatie.

Bescheidenheid

Hoe gemankeerd herinneringen ook zijn, ze worden hier gebruikt om het verhaal, met sterk autobiografische inslag, te vertellen dat loopt van 1940 tot 2006. Opgroeien, leren, liefde, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen komen daarmee terug. Geuren worden niet genoemd. Wel de bewegingen van mensen die zich vast hebben gezet in het hoofd. Bij het sterven gaat deze opgedane kennis overboord. Bewustzijn van de eigen sterfelijkheid tekent een bescheidenheid die door het hele boek speelt. Die onopgesmuktheid gaat verder dan de literaire vorm waarin vermeden wordt de persoonsvorm 'ik' (te permanent, bekrompen, verstikkend) te gebruiken.

Slachting

We komen langs de slag bij Dien Bien Phu tegen, de Cuba Crisis en de oorlog in Algerije. In verband met Algerije staat er een opmerking over een demonstratie voor het Algerijns Nationaal Front (FLN). De protesterende Algerijnen werden door de politie de Seine in gejaagd op 17 oktober 1961. Decennia later gaf de Franse overheid toe dat er 40 doden bij het politieoptreden waren gevallen (er zijn ook vermoedens dat het om 100 tot 300 doden gaat). Er is geen herinnering in het hoofd mijn hoofd te vinden. Mijn ouders trouwden kort daarvoor. Ik was net verwekt. Maar heb dit ook later niet opgepikt. De slachting gaat vooraf aan de aanslagen die plaats zullen vinden in Frankrijk. Dat het verband tussen het een en ander niet werd benoemd, verbaast de schrijfster achteraf.

Vanaf de latere jaren zestig zijn er herinneringen die herkenbaar zijn. Veel feiten zijn van Franse makelij en het is niet Lubbers maar Chirac, niet Wim Kok maar Jospin. Ovaltine, Tsjernobyl, SARS, Vogelgriep, en de tsunami passeerden ook in Nederland. Grote gebeurtenissen en ontwikkelingen vonden in Frankrijk, maar – iets kleiner – ook hier plaats.

Vrijheid

Mei 1968 kan in het chronologische verhaal niet overgeslagen worden. De kant waar je stond, werd een ijkpunt om individuen te klasseren. De revolte kwam langzaam opzetten tot ze niet meer te ontkennen viel en dan is er plots ruimte voor bevrijding van lichaam en geest in het benauwde Frankrijk van het getrouwde hoofdpersonage. Het beroep op vrijheid zal in de privé situatie, en de huiselijke omgeving, stuiten op de invloed van de opvoeding van vroeger. Het revolutionaire elan zal weer snel wegebben en vrijheid wordt een grotere auto een nieuwe lamp of koelkast. Het leven wordt gekocht door te consumeren, alsof een lamp met opaalglas het leven verrijken zou. “Reclame was de culturele instructeur van de samenleving.”

Pragmatisch

De onvermijdelijke scheiding komt. Het is een gevecht om af te rekenen met de geldende moraal en het in de steek laten van het ongeschonden gezin, maar het gevolg is wel een vrijer bestaan met een vriend waar het in een hotelkamer lekker tegen aanvlijen is. Een huislijker relatie komt later weer. De kinderen gaan ook vrijer hun gang. Jongeren zijn sowieso veel vrijer. Dat betekent niet dat ze onverschillig zijn. Ze zijn alleen pragmatischer dan haar eigen generatie. Protesteren goed, maar als het resultaat er is dan hoeft de hele maatschappij niet om.

Krachttoer

De opzwepende taal, het opdissen van slogans, reclame, titels van liedjes, films en boeken, het doet me denken aan de Vermaledijde Vaders van Monica van Paemel, dat ook voortjagende taal gebruikt om een verhaal te vertellen. Maar zij doet het meer dan hier wel met een verhaal. Het is een krachttoer om zonder hoofdstukken, zonder dialogen, zonder ik, toch een lopend levensverhaal te vertellen dat zo vol is van leven en gebed wordt in de geschiedenis. De herinneringen zijn levendig en daardoor de dood toch te slim af.

Pleidooi

Is een pleidooi om de herinneringen hun rechtmatige plaats te geven niet onnodig, kan je vragen. Er gaat immers geen dag voorbij of er wordt wel iets herdacht. Dat dit een doorleefd verleden zou zijn, is schijn. Herdenkingen van de oorlog worden bijvoorbeeld steeds voornamer, maar het anti-semitisme was nooit een onderwerp in Frankrijk, pas met Shoah werd duidelijk hoeveel rottigheid een mens uit kan halen. Het herdenken wordt een plichtmatig ritueel, niet doorvoeld, maar een sociaal-politiek proces waar je aan mee moet doen. Van een geheugen of narratief is daarmee geen sprake.

Strijdmiddel

Op de laatste pagina's beschrijft Annie Ernaux waarom en hoe ze het boek heeft geschreven. Het is een “werktuig waarmee ze dacht invloed uit te kunnen oefenen op wat haar verontwaardiging wekte. Het boek (…) behelsde, kortom, een strijdmiddel.” Het maakt niet uit of er geschreven wordt in de je, wij, zij of men vorm, de verbazing en verontrusting. Het is een scherpe en krachtige zoektocht naar hoe het verleden verloren gaat door mediadominantie en consumentisme. Deze dringen steeds dieper in ons leven door.

Oproep

De jaren is een boek waarvoor je de schrijfster zou willen bedanken. De letters proberen de verloren tijd terug te pakken en het heden te begrijpen. Ook de toekomst, die we nodig hebben om onze dromen op te plakken, lijkt verloren. Dat is een ernstig gemis. “Waar zou de opstand vandaan moeten komen?” Het klinkt als een vraag in dit sombere kader, en een oproep aan ons, de lezers. We zijn immers zelf makers van de geschiedenis.